8. Paragrafen

Lokale heffingen

Lokale heffingen

Op grond van artikel 9, tweede lid van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ bevat zowel de begroting als de jaarrekening tenminste een paragraaf over de lokale heffingen. Deze paragraaf bevat t volgens artikel 10 tenminste de volgende vijf sub-paragrafen:

  • Een overzicht van de geraamde inkomsten;
  • Het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
  • Een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt:

a. hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd, dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden;

b. wat de beleidsuitgangspunten zijn, die ten grondslag liggen aan deze berekeningen;

c. hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;

  • Een aanduiding van de lokale lastendruk;
  • Een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

 

In de begroting wordt een uitgebreide beschrijving van en toelichting op de verschillende lokale heffingen gegeven. Dit, omdat bij de vaststelling van de begroting besluiten worden genomen over de gewenste belastingontvangsten en – in aansluiting daarop – daarbij de tariefstructuur en –hoogte wordt bepaald. In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de wijze waarop de belastingontvangsten zijn gerealiseerd en in hoeverre daarbij afwijkingen zijn ontstaan ten opzichte van de begroting.

Bestaand beleid ten aanzien van de lokale heffingen

De belastingenstructuur en de tarieven van de gemeentelijke belastingen zijn voor het belastingjaar 2020 als volgt vastgesteld:

  1. De ozb-tarieven zijn zodanig aangepast dat voor 2020 de gewenste meeropbrengst (exclusief areaaluitbreiding) ten opzichte van 2019 zou kunnen worden gerealiseerd. Er is voor 2020 rekening gehouden met een meeropbrengst van 3,6% (1,6% inflatiecorrectie plus 2% autonome stijging):
  2. De tarieven afvalstoffenheffing zijn gebaseerd op een basistarief vermeerderd met een bedrag per lediging van de restafvalcontainer (grijs) respectievelijk per aanbieding aan de verzamelcontainer. De tarieven van de afvalstoffenheffing zijn voor 2020 t.o.v. 2019 niet verhoogd;
  3. De tarieven van de rioolheffingen voor het belastingjaar 2020 zijn ten opzichte van 2019 niet verhoogd;
  4. De tarieven leges en rechten zijn afgestemd op de lasten ter zake en kostendekkend.

Onroerendezaakbelasting (ozb)

Onder de naam ‘onroerendezaakbelastingen’ worden van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

  • Een gebruikersbelasting van degene die – naar omstandigheden beoordeeld – een onroerende zaak die niet in hoofdzaak als woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt en
  • Een eigenarenbelasting van degene die van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

 

De gebruikersbelasting wordt uitsluitend geheven over niet-woningen, terwijl de eigenarenbelasting wordt geheven van zowel woningen als niet-woningen.

 

De tarieven worden jaarlijks (opnieuw) bepaald aan de hand van twee factoren, te weten:

    1. De waardeontwikkeling van het WOZ-bestand in de gemeente en
    2. De gewenste ozb-opbrengst in het begrotingsjaar. 

 

Opbrengsten onroerende zaakbelastingen ( (bedragen x € 1.000)

2019

2020

Raming ozb

4.001

4.195

Werkelijke opbrengst ozb

3.964

4.175

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

-/- 37

20

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

-/-12

-/-12

Afvalstoffenheffing

Deze heffing heeft als uitgangspunt, dat de kosten voor 100% worden gedekt door de heffing. Naast een basistarief per huishouden betaalt de gebruiker een capaciteitsafhankelijk tarief per lediging restafval voor het gebruik van een verzamelcontainer, een 140-liter container of een 240-liter container. Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. De opbrengst is bestemd voor de kostendekking van de afvalinzameling en -verwerking. 

 

Berekening kostendekkende afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000)

Begroting  2020

Werkelijk 2020

Kosten taakveld(en)

1.094

1.318

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

300

346

Netto kosten taakveld

794

 972

Toe te rekenen kosten

794

972

Overhead incl. (omslag)rente

71

72

Btw

230

230

Totale kosten

1.095

1.274 

Opbrengst afvalstoffenheffing

1.000

1.021 

Dekkingspercentage*

   92,2%

80,2

*Als het dekkingspercentage hoger is dan 100% worden de overtollige middelen aan de voorziening gedoteerd

Tarieven en opbrengst afvalstoffenheffing (in €)

2019

2020

Basistarief (vast recht)

80,00

80,00

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 240 liter

10,60

10,60

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 140 liter

6,50

6,50

1 lediging bij de verzamelcontainer via een chipkaart

0,85

0,85

Opbrengsten afvalstoffenheffing (basistarief + ledigingen) (bedragen x € 1.000)

 2019

2020 

Raming opbrengst basistarief (vast recht)

653

655

Werkelijk opbrengst basistarief

649

653

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming basistarief

-/-4

-/-2

 

 

 

Raming opbrengst ledigingen restafval:

286

345

Werkelijke opbrengst ledigingen restafval

344

368

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming ledigingen

58

23

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

-/-3

-/-3

 

 

 

Aantal ledigingen bij de verzamelcontainer via een chipkaart*

17.153

19.376

Aantal ledigingen restafvalcontainer (grijs) 140 liter*

9.176

8.780

Aantal ledigingen restafvalcontainer (grijs) 240 liter*

26.095

28.309

* Gegevens verstrekt door ROVA

 

 

De opbrengst van het aantal ledigingen is voor 2020 geraamd op een bedrag van € 345.000. De werkelijke opbrengst voor 2020 is € 23.000 hoger. Oorzaak hiervan is de toename van het aantal ledigingen van zowel de verzamelcontainers als de restafvalcontainers. Dit leidt ook tot een hogere afdracht voor 2020 aan ROVA.

 

Voorziening afvalstoffenheffing  

Deze voorziening wordt ingezet om een gelijkmatige ontwikkeling van de afvalstoffenheffing te waarborgen. De  stand van deze voorziening afval  bedraagt per 31 december 2020 € 349.000.

Rioolheffingen

De eigenaar en gebruiker van een perceel van waaruit regenwater en/of afvalwater direct of indirect wordt afgevoerd via de gemeentelijke riolering is belastingplichtig voor de rioolheffing. Voor de rioolheffing geldt eveneens als algemeen uitgangspunt dat 100% van de kosten worden gedekt. De tarieven zijn gebaseerd op de geraamde kosten, zoals die zijn opgenomen in het gemeentelijk rioleringsplan. 

 

Tubbergen heft zowel van de eigenaar als van de gebruiker van objecten, die direct of indirect zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering. De eigenaar betaalt een vast bedrag per perceel; het tarief voor de gebruiker is gebaseerd op het waterverbruik. Incidentele over- en onderdekking wordt verrekend met een egalisatievoorziening om sterke tarieffluctuaties op te kunnen vangen. De tarieven voor het belastingjaar 2020 zijn niet verhoogd ten opzichte van 2019. 

 

Berekening kostendekkende rioolheffing (bedragen x  €1.000)

     Begroting 2020

Werkelijk 2020

Kosten taakveld(en)

1.328

1.294

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

 0

0

Netto kosten taakveld

1.328

1.294 

Toe te rekenen kosten

1.328

1.294

Overhead incl. (omslag)rente

221

216

Btw

254

254

Totale kosten

1.803

1.764 

Opbrengst rioolheffing

1.972

1.991

Dekkingspercentage*

109,0%

112,9%

*Als het dekkingspercentage hoger is dan 100% worden de overtollige middelen aan de voorziening gedoteerd

Tarieven rioolheffingen (in €)

2019

2020

Rioolheffing eigenaar

189,30

189,30

Rioolheffing eigenaar (uitsluitend hemel-/grondwater)

61,80

61,80

Rioolheffing gebruiker (tot 300 m³)

74,50

74,50

Opbrengsten rioolheffingen  (bedragen x  €1.000)

2019

2020

Raming rioolheffing eigenaren

1.971

1.994

Werkelijke opbrengst rioolheffing 

1.972

1.991

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

1

-/-3

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

-/-6

-/-3

De reserve GRP bedraagt € 1.500.000. De bestaande voorziening gekoppeld aan het huidige GRP bedraagt per 31 december 2020 € 1.261.000.

Reclamebelasting

De reclamebelasting wordt geheven van degene die de openbare aankondiging heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie de openbare aankondiging is aangebracht. Deze reclamebelasting betreft een afgebakend gebied in het centrum van Tubbergen.

 

Met de opbrengst van deze belasting wordt het ‘Ondernemingsfonds Tubbergen’ gevoed en op deze wijze komt de opbrengst weer op indirecte wijze ten goede aan de ondernemers.

Tarieven reclamebelasting (in €)

2019

2020

Vast bedrag 1e vestiging

600

600

Vast bedrag 2e vestiging en per volgende vestiging elk

500

500

Opbrengst reclamebelasting  (bedragen x  €1.000)

2019

2020

Raming opbrengst reclamebelasting

52

51

Werkelijke opbrengst reclamebelasting

52

50

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

0

-/-1

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

0

0

Toeristenbelasting

Deze belasting wordt geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen, die niet in de gemeentelijke ‘Basisregistratie personen’ zijn opgenomen. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. De belasting vindt plaats op basis van aangifte.

 

De aangiftes worden jaarlijks steekproefsgewijs gecontroleerd. Niet alleen om de aangiftes op juistheid en volledigheid te controleren, maar ook om de exploitanten, daar waar nodig, te adviseren bij een doelmatiger opzet van de administratie, zodat het invullen van de aangifte toeristenbelasting correct, eenvoudig en snel kan geschieden. De tarieven zijn al een aantal jaren niet gewijzigd.

 

Tarieven toeristenbelasting  (prijs per persoon per nacht in €)

2019

2020

Tarief per persoon per overnachting

1,05

1,05

Tarief in eigen onderkomen op camping

0,70

0,70

Opbrengst toeristenbelasting (bedragen x  €1.000)

2019

2020

Raming toeristenbelasting 

190

195

Werkelijke opbrengst toeristenbelasting

213

 196

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

23

 1

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

0

0

 

Toelichting toeristenbelasting 2020

De aanslagen toeristenbelasting kunnen pas na afloop van het belastingjaar worden opgelegd, omdat deze gebaseerd worden op het aantal overnachtingen in het belastingjaar (= kalenderjaar). Dit betekent, dat bij het opmaken van de jaarrekening een schatting moet worden gemaakt van de opbrengst. Deze schatting wordt doorgaans gebaseerd op het meest recente kohier, rekening houdend met eventueel gewijzigde omstandigheden. De planning is om de aanslagen toeristenbelasting 2020 eind september 2021 te versturen.

Forensenbelasting

Deze belasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerd woning beschikbaar te houden. De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel.

Tarieven forensenbelasting (in €)

2019

2020

Forensenbelasting ‘gehuurde grond’

105

105

Forensenbelasting op eigen grond

286

286

Opbrengst forensenbelasting  (bedragen x  €1.000)

 2019

 2020

Raming opbrengst forensenbelasting

52

51

Werkelijke opbrengst forensenbelasting

52

49

Verschil werkelijke opbrengst en raming

0 -/-2

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

-/-1 -/-1

Lokale lastendruk

Om een indruk te geven van de lastendruk ontwikkeling als gevolg van aanvaard beleid worden hierna de gevolgen voor een huishouding zonder of met een eigen woning weergegeven. Deze vergelijking is gebaseerd op de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Bij de berekening van de lokale woonlasten is uitgegaan van een gemiddelde woningwaarde van € 269.000 in 2019 respectievelijk € 285.000 in 2020, conform de uitgangspunten van de Waarderingskamer

 

De ontwikkeling van de lokale lastendruk in de gemeente Tubbergen is als volgt:

Geen eigen woning* (in €)

2019

2020

verschil

Verschil in %

Rioolheffing (tot 300 m³ waterverbruik)

74,50

74,50

0,00

0,0 %

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

80,00

42,40

80,00

42,40

0,00

0,00

0,0 %

0,0 %

Totaal

196,90

196,90

0,00

 0,0 %

 

Eigen woning (Gemiddelde woningwaarde: € 285.000*) (bedragen in €)

2019

2020

Verschil

In %

Ozb*

296,00

308,00

12,00

 3,9%

Rioolheffing (tot 300 m³ waterverbruik):

a. rioolheffing eigenaar

b. rioolheffing gebruiker

 

189,30

74,50

 

189,30

74,50

 

0,0

0,0

 

 0,0%

  0,0%

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

80,00

42,40

80,00

42,40

0,0

0,0

  0,0%

 0,0%

Totaal

682,20

694,20

12,00

2,6%

 

Kwijtscheldingsbeleid

Kwijtschelding is een van de wijzen waarop een schuld teniet gaat. Kenmerk van kwijtschelding is, dat het gaat om belastingschuldigen die niet in staat zijn anders dan met buitengewoon bezwaar de belasting te betalen. Op grond van artikel 255 van de Gemeentewet bestaat de mogelijkheid om belastingplichtigen, die een inkomen en een vermogen beneden bepaalde minimumnormen hebben, kwijtschelding te verlenen van hun belastingschuld.

 

Gemeenten beschikken hierin over een zekere mate van beleidsvrijheid. Gemeenten mogen ook zelf bepalen welke belastingsoorten in aanmerking komen voor kwijtschelding.

Tubbergen past kwijtschelding toe voor de volgende heffingen:

  • Afvalstoffenheffing: het basistarief
  • Rioolheffing en
  • Onroerendezaakbelastingen.

 

Aantal kwijtscheldingsverzoeken

 2019

 2020

Aanvragen: volledige afwijzing

32

26

Aanvragen: gedeeltelijke toewijzing

 0

0

Aanvragen:  volledige toewijzing

137 124

Totaal

159

150

 

 

 

Kwijtscheldingsbedragen  (bedragen x  €1.000)

2019

2020

Raming kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen

15

22

Werkelijke kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen

20

22

Verschil tussen werkelijke kwijtschelding en raming

-/-5 0

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Risicobeheersing en weerstandsvermogen

Op 15 december 2020 is door de raad de Kadernota Integraal Risicomanagement en Weerstandsvermogen 2020 vastgesteld. Risicomanagement omvat alles wat we doen om risico’s, kansen en onzekerheden in beeld te brengen en te beheersen. Risicomanagement moet onze organisatie in staat stellen doelstellingen optimaal te realiseren. Dit impliceert prioriteiten stellen en sommige risico’s bewust accepteren. Daartoe is het noodzakelijk gedetailleerd inzicht te hebben in alle risico’s die samenhangen met alle gemeentelijke activiteiten en processen. De uitdaging is om binnen de organisatie het risicomanagement niet alleen onbewust onderdeel van ons werkproces te laten zijn maar risico’s en kansen en de wijze waarop we daarmee om willen gaan juist ook expliciet en transparant te betrekken bij de realisatie van onze doelen als ook bij bestuurlijke besluitvorming Hierbij is een voortdurende balans tussen de systeemwereld en de leefwereld van groot belang. Hierin is de belangrijkste uitdaging binnen de organisatie dat we deze twee werelden samenbrengen in wat gemeenten doen, hoe zij dat doen en hoe ze hierin omgaan met de samenleving en de kracht van de samenleving en de inwoners benutten. Kortom: Nevenheid waar het kan, overheid waar het moet. Integraal risicomanagement kan hierin bijdragen door het in balans brengen/houden van deze twee werelden en daardoor een verbetering te bewerkstelligen in geprofessionaliseerde sturing en een verbeterde borging en bestendiging van de organisatie te creëren. Met deze kadernota zetten we een belangrijke stap in het versterken van risicomanagement, met als doel het bewust en verantwoord omgaan met risico’s door een open en transparante manier van samenwerken.

 

Integraal risicomanagement is de nieuwe manier van denken over risico’s, kansen en onzekerheden. Het doel van deze integrale aanpak is het vergroten van het risicobewustzijn van organisatie en bestuur, zodat een goede en verantwoorde balans ontstaat tussen risico’s nemen en risico’s beheersen. Het continu organiseren van aandacht voor en het gesprek over risico’s vormt de basis van deze aanpak. Door regelmatig het gesprek te voeren - zowel op ambtelijk als bestuurlijk niveau - over (strategische) risico’s, ontstaat een gezamenlijk beeld. Niet door te zenden, te vertellen en voor te lichten, maar door te delen, te bespreken en de dialoog aan te gaan. De risicodialoog is een open gesprek met als doel het gezamenlijk bepalen van een constructieve risico-aanpak. Het gesprek en de communicatie over risico’s is een essentieel onderdeel van integraal risicomanagement. Transparantie is hierbij het uitgangspunt.

 

Risico's kunnen financiële consequenties met zich meebrengen. De financiële gevolgen van de risico's worden periodiek tijdens de P&C-cyclus inzichtelijk gemaakt in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing. Naast financiële consequenties worden dan ook de impact van imagoschade en de impact op de realisatie van onze organisatiedoelstellingen gewogen.

 

Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen:

  1. Een inventarisatie van de risico’s (risicoprofiel);
  2. Benodigde weerstandscapaciteit;
  3. Beschikbare weerstandscapaciteit;
  4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit.

Risicoprofiel en weerstandscapaciteit

Risicoprofiel

In onderstaande tabel worden de tien risico’s gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. 

Risico Kans Maximaal Effect
Aanpak implementatie decentralisatie 50 1.000.000 9,76
Algemene uitkering: Als gevolg van minder uitgaven door het Rijk bestaat de kans dat de omvang van het gemeentefonds naar beneden wordt bijgesteld met als gevolg dat de hoogte van de algemene uitkering voor de gemeenten lager is dan op grond van eerdere circulaires mocht worden aangenomen. Dit betekent een tegenvaller voor de gemeenten. 70 500.000 6,84
Als gevolg van onjuist en onzorgvuldig handelen van medewerkers en/of systemen bestaat de kans op het weglekken of het onjuist/ongewild verspreiden van informatie aan onbevoegde partijen/individuen ( Noaberkracht werken / privacy en informatiebeveiliging), waardoor en een boete of aansprakelijkstelling volt vanuit AP. 30 810.000 4,79
Als gevolg van het verliezen van bezwaar- en beroepsprocedures inzake ruimtelijke  (bestemmings)plannen bestaat de kans op overschrijden van termijnen en budgetten waardoor de gemeente extra kosten moet maken. 40 500.000 3,96
CORONA - Inkomsten: inbaarheid van gemeentelijke belastingen retributies,  WOZ, drinkwater, riool, toeristen & forensen belasting. 70 250.000 3,49
CORONA - Hogere uitgaven volksgezondheid en open einde regelingen i.r.t. WMO, jeugdzorg; specifiek acute zorg aan huis eenzamen. 70 250.000 3,46
CORONA - Minder inkomsten: door uitstel betaaltermijnen/faillissementen een toename debiteuren. 70 250.000 3,46
CORONA - Uitvoering noodregeling bijstand ZZP-ers 70 250.000 3,45
Stijgende loonkosten (t.o.v. huidige cao) 50 250.000 2,98
Verhoogde vraag naar voorzieningen (Participatiewet) 90 150.000 2,66
Doeluitkeringen/Subsidieverstrekkingen (Opzet): Het risico dat subsidievoorwaarden niet worden nageleefd en/of subsidies  onrechtmatig  worden gedeclareerd. 50 250.000 2,48

 

Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd (Monte Carlo). Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 3,36 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit).

 

Beschikbare weerstandscapaciteit 

Beschikbare  weerstandscapaciteit (x  €1.000)

Weerstand

Capaciteit

 

2020

Algemene reserve

5.646.000

Totale weerstandscapaciteit

5.646.000

 

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

 Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

 

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

 

Ratio weerstandsvermogen

 

=

beschikbare weerstandscapaciteit

 

=

€ 5.646.000

 

=

 

1,68

benodigde weerstandscapaciteit

€ 3.360.000

 

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.

Weerstandsnorm
Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A > 2.0 uitstekend
B 1.4 - 2.0 ruim voldoende
C 1.0 - 1.4 voldoende
D 0.8 - 1.0 matig
E 0.6 - 0.8 onvoldoende
F < 0.6 ruim onvoldoende

Het ratio valt dan in klasse B. Dit duidt op een ruim voldoende weerstandsvermogen. De confrontatie  met de door de gemeenteraad vastgestelde ratio van 1,5 en de gevolgen daarvan betrekken we bij het opstellen van de perspectiefnota 2022 (inclusief eerste programmajournaal 2021). De benodigde weerstandscapaciteit is iets hoger dan bij de jaarrekening 2019 door de toevoeging van de risico's als gevolg van corona.

Kengetallen

Om de financiële positie van de gemeente in beeld te brengen, stelt de gemeente Tubbergen jaarlijks een balans en een overzicht van de exploitatie in baten en lasten op. Maar voor een goed oordeel over deze financiële positie zijn aanvullende kengetallen nodig. Deze kengetallen bieden ondersteuning bij de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. Bovendien kan met deze kengetallen de gemeente Tubbergen goed worden vergeleken met andere gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien met andere kengetallen.

 

We onderscheiden 5 kengetallen:

1a. netto schuldquote

1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

2. solvabiliteitsratio

3. grondexploitatie

4. structurele exploitatieruimte

5. belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden

 

1a. Netto schuldquote

Dit kengetal zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. Hoe hoger de schuld, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie.

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Jaarrekening 2020

A

Vaste schulden

5.967 4.608 4.609

B

Netto vlottende schuld

5.456 4.306 3.282

C

Overlopende passiva

1.663 1.299 4.982

D

Financiële activa

2.569 1.679 2.475

E

Uitzettingen < 1 jaar

11.667 12.387 9.323

F

Liquide middelen

229 235 168

G

Overlopende activa

349 359 2.148

H

Totale baten

45.589 42.123 48.581

 

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

-3,8 -10,6 -2,6

 

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Zie netto schuldquote, maar dan gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden.

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Jaarrekening 2020

A

Vaste schulden

5.967 4.608 4.609

B

Netto vlottende schuld

5.456 4.306 3.282

C

Overlopende passiva

1.663 1.299 4.982

D

Financiële activa

850 758 866

E

Uitzettingen < 1 jaar

11.667 12.387 9.323

F

Liquide middelen

229 235 168

G

Overlopende activa

349 359 2.148

H

Totale baten

45.589 42.123 48.581

 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

0,0 -8,4 0,8

 

2. Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hieronder wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger het aandeel, hoe gezonder de gemeente.

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Jaarrekening 2020

A

Eigen vermogen

25.683 16.884 25.817

B

Balanstotaal

43.119 50.063 43.133

 

Solvabiliteit (A/B) x 100%

59,6 33,6 59,9

 

3. Grondexploitatie

Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

 

 

(bedragen x 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Jaarrekening 2020

A

Niet in exploitatie genomen bouwgronden

0 0 0

B

Bouwgronden in exploitatie

-618 -659 -394

C

Totale baten

45.589 42.123 48.581

 

Grondexploitatie (A+B)/C x 100%

-1,4 -1,6 -0,8

 

4. Structurele exploitatieruimte

Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Jaarrekening 2020

A

Totale structurele lasten

41.103 41.688 46.227

B

Totale structurele baten

43.718 41.140 47.372

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

0 0 0

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

0 93 5

E

Totale baten

45.589 42.123 48.581

 

Structurele exploitatieruimte (B-A)+(D-C)/E x 100%

5,7 -1,1 2,4

 

5. Belastingcapaciteit

Dit kengetal geeft de ruimte weer die de gemeente Tubbergen heeft om zijn belastingen te verhogen. De ozb is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomst. Een hoog tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan in hoeverre de gemeente al gebruikt heeft moeten maken van deze optie.

 

(bedragen in €)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Jaarrekening 2020

A

Ozb-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

Ozb-lasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde van een woning in de gemeente Tubbergen (uitgangspunt COELO-atlas)

283 326 308

B

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

264 264 264

C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

122 122 122

D

Eventuele heffingskorting

n.v.t. n.v.t. n.v.t.

E

Totale woonlasten (A+B+C+D)

669 712 694

F

Woonlasten landelijk gemiddelde

740 n.n.b. 776

 

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100%

90% n.n.b. 89%

 

Totaal tabel kengetal en uitkomst

Kengetal Uitkomst (%)

Jaarrekening 2019 Begroting 2020 Jaarrekening 2020

Netto schuldquote

-3,8 -10,6 -2,6

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen

0,0 -8,4 0,8

Solvabiliteit

59,6 33,6 59,9

Grondexploitatie

-1,4 -1,6 -0,8

Structurele exploitatieruimte

5,7 -1,1 2,4

Belastingcapaciteit

90% n.n.b. 89%

Onderhoud kapitaalgoederen

Kaders en cijfers

Kaders

Wettelijk

De relevante wettelijke kaders zijn:

  • Gemeentewet: Waarin door de gemeenteraad is vastgelegd welke regels voor de waardering en afschrijving van activa gelden. De in artikel 212 Gemeentewet bedoelde verordening is de ‘Financiële verordening gemeente Tubbergen (2017)’.
  • Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): Op grond van artikel 12 moeten de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in deze paragraaf aan de orde komen.
  • Burgerlijk Wetboek: Waarin opgenomen de gemeentelijke taak als ‘goed wegbeheerder’ om te zorgen dat het gebruik van de weg geen risico oplevert voor de weggebruiker (wettelijke aansprakelijkheid).
  • Wet Milieubeheer: Waaruit de verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Riolerings-plan is voortgekomen.

 

Algemeen financieel

De kosten van het reguliere en ‘groot’ onderhoud van de kapitaalgoederen wegen (inclusief bruggen en duikers), groen en gebouwen zijn in het algemeen gedekt via structurele onderhoudsmiddelen in de begroting. Vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten met betrekking tot de riolering worden gedekt via de rioolheffing. Grotere vervangingsinvesteringen voor kapitaalgoederen, uitgezonderd rioleringen, nemen we in het algemeen als incidentele investeringen op in de begroting. De raad stelt de incidentele vervangingsinvesteringen vast. Voor gebouwen worden de kosten voor het groot onderhoud door de raad beschikbaar gesteld uit de voorziening ‘Planmatig onderhoud gebouwen’.

 

Algemeen technisch/inhoudelijk

Voor het beheer van wegen en groen wordt de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW (de onafhankelijke kennisorganisatie voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid) toegepast. Bij het onderdeel Beleid & beheer gaan we hier nader op in.

 

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2019-2024) zijn de kaders en verplichtingen aangegeven voor riolering en water. In het GRP is vastgelegd hoe we verbeteringsmaatregelen op het rioolsysteem toepassen en hoe we onderhoud uitvoeren. Het GRP is door de raad vastgesteld. Voor het beheer van gebouwen is een MOP (meerjaren onderhoudsprogramma) vastgesteld, waarin de onderhoudsniveaus zijn aangegeven.

 

Kerncijfers

Voor de onderscheiden kapitaalgoederen zijn in de tabel hieronder de kencijfers vermeld:

 

Aspect

Binnen de kom

Buiten de kom

Wegen

Weglengte totaal

90 km

385 km

 

Oppervlakte elementenverharding

57.9 ha

12.2 ha

 

Oppervlakte asfaltverharding

21.4 ha

70.2 ha

 

Oppervlakte betonverharding

1.3 ha

38.3 ha

 

Oppervlakte overige

0.5 ha

53.9 ha

 

Aantal bruggen

3 st

38 st

 

Aantal duikers

12 st

1090 st

Riolering

Gemengde hoofdriolering

70 km.

 

(verbeterd) Gescheiden stelsel hoofdriolering

40 km.

 

Kolken

6.650

 

Pompunits drukriolering buitengebied

424

 

Drukriolering buitengebied

150 km.

 

Rioolgemalen

42

 

Persleidingen

6 km.

 

IT riolen

10 km.

 

Wadi’s

35

 

Bergbezinkbassins

12

 

Externe overstorten

22

 

Interne overstorten, stuwputten, wervelventielen, etc.

16

Groen

Beplantingsoppervlakte (natuurlijk)

7 ha

0.5ha

 

Beplantingsoppervlakte (in cultuur)

8 ha

0.2 ha

 

Oppervlakte gazon

30 ha

1.6 ha

 

Aantal bomen

5.031 st

9.137 st

Gebouwen

Schoolgebouwen

13.796 m²

 

Sportaccommodaties

5.770 m²

 

Maatschappelijk/culturele functies

2.674 m²

 

Monumenten

266 m²

 

Eigen bedrijfsvoering

3.935m²

Beleid en beheer

Algemeen

Het onderhoudsniveau van de openbare ruimte is vastgesteld in het beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Dit plan, dat uitgaat van de systematiek om te werken volgens zogeheten beeldkwaliteit, is door de raad vastgesteld in 2010.

 

Voor het beheer van de wegen en het groen gebruiken we de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW. In de catalogus is met foto’s aangegeven wat de relatie is tussen beeldkwaliteit (foto) en het onderhoudsniveau (A, B, etc.). De raad heeft daarmee vastgesteld op welk niveau de verschillende kapitaalgoederen c.q. delen van de openbare ruimte worden onderhouden. Daarbij is desgewenst voor de onderscheiden gebiedstypen (binnen of buiten de kom; hotspots) per beheergroep/kapitaalgoed het onderhoudsniveau vastgelegd.

 

Hulpmiddel bij het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen zijn de beheersystemen (GBI) en de koppeling die per 1 januari 2016 wordt gemaakt tussen de beheersystemen en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Door het integrale karakter van het systeem is het een sterk instrument voor het opstellen van beleid voor de openbare ruimte. Zo kunnen we optimaal met kosten omgaan.

 

Wat de gebouwen betreft is gemeente Tubbergen in veel gevallen slechts verantwoordelijk voor het groot onderhoud. De verantwoordelijkheden voor het dagelijks, klein en groot onderhoud zijn vastgelegd in huurcontracten of gebruiksovereenkomsten. Voor de schoolgebouwen heeft de TOF (de Tubbergse Onderwijs Federatie) de verantwoordelijkheid over het dagelijks, klein en groot onderhoud. Het dagelijks en klein onderhoud van de gebouwen voor de eigen bedrijfsvoering vallen onder de verantwoordelijkheid van Noaberkracht (gemeenschappelijke regeling).

 

Wegen

Voor het beheer van de wegen gebruiken we de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW en de systematiek Rationeel wegbeheer. Jaarlijks beoordelen we de wegen in kwalitatieve zin met een visuele inspectie. Op basis van de resultaten uit de visuele inspecties, en de gewenste kwaliteitsniveaus worden onderhoudsmaatregelen bepaald.

 

Om onderhoudsmaatregelen te prioriteren zijn de arealen onderverdeeld in structuurelementen. Dat zijn wegvakken met een min of meer vergelijkbare gebruiksfunctie. Als structuurelement zijn gebruikt de categorieën Hoofdweg, Buitengebied, Woongebied, Bedrijventerrein en Centrum. Binnen de categorie buitengebied is onderverdeling gemaakt in klassen Standaard, Fietsroute en Extensief (wegen van laagste orde). Binnen Centra is ook de categorie Hot-Spot onderscheiden.

 

Ook is een onderscheid gemaakt naar de aard van de verharding. Gesloten verhardingen als asfalt of beton vergen een geheel andere wijze van onderhoud dan elementenverhardingen en worden daarom afzonderlijk benaderd. Daarnaast is een onderscheid gemaakt naar verhardingsfunctie (rijbaan, fietspad, voetpad en overige (inritten, parkeervakken etc.). Door gebruik te maken van de genoemde indelingen wordt de mogelijkheid geboden om gedifferentieerd om te gaan met kwaliteit voor de verschillende categorieën.

 

Het kwaliteitsniveau is aangeduid tussen niveau A (goed) en D (slecht). In 2016 hebben we een meerjaren onderhoudsprogramma voor de kapitaalgoederen wegen en kunstwerken vastgesteld. Daarbij is vastgesteld dat we het wegenonderhoud gedifferentieerd gaan uitvoeren op basis van de reeds vermelde functionele indeling van wegen. Daarbij is vastgesteld de hieronder staande kwaliteit te gaan hanteren.

 

Gewenste

kwaliteit

Bedrijventerrein

Buitengebied

Buitengebied

Extensief

Fietspaden/

recreatief

Centra

Hotspot

Hoofdweg

Woongebied

Asfalt

Rijbanen

C

C

C

C

 

 

C

C

Fietspad

 

 

 

C

 

 

C

C

Voetpaden

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige

 

 

 

 

 

 

C

C

Beton

Alle

C

C

C

C

 

 

C

C

Elementen

Rijbanen

C

C

C

C

B

B

C

C

Fietspad

 

 

 

 

 

 

C

 

Voetpaden

C

 

 

C

B

B

C

B

Overige

C

C

C

C

B

 

C

C

 

Kwaliteitsniveau

 

A

B

C

D

Asfalt/beton

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Groot

Zeer groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

Elementen

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Matig

Groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Heel onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

Bij de keuze voor deze kwaliteitsniveaus horen de effecten zoals weergegeven in bovenstaande tabel.

 

Het meerjaren onderhoudsprogramma betreft ook de civiele kunstwerken. We hebben in dat programma vastgelegd dat we voor de bruggen en duikers een beheer- en monitoringsprogramma gaan toepassen voor het gepland onderhoud. Vastgelegd is dat we ook hier het basisniveau “C” gaan hanteren. Op basis van inspecties van de kunstwerken zal een onderhouds- en vervangingsprogramma worden opgesteld. We richten ons daarbij in eerste instantie op monitoring aangezien we op dit moment geen actueel beeld van de kwaliteit hebben. Zodra de resultaten vanuit het inspectie/ en monitorings-programma bekend worden zal indien noodzakelijk de hoogte van dit bedrag opnieuw worden bezien.

 

Openbare verlichting

Het beleidsplan ‘Verlichten openbare ruimte’ is in 2011 opgesteld en hierin zijn de uitgangspunten en keuzes voor het beleid beschreven. Sociale veiligheid en verkeersveiligheid spelen daarbij een rol en ook houden we rekening met milieuaspecten, lichthinder en lichtvervuiling. Bij vervanging toetsen we aan het beleidsplan; dat geldt uiteraard ook voor nieuwe voorzieningen.

 

Het onderhoud van de openbare verlichting is geregeld via een meerjaren onderhoudsbestek met in totaal zeven gemeenten. In totaal worden ca. 3600 lichtpunten onderhouden. Grootschalig onderhoud en vervanging pakken we bij voorkeur planmatig aan als onderdeel van een groter renovatieproject.

 

Energiebesparing en duurzaamheidsdoelstellingen behalen we door vervanging van de huidige verlichting door LED verlichting. LED verlichting is binnen het ideaal doel ‘Bestendigen’ binnen het thema Mobiliteit & Bestendigheid behandeld.

 

Riolering

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2013-2018) zijn de kaders en het beleid vastgelegd voor het onderhoud en vervanging van de riolering, maar ook voor verbeteringsmaatregelen. Jaarlijks inspecteren we de riolering. De kwaliteit van de riolering bepalen we met analyse van video-inspecties, waarbij inspectiecatalogus NEN3399 wordt gebruikt. Kwaliteitskwalificaties lopen uiteen van ‘uitstekend’ tot ‘zeer slecht’. Strengen met de kwalificatie ‘slecht’ en ‘zeer slecht’ komen voor reparatie of vervanging in aanmerking. De keuze van de toe te passen onderhoudsmaatregel is afhankelijk van omgevingsfactoren en de eventuele afstemming met andere werkzaamheden.

 

Naast de periodieke (onderhouds)inspecties monitoren we dagelijks monitoring het rioolsysteem met een hoofdpost. Via online monitoring worden storingen en calamiteiten automatisch gemeld.

 

Groen

De kwaliteit van groenvoorzieningen wordt primair bepaald op basis van beeldkwaliteit. Hiervoor gebruiken we ook de (beeld)kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW, maar dan vooral om vast te leggen volgens welk kwaliteitsniveau we het groen moeten onderhouden. Hiermee is de basis gelegd voor het onderhoudsbestek. Maandelijks monitoren we steekproefsgewijs de kwaliteit van het groenareaal. Bij goed onderhoud van het groenareaal treedt geen kapitaalvernietiging op. Cultuurbeplanting heeft een eindige levensduur en zal dan door middel van cyclisch vervangen weer op peil worden gebracht.

 

Afhankelijk van de locatie zijn minimale beeldkwaliteitsniveaus vastgesteld door de raad. In het algemeen is kwaliteitsniveau C het gewenst niveau. Bij ‘hotspots’ geldt het hogere kwaliteitsniveau A.

 

Voor bomen voeren we naast beeldkwaliteit ook een wettelijke veiligheidsinspectie uit (Visual Tree Assessment). Daarbij bepalen we op grond van het risicoprofiel welke inspectiefrequentie nodig is en welke eventuele onderhoudsmaatregelen nodig zijn.

 

Gebouwen

De directe taak betreft het beheer en (groot) onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. Daar waar het gaat om het energiegebruik en het dagelijks onderhoud is Noaberkracht verantwoordelijk. Het groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is opgenomen in de meerjaren onderhoudsplanning (MOP). De MOP is opgesteld volgens NEN2767 en is gericht op de instandhouding van kwaliteitsniveau 2 en 3 (op een schaal van 1 tot 6).

 

De MOP heeft een inventarisatie-cyclus van 4 jaar en de administratieve actualisatie is elk jaar. Op grond van de hieruit voortvloeiende planning wordt de voorziening voor het groot onderhoud op peil gebracht. Het jaarlijks onderhoud gebeurt waar mogelijk in overleg met de gebruiker/beheerder van het betreffende pand (check op nut en noodzaak).

 

Onderhoudsplannen

Voor de onderscheiden kapitaalgoederen zijn onderhoudsplannen opgesteld, waarin is aangegeven op welk kwaliteitsniveau het kapitaalgoed wordt onderhouden. Goede onderhoudsplannen en de consequente uitvoering ervan zijn noodzakelijk. Door het onderhoud volgens planvorming uit te voeren kunnen we, vooral bij wegen, aansprakelijkheidsstellingen tot een minimum beperken.

 

Afstemming

Jaarlijks stemmen we de onderhoudsplannen voor wegen, riolering en groen op elkaar af. Soms is het mogelijk om het onderhoud in technische en/of financiële zin te combineren. Dat heeft de voorkeur wanneer we daarmee ook de effecten voor de omgeving of de samenleving positief beïnvloeden.

 

Beleidsplannen in ontwikkeling

De beleidsnota onderhoud kapitaalgoederen is wat betreft de arealen wegen en kunstwerken in 2016 vastgesteld. De ontwikkelingen op deze arealen worden permanent gemonitord en waar mogelijk doorvertaald naar het geplande onderhoud.

 

Gebouwen

De ontwikkelingen op het gebouwenareaal worden permanent gevolgd en waar mogelijk doorvertaald op het geplande onderhoud.. Daar waar onduidelijkheden over de toekomstige functie van gebouwen aan de orde zijn, krijgt het onderhoud maatwerk. Sinds 2015 heeft de Tubbergse Onderwijs Federatie (TOF) de verantwoording voor al het onderhoud van de schoolgebouwen.

 

Externe beleidsontwikkelingen die impact hebben op onderhoud

Landelijk wordt gewerkt aan een nieuwe richtlijn voor lokale bruggen, die met de huidige systematiek voor inspectie vaak (onterecht) het stempel ‘einde levensduur’ of ‘afgekeurd’ krijgen. Dat komt omdat lokale bruggen nu vaak beoordeeld worden op grond van normen die voor bruggen op rijkswegen gelden – en die zijn te zwaar voor de lokale omstandigheden. Het initiatief hiertoe is in 2015 gestart en inhoudelijke voorstellen worden in 2016 verwacht. De uitkomsten hiervan zijn ook van belang voor de pilot met het assetmanagement op bruggen.

Kwaliteit en financieel

Kwaliteit

Wegen

In 2020 is onderhoud uitgevoerd aan verschillende wegen in onze gemeente. De werkzaamheden zijn ingepland op basis van de inspectieresultaten. Groot asfalt onderhoud is onder meer uitgevoerd aan Denekamperweg (Vasse), Weitemansweg (Geesteren), L. von Bonninghhausenstraat en Oldenzaalseweg (beide Tubbergen). Daarnaast op meerdere plaatsen kleinschaliger onderhoud uitgevoerd. Onderhoud aan elementenverharding is o.m. uitgevoerd aan Grotestraat Tubbergen (voegwerk) en Kupersweg, Verder vooral aan trottoirs. I.c.m. projecten is gewerkt aan centrumplan Fleringen, Kotmanstraat/Beekstraat (Geesteren) en Weuststraat (Langeveen).

 

Bij de vaststelling van MJOP in 2016 is gekozen om wegenonderhoud uit te voeren op basis van door raad vastgestelde kwaliteitsniveaus. Recent is een analyse uitgevoerd hoe de kwaliteit van de arealen zich heeft ontwikkeld. Hierbij is dezelfde systematiek aangehouden als bij de totstandkoming van het MJOP. Door ingenieursbureau AnteaGroup is op basis van weginspecties van verschillende jaren (2015-2019) de kwaliteit in kaart gebracht. Uit de analyse blijkt dat de gemiddelde kwaliteit zich gedurende die jaren heeft ontwikkeld rond het door raad vastgestelde niveau C (oranje).

Onderstaande grafiek geeft het totaal over alle type verhardingen weer.

Analyse uitgesplitst naar de verschillende soorten wegverharding (asfalt en elementen) geeft een gelijkluidend beeld, waarbij opvalt dat de gemiddelde kwaliteit van elementenverhardingen iets hoger ligt.

Bruggen

Daadwerkelijke vervanging/planmatig groot onderhoud is getemporiseerd in afwachting van nieuwe rekenregels voor draagkrachtberekeningen. Oorspronkelijk werden dezelfde eisen gesteld voor kunstwerken van Rijkswaterstaat als gemeentelijke kunstwerken, terwijl de verkeersintensiteit en belasting anders is. De eisen waren zo streng, dat vooral veel kleinere bruggen en viaducten moesten worden afgekeurd. De definitieve NEN-normen zijn inmiddels gepubliceerd. De resultaten van de inspecties zijn inmiddels gedateerd; we zijn nu gestart met een actualisatie van inspectie op basis van NEN systematiek. Met de resultaten van de inspecties kan worden bezien in hoeverre de gemeentelijke kunstwerken nog voldoen en welke maatregelen noodzakelijk zijn. De verwachting is dat op basis van de nieuwe inspectieresultaten de komende jaren onderhoud noodzakelijk zal zijn.

 

Openbare verlichting

Regulier onderhoud is uitgevoerd aan de openbare verlichting op basis van inspecties en meldingen. Projectmatig is in 2020 gewerkt aan verlichting in onder andere Fleringen en Geesteren (Mensinkkamp).

 

Rioleringen

In 2020 heeft rioolvervanging plaatsgevonden in de Zenderseweg in Albergen in Kotmanstraat/Oude Lutkeberg in Geesteren. Er is ruim twaalf km riolering gereinigd en geïnspecteerd. Als uitvloeisel van de inspecties uit 2029 zijn door wegfresen op diverse plaatsen boomwortels en andere obstakels verwijderd.

 

Het rioolstelsel voldoet aan de basisinspanning zoals die in het GRP is benoemd. Er moeten in samenwerking met het waterschap bij en naar de zuivering van Tubbergen nog enkele grote vervangingsinvesteringen worden uitgevoerd. Deze maatregelen zijn opgenomen in het GRP.

 

Groen

In 2020 is het Kwaliteitsplan Openbaar Groen vastgesteld (KOG). Op basis van dat plan en het daarbij horende uitvoeringsprogramma zal de komende jaren worden gewerkt aan de verbetering van de kwaliteit van het openbaar groen in onze gemeente. In 2020 zijn in kader van het KOG werkzaamheden uitgevoerd in Fleringen (centrumplan),  Albergen (Zenderseweg) en Langeveen (Weuststraat).

Gedurende 2020 is regulier onderhoud uitgevoerd aan he openbaar groen.; dit betreft voornamelijk verzorgend onderhoud en is grotendeels uitgevoerd door Soweco. Door middel van periodieke inspecties (schouwen) wordt steekproefsgewijs de kwaliteit van de geleverde werkzaamheden beoordeeld. In onderstaande grafiek is per functioneel onderdeel (verblijfsgebied, centrum/hotspot en buitengebied) de totaalindruk in beeldkwaliteit weergegeven. De totaalindruk is uitgesplitst naar de onderdelen verzorging, verharding, meubilair en groen. Uit de grafiek is af te lezen dat de door raad vastgestelde beeldkwaliteit wordt bereikt.

 

 

Financieel

Structurele financiële onderhoudsgelden gebruiken we in beginsel voor het reguliere en ‘groot’ onderhoud voor wegen en groen. Onderhouds- en vervangingsinvesteringen voor riolering dekken we uit het rioolfonds. Als gevolg van afstemming van onderhouds- of vervangingsmaatregelen is het mogelijk om structurele onderhoudsgelden aan te vullen met incidentele middelen op grond van investeringen of met middelen uit de rioolheffing. Ook andere interne en externe bronnen van financiering zijn mogelijk, bijvoorbeeld middelen uit de reserves of bijdragen van externe partijen.

 

Wegen

Het regulier onderhoud wordt aangepakt, zoals wordt aangegeven door het meerjaren onderhouds programma, die jaarlijks wordt geactualiseerd. Binnen dit programma wordt eveneens rekening gehouden met een percentage  voor onvoorziene omstandigheden en tegenvallers. De reserve 'wegen en kunstwerken' is bedoeld om planmatig groot onderhoud gelijkmatig over de begrotingsjaren te verdelen.

 

Bruggen

In 2016 hebben we het meerjaren onderhoudsprogramma vastgesteld. Besloten is daarbij tot een nader onderzoek om de kwaliteit van de kunstwerken in kaart te brengen. Vooruitlopend hierop is besloten met ingang van 2017 structureel € 50.000 toe te voegen aan het budget. 

 

Rioleringen

De beschikbare middelen voor de riolering zijn voldoende om het stelsel op niveau te houden. Het streven is te komen tot het ideaalcomplex. Hierbij sparen we voor rioolvervangingen, zodat we deze direct af kunnen schrijven. De kapitaallasten lopen dan niet op. De gedachte hierachter is dat we de financiële gevolgen van de in stand houding van het rioolsysteem niet naar volgende generaties doorschuiven. Dit is vastgelegd in het GRP 2019-2024.

 

Gebouwen

Voor het groot onderhoud van de gebouwen staat de reserve ‘Groot onderhoud gemeentelijke gebouwen’ ter beschikking. Jaarlijks nemen burgemeester en wethouders besluiten over de geplande onderhoudswerkzaamheden en –kosten. In die zin gebruiken ze de meerjaren onderhoudsplanning ook als middel om verantwoording af te leggen over de onderhoudsstaat van de gemeentelijke gebouwen.

Financiering

Financiering

Algemeen

De wet financiering decentrale overheden (fido) bevordert een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. De wet kent een onderscheid tussen regels voor korte financiering (kasgeldlimiet) en regels voor lange financiering (renterisiconorm). Het onderscheid is gelegd bij één jaar.

 

Kasgeldlimiet en korte financiering

De kasgeldlimiet heeft als doel de financiële gevolgen van schommelingen in de rente op korte leningen (< 1 jaar) te beheersen. De limiet is bepaald op 8,5% van de totale begroting.

 

Een kasgeldlimiet van € 3,7 miljoen betekent dat Tubbergen in 2020 tot een bedrag van € 3,7 miljoen met kort geld ( looptijd < 1 jaar) mocht financieren.

Kasgeldlimiet

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2020

 43,2

Vastgesteld percentage

         8,50%

Kasgeldlimiet

3,7

 

Renterisiconorm en lange financiering

De renterisiconorm is een instrument voor de beheersing van het risico van een rentewijziging. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maar 1/5e deel van de totale begroting aan rentegevoeligheid onderhevig zijn.

Renterisiconorm

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2020

43,2

Vastgesteld percentage

       20%

Renterisiconorm

   8,6

Renterisico: herfinanciering + renteherziening

                      1,4

Ruimte

         7,2

 

In 2020 wordt geen renterisico gelopen volgens de renterisiconorm.

 

Leningen

Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de geldleningen in 2020:

Leningen (opgenomen)

(bedragen x €1 mln)

Beginstand per 1 januari 2020

 6,0

Bij:

nieuwe leningen t.b.v. investeringen

                0,0

Af:

reguliere aflossingen

                   1,4

 

vervroegde aflossingen

                    0,0

Eindstand per 31 december 2020

4,6

 

Algemene ontwikkelingen

 Geldleningen

In 2020 hebben geen renteherzieningen plaatsgevonden. De reguliere aflossingen in 2020 zijn € 1,4 miljoen en de rentelasten € 81.000.

 

Rentevisie, liquiditeit en schatkistbankieren

De gemeente Tubbergen heeft gekozen voor spreiding in de financieringsmogelijkheden.  Door een actuele liquiditeitsplanning kan worden ingespeeld op eventuele tekorten of overschotten in de toekomst. Zo wordt door het aantrekken van langlopende geldleningen ingespeeld op eventuele liquiditeitstekorten voor de lange termijn. 

 

Eventuele voorziene tekorten op de korte termijn worden opgevangen door het aantrekken van 1 maands geldleningen. Het 1 maands rentetarief is op dit moment  negatief. Dat betekent dat de gemeente bij het aantrekken van een kasgeldlening met een looptijd van 1 maand rente ontvangt.

 

Eventuele liquiditeitsoverschotten worden als gevolg van schatkistbankieren automatisch afgeroomd naar onze bankrekening bij het Ministerie.

 

EMU Saldo

Het EMU saldo is in grote lijnen het exploitatiesaldo voor bestemming plus de afschrijvingen min de investeringen over een bepaald jaar. Voor 2020 is het EMU-saldo  € 0,3 mln.   

Verbonden partijen

Inleiding

Algemeen

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt. Het aangaan van banden met verbonden derde partijen komt altijd voort uit het publieke belang. Het is een manier om een bepaalde publieke taak uit te voeren.

 

Op 25 februari 2019 heeft uw raad het Beleidskader verbonden partijen 2019 vastgesteld en kennisgenomen van de door ons college vastgestelde Spelregels bestuur en toezicht verbonden partijen. In het beleidskader zijn de volgende punten verder uitgewerkt:

  1. Afwegingskader deelname verbonden partijen
  2. Bestuurlijke rollen (eigenaar en opdrachtgever)
  3. Toezicht op verbonden partijen
  4. Informatievoorziening aan de raad

 

Door het vaststellen van het Beleidskader verbonden partijen 2019 beschikt de gemeente over een afwegingskader voor toekomstige besluitvorming over toe- en uittreden bij verbonden partijen. Daarnaast geeft dit beleidskader aan hoe de gemeente grip op verbonden partijen wil vormgeven en welke rollen de gemeente daarbij heeft.

 

Deze paragraaf is om twee redenen voor u van belang. Op de eerste plaats voeren verbonden partijen vaak beleid uit dat de gemeente in principe zelf ook kan doen. De gemeente blijft de uiteindelijke verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma’s. Er blijft dus voor u nog steeds een kader stellende en controlerende taak over bij die programma’s. De tweede reden betreft de kosten - het budgettaire beslag- en de financiële risico’s die de gemeente met de verbonden partijen kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen.

 

De verbonden partijen waarbij de gemeente Tubbergen betrokken is, ziet u hieronder.

Coöperaties en vennootschappen

Grondbeleid

Grondbeleid

Inleiding
Het jaar 2020 stond in het teken van de corona pandemie. Vooral de grote zorgen om de gezondheidsrisico’s, diverse coronamaatregelen en de gevolgen hiervan voor de economie. Ondanks de gevolgen bleven de grondverkopen op peil. Vooralsnog heeft de coronacrisis nauwelijks gevolgen gehad voor het grondbedrijf.

 

In deze paragraaf treft u de stand van zaken en de voortgang van de verschillende grondexploitaties over het jaar 2020 aan. De belangrijkste ontwikkelingen in 2020 waren:

  1. Verkoop van elf van de tien geprognosticeerde woningbouwkavels
  2. Verkoop van een bedrijfskavel in het plan Lutkeberg; daarmee is het plan financieel afgerekend met de voormalige grondeigenaren.
  3. Vaststelling van een tweetal nieuwe grondcomplexen Hutten 2 (27 woningen) en Peddemors (drie woningen)


Grondbeleid

De Raad heeft op 13 juli 2016 de Nota Grondbeleid vastgesteld:

  • Conform het provinciaal beleid mag Tubbergen bouwen voor lokale (eigen) behoefte en zijn definitieve afspraken gemaakt over een verschuiving van uitbreiding naar inbreiding.
  • In het kader van de prestatieafspraken met de Provincie Overijssel zijn afspraken gemaakt over het aantal woningen dat Tubbergen tot 2026 mag realiseren.
  • Het grondbeleid is ondersteunend aan de behoeftes uit de prestatieafspraken op de terreinen van volkshuisvesting en bedrijventerreinen.

 

Het grondbeleid van de gemeente is een instrument om (ruimtelijke) doelstellingen te bereiken. De nota Grondbeleid is een kader, waarmee sturing wordt gegeven aan de beleidsdoelstellingen volkshuisvesting, ruimtelijke ontwikkeling en economie.



De complexen in 2020

De bouwcapaciteit in de grondcomplexen (aantallen kavels en/of te bouwen woningen) zijn overeenkomstig de woonvisie. De complexen zijn doorgerekend op basis van een geïndexeerde kostenraming bouw- en woonrijp maken van de afdeling Openbare Ruimte. De nog te verkopen bouwkavels zijn doorgerekend met de grondprijzen uit de grondprijsbrief 2021. In het kader van het voorzichtigheidsprincipe zijn de opbrengsten niet geïndexeerd. De winstnemingen zijn tot stand gekomen op basis van de verplichte poc methode uit het Besluit Begroting en Verantwoording (afgekort BBV)

 

Complexen

  1. Binnenveld: het woonrijp maken is in 2020 afgerond. Daarom kan dit complex worden afgesloten.
  2. Hutten: het woonrijp maken is in 2020 afgerond. Daarom kan dit complex worden afgesloten.
  3. Weemselerveld Zuid: de laatste twee kavels zijn in 2020 verkocht, het woonrijp maken wordt in 2021 afgerond.
  4. Weemselerveld 3e fase: de laatste kavel is in 2020 verkocht, het complex kan worden afgesloten.
  5. Dannenkamp: het woonrijp maken is in 2020 afgerond. Daarom kan dit complex in 2020 worden afgesloten.
  6. Steenbrei: de laatste kavel zal naar verwachting in 2021 worden verkocht.
  7. Knooperf: in 2021 zal de laatste grondtransactie met de ontwikkelaar worden afgerond. Het complex kan in 2021 worden afgesloten.
  8. De Scholt: In 2020 zijn zes kavels verkocht, de voorbereiding voor de laatste fase (elf woningen) is in 2020 opgestart.
  9. Bessentuin: In 2020 zijn de laatste twee kavels verkocht.
  10. De Marke: In 2020 is gestart met het woonrijp maken. In 2021 wordt dit afgerond.
  11. Hutten 2: Naar verwachting kan in de loop van 2021 worden gestart met de gronduitgifte (27 woningen).
  12. Peddemors: De bestemmingsplanprocedure (t.b.v. drie seniorenwoningen) is in 2020 opgestart.
  13. Lutkeberg: De laatste kavel is in 2020 verkocht en het plan is conform de samenwerkingsovereenkomst met de voormalige grondeigenaren financieel afgerekend. Daarmee is het complex afgesloten.

 

Resume

In 2020 zijn in totaal elf kavels verkocht waar we op begrotingsbasis uitgingen van tien kavels. De voorraad niet verkochte kavels bedraagt 31 stuks (inclusief Hutten 2 en Peddemors voor in totaal 30 stuks). Ultimo 2020 is een verkoopovereenkomsten gesloten voor de laatste kavel in het plan Steenbrei. Daarnaast verwachten we dat de kavels in Hutten 2 in 2021 en Peddemors vanaf 2023 beschikbaar kunnen komen.

Winstnemingen

Deze worden verplicht bepaald door het toepassen van de "poc-methode". De verhouding tussen de nog te realiseren kosten en de nog te realiseren opbrengsten ten opzichte van het te verwachten eindresultaat is de hoogte van de winstneming. Omdat de te verwachten eindresultaten voorlopige eindresultaten zijn, kunnen deze jaarlijks variëren: dit heeft invloed op de hoogte van de winstneming. Daarom komt het voor dat een enkele winstneming in het voorgaande jaar gecorrigeerd dient te worden. Voor 2020 wordt € 0,68 miljoen winst genomen.

Financiële resultaat

In 2020 is voor een totaalbedrag van € 1,3 miljoen aan inkomsten gerealiseerd. Hier stonden kosten van € 0,98 miljoen (o.a. verwervingen, bouw- en woonrijp maken, plankosten en rente) en een winstneming van € 0,68 miljoen tegenover. Daarmee is de boekwaarde van het grondbedrijf van -€ 0,3 miljoen gestegen naar € 0,05 miljoen.



Risico's

De boekwaardes van de grondexploitaties zijn cumulatief doorgerekend met de kans op een rentestijging van 1%, de stagnatie van grondverkopen voor woningbouwkavels in een periode van twee jaar, een extra kostenstijging bouw- en woonrijp maken van 3% bovenop de reeds gehanteerde kostenstijging voor een periode van drie jaar en de kans op tegenvallers in het bouw- en woonrijp maken. Dit betrekken wij bij de berekening van onze benodigde weerstandscapaciteit in relatie tot het beschikbare weerstandsvermogen. Hiervoor verwijzen wij u naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

 

Verwachtingen

De huidige grondexploitaties zijn behoudend doorgerekend en geactualiseerd. Ondanks de goede marktomstandigheden en positieve vooruitzichten op de woningmarkt mogen tegenvallende verkoopresultaten niet helemaal worden uitgesloten. Mocht zich dit voordoen dan heeft dit gevolgen voor de jaarlijkse winstnemingen; deze kunnen dan aanzienlijk lager uitvallen. Omdat de voorraad woningbouwkavels op korte termijn raakt uitverkocht zullen we de focus blijven leggen op toekomstige gemeentelijke woningbouwlocaties. Hiervoor zal bij de begroting 2022 een meerjarenperspectief worden aangeboden.

Bedrijfsvoering

Beleidsindicatoren

De beleidsindicatoren geven een beeld van de prestaties hoe de besteding van de beschikbare middelen gaat plaatsvinden. In meetbare eenheden zullen de beleidsindicatoren informatie verschaffen over de interne beleidsprestaties maar ook in vergelijking met andere overheden. Onderbouwde keuzes kunnen worden gemaakt om te kunnen bijsturen als de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Naast opname in de begroting worden deze indicatoren digitaal beschikbaar gesteld op de website waarstaatjegemeente.nl.

 

Beleidsindicatoren begroting 2020

Bron:

Vensters voor bedrijfsvoering 2020

 

Peildatum:

Deelname 2020

 

Indicator

Waarde

Eenheid

Financieel

 

 

Omvang formatie

6,70

Aantal fte per 1.000 inwoners.

Omvang bezetting

7,75

Aantal medewerkers per 1.000 inwoners.

Omvang overhead

9,6%

Totale overhead gedeeld door totale lasten.

Apparaatskosten

€ 647

Kosten per inwoner.

Externe inhuur

10,7%

Kosten externe inhuur gedeeld door de totale loonsom plus kosten externe inhuur.

Maatschappelijk

 

 

Afstand tot de arbeidsmarkt

0,5%

Percentage medewerkers met een "afstand tot de arbeidsmarkt".

HRM

 

 

Vrouwen in leidinggevende positie

36%

Aantal vrouwen in leidinggevende positie gedeeld door het totaal aantal leidinggevenden.

Ziekteverzuim

3,4%

De verzuimde dagen gedeeld door het totaal aantal beschikbare dagen keer 100%

Frequentie ziektemeldingen

0,5

Het gaat om het gemiddeld aantal ziektemeldingen per medewerker.

Vergroening (35-)

17%

Aantal medewerkers tot 35 jaar gedeeld door het totaal aantal medewerkers.

Vergrijzing (55+)

35%

Percentage medewerkers van 55 jaar of ouder t.o.v. het totaal aantal medewerkers.

Instroom

9,0%

Ingestroomde medewerkers gedeeld door het aantal medewerkers op 1 januari.

Uitstroom

6,1%

Vertrokken medewerkers gedeeld door het aantal medewerkers op 1 januari.

Interne mobiliteit

4,0%

Aantal medewerkers geplaatst op interne vacatures gedeeld door het aantal medewerkers op 1 januari.

Klant

 

 

Betaaldiscipline

95%

Percentage inkoopfacturen dat binnen wettelijke termijn wordt betaald.

E-facturering

2,9

Deze score is een gemiddelde score op een schaal van 1 tot 4, waarbij 4 staat voor 100% digitale afhandeling van de inkomende facturen.

Huisvesting

 

 

Werkplekindex

1,2

Aantal fte gedeeld door het aantal werkplekken.

Energiekosten

€ 17

Kosten gas, stroom en overig, gedeeld door de beheerde oppervlakte.

ICT

 

 

Beheerde applicaties

204

Het gaat om technisch en/of functioneel beheerde applicaties.

ICT meldingen per klant

6,8

Het aantal ICT meldingen gedeeld door het aantal medewerkers van de organisatie.

Informatieveiligheid

Inleiding

Informatieveiligheid heeft ook in 2020 veel aandacht gehad. Net als alle  gemeenten in Nederland heeft ook onze gemeente zich gecommitteerd aan het implementeren van het uniforme normenkader voor informatiebeveiliging, de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO). 

 

Doelstellingen

De belangrijkste gemeentelijke doelstellingen op het gebied van informatieveiligheid zijn:

  • Wij laten naleving op beleid, normen beheersmaatregelen zien
  • We passen risicomanagement toe om onze activiteiten te prioriteren
  • We beschermen informatie in onze kritische bedrijfsprocessen en informatiesystemen, en zorgen dat de toegang tot deze systemen goed wordt beheerd
  • We voeren maatregelen gestructureerd door, en toetsen de uitvoering hiervan
  • Onze medewerkers zijn bewust van de informatieveiligheidsrisico’s, en handelen daar naar
  • We reageren adequaat op incidenten
  • We voeren regie op uitbestede diensten

 

Succesbepalende factoren in 2020 zijn geweest:

  • Transparante voortgangsinformatie
  • Vergroot bewustzijn medewerkers
  • Vergroot proceseigenaarschap
  • Adequaat actiemanagement
  • Voldoen aan Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO)
  • Veilige bedrijfskritische processen en systemen
  • Verbeterde regie op leveranciers en ketenpartner

 

Er zijn stappen gezet die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen. Deze stappen hebben op organisatorisch niveau plaatsgevonden door het realiseren beleid en processen, maar ook binnen organisatieonderdelen en teams gewerkt aan het doorvoeren van verscheidene beveiligingsmaatregelen.

 

Realisatie

Belangrijke behaalde mijlpalen zijn behaald op het gebied van:

  • Kwaliteitsmanagement (PDCA-cyclus)
  • Beleid en procedures
  • Communicatie
  • Verantwoording ENSIA en accountant
  • Respons op signalen dreigingen uit het netwerk en  van leveranciers
  • Verbetering procesmanagement
  • Bedrijfscontinuïteit
  • 24/7 Monitoring
  • Logging en auditing

 

Op het gebied van de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) zijn de volgende mijlpalen behaald:

  • De informatiebeveiligingsnormen DigiD en Suwinet zijn op basis van de ENSIA systematiek getoetst. Uit dit traject blijkt dat de gemeente in control is.
  • Hetzelfde geldt voor de geselecteerde informatiebeveiligingsnormen van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en de Basisregistratie Ondergrond (BRO).

 

Punten die in 2021 extra aandacht krijgen zijn:

  • Bewustwordingsprogramma
  • Externe toets informatieveiligheid
  • Incidentenprocedure
  • Identiteits- en toegangsmanagement
  • Actief openbaar maken en anonimiseren
  • Risicomanagement
  • Projectenadvies
  • Functioneel beheer

 

Incidenten en datalekken

Het afgelopen jaar is hard gewerkt om incidenten te signaleren en te behandelen. Ook is tijd geïnvesteerd om het proces aan te scherpen en de bekendheid van dit proces met actoren in de organisatie te vergroten. Er hebben zich enkele datalekken voorgedaan. Door snel handelen is het risico voor betrokkenen erg laag gebleven. De incidenten zijn op de juiste wijze afgehandeld en geëvalueerd door de verantwoordelijk medewerkers.