Paragrafen

Lokale heffingen

Lokale heffingen

Op grond van artikel 9, tweede lid van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ bevat zowel de begroting als de jaarrekening tenminste een paragraaf over de lokale heffingen. Deze paragraaf bevat volgens artikel 10 tenminste de volgende vijf sub-paragrafen:

  • een overzicht van de geraamde inkomsten;
  • het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
  • een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt:

a. hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd, dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden;

b. wat de beleidsuitgangspunten zijn, die ten grondslag liggen aan deze berekeningen;

c. hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;

  • een aanduiding van de lokale lastendruk;
  • een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

 

In de begroting wordt  een uitgebreide beschrijving van en toelichting op de verschillende lokale heffingen gegeven. Dit, omdat bij de vaststelling van de begroting besluiten worden genomen  over de gewenste belastingontvangsten en – in aansluiting daarop – daarbij de tariefstructuur en –hoogte wordt bepaald. In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de wijze waarop de belastingontvangsten zijn gerealiseerd en in hoeverre daarbij afwijkingen zijn ontstaan ten opzichte van de begroting.

Overzicht belastingopbrengsten begroting 2021

Soort heffing/belasting (bedragen x € 1.000)

Rekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

Onroerendezaakbelastingen

3.933

4.115

4.277

Afvalstoffenheffing

1.002

1.001

1.097

Rioolheffingen

1.972

1.994

2.002

Toeristenbelasting

213

195

211

Forensenbelasting

51

51

51

Reclamebelasting

49

51

51

Totaal

7.220

7.407

7.689

Bestaand beleid ten aanzien van de lokale heffingen

De belastingenstructuur en de tarieven van de gemeentelijke belastingen zijn voor het belastingjaar 2021 als volgt berekend:

  1. de ozb-tarieven worden zodanig aangepast dat voor 2021 er een meeropbrengst van 2,1%  (exclusief areaaluitbreiding) wordt gerealiseerd.
  2. de tarieven afvalstoffenheffing bestaan uit een basistarief vermeerderd met een capaciteitsafhankelijk tarief per lediging van de restafvalcontainer (grijs) respectievelijk per aanbieding aan de verzamelcontainer;  Het tarief voor vastrecht is verhoogd met €10. De overige tarieven zijn voor 2021 geen van allen gewijzigd;
  3. de tarieven van de rioolheffingen zijn kostendekkend. Voor 2021 worden de tarieven niet verhoogd;
  4. de tarieven voor de reclamebelasting zijn niet gewijzigd;
  5. de tarieven voor de toeristenbelasting zijn niet gewijzigd;
  6. de tarieven voor de forensenbelasting zijn niet gewijzigd en
  7. de legestarieven zijn kostendekkend.

Onroerende-zaakbelasting (OZB)

Onder de naam ‘Onroerendezaakbelastingen’ worden van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

  • een gebruikersbelasting van degene die – naar omstandigheden beoordeeld – een onroerende zaak die niet in hoofdzaak als woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt en
  • een eigenarenbelasting van degene die van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 

De gebruikersbelasting wordt uitsluitend geheven van niet-woningen, terwijl de eigenarenbelasting wordt geheven van zowel woningen als niet-woningen.

 

De tarieven worden jaarlijks (opnieuw) bepaald aan de hand van twee factoren, te weten:

a. de waardeontwikkeling van het WOZ-bestand in de gemeente en

b. de gewenste ozb-opbrengst in het begrotingsjaar met als basis het inflatiecijfer van het CBS.

 

De WOZ-waarde van woningen wordt nu nog bepaald aan de hand van o.a. de bruto-inhoud in m³. Met ingang van het jaar 2022 wordt dit gewijzigd in het aantal m² gebruiksoppervlakte. Dit betekent, dat gemeenten het conversieproces van inhoud naar oppervlakte in 2021 moeten afronden. Ook Tubbergen  is – in samenspraak met het taxatiebureau – bezig met de voorbereidingen voor dit proces

 

Opbrengsten onroerende zaakbelastingen (in €)

2020

2021

Woning eigenaar

2.381.000

2.476.000

Niet-woning eigenaar

1.100.000

1.143.000

Niet-woning gebruiker

634.000

658.000

Totale ozb-opbrengst (afgerond)

4.115.000

4.277.000

In de ramingen 2021 is rekening gehouden met 1,1% inflatiecorrectie (bron: CBS) en een extra verhoging van 1%.

Afvalstoffenheffing

Deze belasting heeft als uitgangspunt, dat de kosten voor 100% worden gedekt door de heffing. Naast een basistarief per huishouden betaalt de gebruiker een capaciteitsafhankelijk tarief per container lediging restafval in de vorm van een tarief bij gebruik van:

a.  een container met een capaciteit van 240 liter of

b. een container met een capaciteit van 140 liter of

c. een chipkaart bij gebruik van een verzamelcontainer voor bewoners van appartementen.

Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. Met de opbrengst worden de kosten gedekt van de afvalinzameling en –verwerking.

 

Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het jaar 2021 betekent dit dat we de tarief ten opzichte van 2020 verhoogd hebben met €10.

 

Berekening kostendekkende afvalstoffenheffing (in €)

2021

Kosten taakveld(en)

1.139.000

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

263.000

Netto kosten taakveld

876.000

Toe te rekenen kosten

876.000

Overhead incl. (omslag)rente

54.000

Btw

230.000

Totale kosten

1.161.000

Opbrengst afvalstoffenheffing

1.097.000

Dekkingspercentage

94,5%

 

Tarieven en opbrengst afvalstoffenheffing (in €)

2020

2021

Basistarief (vast recht)

80,00

90,00

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 240 liter

10,60

10,60

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 140 liter

6,50

6,50

1 lediging bij de verzamelcontainer via een chipkaart met kleine opening

0,85

0,85

1 lediging bij de verzamelcontainer via een chipkaart met grote opening

1,80

1,80

Opbrengsten afvalstoffenheffing (basistarief + ledigingen)

 2020

2021

Raming opbrengst basistarief (vast recht): 8.229 x € 90

655.000

741.000

Raming opbrengst containers + chipkaarten ledigingen restafval

346.000

356.000

Totaal (afgerond)

1.001.000

1.097.000

 

Voorziening afvalstoffenheffing  

Deze voorziening wordt ingezet om een gelijkmatige ontwikkeling van de afvalstoffenheffing te waarborgen. De stand van deze voorziening afval bedraagt per 1 januari 2021 €431.000.

Rioolheffingen

In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2022 (GRP) dat eind 2018 is vastgesteld is aangegeven dat de tarieven de komende jaren verhoogd moeten worden met € 5,- per jaar plus de inflatie. Hierbij is uitdrukkelijk aangegeven dat de daadwerkelijk noodzakelijke verhoging afhankelijk is van de toekomstige investeringen als gevolg van de zogenaamde klimaatadaptie. Exacte duidelijkheid over de omvang van deze inspanningen en investeringen  moet de zogenaamde “stresstest” geven. De stresstests zijn in het najaar van 2019 uitgevoerd. Inmiddels heeft een eerste doorrekening van de financiële gevolgen van deze stresstests plaatsvonden. De noodzakelijke (extra) investeringen voor Tubbergen € 500.000 per jaar kunnen de eerste jaren worden opgevangen binnen het tarief in samenhang met de reserve riool.  

 

Berekening kostendekkende rioolheffing (in €)

     2021

Kosten taakveld(en)

1.535.000

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

0

Netto kosten taakveld

1.535.000

Toe te rekenen kosten

1.535.000

Overhead incl. (omslag)rente

213.000

Btw

254.000

Totale kosten

2.002.000

Opbrengst rioolheffing

2.002.000

Dekkingspercentage

100,0%

 

Tarieven rioolheffingen (in €)

2020

2021

Rioolheffing eigenaar

189,30

189,340

Rioolheffing eigenaar (uitsluitend hemel-/grondwater)

61,80

61,80

Rioolheffing gebruiker (tot 300 m³)

74,50

74,50

Opbrengsten rioolheffingen

2020

2021

Raming rioolheffing eigenaren

1.354.000

1.359.000

Raming rioolheffing gebruikers

640.000

643.000

Totale raming rioolheffing  (afgerond)

1.994.000

2.002.000

De reserve GRP bedraagt €1.500.000. De bestaande voorziening gekoppeld aan het huidige GRP bedraagt per 1 januari 2021 €1.279.000.

Reclamebelasting

De belasting wordt geheven ter zake van vanaf de openbare weg zichtbare aankondigingen. Met de opbrengst van deze belasting wordt het ‘Ondernemingsfonds Tubbergen gevoed en op deze wijze komt de opbrengst weer op indirecte wijze ten goede aan de ondernemers.

Tarieven reclamebelasting (in €)

2020

2021

Vast bedrag 1e vestiging

600

600

Vast bedrag 2e vestiging en per volgende vestiging elk

500

500

Opbrengst reclamebelasting

2020

2021

85 aanslagen x € 600

51.000

51.000

  0 aanslagen x € 500

0

0

Raming (afgerond)

51.000

51.000

Toeristenbelasting

Deze belasting wordt geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen, die niet in de gemeentelijke ‘Basisregistratie personen’ (BRP) zijn opgenomen. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel; de heffing wordt gebaseerd op basis van aangifte. Deze aangiftes worden jaarlijks steekproefsgewijs gecontroleerd.

 

De bedoeling hiervan is niet alleen om de aangiftes op juistheid en volledigheid te controleren, maar ook om de exploitanten, daar waar nodig, te adviseren bij een doelmatiger opzet van de administratie, zodat het invullen van de aangifte correct, eenvoudig en snel kan geschieden.

 

Tarieven toeristenbelasting  (prijs per persoon per nacht in €)

2020

2021

Tarief per persoon per overnachting

1,05

1,05

Tarief in eigen onderkomen op camping

0,70

0,70

Opbrengst toeristenbelasting (in €)

2020

2021

Raming toeristenbelasting (afgerond)

211.000

211.000

Forensenbelasting

Deze belasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerd woning beschikbaar te houden. De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel.

Tarieven forensenbelasting (in €)

2020

2021

Forensenbelasting ‘gehuurde grond’

105

105

Forensenbelasting op eigen grond

286

286

Opbrengst forensenbelasting

 2020

 2021

340 aanslagen x €105

36.000

36.000

  55 aanslagen x €286

16.000

16.000

Raming (afgerond)

52.000

52.000

Lokale lastendruk

Om een indruk te geven van de lastendruk ontwikkeling als gevolg van aanvaard beleid worden hierna de gevolgen voor een huishouding zonder of met eigen woning  weergegeven. Deze vergelijking  is gebaseerd op de onroerendezaakbelastingen (alleen voor bezitters van een eigen woning), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

 

Bij de berekening van de lokale woonlasten is uitgegaan van de volgende uitgangspunten:

a. afvalstoffenheffing: vast tarief + gemiddeld 4 ledigingen restafvalcontainer 240 liter en

b. rioolheffing: basistarief tot 301 m³ waterverbruik voor de gebruiker en - voor zover van toepassing - de eigenarenbelasting .

 

De ontwikkeling van de lokale lastendruk in de gemeente Tubbergen is als volgt:

Geen eigen woning* (in €)

2020

2021

verschil

Verschil in %

Rioolheffing (tot 300 m³ waterverbruik)

74,50

74,50

0,00

0,0 %

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

80,00

42,40

90,00

42,40

10,0

0

 

12,5 %

0,0 %

Totaal

196,90

207,90

10,00

5,1 %

 

Bij de berekening van de lokale woonlasten voor bezitters van een eigen woning een gemiddelde woningwaarde van € 282.000,-- in 2020, conform de uitgangspunten van de Waarderingskamer.

Eigen woning (Gemiddelde woningwaarde: € 282.000*) (bedragen in €)

2020

2021

Verschil

In %

Ozb*

326,34

332,87

6,53

2,0 %

Rioolheffing (tot 300 m³ waterverbruik):

a. rioolheffing eigenaar

b. rioolheffing gebruiker

189,30

74,50

189,30

74,50

0,00

0,00

0,0 %

0,0%

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

80,00

42,40

90,00

42,40

10,0

0

 

 12,5 %

  0,0%

Totaal

712,54

729,07

16,53

 2,3 %

* Rekening houdend met 1,6% inflatiecorrectie

Kwijtscheldingsbeleid

Wanneer een belastingplichtige niet in staat is, anders dan met buitengewoon bezwaar, de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen te betalen  kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen. Van buitengewoon bezwaar is in het algemeen sprake wanneer de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd kunnen worden verwacht. Gemeenten beschikken hierin over een zekere mate van beleidsvrijheid. Gemeenten mogen ook zelf bepalen welke belastingsoorten in aanmerking komen voor kwijtschelding.

 

Tubbergen  past kwijtschelding toe voor alleen de volgende heffingen:

  • afvalstoffenheffing
  • rioolheffing
  • onroerendezaakbelastingen

 

Een aanvraag wordt getoetst op basis van  inkomen en vermogen.

 

Belastingplichtigen, die denken voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen in aanmerking te komen, kunnen desgewenst gebruik maken van de mogelijkheid om door het ‘Inlichtingenbureau’ een geautomatiseerde toets te laten uitvoeren. Dat betekent, dat de belastingplichtige zelf niet meer de nodige  gegevens hoeft aan te leveren, maar dat het ‘Inlichtingenbureau’ aan de hand van de benodigde gegevens de inkomens- en vermogenstoets uitvoert.

Aantal kwijtscheldingsverzoeken

Rekening  2019

Begroting 2020

Begroting 2021

Aanvragen: volledige afwijzing

32

30

25

Aanvragen: gedeeltelijke toewijzing

  3

   0

0

Aanvragen:  volledige toewijzing

122

135

130

Totaal

157

160

155

 

 

 

 

Kwijtscheldingsbedragen

2019

2020

2021

Raming kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen (in €)

21.000

15.000

22.000

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de gemeente Tubbergen toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico’s te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, kan worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen.

Risicobeheersing en weerstandsvermogen

Op 1 juli 2014 is door de raad het Beleidskader risicomanagement vastgesteld en is op 9 juni 2015 het Stappenplan risicomanagement vastgesteld. In dit stappenplan staan vijf stappen beschreven:

  1. Bewust worden
  2.  Identificeren
  3.  Analyseren en beoordelen
  4.  Beheersen
  5.  Vooruitdenken

 

Vervolgens zijn in de presentatie die onze concerncontroller op 16 mei 2017 voor uw raadscommissie heeft verzorgd, de volgende lopende ontwikkelingen geschetst, die ook onverkort gelden voor 2018:

  • Verder uitwerken stappenplan 2015 en aanbevelingen rekenkamer rapport Tubbergen
  • Grotere betrokkenheid concerncontroller
  • Update risicoparagraaf in programmajournaals
  • Borging binnen projectmatig creëren
  • In beeld brengen risico’s verbonden partijen
  • Koppeling risico’s met beheersmaatregelen en interne audits

 

Risicobeheersing 2021

In 2018 is voor de eerste keer de fraude-risicoanalyse uitgevoerd waarbij inzicht is verkregen in de top vijf risico’s met hoge prioriteit. In 2019 is hier een vervolg aangegeven door de risico’s met een ‘gemiddelde’ prioriteit (top zes) inzichtelijk te maken. Deze risico’s zijn opgenomen in ons risicosysteem Naris waarbij een koppeling is gemaakt naar bestaande beheersmaatregelen. Voor deze top elf risico’s heeft verscherping van de bestaande beheersmaatregelen plaatsgevonden en lopen er diverse procesmatige implementaties om verbeteringen te realiseren. De werking van deze procesmatige verbeteringen moet nog blijken, een stap welke momenteel onderhanden is. Het herijken van de fraude-risicoanalyse behoort overigens tot een jaarlijkse exercitie, voor 2021 zal opnieuw een fraude-risicoanalyse opgemaakt worden en kunnen we daadwerkelijk oordelen of de beheersing voldoende is ingezet.

 

Het integraal risicomanagement wordt steeds meer binnen de organisatie gepositioneerd, dit komt tot uitdrukking in de verschillende programma’s/projecten en processen waarbij nu daadwerkelijk oog is voor risicomanagement en met name voor de beheersing van de risico’s. We zijn hierin duidelijk aan het groeien, maar het blijft voor ons als gemeentelijke organisatie een uitdaging om het risicomanagement niet alleen onbewust onderdeel van ons werkproces te laten zijn maar risico’s en kansen en de wijze waarop we daarmee om willen gaan juist ook expliciet en transparant te betrekken bij bestuurlijke besluitvorming. Daarbij is het noodzakelijk om risico’s niet te eenzijdig te benaderen vanuit het financieel perspectief, maar ook risico’s met impact op imago en doelstellingen inzichtelijk te maken. Ook is risico-informatie vaak een status quo en ontbreekt het inzicht in de wijzigingen in risico’s en de voortgang van beheersmaatregelen. Als laatste zien we ook mogelijkheden voor een extra impuls voor het voeren van het goede gesprek over risico’s.

 

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen:

  1. Een inventarisatie van de risico’s (risicoprofiel)
  2. Benodigde weerstandscapaciteit
  3. Beschikbare weerstandscapaciteit
  4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Risicoprofiel en weerstandscapaciteit

Risicoprofiel

 In onderstaande tabel worden de 10 risico’s gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. 

Risico

Kans

Financieel gevolg

Invloed

Aanpak implementatie decentralisatie

50%

max.€ 1.000.000

9.74%

Algemene uitkering valt lager uit dan begroot

70%

max.€ 500.000

7.07%

Meldplicht datalekken: het weglekken of het onjuist/ongewild verspreiden van informatie

30%

max.€ 810.000

4.85%

Stijgende loonkosten (t.o.v. huidige CAO)  50% max. €250.000 4,39%

Als gevolg van het verliezen van bezwaar- en beroepsprocedures inzake ruimtelijke (bestemmings)plannen bestaat de kans op overschrijden van termijnen en budgetten waardoor de gemeente extra kosten moet maken.

40%

max.€ 500.000

4,01%

 CORONA - Minder inkomsten: door uitstel betaaltermijnen/ toename debiteuren  70% max. €250.000  3,45% 
CORONA - Inkomsten: inbaarheid van gemeentelijke belastingen retributies, WOZ, drinkwater, riool, toeristen & forensen belasting 70% max.€ 250.000 3,42%
CORONA - Hogere uitgaven volksgezondheid en open einde regelingen i.r.t. WMO, jeugdzorg; specifiek acute zorg aan huis eenzamen 70%

max.€ 250.000

3,40%

CORONA - Uitvoering noodregeling bijstand ZZP-ers 70%

max. €250.000

3.37%

Dividenden: Als gevolg van tegenvallende jaarcijfers (resultaten) van een verbonden partij bestaat dat de kans dat het geraamde dividend in enig jaar niet (geheel) tot uitkering komt met als gevolg een financiële tegenvaller voor de gemeente. 30%

max. €250.000

2.88%

 

Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd (Monte Carlo). Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s kunnen worden afgedekt met een bedrag van €2,3 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit).

 

Beschikbare weerstandscapaciteit 

Beschikbare  weerstandscapaciteit (in €)

Weerstand

Capaciteit

 

2021

Algemene reserve

3.450.000

Totale weerstandscapaciteit

3.450.000

 

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

 Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

 

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

 

Ratio weerstandsvermogen

 

=

beschikbare weerstandscapaciteit

 

=

€ 3.450.000

 

=

 

1.5

benodigde weerstandscapaciteit

€ 2.300.000

 

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.

Weerstandsnorm
Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A > 2.0 uitstekend
B 1.4 - 2.0 ruim voldoende
C 1.0 - 1.4 voldoende
D 0.8 - 1.0 matig
E 0.6 - 0.8 onvoldoende
F < 0.6 ruim onvoldoende

Het ratio valt dan in klasse B. Dit duidt op een Ruim voldoende weerstandsvermogen. 

 

Ratio weerstandsvermogen

Op de basis van de stand van de algemene reserve  ontwikkelt bedraagt de ratio van de gemeente Tubbergen: 

  2021
Ratio 1,5

Kengetallen

Om de financiële positie van de gemeente in beeld te brengen, stelt de gemeente Tubbergen jaarlijks een balans en een overzicht van de exploitatie in baten en lasten op. Maar voor een goed oordeel over deze financiële positie zijn aanvullende kengetallen nodig. Deze kengetallen bieden ondersteuning bij de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. Bovendien kan met deze kengetallen de gemeente Tubbergen goed worden vergeleken met andere gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien met andere kengetallen.

 

We onderscheiden 5 kengetallen:

1a. netto schuldquote

1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

2. solvabiliteitsratio

3. grondexploitatie

4. structurele exploitatieruimte

5. belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden

 

1a. Netto schuldquote

Dit kengetal zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. Hoe hoger de schuld, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

A

Vaste schulden

5.967 4.608 3.250

B

Netto vlottende schuld

5.456 4.306 4.306

C

Overlopende passiva

1.663 1.299 1.299

D

Financiële activa

2.569 1.679 1.493

E

Uitzettingen < 1 jaar

11.667 12.387 12.387

F

Liquide middelen

229 235 235

G

Overlopende activa

349 359 359

H

Totale baten

45.589 42.123 42.219

 

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

-3,8 -10,6 -13,3

 

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Zie netto schuldquote, maar dan gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden.

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

A

Vaste schulden

5.967 4.608 3.250

B

Netto vlottende schuld

5.456 4.306 4.306

C

Overlopende passiva

1.663 1.299 1.299

D

Financiële activa

850 758 773

E

Uitzettingen < 1 jaar

11.667 12.387 12.387

F

Liquide middelen

229 235 235

G

Overlopende activa

349 359 359

H

Totale baten

45.589 42.123 42.219

 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

-0,0 -8,4 -11,6

 

2. Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hieronder wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger het aandeel, hoe gezonder de gemeente.

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

A

Eigen vermogen

25.684 16.844 20.064

B

Balanstotaal

43.119 50.063 50.413

 

Solvabiliteit (A/B) x 100%

59,6 33,6 39,8

 

3. Grondexploitatie

Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

 

(bedragen x 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

A

Niet in exploitatie genomen bouwgronden

0 0 0

B

Bouwgronden in exploitatie

-618 -659 110

C

Totale baten

45.589 42.123 42.219

 

Grondexploitatie (A+B)/C x 100%

-1,4 -1,6 0,3

 

4. Structurele exploitatieruimte

Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

A

Totale structurele lasten

41.103 41.688 40.245

B

Totale structurele baten

43.718 41.140 40.168

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

0 0 0

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

0 93 100

E

Totale baten

45.589 42.123 42.219

 

Structurele exploitatieruimte (B-A)+(D-C)/E x 100%

5,7 -1,1 0,1

 

5. Belastingcapaciteit

Dit kengetal geeft de ruimte weer die de gemeente Tubbergen heeft om zijn belastingen te verhogen. De ozb is voor gemeenten de belangrijkste eigen belasting inkomst. Een hoog tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan in hoeverre de gemeente al gebruikt heeft moeten maken van deze optie.

 

(bedragen in €)

Jaarrekening 2019

Begroting 2020

Begroting 2021

A

Ozb-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

Ozb-lasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde van een woning in de gemeente Tubbergen (uitgangspunt COELO-atlas)

283 326 333

B

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

264 264 264

C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

122 122 132

D

Eventuele heffingskorting

N.v.t. n.v.t. n.v.t.

E

Totale woonlasten (A+B+C+D)

669 712 729

F

Woonlasten landelijk gemiddelde

740 n.n.b. n.n.b.

 

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100%

90,4 n.n.b. n.n.b.

 

Totaal tabel kengetal en uitkomst

Kengetal Uitkomst (%)

Jaarrekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021

Netto schuldquote

-3,8 -10,6 -13,3

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen

0,0 -8,4 -11,6

Solvabiliteit

59,6 33,6 39,8

Grondexploitatie

-1,4 -1,6 0,3

Structurele exploitatieruimte

5,7 1,1 0,1

Belastingcapaciteit

90,4 n.n.b. n.n.b.

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

De paragraaf kapitaalgoederen gaat in op de manier waarop het op duurzame wijze in stand houden van kapitaalgoederen (de fysieke gemeentelijke infrastructuur) is geborgd. Onder kapitaalgoederen verstaan we wegen (inclusief kunstwerken), riolering, water, groen en gebouwen.

 

Voor het geformuleerd doel zijn en worden onderhoudsplannen opgesteld waarin we aangeven op welk kwaliteitsniveau kapitaalgoederen worden onderhouden. Als introductie op deze paragraaf staat hieronder het overzicht van de beheerplannen voor 2020 voor de kapitaalgoederen:

 

Beheerplannen

Vaststelling door raad in jaar

Looptijd

Financiële vertaling in begroting

Uitgesteld onderhoud

Wegen*

2016

n.v.t.

ja

nee

Riolering

2018

2024

ja

nee

Groen

2020

n.v.t.

ja

nee

Gebouwen MOP

2016

n.v.t.

ja

nee

*kunstwerken (duikers en bruggen) vallen onder het aspect ‘wegen’

Kaders en cijfers

Kaders

Wettelijk

De relevante wettelijke kaders zijn:

  • Gemeentewet: Waarin door de gemeenteraad is vastgelegd welke regels voor de waardering en afschrijving van activa gelden. De in artikel 212 Gemeentewet bedoelde verordening is de ‘Financiële verordening gemeente Tubbergen (2017)’.
  • Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): Op grond van artikel 12 moeten de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in deze paragraaf aan de orde komen.
  • Burgerlijk Wetboek: Waarin opgenomen de gemeentelijke taak als ‘goed wegbeheerder’ om te zorgen dat het gebruik van de weg geen risico oplevert voor de weggebruiker (wettelijke aansprakelijkheid).
  • Wet Milieubeheer: Waaruit de verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan is voortgekomen.

 

Algemeen financieel

De kosten van het reguliere en ‘groot’ onderhoud van de kapitaalgoederen wegen (inclusief bruggen en duikers), groen en gebouwen zijn in het algemeen gedekt via structurele onderhoudsmiddelen in de begroting.

Vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten met betrekking tot de riolering worden gedekt via de rioolheffing.

Grotere vervangingsinvesteringen voor kapitaalgoederen, uitgezonderd rioleringen, nemen we in het algemeen als incidentele investeringen op in de begroting. De raad stelt de incidentele vervangingsinvesteringen vast.

Voor gebouwen worden de kosten voor het groot onderhoud door de raad beschikbaar gesteld uit de voorziening ‘Planmatig onderhoud gebouwen’.

 

Algemeen technisch/inhoudelijk

Voor het beheer van wegen en groen wordt de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW (de onafhankelijke kennisorganisatie voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid) toegepast. Bij het onderdeel Beleid & beheer gaan we hier nader op in.

 

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2018-2024) zijn de kaders en verplichtingen aangegeven voor riolering en water. In het GRP is vastgelegd hoe we verbeteringsmaatregelen op het rioolsysteem toepassen en hoe we onderhoud uitvoeren. Het GRP is door de raad vastgesteld.

 

Voor het beheer van gebouwen is een MOP (meerjaren onderhoudsprogramma) vastgesteld, waarin de onderhoudsniveaus zijn aangegeven.

 

Kerncijfers

Voor de onderscheiden kapitaalgoederen zijn in de tabel hieronder de kencijfers vermeld:

 

Aspect

Binnen de kom

Buiten de kom

Wegen

Weglengte totaal

90 km

385 km

 

Oppervlakte elementenverharding

57,9 ha

12,2 ha

 

Oppervlakte asfaltverharding

21,4 ha

70,2 ha

 

Oppervlakte betonverharding

1,3 ha

38,3 ha

 

Oppervlakte overige

0,5 ha 53,9 ha

 

Aantal bruggen

3 st

38 st

 

Aantal duikers

12 st

1090 st

Riolering

Gemengde hoofdriolering

66 km

 

(verbeterd) Gescheiden stelsel hoofdriolering

40 km

 

Kolken

6650

 

Pompunits drukriolering buitengebied

424

 

Drukriolering buitengebied

150 km

 

Rioolgemalen

42

 

Persleidingen

6 km

 

IT riolen

10 km

 

Wadi’s

35

 

Bergbezinkbassins

12

 

Externe overstorten

22

Groen

Beplantingsoppervlakte (natuurlijk)

7 ha

0,5 ha

 

Beplantingsoppervlakte (in cultuur)

8 ha

0,2 ha

 

Oppervlakte gazon

30 ha

1,6 ha

 

Aantal bomen

5.031 st

9.137 st

Gebouwen

Schoolgebouwen (excl. Canisius)

13.796 m²

 

Sportaccommodaties

7.198 m²

 

Maatschappelijk/culturele functies

1.078 m²

 

Monumenten

266 m²

 

Eigen bedrijfsvoering

3.935 m²

 

Overige gebouwen

750 m²

 

Beleid en beheer

Algemeen

Het onderhoudsniveau van de openbare ruimte is vastgesteld in het beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Dit plan, dat uitgaat van de systematiek om te werken volgens zogeheten beeldkwaliteit, is door de raad vastgesteld in 2010.

 

Voor het beheer van de wegen en het groen gebruiken we de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW. In de catalogus is met foto’s aangegeven wat de relatie is tussen beeldkwaliteit (foto) en het onderhoudsniveau (A, B, etc.). De raad heeft daarmee vastgesteld op welk niveau de verschillende kapitaalgoederen c.q. delen van de openbare ruimte worden onderhouden. Daarbij is desgewenst voor de onderscheiden gebiedstypen (binnen of buiten de kom; hotspots) per beheergroep/kapitaalgoed het onderhoudsniveau vastgelegd.

 

Hulpmiddel bij het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen zijn de beheersystemen (GBI) en de koppeling tussen de beheersystemen en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Door het integrale karakter van het systeem is het een sterk instrument voor het opstellen van beleid voor de openbare ruimte.

 

Voor enkele gebouwen is gemeente Tubbergen en verantwoordelijk voor het groot onderhoud. De verantwoordelijkheden voor het dagelijks, klein en groot onderhoud zijn vastgelegd in huurcontracten of gebruiksovereenkomsten. Voor de schoolgebouwen heeft de TOF (de Tubbergse Onderwijs Federatie) de verantwoordelijkheid over het dagelijks, klein en groot onderhoud. Het dagelijks en klein onderhoud van de gebouwen voor de eigen bedrijfsvoering vallen onder de verantwoordelijkheid van Noaberkracht (gemeenschappelijke regeling).

 

Wegen

Voor het beheer van de wegen gebruiken we de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW en de systematiek Rationeel wegbeheer. Jaarlijks beoordelen we de wegen in kwalitatieve zin met een visuele inspectie. Op basis van de resultaten uit de visuele inspecties, en de gewenste kwaliteitsniveaus worden onderhoudsmaatregelen bepaald.

 

Om onderhoudsmaatregelen te prioriteren zijn de arealen onderverdeeld in structuurelementen. Dat zijn wegvakken met een min of meer vergelijkbare gebruiksfunctie. Als structuurelement zijn gebruikt de categorieën Hoofdweg, Buitengebied, Woongebied, Bedrijventerrein en Centrum. Binnen de categorie buitengebied is onderverdeling gemaakt in klassen Standaard, Fietsroute en Extensief (wegen van laagste orde). Binnen Centra is ook de categorie Hot-Spot onderscheiden.

 

Ook is een onderscheid gemaakt naar de aard van de verharding. Gesloten verhardingen als asfalt of beton vergen een geheel andere wijze van onderhoud dan elementenverhardingen en worden daarom afzonderlijk benaderd. Daarnaast is een onderscheid gemaakt naar verhardingsfunctie (rijbaan, fietspad, voetpad en overige (inritten, parkeervakken etc.). Door gebruik te maken van de genoemde indelingen wordt de mogelijkheid geboden om gedifferentieerd om te gaan met kwaliteit voor de verschillende categorieën.

 

Het kwaliteitsniveau is aangeduid tussen niveau A (goed) en D (slecht). In 2016 is het meerjaren onderhoudsprogramma voor de kapitaalgoederen wegen en kunstwerken vastgesteld. Daarbij is vastgesteld dat we het wegenonderhoud gedifferentieerd gaan uitvoeren op basis van de reeds vermelde functionele indeling van wegen. Daarbij is vastgesteld de hieronder staande kwaliteit te gaan hanteren.

 

Bij de keuze voor deze kwaliteitsniveaus horen de effecten zoals weergegeven in de tabel.

 

Kwaliteitsniveau

 

A

B

C

D

Asfalt/beton

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Groot

Zeer groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

Elementen

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Matig

Groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Heel onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

 

 

Gewenste

kwaliteit

Bedrijventerrein

Buitengebied

Buitengebied

Extensief

Fietspaden/

recreatief

Centra

Hotspot

Hoofdweg

Woongebied

Asfalt

Rijbanen

C

C

C

C

 C

 C

C

C

Fietspad

 

 

 

C

 

 

C

C

Voetpaden

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige

 

 

 

 

 

 

C

C

Beton

Alle

C

C

C

C

 

 

C

C

Elementen

Rijbanen

C

C

C

C

C

C

C

C

Fietspad

 

 

 

 

 

 

C

 

Voetpaden

C

 

 

C

C

C

C

C

Overige

C

C

C

C

C

 

C

C

 

Het meerjaren onderhoudsprogramma betreft ook de civiele kunstwerken. We hebben in dat programma vastgelegd dat we voor de bruggen en duikers een beheer- en monitoringsprogramma gaan toepassen voor het gepland onderhoud.  In de begroting 2020 wordt voorgesteld om hier het basisniveau “C” te gaan hanteren. Op basis van inspecties van de kunstwerken zal een onderhouds- en vervangingsprogramma worden opgesteld.

 

Openbare verlichting

Het beleidsplan ‘Verlichten openbare ruimte’ is in 2011 opgesteld en hierin zijn de uitgangspunten en keuzes voor het beleid beschreven. Sociale veiligheid en verkeersveiligheid spelen daarbij een rol en ook houden we rekening met milieuaspecten, lichthinder en lichtvervuiling. Bij vervanging toetsen we aan het beleidsplan; dat geldt uiteraard ook voor nieuwe voorzieningen.

 

Het onderhoud van de openbare verlichting is geregeld via een meerjaren onderhoudsbestek met in totaal zeven gemeenten. In totaal worden ca. 3.700 lichtpunten onderhouden. Grootschalig onderhoud en vervanging pakken we bij voorkeur planmatig aan als onderdeel van een groter renovatieproject.

 

Energiebesparing en duurzaamheidsdoelstellingen behalen we door vervanging van de huidige verlichting door LED verlichting. LED verlichting is binnen het ideaal doel ‘Bestendigen’ binnen het thema Mobiliteit & Bestendigheid behandeld.

 

Riolering

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2018-2024) zijn de kaders en het beleid vastgelegd voor het onderhoud en vervanging van de riolering, maar ook voor verbeteringsmaatregelen. Jaarlijks inspecteren we de riolering. De kwaliteit van de riolering bepalen we met analyse van video-inspecties, waarbij inspectiecatalogus NEN3399 wordt gebruikt. Kwaliteitskwalificaties lopen uiteen van ‘uitstekend’ tot ‘zeer slecht’. Strengen met de kwalificatie ‘slecht’ en ‘zeer slecht’ komen voor reparatie of vervanging in aanmerking. De keuze van de toe te passen onderhoudsmaatregel is afhankelijk van omgevingsfactoren en de eventuele afstemming met andere werkzaamheden.

 

Naast de periodieke (onderhoud)inspecties monitort een hoofdpost dagelijks de rioolsysteem. Via online monitoring worden storingen en calamiteiten automatisch gemeld.

 

Groen

De kwaliteit van groenvoorzieningen wordt primair bepaald op basis van beeldkwaliteit. Hiervoor gebruiken we ook de (beeld)kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW, maar dan vooral om vast te leggen volgens welk kwaliteitsniveau we het groen moeten onderhouden. Hiermee is de basis gelegd voor het onderhoudsbestek. Maandelijks monitoren we steekproefsgewijs de kwaliteit van het groenareaal. Bij goed onderhoud van het groenareaal treedt geen kapitaalvernietiging op. Cultuurbeplanting heeft een eindige levensduur en zal dan door middel van cyclisch vervangen weer op peil worden gebracht.

 

Afhankelijk van de locatie zijn minimale beeldkwaliteitsniveaus vastgesteld door de raad. In het algemeen is kwaliteitsniveau C het gewenste niveau. Voor bomen voeren we naast beeldkwaliteit ook een wettelijke veiligheidsinspectie uit (Visual Tree Assessment). Daarbij bepalen we op grond van het risicoprofiel welke inspectiefrequentie nodig is en welke eventuele onderhoudsmaatregelen nodig zijn.

 

In 2020 is het Kwaliteitsplan Openbaar Groen (KOG) vastgesteld. In dat KOG is onder meer opgenomen dat er meer aandacht komt voor biodiversiteit. Bij vervanging zal nadrukkelijker worden gekeken naar de mate van beheerbaarheid van de toegepaste soorten. Inrichtingsplannen worden zoveel mogelijk in samenspraak met buurt opgesteld.

 

Gebouwen

De directe taak betreft het beheer en (groot) onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. Daar waar het gaat om het energiegebruik en het dagelijks onderhoud is Noaberkracht verantwoordelijk. Het groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is opgenomen in de meerjaren onderhoudsplanning (MOP). De MOP is opgesteld volgens NEN2767 en is gericht op de instandhouding van kwaliteitsniveau 2 en 3 (op een schaal van 1 tot 6).

 

De MOP heeft een inventarisatie-cyclus van 4 jaar en de administratieve actualisatie is elk jaar. Op grond van de hieruit voortvloeiende planning wordt de reserve voor het groot onderhoud op peil gebracht. Het jaarlijks onderhoud gebeurt waar mogelijk in overleg met de gebruiker/beheerder van het betreffende pand (check op nut en noodzaak).

 

Onderhoudsplannen

Voor de onderscheiden kapitaalgoederen zijn onderhoudsplannen opgesteld, waarin is aangegeven op welk kwaliteitsniveau het kapitaalgoed wordt onderhouden. Goede onderhoudsplannen en de consequente uitvoering ervan zijn noodzakelijk. Door het onderhoud volgens planvorming uit te voeren kunnen we, vooral bij wegen, aansprakelijkheidsstellingen tot een minimum beperken.

 

Afstemming

Jaarlijks stemmen we de onderhoudsplannen voor wegen, riolering en groen op elkaar af. Soms is het mogelijk om het onderhoud in technische en/of financiële zin te combineren. Dat heeft de voorkeur wanneer we daarmee ook de effecten voor de omgeving of de samenleving positief beïnvloeden.

 

Beleidsplannen in ontwikkeling

Het meerjaren onderhoudsprogramma wegen en kunstwerken is in 2016 vastgesteld. De ontwikkelingen op deze arealen worden permanent gemonitord en waar mogelijk door vertaald naar het geplande onderhoud.

 

Gebouwen

De ontwikkelingen op het gebouwenareaal worden permanent gevolgd en waar mogelijk door vertaald op het geplande onderhoud.. Daar waar onduidelijkheden over de toekomstige functie van gebouwen aan de orde zijn, krijgt het onderhoud maatwerk. Sinds 2015 heeft de Tubbergse Onderwijs Federatie (TOF) de verantwoording voor al het onderhoud van de schoolgebouwen.

 

Externe beleidsontwikkelingen die impact hebben op onderhoud

Landelijk wordt gewerkt aan een nieuwe richtlijn voor lokale bruggen, die met de huidige systematiek voor inspectie vaak (onterecht) het stempel ‘einde levensduur’ of ‘afgekeurd’ krijgen. Dat komt omdat lokale bruggen nu vaak beoordeeld worden op grond van normen die voor bruggen op rijkswegen gelden – en die zijn te zwaar voor de lokale omstandigheden. Het initiatief hiertoe is in 2015 gestart en nog niet afgerond. De uitkomsten hiervan zijn ook van belang voor de pilot met het assetmanagement op bruggen.

Kwaliteit en financieel

Kwaliteit

Wegen

In 2016 is het meerjaren onderhoudsprogramma vastgesteld. Daarbij hebben is besloten om de algehele kwaliteit van het wegenareaal op niveau C te onderhouden. De vastgestelde kwaliteitsniveaus zijn geïmplementeerd in ons beheersysteem. Het ingrijpmoment voor onderhoud is in overeenstemming met het vastgestelde onderhoudsniveau Veiligheid voor de weggebruiker staat voorop. Het budget is toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau te houden

 

Bruggen

In 2016 is het meerjaren onderhoudsprogramma vastgesteld. Het jaarlijks budget is verhoogd en toegevoegd aan de onderhoudsreserve. In 2020 is gestart met een actualisatie van het in kaart brengen van de kwaliteit van de bruggen. Alle kunstwerken worden in dat kader opnieuw geïnspecteerd. Op basis van die uitkomsten en i.c.m. de nieuwe constructie richtlijnen voor kunstwerken zal een uitvoeringsprogramma voor onderhoud en vervanging worden uitgevoerd.

 

Rioleringen

In financieel opzicht zijn de kosten van het rioleringsonderhoud en de rioolvervangingen gedekt via het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). We voeren een versneld inspectieprogramma uit waarbij we de oude rioleringen (aanlegjaar voor 1970) en de strengen waar injectiepunten van drukriolering lozen, inspecteren. Het gaat om een relatief klein onderdeel van het gehele areaal. Meldingen en tussentijdse inspecties geven vooralsnog geen aanleiding om te spreken van achterstallig onderhoud.

Het rioolstelsel voldoet aan de basisinspanning zoals die in het GRP is benoemd. Er moeten in samenwerking met het waterschap bij en naar de zuivering van Tubbergen nog enkele grote vervangingsinvesteringen worden uitgevoerd. Deze maatregelen zijn opgenomen in het GRP.

 

Groen

De schouw/inspectie van het groenareaal geeft aan dat we voldoen aan de daaraan gestelde eisen en kwaliteitsniveaus. Cultuurbeplanting heeft een eindige levensduur en zal zoveel mogelijk worden vervangen. In het KOG is dit expliciet meegenomen.

 

Gebouwen

Elk jaar inspecteren we de gebouwen, waarbij we de volgens de meerjaren onderhoudsplanning (MOP) geplande onderhoudswerkzaamheden beoordelen op nut en noodzaak. De daadwerkelijke uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden doen we aan de hand van de inspecties. Daarna actualiseren we de MOP. Zo ontstaat een jaarlijks actuele MOP, waarin het niveau van het onderhoud (dagelijks en groot onderhoud) van de gebouwen op een financieel verantwoorde wijze gewaarborgd blijft. Bij de onderhoudswerkzaamheden wordt waar mogelijk rekening gehouden met het verduurzamen van het gebouw.

 

Financieel

Structurele financiële onderhoudsgelden gebruiken we in beginsel voor het reguliere en ‘groot’ onderhoud voor wegen en groen. Onderhouds- en vervangingsinvesteringen voor riolering dekken we uit het rioolfonds. Als gevolg van afstemming van onderhouds- of vervangingsmaatregelen is het mogelijk om structurele onderhoudsgelden aan te vullen met incidentele middelen op grond van investeringen of met middelen uit de rioolheffing. Ook andere interne en externe bronnen van financiering zijn mogelijk, bijvoorbeeld middelen uit de reserves of bijdragen van externe partijen.

 

Wegen

Het regulier onderhoud wordt aangepakt, zoals wordt aangegeven door het meerjaren onderhoudsprogramma, die jaarlijks wordt geactualiseerd. Binnen dit programma wordt eveneens rekening gehouden met een percentage  voor onvoorziene omstandigheden en tegenvallers. 

 

Bruggen

In 2016 hebben we het “Meerjaren onderhoudsprogramma” vastgesteld. Besloten is daarbij tot een nader onderzoek om de kwaliteit van de kunstwerken in kaart te brengen. Vooruitlopend hierop is besloten structureel € 50.000 toe te voegen aan het budget. Op basis van de resultaten van de aangekondigde inspectie en monitoring wordt in 2021 bezien in hoeverre deze verhoging toereikend is.

 

Rioleringen

In gemeente Tubbergen wordt gekozen voor meerjarig afschrijven.  Afgelopen jaren is, conform het GRP 2013 - 2018
gewerkt met direct afboeken (ideaalcomplex).
In overleg met de accountant wordt dat in strijd geacht met de BBV regels en om die reden niet meer toegepast. Dit destijds nieuwe beleid is daarom losgelaten in het nu geldende GRP 2019-2024.
 
 
Er wordt nu gewerkt volgens onderstaande principes:
  • • Investeringen zoals rioolvervanging, pompkelders en andere betonwerken worden geactiveerd en afgeschreven over 40 jaar.
  • • Investeringen met kortere levensduurverwachting zoals relinen, pompen en elektronica worden geactiveerd en afgeschreven over 15 jaar.
 
 

Gebouwen

Voor het groot onderhoud van de gebouwen staat de reserve ‘Groot onderhoud gemeentelijke gebouwen’ ter beschikking. Jaarlijks nemen burgemeester en wethouders besluiten over de geplande onderhoudswerkzaamheden en –kosten. In die zin gebruiken ze de meerjaren onderhoudsplanning ook als middel om verantwoording af te leggen over de onderhoudsstaat van de gemeentelijke gebouwen.

Financiering

Financiering

Algemeen

De wet financiering decentrale overheden (fido) bevordert een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. De wet kent een onderscheid tussen regels voor korte financiering (kasgeldlimiet) en regels voor lange financiering (renterisiconorm). Het onderscheid is gelegd bij 1 jaar.

 

Kasgeldlimiet en korte financiering

De kasgeldlimiet heeft als doel de financiële gevolgen van schommelingen in de rente op korte leningen (< 1 jaar) te beheersen. De limiet is bepaald op 8,5% van de totale begroting.

Een kasgeldlimiet van € 3,8 miljoen betekent dat Tubbergen in 2021 tot een bedrag van € 3,8 miljoen met kort geld ( looptijd < 1 jaar) mag financieren.

 

Kasgeldlimiet

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2021

 44,4

Vastgesteld percentage

         8,50%

Kasgeldlimiet

3,8

 

Renterisiconorm en lange financiering

De renterisiconorm is een instrument voor de beheersing van het risico van een rentewijziging. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maar 1/5e deel van de totale begroting aan rentegevoeligheid onderhevig zijn.

Renterisiconorm

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2021

44,4

Vastgesteld percentage

       20%

Renterisiconorm

8,9

Renterisico: herfinanciering + renteherziening

                      1,4

Ruimte

         7,5

In 2021 is er voldoende ruimte binnen de renterisiconorm.

 

Leningen

Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de geldleningen in 2021:

Leningen (opgenomen)

(bedragen x €1 mln)

Beginstand per 1 januari 2021

4,6

Bij:

nieuwe leningen t.b.v. investeringen

                         0

Af:

reguliere aflossingen

                       1,4

 

vervroegde aflossingen

                         0

Eindstand per 31 december 2021

 3,2

 

Algemene ontwikkelingen

 Geldleningen

In 2021 zullen geen renteherzieningen plaatsvinden. De reguliere aflossingen in 2021 zijn € 1,4 miljoen en de rentelasten €46.642.

 

Rentevisie, liquiditeit en schatkistbankieren

De gemeente Tubbergen heeft gekozen voor spreiding in de financieringsmogelijkheden.  Door een actuele liquiditeitsplanning kan worden ingespeeld op eventuele tekorten of overschotten in de toekomst. Zo wordt door het aantrekken van langlopende geldleningen ingespeeld op eventuele liquiditeitstekorten voor de lange termijn. De rente voor langlopende geldleningen is op dit moment  0,19% (looptijd 15 jaar).

 

Eventuele voorziene tekorten op de korte termijn worden opgevangen door het aantrekken van 1 maands geldleningen. Het 1 maands rentetarief is op dit moment negatief. Dat betekent dat de gemeente bij het aantrekken van een kasgeldlening met een looptijd van 1 maand rente ontvangt.

 

Eventuele liquiditeitsoverschotten worden als gevolg van schatkistbankieren automatisch afgeroomd naar onze bankrekening bij het Ministerie. Dit levert niets op, het rentepercentage is op dit moment 0.

 

EMU Saldo

Het EMU saldo is in grote lijnen in de volgende tabel weergegeven: 

  EMU saldo (x € 1.000) Jaarrekening 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023 Begroting 2024
1 Exploitatie saldo voor bestemming 1.835 -704 -2.214 -453 -306 -425
2 Mutatie (im)materiële vaste activa -179 -145 -233 -249 -260 -131
3 Mutatie voorzieningen 100 -107 73 40 32 31
4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) 49 110 769 -91 -253 -226
5 Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa 0 0 0 0 0 0
  EMU saldo 2.064 -776 -2.677 -73 239 -37

Verbonden partijen

Verbonden partijen

Algemeen


Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt. Het aangaan van banden met verbonden derde partijen komt altijd voort uit het publieke belang. Het is een manier om een bepaalde publieke taak uit te voeren.

 

Op 25 februari 2019 heeft uw raad het Beleidskader verbonden partijen 2019 vastgesteld en kennisgenomen van de door ons college vastgestelde Spelregels bestuur en toezicht verbonden partijen. In het beleidskader zijn de volgende punten verder uitgewerkt:

1. Afwegingskader deelname verbonden partijen
2. Bestuurlijke rollen (eigenaar en opdrachtgever)
3. Toezicht op verbonden partijen
4. Informatievoorziening aan de raad

 

Door het vaststellen van het Beleidskader verbonden partijen 2019 beschikt de gemeente over een afwegingskader voor toekomstige besluitvorming over toe- en uittreden bij verbonden partijen. Daarnaast geeft dit beleidskader aan hoe de gemeente grip op verbonden partijen wil vormgeven en welke rollen de gemeente daarbij heeft.

 

Deze paragraaf is om twee redenen voor u van belang. Op de eerste plaats voeren verbonden partijen vaak beleid uit dat de gemeente in principe zelf ook kan doen. De gemeente blijft de uiteindelijke verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma’s. Er blijft dus voor u nog steeds een kader stellende en controlerende taak over bij die programma’s. De tweede reden betreft de kosten - het budgettaire beslag- en de financiële risico’s die de gemeente met de verbonden partijen kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen.

 

De risicoanalyse van de verbonden partijen is dit jaar voor de derde keer uitgevoerd met behulp van het pakket Naris Self Assesment. Hierbij werken we samen met de gemeente Almelo, Hengelo en Enschede.

 

De risico's voor de verbonden partijen worden geïnventariseerd met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst. De vragen worden samengevat in acht indicatoren, die gezamenlijk een beeld geven van het risicoprofiel. De indicatoren zijn: directie/bestuur, eigenaarsbelang, marktomgeving, flexibiliteit, contracten, opdrachtgeversrelatie, governance, control en kwaliteit. Het financieel belang is gebaseerd op een brede definitie. Dat betekent dat er onder meer rekening wordt gehouden met de exploitatiebijdrage, de boekwaarde van aandelen, dividenden, subsidies, afgenomen werkzaamheden en verstrekte leningen en garanties. De verbonden partijen waarbij de gemeente een groot financieel belang heeft en die een hoge risicoscore kennen, vormen een belangrijk risico voor de gemeente.

 

De ingevulde vragenlijsten hebben geleid tot de in de onderstaande grafieken opgenomen risicoscores. Hierbij is een onderscheid gemaakt in privaatrechtelijke en publiekrechtelijke verbonden partijen.

 

De verbonden partijen waarbij de gemeente Tubbergen betrokken is, worden hieronder beschreven.

Coöperaties en vennootschappen

Zo gaan we dat doen

Grondbeleid

Grondbeleid

Algemeen

Tot 1 september 2020 zijn 10 woningbouwkavels verkocht van de geprognosticeerde 10 stuks. Daarnaast is nog 1 kavel in optie en 1 kavel is tijdelijk uit de verkoop gehaald. Dit betekent dat er momenteel geen bouwkavels vrij beschikbaar zijn.

 

Grondbeleid

De Raad heeft op 13 juli 2016 een nieuwe Nota Grondbeleid vastgesteld:

  • Conform het provinciaal beleid mag Tubbergen bouwen voor lokale (eigen) behoefte en zijn definitieve afspraken gemaakt over een verschuiving van uitbreiding naar inbreiding.
  • In het kader van de prestatieafspraken met de Provincie Overijssel zijn afspraken gemaakt over het aantal woningen dat Tubbergen tot 2020 mag realiseren.
  • Het grondbeleid is ondersteunend aan de behoeftes uit de prestatieafspraken op de terreinen van volkshuisvesting en bedrijventerreinen.

 

Het grondbeleid van de gemeente is een instrument om ruimtelijke doelstellingen te bereiken. De nota grondbeleid is een belangrijk kader waarmee sturing kan worden gegeven aan de beleidsdoelstellingen volkshuisvesting, ruimtelijke ontwikkeling en economie.

 

De complexen in 2020 en verder

Complexen in exploitatie

Dit overzicht heeft betrekking op de complexen waarvoor de Raad een grondexploitatie heeft vastgesteld. Bij de vaststelling van de jaarrekening over 2019 zijn daarnaast de geactualiseerde grondexploitaties vastgesteld. Hierin zijn per jaarschijf de te verwachten kosten en opbrengsten in beeld gebracht. Per complex is een faseringsschema voor de nog te realiseren kosten en opbrengsten voor de komende jaren opgesteld en de grondprijzen uit de vastgestelde grondprijsbrief 2020 opgenomen. De fasering van de te verwachten opbrengsten is in lijn gebracht met het vastgestelde woningbouwprogramma, de te verwachten marktomstandigheden en de grondprijzen van 2020.

 

Bouwgrondverkopen

Woningbouw

Voor 2021 verwachten we 11 woningbouwkavels te verkopen. Hierbij gaan we ervan uit dat de plannen Hutten 2 (27 kavels) en Peddemors (3 kavels) eind 2020 uiterlijk begin 2021 op de markt komen.

 

Bedrijventerreinen

De gemeente Tubbergen koopt niet proactief gronden aan voor bedrijventerreinen. Waar mogelijk treden wij faciliterend op.

 

Financiële situatie

Doordat in de diverse woningbouwplannen bouwkavels worden verkocht, blijven de bijbehorende grondexploitaties inkomsten genereren. Dit heeft een positief effect op de boekwaarde. Deze zal verder gaan afnemen. Alle risico’s van de grondexploitatie zijn meegenomen in het risicoprofiel. Wij verwijzen u naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

 

Actuele ontwikkelingen

Ondanks het corona virus en de gevolgen daarvan blijft de belangstelling voor woningbouwkavels onverminderd groot. Gevolg is dat de voorraad woningbouwkavels op is. Er is een toename van particuliere plannen die ook daadwerkelijk worden gerealiseerd. Naar verwachting zullen in 2021 kavels beschikbaar komen in de plannen Hutten 2 en Peddemors. Tevens zullen we naar verwachting een procedure opstarten voor de kernen Geesteren en Fleringen. In het kader van het te voeren grondbeleid zijn we vanaf 2020 actief in een aantal kernen.

 

Actieve marktbenadering

Dit doen we met onze nieuwe website kavelsintubbergen.nl en de woonbeurs. En we blijven open staan voor nieuwe ontwikkelingen op en uit de markt. Te denken valt aan collectief particulier opdrachtgeverschap, projectmatige bouw, sociale woningbouw, duurzaam bouwen etc.

Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering

Voor de gemeenten Dinkelland en Tubbergen is de bedrijfsvoering binnen Noaberkracht georganiseerd. De begroting 2021 van Noaberkracht is door beide gemeenteraden vastgesteld. Noaberkracht ondersteunt Dinkelland en Tubbergen in het streven naar een vitale en zelfredzame samenleving. Noaberkracht heeft een focus op resultaat (de goede dingen goed doen). Daarom is het belangrijk dat Noaberkracht een wendbare organisatie blijft, die snel kan inspelen op veranderingen in de samenleving.

 

Rechtmatigheidsverantwoording

Door een komende wetswijziging zal het college naar waarschijnlijkheid vanaf boekjaar 2021 zelf een rechtmatigheidsverantwoording afgeven in de jaarrekening. Op dit moment verstrekt externe accountant Eshuis een controleverklaring met een oordeel inzake de getrouwheid en rechtmatigheid bij de jaarrekening van de gemeente. De externe accountant Eshuis geeft vanaf boekjaar 2021 een controleverklaring af met alleen nog een oordeel inzake de getrouwheid van de jaarrekening inclusief de rechtmatigheidsverantwoording door het college die in de jaarrekening 2021 wordt opgenomen.

 

In januari 2020 heeft de commissie BBV een modelmededeling van de rechtmatigheidsverantwoording plus een toelichting op haar site gepubliceerd. De commissie Bedrijfsvoering Auditing Decentrale Overheden (BADO) heeft in maart 2020 een notitie uitgebracht die meer invulling geeft aan de praktische uitwerking van de rechtmatigheidsverantwoording. Inmiddels zijn intern de voorbereidingen gestart zodat het college in 2021 in staat is om een rechtmatigheidsverantwoording af te geven in de jaarrekening. Ook is er op 5 oktober 2020 over dit onderwerp een presentatie verzorgd aan de auditcommissie van de raad.