Programma Sociaal domein

Algemeen

Iedere inwoner moet in staat zijn om zo lang en zo veel mogelijk zelf redzaam te zijn. We hechten veel waarde aan het welzijn van onze inwoners. Daarnaast moeten inwoners  zoveel mogelijk zelf de regie over hun leven kunnen voeren en mee kunnen doen in de samenleving. Waar dat kan op eigen kracht, of anders met hulp van mensen uit hun sociale netwerk. Inwoners die hiertoe niet (volledig) in staat zijn, bieden we ondersteuning om hun zelf regie en participatie te bevorderen. De ondersteuning is bij voorkeur zo licht en zo dichtbij mogelijk en preventief als het kan. Team Ondersteuning & Zorg is ervoor om inwoners hierbij te helpen.

 

In de gemeente Tubbergen werken we samen met verschillende organisaties om de zorg voor onze inwoners zo optimaal mogelijk in te richten. Dit zijn bijvoorbeeld organisaties de re-integratietrajecten begeleiden en organisaties die vrij toegankelijke voorzieningen aanbieden, maar ook Veilig Thuis voor inwoners die te maken hebben met huiselijk geweld. We zetten in op vroegsignalering en het preventief aanpakken van problemen. Daarnaast kennen we verschillende regelingen voor inwoners met (tijdelijke) financiële problemen, bijvoorbeeld bijstand voor zelfstandige ondernemers en kindpakketten.

(Belangrijkste) vastgestelde beleidsnota's en verordeningen

Kengetallen

Binnen het programma Sociaal domein maken we gebruik van de volgende kengetallen:

  • Percentage volledig gevaccineerde inwoners 95,7% 
  • Huishoudens met bijstandsuitkeringen: 120 
  • Werkloosheidspercentage: 2,2% 

 

Aandeel (%) huishoudens met een bijstandsuitkering t.o.v. Nederland:

Verbonden partijen

Onder het programma Sociaal domein vallen de volgende verbonden partijen:

  • Regio Twente: op het gebied van publieke gezondheid (GGD Twente) en Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning (waaronder OZJT). Meer informatie over de GGD Twente en het OZJT/Samen 14 is te vinden via de volgende links:  OZJT/Samen14 , GGD Twente.
  • Soweco: Informatie is te vinden via de volgende link:  Soweco.
  • Crematoria Twente: Informatie is te vinden via de volgende link: Crematoria Twente.
  • Stadsbank Oost Nederland: Informatie is te vinden via de volgende link:  Stadsbank Oost Nederland.

Wat hebben we in 2020 gedaan?

CAK (Centraal Administratie Kantoor)

Als gevolg van vertraging in de implementatie van het nieuwe systeem voor gegevensuitwisseling tussen gemeenten en het CAK, is voor de maanden januari t/m september 2020 geen eigen bijdrage geïnd voor inwoners uit de gemeente Tubbergen. Cliënten hebben de eerste facturen in het vierde kwartaal pas ontvangen en zullen in 2021 nog steeds facturen ontvangen en moeten betalen over 2020. De gemeente heeft hier geen invloed op.

 

Overgang GGZ-cliënten naar de Wet langdurige zorg (Wlz)

Inwoners die hun leven lang intensieve geestelijke gezondheidszorg (GGZ) nodig hebben, kunnen vanaf 2021 toegang krijgen tot de Wet langdurige zorg (Wlz). Wel moeten zij voldoen aan de bestaande Wlz-toegangscriteria. Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) is gestart met het afgeven van indicaties. Dit betekent dat cliënten die nu nog onder de Wmo vallen, met ingang van 2021 onder de Wlz kunnen vallen. Het aantal cliënten die dit betreft is minder dan vijf. 

 

Woonplaatsbeginsel Jeugd 2022

Het bepalen van het woonplaatsbeginsel van een jeugdige is in de huidige vorm altijd ingewikkeld en tijdrovend geweest, omdat hierin wordt uitgegaan van het woonadres van de gezagsdrager. Het nieuwe uitgangspunt is dat bij ambulante zorg, de gemeente waarin de jeugdige zelf staat ingeschreven verantwoordelijk is voor de zorg. Bij zorg met verblijf geldt dat de gemeente waarin de jeugdige direct voorafgaand aan het verblijfstraject stond ingeschreven, verantwoordelijk is.


Het nieuwe woonplaatsbeginsel maakt een einde aan de onduidelijkheid die er nu soms voor zorgt dat jongeren lang op zorg moeten wachten of dat gemeenten achteraf financieel worden ‘verrast’. Het zal voor gemeenten duidelijk worden welke gemeente straks volgens het nieuwe woonplaatsbeginsel verantwoordelijk is voor de jeugdige. Het nieuwe woonplaatsbeginsel zou in eerste instantie op 1 januari 2021 worden ingevoerd. Echter, op 20 mei 2020 is besloten dat het nieuwe woonplaatsbeginsel pas op 1 januari 2022 wordt ingevoerd.

 

Armoedebeleid

Er heeft door Bureau KWIZ in 2019 over de periode van 2015-2018 een evaluatie van het armoedebeleid plaatsgevonden. De basis hiervoor was het rapport dat in 2015 is uitgebracht door Bureau KWIZ. Dit rapport heeft als 0-meting gediend voor de evaluatie. Het doel van het onderzoek over hierboven genoemde periode was in beeld te krijgen wat het effect is van het gewijzigd armoedebeleid. Op basis van dit onderzoek zijn aanbevelingen en conclusies geformuleerd. Door het college is een besluit genomen om op basis van het onderzoek een project te starten om te komen tot actualisering van het armoedebeleid. De focus ligt daarin niet alleen op de regelingen maar ook op het voorkomen van armoede.  

 

Huiselijk geweld en kindermishandeling

De invoering van de verbeterde meldcode heeft geleid tot 30% meer meldingen van vermoedens van huiselijk geweld en kindermishandeling. Dit betekent niet automatisch dat er ook meer geweld voorkomt, maar zou ook kunnen betekenen dat er sneller en beter gemeld wordt door familie, netwerk en professionals. Veilig Thuis Twente (VTT) was niet ingericht op deze forse toename en er ontstond een wachtlijst. Om dit op te lossen is er ingezet op de personeelsformatie en een onderzoek gestart. Dit heeft geresulteerd in het aanpassen van interne werkprocessen bij VTT en een verbetering in de samenwerking met andere samenwerkingspartners op het gebied van huiselijk geweld en kindermishandeling. Hierbij valt te denken aan partners zoals de consulenten van de gemeente, politie en het Zorg- en Veiligheidshuis. In nauwe samenwerking tussen VTT en gemeente zijn er afspraken gemaakt over taak- en rolverdeling. Dit is vastgelegd in de zogenoemde producten en diensten catalogus. Hierdoor weet iedereen die een rol heeft in de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling beter wat zij wanneer moeten doen. Verder is de extra personeelsformatie structureel geworden.

Sinds december 2020 is er geen sprake meer van een wachtlijst en kan VTT weer binnen de wettelijke termijn (en vaak sneller) nieuwe meldingen en verzoeken om advies oppakken. Dit heeft voor onze gemeente geleidt tot een efficiënte samenwerking tussen de consulenten van de gemeente en VTT. Hierdoor kunnen onze inwoners die te maken krijgen met deze vormen van geweld, sneller en beter worden geholpen.

 

Van ambitie naar basis

Stimuleringsfonds sociaal domein

Begin 2020 bedraagt de stand van het stimuleringsfonds sociaal domein € 221.000. Begin 2020 heeft een terugbetaling van een subsidie-uitkering uit 2017 plaatsgevonden. In 2020 is ca. € 10.000 toegekend, hiermee zijn de volgende initiatieven ondersteund:

  • VAST: Bijdrage voor het opstarten van bewegingsactiviteiten voor mensen met een beperking bij De Vlaskoel.
  • Obstacle parcours Albergen: De realisatie van een obstacle parcours bij de ijsbaan in Albergen.
  • Mooi leven huis Tubbergen: Bijdrage voor het organiseren van bijeenkomsten om te onderzoeken of het realiseren van een Mooi leven huis in de gemeente Tubbergen mogelijk is.
  • Fun Klup: Bijdrage voor het tweewekelijks organiseren van activiteiten voor jongeren met (licht) verstandelijke handicap in de gemeente Tubbergen.

 

Integrale aanpak ggz tussen wet- en regelgeving

De Wet Verplichte ggz (Wvggz) is een bevoegdheid van de Burgemeester. Voor 2020 viel deze bevoegdheid onder de wet BOPZ. Daarmee konden mensen gedwongen worden opgenomen in geval van ernstig en acute verwardheid. Deze wet BOPZ is veranderd en ten dele ondergebracht in de Wvggz voor acute, psychiatrische en verslavingsproblematiek. Men krijg dan een crisismaatregel opgelegd. Voor verwardheid door o.a. dementie is er de wet Zorg en Dwang, die verloopt echter niet via de bevoegdheid van de burgemeester.

 

De invoering van de Wvggz is regionaal gecoördineerd en lokaal succesvol ingevoerd. Onderdeel van de nieuwe wet is het uitvoeren van hoorplicht. De hoorplicht houdt in dat een betrokken cliënt voor wie een mogelijke crisismaatregel (gedwongen opname ggz) wordt opgelegd, het recht heeft gehoord te worden door de burgemeester over de bejegening en afhandeling. Er bestond de mogelijkheid voor de burgemeester om deze rol elders te beleggen (dus niet door de burgemeester zelf). Inmiddels hebben alle Twentse burgemeesters daarvoor gekozen. Het ‘horen’ wordt uitgevoerd door het regionale meldpunt verward gedrag dat door de 14 gemeenten gezamenlijk is ingesteld en bij de GGD Twente is ondergebracht.

 

Voor Tubbergen is tot op heden geen gebruik gemaakt van het ‘horen’.

 

Denkrichtingen / ombuigingen

Uitvoeringsplan sociaal domein

De oplopende opbrengsten van het interventieplan sociaal domein zijn verwerkt in het herziene meerjarige saldo. Deze opbrengsten lopen op van een bedrag van € 94.000 in 2019 naar een structureel bedrag van € 545.000 in 2022. Het behalen van deze opbrengsten is een stevige opgave vandaar dat we bij het benoemen van aanvullende denkrichtingen het sociaal domein in eerste instantie buiten beschouwing hebben gelaten. 

 

Nieuw beleid

Er is geen nieuw beleid uit de begroting 2020 met betrekking tot dit programma.

Gevolgen corona

Zoals in de inleiding is aangegeven heeft het jaar 2020 voor een groot deel in het teken gestaan van corona. In deze inleiding is ook het integrale financiële overzicht betreffende corona opgenomen. Hier is voor gekozen omdat de financiële gevolgen van de coronacrisis op meerdere plekken in deze jaarverantwoording naar voren komen waardoor het totale beeld ontbreekt.

 

Taakstelling inburgering statushouders

De coronacrisis had als gevolg dat er een achterstand werd opgelopen in het huisvesten van gekoppelde statushouders. Dit is echter in de tweede helft van het jaar ingehaald. Ook zijn de inburgeringscursussen zoveel mogelijk digitaal weer gestart.  De taakstelling is daarmee gehaald voor 2020 en dit is bevestigd door de provinciaal toezichthouder.

 

Participatiewet
De bijstandsaanvragen nemen toe en zullen ook verder gaan toenemen als gevolg van een noodpakket waarin personeel eenvoudiger ontslagen mag/kan worden en door het wegvallen van functies in bepaalde sectoren zoals horeca, evenementen, theaters etc.. Het zal ook meer problematisch worden om deze mensen aan de slag te krijgen. Doordat er meer inwoners op bijstandsniveau komen te zitten, is de verwachting dat ook door meer inwoners mogelijk een beroep zal worden gedaan op schuldhulpverlening en het minimabeleid.

 

Tozo-regelingen

De Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandige ondernemers (Tozo) is een van de maatregelen van het kabinet om ondernemers te ondersteunen tijdens de coronacrisis. Ondersteuning kan worden aangevraagd in de vorm van een aanvullende uitkering voor levensonderhoud en/of een lening voor bedrijfskapitaal. De inkomensondersteuning voor levensonderhoud hoeft later niet terugbetaald te worden, tenzij ondernemers weer inkomsten hebben boven het sociaal minimum. De gemeente Tubbergen heeft een specifieke uitkering ontvangen van het Rijk voor de uitvoering van de Tozo-regelingen. De uitvoering is belegd bij het Regionaal Orgaan Zelfstandigen (ROZ).

 

Eenzaamheid

Inwoners, zowel ouderen als cliënten, hebben minder sociale contacten dan normaal en hierdoor dreigt eenzaamheid.  Allerlei activiteiten voor senioren zijn geannuleerd als gevolg van de maatregelen. Cliënten hebben voor een periode geen (of veel minder) gebruik kunnen of willen maken van hun ondersteuning. Denk hierbij aan dagbesteding, individuele ondersteuning, de inzet van de huishoudelijke ondersteuning, alleen gebruik kunnen maken van collectief vervoer voor noodzakelijke ritten. Dit kan zowel een een korte- als langetermijneffect hebben op het onderhouden van de sociale contacten. Als er sprake is van minder sociale contacten, kan dit leiden tot een sociaal isolement waarin eenzaamheid naar de voorgrond treedt. 

 

Mantelzorgers

Een van de maatregelen van het kabinet in de bestrijding van het coronavirus is het beperken van bezoek aan ouderen en kwetsbare mensen. Een begrijpelijk advies, maar juist nú zijn mantelzorgers voor ouderen en kwetsbaren extra belangrijk. Het beperken van bezoek is voor mantelzorgers dan ook niet realistisch. Op hun schouders rust in deze tijd een zwaardere taak. Er bestaat een mogelijkheid dat mantelzorgers het niet langer volhouden en uitvallen. Dit kan betekenen dat extra ondersteuning vanuit Wij in de Buurt ingezet moet worden of dat de ondersteuning die normaal gesproken door mantelzorgers wordt geboden, nu door een professional moet worden uitgevoerd. Dit heeft als mogelijk gevolg, extra meldingen voor een indicatie op grond van de Wmo.

 

Zorgcontinuïteit
Aanbieders van Jeugdhulp en Wmo kunnen (een deel van) de reguliere ondersteuning niet leveren, waardoor de zorgcontinuïteit in gevaar kan komen. Voor de meest kwetsbare inwoners kan dit op korte termijn problemen opleveren, de structuur is weg, behandeling wordt niet doorgezet of de begeleiding wordt niet geboden. Dit kan tot gevolg hebben dan mantelzorgers of andere naasten overbelast raken. Op de lange termijn kan dit betekenen dat er meer inzet van zorgaanbieders vereist is, om de opgelopen ‘schade’ te herstellen of te stabiliseren. Ook zijn er mogelijk consequenties op de lange termijn. Tot 1 juli konden aanbieders een beroep doen op een zogenoemde continuïteitsbijdrage, waardoor zij niet in liquiditeitsproblemen raakten. 

 

Huishoudelijke ondersteuning

De aanbieders van huishoudelijke ondersteuning kunnen een belangrijk deel van de zorg nog steeds leveren. Echter zijn er cliënten die zelf afspraken afzeggen omdat zij bijvoorbeeld tot de kwetsbare doelgroep behoren. Circa 10 tot 15% van de cliënten heeft op enig moment geen huishoudelijke ondersteuning gehad van een HO-aanbieder. Tot 1 juli konden aanbieders een beroep doen op een zogenoemde continuïteitsbijdrage, waardoor zij niet in liquiditeitsproblemen raakten. 

 

Vervoer

De vervoersstromen hebben geruime tijd zo goed als stilgelegen. Er heeft een enkele taxirit plaatsgevonden. Als gevolg van het zoveel mogelijk naleven van de 1,5 meter afstand tijdens de vervoersbeweging (regiotaxi, dagbestedingsvervoer en leerlingenvervoer boven de 12 jaar) kunnen per bus/taxi minder inwoners tegelijkertijd vervoerd worden (40%). Tot 1 juli kon de vervoerder een beroep doen op een zogenoemde continuïteitsbijdrage, waardoor zij niet in liquiditeitsproblemen raakten. 

 

Beschermd Wonen

De nieuwe wetgeving om te decentraliseren naar de individuele gemeenten is met een jaar uitgesteld en gaat pas 2023 in werking. Afspraak is met de huidige centrumgemeente Almelo de lopende afspraken door te laten gaan op de oude  voet.

 

Gevolgen gespannen thuissituaties en onveilige situaties

Huiselijk geweld en kindermishandeling zijn de meest omvangrijke geweldproblemen in Nederland. Deze complexe problematiek speelt zich in alle lagen van de bevolking af, veelal in onzichtbaarheid door schaamte en loyaliteit. In de aantallen hebben we te maken met een ‘dark number’, oftewel; we kennen de cijfers in onze gemeenten, maar het daadwerkelijke aantal mensen die te maken krijgt met deze vormen van geweld ligt vermoedelijk hoger.

 

Kinderen konden/kunnen langere tijd niet naar school en ouders moeten zoveel mogelijk vanuit huis werken. De combinatie thuisonderwijs, thuis werken en eventuele al aanwezige spanningen kunnen uit de hand lopen. Dit hoeft zich niet direct te uiten, maar kan ook een na-ijleffect hebben. Dit kan leiden tot een toenemende mate aan meldingen bij Veilig Thuis Twente en uiteindelijk bij de consulenten van de gemeenten. Mogelijk leidt dit ook tot extra inzet van Wmo en/of jeugdhulp met daarmee gepaarde kosten.

 

De onzekere tijd door corona is een voedingsbodem voor huiselijk geweld en kindermishandeling. Men zit elkaar de hele dag op de lip, kinderen kunnen hun energie niet kwijt, er ontstaan mogelijk financiële problemen door verlies van inkomsten, mantelzorgers raken overbelast en meer alcoholgebruik; het leidt allemaal tot een grotere kans op geweld, met name tegen vrouwen en kinderen. Mensen kunnen zich hieraan niet onttrekken omdat veilige plekken en uitlaatkleppen zoals werk, school, dagbesteding en sportclub gemist worden. Op dit moment is er (nog) geen toename zichtbaar in het aantal meldingen van huiselijk geweld en kindermishandeling. Experts schatten in dat dit nog kan gaan komen. Meldingen nemen mogelijk toe en komen later binnen bij Team Ondersteuning en Zorg, politie en Veilig Thuis Twente. Met landelijke en regionale campagnes roepen we de samenleving op en wijzen we op eigen verantwoordelijkheid om anderen te helpen waar huiselijk geweld wordt vermoed.

 

Regionale samenwerking

In deze periode is de meerwaarde van regionale samenwerking duidelijk geworden. Vanuit de Veiligheidsregio is goede sturing gegeven aan de uitvoering met betrekking tot de virusuitbraak. Er zijn wellicht gemeenten die met dezelfde materie worstelen. Daar waar lokaal wellicht de focus verandert op de ambities, is het raadzaam om ook meer inzet te leveren naar regionale projecten/initiatieven die de veertien regiogemeenten, Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp Twente (OZJT)/Samen14 en de "coalition of the willing" gezamenlijk aan consequenties willen aanpakken. Daarnaast vraagt een snel opschaling in de regio om veelvuldig oefenen en voorbereiden op een volgende virusuitbraak in de (nabije) toekomst in samenwerking met de Veiligheidsregio Twente.

 

Publieke Gezondheid

Corona heeft een zware wissel getrokken op de GGD Twente. Veel medewerkers zijn uit het reguliere proces gehaald ten behoeve van de coronacrisis. Ze zijn ingezet voor alle vragen, testen en verdere consequenties. Het rijksvaccinatieprogramma (inentingen van kinderen) heeft weliswaar doorgang gevonden maar de inzet van de jeugdgezondheidszorg is beperkt gebleven. De consequenties moeten in beeld gebracht worden. Dit geldt ook voor de financiële consequenties (voor de veertien gemeenten).

Aangenomen moties en amendementen

Moties

Voortgang Soweco

In de raadsvergadering van 17 juni 2019 is de motie voortgang Soweco unaniem aangenomen. Middels deze motie verzoekt de raad het college om op grond van de argumenten in de motie en de gegeven overwegingen vanuit het college samen met de overige gemeenten, de directie, RVC en OR te zoeken naar een duurzame oplossing, waarbij de toekomst en de baangarantie voor de doelgroepen vanuit de Participatiewet wordt gegarandeerd en zoveel mogelijk gebruik te maken van de sociale en fysieke infrastructuur van Soweco.

Stand van zaken: De motie is in behandeling.
Momenteel wordt uitvoering gegeven aan het project Transformatie uitvoering Participatiewet voor beide gemeenten van Noaberkracht. Daarin wordt ook de businesscase omtrent Soweco meegenomen. Er wordt gewerkt aan een alternatief uitvoeringsvoorstel. In de interne projectgroep (NK) wordt gewerkt aan het inrichtingsplan voor beide gemeenten. Met betrekking tot de Nieuwe UitvoeringsOrganisatie (NUO) worden in augustus een aantal workshops georganiseerd. Hierin brainstormen beleid, management en uitvoering van afdelingen sociale zaken en Soweco samen over de gewenste vorm van samenwerking en uitvoering. Met de uitkomsten hiervan kan de kwartiermaker NUO aan de slag om een inrichtingsplan te maken voor deze nieuwe organisatie. De NUO is de organisatie die voor 5 gemeenten (incl Dinkelland en Tubbergen) beschut werken, terugvalfaciliteit, werkgeverstaken en wellicht detachering zal uitvoeren. Het interne inrichtingsplan wacht de uitkomst van de workshops af om de inzichten daarvan mee te nemen.
Door middel van deze workshops geven we uitvoering aan de wens van de raad om de kennis en expertise van de uitvoeringsorganisaties (sociale zaken en Soweco) te betrekken bij de planvorming.

 

Voorzieningen in het sociaal domein

In de raadsvergadering van 11 november 2019 is de motie Voorzieningen in het sociaal domein aangenomen. Middels deze motie draagt de raad het college op:

  • Een interventie in het Uitvoeringsplan Sociaal Domein op te nemen, ter voorkoming van (het voortbestaan van) onnodige, overbodige en overmatige voorzieningen;
  • De raad in de P&C-cyclus te informeren over de effecten van interventies.

Stand van zaken: De motie is uitgevoerd. 

De moties zijn te raadplegen via de volgende link: Moties 2019

 

Inkoopmodel zorgaanbieders

In de raadsvergadering van 10 november 2020 is de motie Inkoopmodel zorgaanbieders unaniem aangenomen. Middels deze motie draagt de raad het college op:

  • Onderzoek te doen naar het model dat Almelo en Hof van Twente hanteren, met als oogmerk inzichtelijk te maken welke effecten (waaronder kosten en baten) invoering daarvan voor Tubbergen zou hebben;
  • De resultaten van het onderzoek met de raad te delen.

Stand van zaken: De motie is in behandeling.

De motie is te raadplegen via de volgende link: Moties 2020

Beleidsindicatoren

De effecten van ons lokale beleid worden toegelicht aan de hand van een vaste set (verplichte) beleidsindicatoren.

Indicator

2018

2019

2020

Banen (per 1.000 inwoners van 15-64 jaar)

675,7

685,5

nnb

Jongeren met een delict voor de rechter (percentage 12 t/m 21 jaar)

0,0

0,0

nnb

Kinderen in uitkeringsgezin (percentage tot 18 jaar)

2,0

2,0

nnb

Werkloze jongeren (16 t/m 22 jaar als werkzoekend ingeschreven)

1,0

0,0

nnb

Netto arbeidsparticipatie (percentage werkzame beroepsbevolking  t.o.v. beroepsbevolking)

71,7

73,1

nnb

Personen met een bijstandsuitkering (aantal per 10.000 inwoners 18+)

108,8

101,7

nnb

Lopende re-integratievoorzieningen (aantal per 10.000 inwoners van 15-64 jaar)

116,6

109,0

nnb

Jongeren met jeugdhulp (percentage van alle jongeren tot 18 jaar)

5,6

6,4

6,3

Jongeren met jeugdbescherming (percentage van alle jongeren tot 18 jaar)

1,3

1,1

1,3

Jongeren met jeugdreclassering (percentage van alle jongeren van 12 t/m 23 jaar)

Niet bekend

Niet bekend

Niet bekend

Clienten met een maatwerkarrangement WMO (aantal per 10.000 inwoners)

590

620

600

Bron: https://noaberkracht.incijfers.nl/dashboard/sociaal-domein - Deze cijfers worden periodiek geactualiseerd. Voor de meest actuele cijfers raadpleeg de website. Een vergelijking met landelijke cijfers is ook te vinden op deze website.

Overzicht baten en lasten

Raming begrotingsjaar voor wijziging Raming begrotingsjaar na wijziging Realisatie begrotingsjaar Verschil realisatie versus begr. na wijz.
(Bedragen x € 1.000)
Baten 2.940 6.904 4.912 -1.991
Lasten 17.405 21.934 19.807 2.128
Gerealiseerde totaal saldo van baten en lasten -14.465 -15.031 -14.894 136
Onttrekkingen aan reserves 0 48 25 -23
Toevoegingen aan reserves 0 0 0 0
Gerealiseerde totaal resultaat van baten en lasten -14.465 -14.983 -14.869 114

Hieronder wordt op hoofdlijnen aangegeven hoe de verschillen tussen de gerealiseerde bedragen en de begrote bedragen na wijziging zijn ontstaan.

 

Beleid en uitvoering Samenkracht en burgerparticipatie (nadeel € 45.000)

De resterende besparingsopdracht van € 46.000 van het uitvoeringsplan sociaal domein zorgt voor een nadeel van € 46.000. Dit is echter geen werkelijk nadeel, omdat het nadeel hier verrekend kan worden met het voordeel op jeugdzorg. Wat betreft het uitvoeringsplan en de besparingsopdracht, heeft corona heeft een nadelig effect gehad omdat projecten zijn vertraagd of anders zijn uitgevoerd. Daarentegen werpt de POH GGZ jeugd zijn vruchten af. Zowel uit de monitoringsgegevens bijgehouden door de POH GGZ jeugd als uit de analyse van de jeugdzorg cijfers blijkt dat het aantal nieuwe indicaties afgegeven door de huisarts is gedaald, de waarde van de nieuwe indicaties is gedaald en de verzilveringsgraad omhoog is gegaan. Dit betekent dat de afgegeven verplichting met betrekking tot nieuwe indicaties is gedaald en de indicaties die zijn afgegeven beter aansluiten op de behoefte van de inwoner.

 

Plan van aanpak toegankelijkheid gehandicapten(voordeel € 25.000)

Een voordeel van € 25.000 met betrekking tot het budget plan van aanpak toegankelijkheid gehandicapten. Dit budget is in 2020 niet besteed omdat het project inclusie vanwege corona is uitgesteld. De reden van de uitstel is enerzijds de prioritering binnen het uitvoeringsplan sociaal domein en anderzijds omdat dit project een samenwerking behelsd met de samenleving. Ook zij hebben in de corona tijd andere prioriteiten gesteld. Onder andere het schouwen door vrijwilligers heeft vertraging opgelopen en is uitgesteld tot januari 2021. Echter de doelstelling van het project, namelijk ‘drempels’ wegnemen zodat ook mensen met een beperking zo goed mogelijk kunnen deelnemen aan de samenleving blijft overeind. Om die reden is het voorstel om de beschikbare middelen over te hevelen naar 2021.

 

Bijstandsuitkeringen (nadeel € 78.000)

Als gemeente ontvangen we een gebundelde uitkering (BUIG) van het Rijk voor het bekostigen van de uitkeringen in het kader van de Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (levensonderhoud startende ondernemers) en voor de inzet van loonkostensubsidie. Loonkostensubsidie wordt verstrekt voor inwoners met een garantiebaan, WIW’ers (Wet Inschakeling Werkzoekenden) en inwoners met een indicatie nieuw beschut werken.

Zie onderstaande tabel voor een specificatie van de begrote en werkelijke uitgaven en inkomsten in 2020:

(bedragen x €1.000) Begroot Werkelijk Verschil
Uitgaven      
Uitkeringen Participatiewet, IOAW en IOAZ 1.904 1.912 -8
Bijstand startende en gevestigde ondernemers 20 33 -13
Loonkostensubsidies garantiebanen 259 309 -50
Loonkostensubsidies nieuw beschut 76 76 0
Loonkostensubsidies WIW 39 48 -9
Incidentele last mutatie debiteuren 0 0 0
Totaal uitgaven

2.298

2.378 -80
Inkomsten      
Gebundelde uitkering 2.253 2.253 0
Inleenvergoeding WIW 4 4 0
Rente & aflossing bijstand 5 6 1
Totaal inkomsten 2.262 2.263 1
       
Saldo gebundelde uitkering 36 115 -78

Het nadeel van € 78.000 bestaat uit verschillende componenten:

  1. De raming voor de bijstandsuitkeringen Participatiewet, IOAW en IOAZ is gebaseerd op gemiddeld 136 cliënten met een uitkeringslast van ca. € 14.000. Het werkelijke gemiddelde uitkeringsaantal is 130 met een uitkeringslast van ca. € 14.700 per uitkering per jaar. Dit veroorzaakt een nadeel van € 8.000, bestaande uit een prijsverschil van € 87.000 nadelig en een hoeveelheidsverschil van € 78.000 voordelig. De verwachte instroom als gevolg van de coronacrisis is in 2020 niet terug te zien in de werkelijke aantallen uitkeringsgerechtigden.
  2. De bijstand die is verleend aan startende en gevestigde ondernemers is € 13.000 hoger dan begroot (nadeel).
  3. De loonkostensubsidies garantiebanen zijn geraamd op € 259.000, de werkelijke verstrekkingen zijn € 309.000. Dit betekent een nadeel van € 50.000. Dit nadeel wordt veroorzaakt doordat er in 2020 meer inwoners zijn geweest waarvoor aan de werkgever loonkostensubsidie is verstrekt (29 in 2020 ten opzichte van 23 in 2019). Daarnaast is de gemiddelde verstrekking op jaarbasis per inwoner hoger dan in 2020, dit bedrag is afhankelijk van de loonwaarde van de inwoner en de duur van het arbeidscontract.
  4. De loonkostensubsidies WIW’ers zijn € 9.000 hoger dan begroot.

Zie hieronder het verloop van het aantal bijstandsuitkeringen in de periode 2017 t/m 2020.

 

Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) (voordeel € 110.000) 

De Bbz regeling is een open-eind regeling. Ondernemers in (tijdelijke) financiële problemen of ondernemers die noodzakelijke investeringen moeten doen, kunnen in aanmerking komen voor een bedrijfskrediet of een inkomensaanvulling via deze regeling. Het voordeel op de Bbz bestaat uit meerdere onderdelen:

  1. Er zijn in 2020 geen uitgaven geweest met betrekking tot bedrijfskredieten, daardoor ontstaat een (incidenteel) voordeel van € 50.000. Dit heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met het feit dat ondernemers aanspraak hebben gemaakt op de Tozo-regelingen en niet op de reguliere regeling m.b.t. bedrijfskrediet.
  2. Een incidenteel voordeel van € 60.000 als gevolg van enerzijds rente en aflossing op kredieten verstrekt voor 2020 en anderzijds de mutatie van het debiteurensaldo per 31-12-2020 en de actualisatie van de voorziening dubieuze debiteuren.

 

Hulpmiddelen (nadeel € 25.000)

Met ingang van 2019 zijn we voor een gedeelte van de hulpmiddelen overgegaan naar een huurconstructie met twee leveranciers. Dit geldt voor rolstoelvoorzieningen, vervoersvoorzieningen en woonvoorzieningen. Eenvoudige woonvoorzieningen (o.a. drempelhulpen), trapliften en woningaanpassingen worden in eigendom verstrekt.

In totaal is een bedrag van € 899.000 geraamd voor de uitgaven met betrekking tot hulpmiddelen in 2020, bestaande uit:

  • Een bedrag van € 498.000 voor de voorzieningen in de huurconstructie, en
  • Een bedrag van € 427.000 voor voorzieningen in eigendom (o.a. trapliften, woningaanpassingen, woonvoorzieningen, onderhoud en reparatie).

Een specificatie van de uitgaven in 2020, uitgesplitst naar huur en eigendom:

Hulpmiddelen (bedragen x €1.000) Huur Eigendom Totaal
Rolstoelvoorzieningen 215 3 218
Vervoersvoorzieningen 213 31 244
Woonvoorzieningen 70 35 105
Trapliften 0 55 55
Woningaanpassingen 0 303 303
Totaal werkelijke uitgaven 498 427 925
Begroot 477 422 899
Verschil -21 -5 -26

De overschrijding op hulpmiddelen van € 25.000 kent een tweetal oorzaken:

  1. De lasten zijn € 26.000 hoger dan geraamd, waarvan € 21.000 betrekking heeft op de huurconstructie en € 5.000 op de verstrekkingen in eigendom. Met betrekking tot de huurconstructie zijn met name de uitgaven op woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen hoger dan begroot. Met betrekking tot de verstrekkingen in eigendom zijn er diverse oorzaken, namelijk:
    a. lagere uitgaven op trapliften;
    b. hogere uitgaven op vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen.
  2. De baten zijn € 1.000 lager dan geraamd. Deze (incidentele) baten hebben betrekking op de overname van de hulpmiddelen door de huurleveranciers.

 

Beleid en uitvoering Maatwerkdienstverlening 18+ (voordeel € 213.000)

Het voordeel op de post Beleid en uitvoering Maatwerkdienstverlening 18+ heeft twee oorzaken:

  1. Incidentele baten a € 193.000: Dit betreft een uitbetaling uit de bestemmingsreserve Beschermd Wonen/Maatschappelijk Opvang van centrumgemeente Almelo. De rijksbijdrage die Almelo als centrumgemeente ontvangt wordt ingezet voor het realiseren van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang voor de gehele sub regio. Er zijn afspraken gemaakt over de maximale hoogte van de bestemmingsreserve van de sub regio Almelo. Het overschot vloeit terug naar de individuele gemeenten. Deze incidentele bate heeft betrekking op het jaar 2019.
  2. Daarnaast zijn er een aantal kleine verschillen die samen een voordeel van € 20.000 opleveren, namelijk het aandeel kosten Noaberkracht, de uitvoeringskosten OZJT en het budget met betrekking tot de Adviesraad Sociaal Domein Tubbergen.

 

Huishoudelijke ondersteuning (voordeel € 55.000)

De huishoudelijke ondersteuning bestaat uit zes modules: basismodule, extra hygiëne, was verzorging, maaltijdverzorging, regie en zorg voor minderjarige kinderen. In totaal is een bedrag begroot van € 1.826.000. De werkelijke kosten in het jaar 2020 zijn € 1.771.000 (t.o.v. € 1.627.000 in 2019), dit betekent een voordelig verschil van € 55.000.

Voor 2020 zijn we uitgegaan van een gemiddeld aantal unieke cliënten van 588. Het verloop van het aantal unieke cliënten is in 2020 als volgt geweest:

Peildatum 1/1/2020 31/3/2020 30/6/2020 30/9/2020 31/12/2020
Aantal unieke cliënten 570 591 591 596 600

Het gemiddeld aantal indicaties is gedurende 2020 590 (2019: 545) geweest.

Huishoudelijke ondersteuning Werkelijke kosten 2020 (bedragen x €1.000)
Basismodule 1.551
Extra hygiëne 80
Was verzorging 51
Maaltijd verzorging 8
Regie 72
Zorg voor minderjarig kinderen 3
Continuïteitsbijdrage i.v.m. corona 5
Totaal 1.771

 

Het voordeel op huishoudelijke ondersteuning heeft verschillende oorzaken:

  • Het aantal cliënten is 2 meer dan begroot, dit zorgt voor een nadeel van ca. € 6.000.
  • De gemiddelde hoogte van de indicatie is op de basismodule lager dan begroot, dit zorgt voor een voordeel van ca. € 16.000.
  • De subsidie met betrekking tot de algemene was- en strijkvoorziening is € 9.000 lager dan begroot.
  • De gemiddelde verzilvering is iets lager dan begroot, dit zorgt voor een voordeel van ca. € 32.000, dit heeft hoogstwaarschijnlijk te maken met de corona periode. We verwachten dat de corona periode het grootste effect heeft gehad op de lagere verzilvering.

 

Eigen bijdrage/abonnementstarief Wmo (nadeel € 91.000)

Cliënten zijn voor het gebruik van Wmo voorzieningen een eigen bijdrage verschuldigd (het abonnementstarief Wmo). Deze bijdrage wordt geïnd door het CAK.

De raming van de inkomsten vanuit het abonnementstarief Wmo voor 2020 was € 130.000, de werkelijke inkomsten in het boekjaar 2020 zijn € 39.000. Dit betekent een nadelig verschil van € 91.000.

Dit heeft als oorzaak dat in 2019 er door het CAK een nieuw ICT-systeem in gebruik genomen voor het abonnementstarief in 2020. Belangrijk doel bij de invoering is dat gemeenten en cliënten zo min mogelijk last ervaren bij de overgang. Juist vanuit dit perspectief is de beslissing genomen. Het CAK willen kunnen garanderen dat de gemeente geen problemen ervaart als de initiële aanlevering niet goed verloopt. Daarnaast vindt het CAK het belangrijk dat de invoering voor cliënten geruisloos verloopt. Met het oog daarop heeft het CAK een implementatie pad geadviseerd dat uitgaat van het geleidelijk aansluiten van gemeenten, in plaats van een volledige overgang in een korte periode in januari. Daarop is besloten om de initiële aanlevering van eigen bijdrage-berichten Wmo door gemeenten aan het CAK uit te stellen en een geleidelijke overgang naar de ingebruikname van de nieuwe ICT-systemen te laten plaatsvinden. Voor onze gemeente kon deze initiële aanlevering pas in het vierde kwartaal van 2020 plaatsvinden. Dit heeft als gevolg dat cliënten de eerste facturen in het vierde kwartaal hebben ontvangen en dat zij in 2021 nog steeds facturen ontvangen en moeten betalen over 2020. De gemeente heeft daar geen invloed op.

Uitgangspunt bij de verantwoording van de opbrengsten CAK is in de basis het kasstelsel. Vertragingen bij het CAK en daardoor lagere opbrengsten in 2020 onderstrepen het belang om voor 2020 dit stelstel toe te passen en geen geschatte opbrengst te verantwoorden en een ‘nog te ontvangen post’ op te nemen op basis van onzekere schattingen, waarvan de afdracht aan de gemeente ook nog onzeker is. Bovendien kan het CAK wel opleggen, maar het is nog niet zeker dat het ook kan worden geïnd. Als de opbrengsten nu toch worden genomen, is er een risico dat de opbrengst te hoog is omdat een deel nooit binnenkomt en wordt afgedragen door het CAK (aldus Commissie BBV).

Daarnaast is er in verband met Corona, door Minister De Jonge van VWS besloten om voor de maanden maart en april 2020, collectief geen eigen bijdrage te innen. Dit geldt voor alle nagenoeg alle Wmo-cliënten. Dit hebben we reeds meegenomen in het tweede programmajournaal 2020.

 

Wmo ondersteuning individueel (nadeel € 97.000)

Voor individuele ondersteuning (voorheen: Ondersteuning Zelfstandig Leven) is een bedrag begroot van €635.000, gebaseerd op gemiddeld 103 indicaties met een gemiddelde indicatie van 3,2 uur per week.

Het verloop van het aantal indicaties is in 2020 als volgt geweest, met een gemiddelde van 109 indicaties:

Peildatum 1/1/2020 31/3/2020 30/6/2020 30/9/2020 31/12/2020
Aantal indicaties 104 102 108 113 120

 

De werkelijke kosten in 2020 zijn € 732.000 (t.o.v. € 628.000 in 2019) en kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Ondersteuning individueel Werkelijke kosten (bedragen x €1.000)
Ondersteuning 1 individueel 350
Ondersteuning 2 individueel 382
Totaal 732

 

Ten opzichte van de begroting betekent dit een nadelig verschil van € 97.000. Dit nadelige verschil bestaat uit een voordeel op ondersteuning 1 individueel van € 28.000 en een nadeel op ondersteuning 2 individueel van € 125.000.

Uit de analyse blijkt dat onderliggende oorzaken het verschil verklaren:

  • Het gemiddelde aantal indicaties is 6 hoger dan begroot, met name op ondersteuning 2. Dit levert een nadeel op van ca. € 39.000.
  • De gemiddelde hoogte van de indicatie is voor ondersteuning 1 lager dan begroot (3,0 uur per week in plaats van 3,2 uur per week). De gemiddelde hoogte van de indicatie voor ondersteuning 2 is hoger dan begroot (4,0 uur per week in plaats van 3,2 uur per week). Dit zorgt per saldo voor een nadeel van ca. € 48.000.
  • De verzilvering is licht hoger dan verwacht. Hierdoor ontstaat een voordelig verschil van € 10.000.

 

Wmo ondersteuning groep (€ 145.000 nadeel)

Voor groepsondersteuning (voorheen: Ondersteuning Maatschappelijke Deelname) is een bedrag begroot van € 694.000, gebaseerd op gemiddeld 112 indicaties met een gemiddelde indicatie van 3,6 dagdelen per week.

Het verloop van het aantal indicaties is in 2020 als volgt geweest, met een gemiddelde van 117 indicaties:

Peildatum 1/1/2020 31/3/2020 30/6/2020 30/9/2020 31/12/2020
Aantal indicaties 116 113 118 121 119

 

De werkelijke kosten in 2020 zijn € 839.000 (t.o.v. € 769.000 in 2019) en kunnen als volgt gespecificeerd worden:

Ondersteuning groep Werkelijke kosten (bedragen x €1.000)
Ondersteuning 1 groep 598
Ondersteuning 2 groep 133
Continuïteitsbijdrage Wmo incl. meerkosten 108
Totaal 839

 

Ten opzichte van de begroting betekent dit een nadelig verschil van € 145.000. Dit nadelige verschil bestaat uit een nadeel op ondersteuning 1 van € 33.000 en een nadeel op ondersteuning 2 groep van € 4.000. Deze nadelen moeten verrekend worden met de betaalde continuïteitsbijdrage van € 85.000 aan Wmo aanbieders ten tijde van de coronacrisis in de periode maart 2020 tot en met juni 2020 en met een bedrag aan meerkosten van € 23.000. Op basis van de omzet van de aanbieders in 2019, vergeleken met de eerste perioden 2020, is per aanbieder bepaald welke bijdrage zij ontvangen van de gemeente Tubbergen als continuïteitsbijdrage. Dit heeft voor de Wmo met name betrekking gehad op zorgaanbieders die genoodzaakt zijn geweest om hun dagbestedingsvoorziening te sluiten. Om deze reden wordt de continuïteitsbijdrage meegenomen onder ondersteuning groep, er zal echter ook een gedeelte betrekking kunnen hebben op individuele ondersteuning die geen doorgang heeft kunnen vinden. Daarnaast hebben de zorgaanbieders een aanvraag ten behoeve van de compensatie van meerkosten als gevolg van corona kunnen indienen. Deze aanvragen zijn regionaal beoordeeld en op basis van omzetpercentages verdeeld naar de individuele gemeenten. Het bedrag voor de gemeente Tubbergen blijft binnen de ontvangen rijksmiddelen hiervoor. Gezien deze extra ontvangen rijksmiddelen zijn opgenomen onder de algemene middelen (programma bestuur & middelen) en de werkelijke kosten worden verantwoord in het sociaal domein, lijkt hiermee een nadeel te ontstaan op Wmo ondersteuning groep. Dit betreft echter geen werkelijk nadeel voor de gemeente Tubbergen.

Uit de analyse blijkt dat onderliggende oorzaken het verschil verklaren:

  • Het gemiddelde aantal indicaties groepsondersteuning is 5 hoger dan begroot, met name op ondersteuning 1. Dit zorgt voor een nadeel van ca. € 37.000.
  • De gemiddelde hoogte van de indicatie is voor ondersteuning 1A en 2A en 2B groep hoger dan begroot (gem. 4,4 dagdelen per week in plaats van 3,6 dagdelen per week). Dit zorgt per saldo voor een nadeel van ca. € 151.000.
  • De verzilvering is lager dan verwacht. Hierdoor ontstaat een voordelig verschil van € 66.000. Deze lagere verzilvering kan meerdere oorzaken hebben, namelijk de corona periode, ziekte, ziekenhuisbezoek en overgang naar de Wlz gedurende het jaar.
  • Meerkosten zorgaanbieders ten bedrage van € 23.000.

 

Jeugdzorg (voordeel € 170.000)

In totaal is een bedrag begroot van € 3.984.000, de werkelijke kosten in 2020 zijn € 3.814.000 (2019: € 3.869.000) en zijn als volgt te specificeren:

Jeugdzorg 2020 Werkelijke kosten (bedragen x €1.000)
Zorgconsumptie in 2020 3.510
Continuïteitsbijdrage Jeugd incl. meerkosten 154
Bijdrage Regio Twente 2020 134
Nog te betalen 2020, bestaande uit: 1

1. Verrekening voorschot subsidies beschikbaarheidsvoorzieningen en maatregelhulp (o.b.v. werkelijk gebruik)

2. Nog te verwachten declaraties in 2021 met betrekking tot 2020 (o.b.v. productieverantwoording maart 2021)

             -106                                 

 

107                                 

Prognose zorgconsumptie 2020 3.776
Afrekening eerdere jaren  

Nog te betalen 2019, bestaande uit:

184
1. Verrekening voorschot subsidies 2019 44                                
2. Declaraties in 2020 met betrekking tot 2019 (o.b.v. productieverantwoording maart 2020) 140                              
Betaald in 2020 over eerdere jaren 199
Saldo afrekening 2019 (nadeel) 15
   
Saldo werkelijke lasten 2020 3.814

Toelichting op verschil begroting en jaarrekening

Het verschil van € 170.000 wordt veroorzaakt door:

  1. De afrekening met betrekking tot eerdere jaren is in 2020 een nadeel van € 15.000, waar rekening was gehouden met €40.000. Ten opzichte van de begroting betekent dit een voordeel van € 25.000.
  2. De kosten met betrekking tot beschikbaarheidsvoorzieningen en maatregelhulp zijn € 124.000 lager dan begroot.
  3. Meerkosten zorgaanbieders ten bedrage van € 23.000. Het bedrag voor de gemeente Tubbergen blijft binnen de ontvangen rijksmiddelen hiervoor. Gezien deze extra ontvangen rijksmiddelen zijn opgenomen onder de algemene middelen (programma bestuur & middelen) en de werkelijke kosten worden verantwoord in het sociaal domein, lijkt hiermee een groter nadeel te ontstaan op Jeugd. Dit betreft echter geen werkelijk nadeel voor de gemeente Tubbergen.
  4. Het resterende verschil van € 45.000 heeft betrekking op de zorgconsumptie in 2020. Dit wordt veroorzaakt doordat er sprake is van de individuele begeleidingsvormen en individuele vak therapeutische inzet en anderzijds een toename met betrekking jeugd ggz behandelingen.

 

Mutaties reserves

Het verschil op de mutaties van de reserves  betreft voornamelijk  een lagere onttrekking voor actieplan arbeidsmarkt 2.0 van € 23.000. 

Een gedetailleerde toelichting op de verschillen tussen gerealiseerde bedragen en begrote bedragen na wijziging is te vinden in de Jaarrekening 2020 onder "Toelichting en analyse op de baten en lasten".