Meer
Publicatiedatum: 30-09-2020

Inhoud

Financieel hoofdstuk

Inhoud

Mutaties bestaand beleid (tweede programmajournaal 2020)

Mutaties bestaand beleid (tweede programmajournaal 2020)

In dit financiële hoofdstuk treft u een samenvattend overzicht aan van de verschillende financiële mutaties voor het jaar 2020 op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zijn of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden. Meest belangrijke ontwikkeling in dit hoofdstuk is de weergave van de financiële stand van zaken betreffende de corona pandemie.

 

Omschrijving bedragen x €1.000
Corona - compensatie Rijk  
- Compensatie Rijk 259
- Op te nemen stelpost -259
Twence - dividend en borgstellingsvergoeding 103
Omgevingsdienst Twente -168
Algemene uitkering 147
Onroerende zaakbelasting 43
Gebruiksoppervlakten  
Sociaal domein -351
Elektriciteit p.m.
SSRT p.m.
Btw 365
Overige kleine verschillen -4
Totaal 135

Corona - compensatie Rijk

Inleiding

In perspectiefnota 2021 (inclusief 1e programmajournaal 2020) hebben we aangegeven dat we ervan uitgaan dat we volledig door het Rijk worden gecompenseerd voor extra uitgaven en wegvallende inkomsten als gevolg van de coronacrisis. Daarbij hebben we aangegeven dat we u als raad daarvan op de hoogte houden. Zowel in de komende P&C-documenten (2e programmajournaal 2020 en begroting 2021) of indien dat nodig is via afzonderlijke kanalen.

 

We gebruiken dit tweede programmajournaal om een eerste beeld van de stand van zaken betreffende de (financiële) gevolgen van de coronacrisis weer te geven

 

Compensatiepakket coronacrisis Rijksoverheid voor gemeenten

Het kabinet heeft vanaf het begin van de coronacrisis aangegeven dat er compensatie zou komen voor de extra kosten die gemeenten maken en voor het wegvallen van gemeentelijke inkomsten. Bij brief van 28 mei 2020 is de Tweede Kamer geïnformeerd over een pakket aan compensatiemaatregelen waartoe het kabinet in overleg met de medeoverheden heeft besloten. In de meicirculaire gemeentefonds van 2020 is het compensatiepakket op hoofdlijnen toegelicht. Er kon toen nog geen informatie worden gegeven over de verdeelwijze van de middelen over de gemeenten. Inmiddels is hierover meer duidelijkheid. De verdeling van het compensatiepakket van 28 mei 2020 vindt plaats via het gemeentefonds, waarbij zoveel mogelijk gebruik is gemaakt van de bestaande verdeelsleutels. Hierover is overleg geweest met de VNG. In de zogenaamde (extra) juni circulaire is, vooruitlopend op de septembercirculaire 2020, informatie over het financiële effect van de maatregelen voor individuele gemeenten opgenomen. Voor de gemeente Tubbergen ziet de compensatie er als volgt uit:

  Totaal Tubbergen
Vergoeding Rijk volgens brief 28 mei 2020 x € miljoen x €1.000
Compensatie toeristenbelasting 1 maart - 1 juni - 3 maand 100 47
Inkomstenderving eigen bijdrage Wmo april en mei 18  
Voorschoolse voorziening peuters 16 maart - 7 juni 8 11
Jeugdwet meerkosten en inhaalzorg 34,3 31
Wmo meerkosten en inhaalzorg 11,7 13
Noodopvang kinderen ouders met cruciaal beroep maart - juli 23  
Participatie / Sociale werkbedrijven - loonkosten 1 maart - 1 juni 90 103
Lokale culturele voorzieningen medio maart - 1 juni 60 54
     
Totaal 345 259

 

Compensatie toeristen- en parkeerbelasting

Gemeenten worden op dit moment geconfronteerd met dalende inkomsten uit toeristen- en parkeerbelasting als gevolg van de coronamaatregelen. Het kabinet heeft besloten de gemeenten voor de periode van 1 maart 2020 tot en met 1 juni 2020 te compenseren. Voor de toeristenbelasting is hier een bedrag van € 100 miljoen mee gemoeid. Dit betekent voor de gemeente Tubbergen een compensatie van € 47.000.

 

Inkomstenderving eigen bijdrage Wmo

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) heeft besloten de inning van de eigen bijdrage voor de Wmo (excl. beschermd wonen en opvang) stop te zetten voor de maanden april en mei 2020. Aanleiding hiervoor was het feit dat als gevolg van de coronacrisis een substantieel deel van de zorg en ondersteuning in de Wmo niet (volledig) kon worden geleverd. Vanwege een onevenredige uitvoeringslast voor gemeenten en aanbieders rond het tijdelijk opschorten van de eigen bijdrage is besloten om Wmo-cliënten in genoemde maanden vrij te stellen van de eigen bijdrage. Gemeenten worden gecompenseerd voor de gederfde inkomsten. Hiervoor is een bedrag van € 18 miljoen gereserveerd op de begroting van het Ministerie van VWS. Rijk en gemeenten zijn in overleg over de wijze waarop de middelen ter beschikking worden gesteld. Het voornemen is dit middels een decentralisatie uitkering te doen. Nadere informatie volgt in de septembercirculaire 2020.

 

Voorschoolse voorziening Peuters

De decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters is met € 8,3 miljoen verhoogd in verband met de (gedeeltelijke) sluiting van de kinderopvang in de periode 16 maart tot en met 7 juni 2020 in verband met de coronacrisis. Ouders/verzorgers zijn in maart opgeroepen om de rekening voor de opvang te blijven betalen in deze periode. Dit gold ook voor ouders/verzorgers van een kind dat gebruik maakt van de gemeentelijke regelingen voorschoolse educatie, peuteraanbod en sociaal medische indicatie. Op deze wijze kon het gemeentelijke aanbod rondom kinderopvang in stand worden gehouden. Daarbij is ook gecommuniceerd dat ouders een vergoeding krijgen voor het betalen van de eigen bijdrage in deze periode. Met deze eenmalige ophoging ontvangen gemeenten middelen om de eigen bijdrage van de ouders/verzorgers te vergoeden voor de hiervoor genoemde periode. De verdeling van het toegevoegd bedrag vindt plaats naar rato van het aandeel van iedere gemeente in de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters voor het jaar 2020. Dit betekent voor de gemeente Tubbergen € 11.000.

 

Inhaalzorg en meerkosten jeugdwet en Wmo 2015

Omwille van de continuïteit van zorg voor cliënten tijdens coronamaatregelen én voor continuïteit van het stelsel nadien zijn maatregelen genomen, om cliënten op grond van de Jeugdwet en de Wmo 2015 hulp en ondersteuning te kunnen blijven bieden. Het Rijk heeft, in afstemming met de VNG, een zeer dringend beroep op gemeenten gedaan om hun aanbieders van jeugdhulp, jeugdbescherming, jeugdreclassering en maatschappelijke ondersteuning financieel zekerheid en ruimte te bieden, van 1 maart 2020 tot in elk geval 1 juni 2020. Deze afspraak is verlengd naar 1 juli 2020. Het Rijk heeft tegelijkertijd met gemeenten afspraken gemaakt over compensatie van de directe meerkosten die voortkomen uit de coronamaatregelen en het volgen van de RlVM-richtlijnen. Daarnaast zijn Rijk en gemeenten in gesprek over de per saldo extra uitgaven over het geheel van 2020 voor zover die gerelateerd kunnen worden aan een evident uitstel van noodzakelijke zorg. Hierbij wordt ook rekening gehouden met wat onder de gebruikelijke omzet kan worden gerealiseerd. De nadere uitwerking van deze afspraken leidt voor nu tot een voorschot op de compensatie voor gemeenten van € 144 miljoen voor de meerkosten en inhaalzorg. In de komende periode werken Rijk en VNG samen om van deze inschatting van de kosten tot inzicht en definitieve afspraken te komen. Op 23 juni 2020 is bekend gemaakt dat de eerder gemaakte afspraken tussen VNG en het Rijk ten aanzien van het vergoeden van de meerkosten Wmo en Jeugd zijn verlengd van 1 juli tot en met 31 december 2020. Van het totaalbedrag van € 144 miljoen uit het compensatiepakket van 28 mei 2020 is een bedrag van € 46 miljoen toegevoegd aan de algemene uitkering, te weten € 34,3 miljoen aan het cluster Jeugd (onderdeel Jeugdhulp; betreft inhaalzorg) en € 11,7 miljoen aan het cluster Maatschappelijke ondersteuning (onderdeel Wmo 2015 begeleiding; betreft inhaalzorg). De overige € 98 miljoen betreft een voorschot voor meerkosten. Dit is toegevoegd aan de decentralisatie uitkering Maatschappelijke opvang en de decentralisatie-uitkering Vrouwenopvang.

 

Noodopvang ouders cruciaal beroep

Het kabinet heeft besloten om voor kinderen van wie een of beide ouders werken in een cruciaal beroep of vitale sector, noodopvang te organiseren. Gemeenten coördineren de noodopvang, in overleg met kinderopvangorganisaties en scholen Zij moeten zorgen voor voldoende aanbod voor kinderen in de leeftijd van 0 tot circa 12 jaar. Deze opvang is zonder extra kosten voor ouders. Het kabinet heeft besloten € 23 miljoen beschikbaar te stellen voor gemeenten voor de periode medio maart tot 1 juli. De (gratis) noodopvang gedurende werkdagen overdag is geëindigd op 8 juni. Noodopvang voor avond, nacht en weekenden blijft nog wel (gratis) beschikbaar voor ouders, waarvan een of beide ouders werken in de zorg. Deze vorm van noodopvang is in ieder geval beschikbaar tot 1 juli. Eind juni wordt besloten of dit gecontinueerd moet worden. Rijk en gemeenten zijn in overleg over de wijze waarop de middelen ter beschikking worden gesteld. Nadere informatie volgt in de septembercirculaire 2020.Eerste geluiden wijzen uit dat het naar verwachting gaat om een vast bedrag per gemeente van € 10.000 vermeerderd met een bedrag van € 9,03 per kind onder de twaalf jaar.

 

Participatie (sociale werkbedrijven)

Als gevolg van de coronacrisis zijn de Sociale Werkbedrijven geheel of gedeeltelijk gesloten. Daardoor vallen bedrijfsopbrengsten weg waarmee (deels) de loonkosten van medewerkers die werkzaam zijn voor een Sociale Werkbedrijf worden gefinancierd. Tekorten in de exploitatie worden in de reguliere systematiek opgevangen door een hogere gemeentelijke bijdrage. Deze financieringsbron staat onder druk omdat gemeenten financiële gevolgen hebben van de coronacrisis. Het kabinet heeft daarom besloten de integratie-uitkering Participatie, onderdeel Wet sociale werkvoorziening (Wsw), te verhogen met € 90 miljoen voor de periode 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 ter compensatie van een deel van de loonkosten. Eventuele verlenging van deze compensatie vergt nieuwe besluitvorming. De verdeling van het toegevoegde bedrag vindt plaats naar rato van het aandeel van iedere gemeente in het verdeelmodel voor de integratie-uitkering Participatie, onderdeel Wsw. Dit betekent voor de gemeente Tubbergen € 103.000.

 

Lokale culturele voorzieningen

De medeoverheden zijn verantwoordelijk voor twee derde van alle subsidies aan cultuur en houden daarmee de lokale en regionale culturele infrastructuur overeind: openbare bibliotheken, muziekscholen, centra voor de kunsten, musea, monumenten, schouwburgen, concertzalen, vlakke vloer theaters, poppodia, filmhuizen, beeldende kunstinstellingen, amateurkunst, cultuureducatie en festivals. Voor het landelijke gesubsidieerde aanbod zijn de lokale podia essentieel als speelplekken. Het kabinet heeft besloten om een bevoorschotting op de compensatie aan medeoverheden te verstrekken van € 60 miljoen voor de periode van medio maart 2020 tot en met 1 juni 2020. Dit met het oog op borging van de lokale en regionale culturele infrastructuur. Deze organisaties missen nu onder andere inkomsten uit kaartverkoop en horeca, terwijl de vaste lasten zoals huisvesting en beveiliging doorlopen. Het bedrag is toegevoegd aan het cluster Cultuur en ontspanning van de algemene uitkering.  Voor de gemeente Tubbergen betreft het een bedrag van € 54.000.

 

Overige

Naast de hiervoor aangegeven compensaties heeft het kabinet via de kamerbrief van 28 mei 2020 en de junicirculaire 2020 ook nog maatregelen bekend gemaakt die niet gelden voor de gemeente Tubbergen. Het betreft hier achtereenvolgens de volgende onderwerpen en bedragen:

  • Maatschappelijke opvang € 91 miljoen via centrumgemeenten
  • Vrouwenopvang € 7 miljoen via centrumgemeenten
  • Ondersteuning sportverenigingen – € 110 miljoen aan te vragen via specifieke uitkering
  • Compensatie parkeerbelasting € 125 miljoen via betreffende gemeenten
  • Steunfonds lokale informatievoorziening € 24 miljoen – via stimuleringsfonds voor de journalistiek
  • Openbaar vervoer € 1,5 miljard via ministerie van Infrastructuur en waterstaat

 

Conclusie en voorstel compensatiepakket coronacrisis

Aangezien we in dit tweede programmajournaal nog geen totaalbeeld hebben van de mogelijke (financiële) gevolgen van de coronacrisis ligt het voor de hand de ontvangen compensatie van het Rijk vooralsnog “achter de hand te houden”. Dat wil zeggen dat we de compensatie via dit tweede programmajournaal opnemen in onze begroting met daartegenover een stelpost. Een budgettair neutrale verwerking dus. Verderop in dit financiële hoofdstuk lichten we op onderdelen de thans inzichtelijke gevolgen van de coronacrisis toe en leggen we ook de link met de benoemde stelpost.

 

Voorgesteld wordt de ontvangen compensatie coronacrisis van het rijk ten bedrage van € 259.000 op te nemen in de begroting 2020 en daartegenover een stelpost te ramen in afwachting van meer duidelijkheid over de (financiële) gevolgen van de coronacrisis.    

Toelichtingen mutaties bestaand beleid

Toelichtingen

Twence

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders van Twence heeft de dividenduitkering en de borgstellingsvergoeding over het jaar 2019 vastgesteld, Dit betekent voor de gemeente Tubbergen een incidentele meevaller € 103.000.

 

Omgevingsdienst Twente (ODT)

Vanaf 1 januari 2019 draagt de Omgevingsdienst Twente (ODT) zorg voor de uitvoering van milieutaken voor zover deze betrekking hebben op taken die behoren tot de zogenoemde variant 4. Bij de start van de omgevingsdienst is afgesproken dat de inbreng van middelen bij de dienst wordt gebaseerd op de werkelijk beschikbare formatie (peiljaar 2017).

 

De eerste jaren werkt de ODT met een zogenoemde inputfinanciering. Hierbij wordt de jaarlijkse bijdrage bepaald aan de hand van de ingebrachte formatie. Vervolgens wordt op basis van een jaarplan inzicht gegeven in de verwachtte uitvraag voor dat jaar. Deze jaarplanning wordt doorgerekend op basis van het verwachtte aantal producten en de indicatieve normuren (Twentse norm). De afrekening vindt achteraf plaats op basis van werkelijk bestede uren door de ODT. Voor Noaberkracht betekent dit dat de berekende benodigde formatie jaarlijks meer bedraagt dan er aan formatie beschikbaar is gesteld.

 

Uit de Q2 rapportage van de ODT blijkt dat voor 2020 reeds 80% van de ingebrachte uren zijn gebruikt. Er zijn voor 2020 onvoldoende middelen beschikbaar om alle werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Hierbij is uitgegaan van de huidige inzet, de werkvoorraad die nog bij de ODT ligt en de verwachting van een verdere uitvraag over 2020.

 

De ODT heeft een prognose gemaakt welke producten zij over 2020 nog verwachten te kunnen leveren (mits er voldoende middelen beschikbaar worden gesteld). Hierbij wordt er vanuit gegaan dat voor toezicht circa 2/3 van de geplande controles kan worden uitgevoerd. Op basis van deze prognose wordt verwacht dat de benodigde uren voor 2020 moet worden bijgesteld naar 13.974 uren. De oorspronkelijke planning gaat uit van 11.892 benodigde uren terwijl in werkelijkheid 9.269 uren beschikbaar zijn.

 

Dit betekent dat het verschil tussen de ingebrachte middelen en de verwachte inzet voor 2020 op basis van de indicatieve uren toeneemt van 2.623 naar 4.705 uur. Dit tekort komt overeen met een bedrag van circa 385.000 euro. Op basis van de verdeelsleutel gaat het om een bedrag van circa 168.000 voor Tubbergen over 2020. 

 

Algemene uitkering

De algemene uitkering komt voor het jaar 2020 volgens de meicirculaire 2020 ongeveer € 290.000 hoger uit dan geraamd. Deze hogere inkomsten zijn een gevolg van hogere accressen (ontwikkeling van de rijksuitgaven), incidentele compensatie Btw Compensatiefonds (BCF) en mutaties in eenheden en gewichten (aantal inwoners, aantal bijstandsontvangers, etc.

 

Het saldo van de hogere algemene uitkering is geen pure “winst”. We dienen rekening te houden met de taakmutaties die benoemd zijn door het rijk. Taakmutaties zijn middelen die met een bepaald oogmerk aan het gemeentefonds zijn toegevoegd of onttrokken, maar waar geen bestedingsverplichting aan ten grondslag ligt. Wanneer ze nieuw zijn worden ze eenmalig afzonderlijk benoemd om inzicht te creëren waaraan het rijk meer of minder geld gaat besteden. Maar het uitgangspunt van de gehele algemene uitkering is en blijft dat de middelen vrij aanwendbaar zijn. Binnen de gemeente Tubbergen kennen we de lijn dat voor deze taakmutaties een stelpost wordt opgenomen in afwachting van te ontwikkelen beleid. Zodra door college en raad wordt ingestemd met het ontwikkelde beleid kan een beroep worden gedaan op deze stelpost(en). Indien ervoor wordt gekozen geen beleid te ontwikkelen dan kan de stelpost vrijvallen ten gunste van de algemene middelen of en laste worden gebracht.

 

In de meicirculaire 2020 zijn een viertal taakmutaties opgenomen:

Taakmutatie Inburgering

Per 1 juli 2021 treedt de Wet Inburgering in werking. Zowel de incidentele bijdrage in de invoeringskosten als de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten wordt verstrekt via een integratie-uitkering. De benodigde middelen voor de kosten van inburgeringsvoorzieningen worden verstrekt via een specifieke uitkering van het Ministerie van SZW. Het bedrag dat gemeenten in 2020 ontvangen betreft de incidentele bijdrage in de invoeringskosten en wordt over gemeenten verdeeld op basis van het aantal inwoners. De bedragen die gemeenten vanaf 2021 ontvangen betreffen de structurele bijdrage in de uitvoeringskosten. De verdeling van de integratie-uitkering zal naar verwachting in de decembercirculaire 2020 worden bijgesteld, als van zowel het aantal inwoners als het aantal personen met een niet- westerse migratieachtergrond nieuwe gegevens voorhanden zijn.

 

Taakmutatie maatschappelijke begeleiding statushouders

Conform artikel 18 van de Wet inburgering wordt voorzien in de maatschappelijke begeleiding van inburgering plichtige asielmigranten en hun gezinsleden. Een gemeente ontvangt € 2.370 per inburgering plichtige asielmigrant. De gemeente Tubbergen ontvangt in 2020 € 16.590 voor zeven asielmigranten incidenteel.

 

Taakmutatie Participatie

De omvang van de integratie-uitkering Participatie wijzigt door de toekenning van de loon- en prijsbijstelling 2020. De Wsw-verdeling vanaf 2020 is geactualiseerd met de realisaties van het gemiddeld aantal SE in 2019 en de blijfkansen voor de jaren 2020 en verder.

 

Taakmutatie Voogdij/18+

De integratie-uitkering Voogdij/18+ kent een systematiek waarbij op basis van historisch zorggebruik (t-2) per gemeente gemiddelde dagprijzen (p) worden vermenigvuldigd met het aantal zorgdagen (q). Daarmee wordt – ondanks de beperking van gegevens die twee jaar teruggaan - zo goed mogelijk aangesloten bij de actuele kostenverschillen tussen gemeenten. In de nieuwe bedragen per gemeente is rekening gehouden met de loon- en prijsbijstelling 2020.

 

Samenvatting

De hogere inkomst uit de algemene uitkering laat, rekening houdend met het ramen van stelposten voor de toegelichte taakmutaties het volgende beeld zien:

Hogere inkomst algemene uitkering €290.000
Te ramen stelposten op grond van taakmutaties:  
- Inburgering €42.000
- Maatschappelijke begeleiding statushouders €17.000
- Participatie €71.000
- Voogdij/18+ €13.000
  €143.000
Budgettair voordeel 2020 €147.000

 

OZB

De werkelijke inkomsten onroerendezaakbelasting zijn in 2020 hoger dan begroot. De inkomst woningen eigenaren wordt daarom verhoogd met €37.000 en de inkomst niet-woningen eigenaren met €6.000. In totaal betekent dit een voordeel voor Tubbergen van €43.000.

 

Gebruiksoppervlakten

Alle gemeenten zijn wettelijk verplicht om uiterlijk met ingang van het jaar 2022 de waardering van de woningen in het kader van de Wet WOZ uit te voeren op basis van de gebruiksoppervlakte. Deze gebruiksoppervlakte moet nauwkeurig zijn bepaald en moet gedetailleerd genoeg zijn om de taxaties op te kunnen baseren. De gebruiksoppervlakte, die wordt geregistreerd in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG) voldoet niet aan de door de Waarderingskamer gestelde eisen. Er is dan ook een verbeterslag noodzakelijk. Deze verbeterslag is bij Noaberkracht projectmatig opgepakt. Nu we enkele maanden aan de slag zijn hebben we beter zicht op de benodigde capaciteit en de bijbehorende budget. Daarbij blijkt dat er €40.000 aan extra budget nodig is om de werkzaamheden tijdig uit te voeren. De gemeente Dinkelland wordt dan ook gevraagd om, volgens de verdeelsleutel, een extra bijdrage te leveren van €17.460, te dekken uit de reserve incidenteel algemeen beschikbare middelen.

 

Sociaal Domein

Onderstaand de mutaties sociaal domein met een toelichting. De mutaties zijn het gevolg van autonome ontwikkelingen of corona-gerelateerd.

Sociaal domein 2020

(bedragen x € 1.000)

Leerlingenvervoer

99

Kinderopvang

20

ROZ – uitvoeringskosten

9

Bijstand

-110

Bbz – afrekening 2019

-185

Hulpmiddelen/trapliften/woningaanpassingen

-321

Beleid en uitv. Maatwerkdienstverl. 18+

-8

Huishoudelijke ondersteuning

66

Abonnementstarief

-20

Wmo ondersteuning individueel

27

Wmo ondersteuning groep

74

Kleine verschillen

-2

Uitvoeringsplan sociaal domein

0

Totaal mutaties

-351

waarvan corona-gerelateerd

40

 

Leerlingenvervoer (€ 99.000 voordeel)

Als gevolg van de coronacrisis heeft in de maanden maart t/m mei nauwelijks leerlingenvervoer plaatsgevonden aangezien de scholen gesloten zijn geweest. Met de vervoerder is een compensatieregeling getroffen (bevoorschotting vervoerder). Op basis van de doorrekening van de kosten voor de maanden januari t/m juni en de te verwachten kosten over de periode juli t/m december is er een incidenteel voordeel in 2020 van ca. € 99.000. Dit heeft geheel betrekking op de corona-periode. Op dit moment is er in de prognose voorzichtigheidshalve rekening mee gehouden dat het volledige voorschot een last voor de gemeente Tubbergen is, na afloop van de corona-periode wordt berekend of (een gedeelte van) het voorschot door de vervoerder terugbetaald dient te worden op basis van gemaakte kosten.

 

Kinderopvang (€ 20.000 voordeel)

Dit betreffen de kosten voor de inspecties van de kinderopvangcentra. De inspecties worden uitgevoerd door de GGD Twente. De totale inspectiekosten zullen voor beide gemeente lager zijn dan de raming in 2020. Een scenario over hoe de inspecties de rest van het jaar eruit komen te zien, wordt nog uitgewerkt door de GGD. Hier ontvangen we binnenkort bericht over. Op dit moment wordt ingeschat dat de uitgaven incidenteel ca. € 20.000 lager zullen zijn dan de raming als gevolg van de coronacrisis. Echter, de inspecties zullen hoogstwaarschijnlijk in 2020 worden ingehaald, waardoor in 2020 de kosten mogelijk hoger zijn dan de raming.

 

Beleid en uitvoering Inkomensregelingen (incidenteel voordeel € 8.000)

De kosten voor de reguliere dienstverlening van het ROZ Hengelo zullen incidenteel lager uitvallen in 2020 dan begroot, als gevolg van de coronacrisis heeft het ROZ veel capaciteit nodig gehad voor de uitvoering van de Tozo regelingen (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers). Op dit moment wordt ingeschat dat de uitgaven voor de reguliere dienstverlening incidenteel ca. € 8.000 lager zijn dan de raming als gevolg van de coronacrisis. De extra dienstverlening met betrekking tot de Tozo regelingen wordt door het ROZ apart in beeld gebracht en door de gemeente Tubbergen verantwoord in de SiSa bijlage bij de jaarstukken 2020. De gemeente Tubbergen heeft van het Rijk een specifieke uitkering ontvangen voor de verstrekkingen en extra uitvoeringskosten van de Tozo regelingen.

 

Bijstandsuitkeringen (€ 110.000 nadeel)

WWB, IOAW en IOAZ

De raming van het aantal bijstandsuitkeringen 2020 is gebaseerd op gemiddeld 132 uitkeringen en een uitkeringslast van ca. € 14.200 per uitkering op basis van de cijfers over het jaar 2019. Het verloop van de aantallen van het jaar 2017 t/m mei 2020 is als volgt:

 

In de grafiek is een afname te zien in het aantal bijstandsklanten sinds het jaar 2017, ook in het begin van 2020 wordt een afname waargenomen ten opzichte van eind 2019. Indien de dalende lijn zich zou hebben voortgezet zou het voordeel op de huidige raming naar verwachting ca. € 49.000 zijn geweest.

 

Echter, in de maand april 2020 is voor het eerst een toename te zien in het aantal uitkeringen t.o.v. het begin van het jaar als gevolg van de coronacrisis. Deze toename is in de maand mei weer afgezwakt. Het gemiddeld aantal uitkeringen is echter op dit moment nog onder de raming van 132. Op basis van de meest recente informatie over het aantal WW-uitkeringen in de gemeente Tubbergen is de verwachting dat van de verstrekte WW-uitkeringen vanaf 16 maart 2020 (73 uitkeringen in totaal, waarvan 20 jongeren tot 25 jaar) ca. 15% in de bijstand terecht zal komen na het eindigen van de WW-uitkering. Dit zou een toename van het uitkering bestand van 11 uitkeringen betekenen ten opzichte van de maand maart. Voorzichtigheidshalve gaan we ervan uit dat deze nieuwe instroom niet voor het eind van het jaar zal uitstromen. De bovenstaande aannames leiden tot een incidenteel nadeel van € 78.000 het jaar 2020 met betrekking tot WWB, IOAW en IOAZ. Ten opzichte van de verwachting zonder de corona crisis betekent dit een incidenteel nadeel van € 30.000 in 2020.

 

Bbz starters en gevestigden

Met ingang van 1 januari 2020 vallen ook de gevestigde ondernemers die een bijstandsaanvraag doen om te voorzien in hun levensonderhoud onder de gebundelde uitkering (BUIG). De cijfers over de eerste vijf maanden van 2020 laten op dit moment een voordeel zien van ca. € 25.000. Wat betreft de gevestigde ondernemers is het aantal op dit moment lager dan vorig jaar (2 trajecten minder), de gemeente Tubbergen heeft op dit moment geen startende ondernemers in de bijstand voor levensonderhoud.

 

Loonkostensubsidies

In de eerste vijf maanden van 2020 zien we een forse stijging in de uitgaven met betrekking tot de loonkostensubsidies garantiebanen. Dit leidt tot een nadeel van € 109.000 in het jaar 2020. De loonkostensubsidie is in het leven geroepen voor mensen met een arbeidsbeperking ter vervanging van de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) die in 2015 is gesloten. De doelgroep die voorheen in de Wsw terecht zou zijn gekomen, stroomt nu in de Participatiewet met een loonkostensubsidie.

 

Gebundelde uitkering (BUIG)

In mei 2020 zijn de nader voorlopige budgetten 2020 met betrekking tot de BUIG bekend gemaakt. In deze bijstelling zijn de realisaties over het jaar 2019 en de conjuncturele situatie van vlak voor de coronacrisis (CEP en CPB) verwerkt. De bijstelling van mei 2020 leiden tot een structureel nadeel van ca. € 62.000 in 2020, € 72.000 in 2021, € 75.000 in 2022, € 75.000 in 2023 en € 64.000 in 2024. De gevolgen van de coronacrisis zijn niet in de nader voorlopige budgetten verwerkt. De belangrijkste verandering is de bijstelling van het macrobudget in verband met de lagere macro-uitgaven over 2019 (zowel in het aantal uitkeringen als in de uitkeringslast per uitkering) en gunstigere werkloosheidsramingen van CPB (zoals vermeld, ramingen van vóór de coronacrisis).

 

Eind september ontvangt de gemeente Tubbergen van het Rijk bericht over de definitieve budgetten 2020. Bij het vaststellen van deze definitieve budgetten, zal rekening worden gehouden met de dan actuele conjuncturele situatie. Wat deze toezegging precies betekent is op dit moment niet duidelijk. Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid zou kunnen vasthouden aan de normale procedure en de definitieve budgetten eind september vaststellen op basis van de te zijner tijd actuele realisaties en de dan actuele CPB-werkloosheidsramingen. Het is nog maar de vraag hoeveel onzekerheid deze CPB-ramingen op dat moment nog zullen bevatten. Hoe groter de onzekerheid in deze ramingen, hoe groter het risico voor de gemeente Tubbergen. Daarom worden de nader voorlopige budgetten 2020 vooralsnog niet verwerkt in het meerjarig saldo van de gemeente Tubbergen, maar worden de bekendmakingen in september 2020 afgewacht.

 

Minimabeleid (neutraal)

Als gevolg van een stijging van het aantal verstrekte uitkeringen is ook het aantal inwoners dat aanspraak kan maken op minimaregelingen gestegen. In de cijfers tot en met de maand april 2020 is dit nog niet terug te zien. We houden rekening met een lichte stijging in de rest van het jaar. Dit leidt op dit moment niet tot het bijstellen van de begroting.

 

Besluit bijstandverlening zelfstandigen (€ 184.000 nadeel)

TOZO-regeling

Voor de verstrekkingen op basis van de Tozo-regelingen en de extra uitvoeringskosten door het ROZ is van het Rijk een specifieke uitkering ontvangen van ruim € 3,9 miljoen. Deze € 3,9 miljoen wordt zowel aan de inkomstenkant geraamd als ontvangst van het Rijk en aan de uitgavenkant opgenomen als budget voor de verstrekkingen en extra dienstverlening van het ROZ. Verantwoording vindt plaats via de SiSa bijlage bij de jaarstukken 2020. Op basis van deze verantwoording wordt de hoogte van de vergoeding vastgesteld ter hoogte van 100% van de gemaakte kosten. Voor de vergoeding van de uitvoeringskosten geldt een vast bedrag per besluit op een aanvraag.

 

De Tozo 1 regeling had betrekking op de maanden maart t/m mei 2020. Er zijn in totaal 368 aanvragen geweest uit de gemeente Tubbergen. De infographic van het ROZ met betrekking tot de Tozo 1 regeling is als bijlage toegevoegd aan het tweede programmajournaal.

 

Afrekening 2019 (€ 184.000 nadeel)

Op basis van het Beeld van de Uitvoering 2019 heeft een voorlopige afrekening met het ministerie plaatsgevonden met betrekking tot de uitvoering van de Bbz in 2019. 75% van de lasten van de gemeente Tubbergen wordt door het ministerie vergoedt. De vergoeding wordt verrekend met het in 2019 ontvangen voorschot. Voor de gemeente Tubbergen zorgt dit voor een incidenteel nadeel van ca. € 184.000 in 2020.

 

Hulpmiddelen (€ 321.000 nadeel)

Voor wat betreft de hulpmiddelen kennen we enerzijds de huurconstructie en anderzijds verstrekkingen in eigendom van (eenvoudige) woonvoorzieningen, woningaanpassingen en trapliften (inclusief onderhoud en reparatie). Daarnaast hebben inwoners ook de mogelijkheid een pgb aan te vragen voor het aanschaffen van een hulpmiddel.

 

De prognose voor het jaar 2020 laat zien dat de hulpmiddelen in de huurconstructie conform de begroting zijn (zowel financieel als qua aantallen). De verstrekkingen in eigendom zorgen voor een verwachte overschrijding op het totaalbudget hulpmiddelen. Deze overschrijding van € 100.000 ziet er op onderdelen als volgt uit:

  • Rolstoelvoorzieningen: vrijwel geen wijziging in het aantal rolstoelen in de huurconstructie, financieel geen afwijking.
  • Vervoersvoorzieningen: er is een lichte stijging waarneembaar in het aantal vervoersvoorzieningen in de huurconstructie (scootmobielen en driewielfietsen), daarnaast is er een verschuiving van voorzieningen zonder trapondersteuning naar voorzieningen met trapondersteuning. Dit zorgt voor een nadeel van € 14.000. Daarnaast zorgen verstrekkingen in eigendom/pgb-verstrekkingen, onderhoudskosten en financiële tegemoetkomingen vervoer voor een nadeel van ca. € 25.000.
  • Woonvoorzieningen: er is geen stijging waarneembaar in het aantal woonvoorzieningen in de huurconstructie. De kosten van de verstrekkingen in eigendom zijn conform raming.
  • Trapliften: een nadeel van ca. € 42.000 in verband met een steeds hoger aantal jaarlijkse verstrekkingen. Dit heeft te maken met de wens om inwoners langer thuis te laten wonen. De verstrekkingen zien we oplopen van 2 per jaar in 2015 tot 12 in 2019. In 2020 zijn in het eerste half jaar 10 trapliften verstrekt.
  • Woningaanpassingen: tekort van ca. € 240.000 in verband met een aantal (duurdere) woningaanpassingen in het jaar 2020. Ook dit is een gevolg van langer thuis blijven wonen.

 

Beleid en uitvoering Maatwerkdienstverlening 18+ (€ 8.000 nadeel)

Dit nadeel wordt veroorzaakt door de bijdrage aan de coöperatie Twentse Zorg Academie (TZA). De TZA is het regionale innovatieve leerwerk-, test- en oefencentrum op het gebied van zorgtechnologie en toepassingen. Zij zijn gericht op het behoud van zelfstandigheid en zelfredzaamheid in de thuissituatie. Zij zijn de verbinding tussen de (leveranciers van) nieuwste zorgtechnologie, inwoners en (zorg)professionals. En dat zonder commercieel oogpunt en in verbinding met de 3O’s: Onderwijs, Overheid en Ondernemers. Afgesproken is dat elke partner jaarlijks een financiële bijdrage (€ 7.500). Deze bijdrage draagt bij de doelstellingen van de TZA en het effect dat dat op inwoners heeft.

 

Inwoners, vrijwilligers, mantelzorgers en professionals ervaren, maken kennis met en worden geschoold in de nieuwste en bestaande technologie via de activiteiten van de TZA. De TZA draagt daarmee bij aan langer thuis wonen en meer zelfredzaamheid. De kern van de activiteiten van de TZA is bewustwording, adoptie en acceptatie van zorgtechnologie in de praktijk en hoe zorgtechnologie kan bijdragen in het verhogen van zelfredzaamheid en zelfstandigheid. We willen hiermee graag aansluiten bij de doelstellingen van de gemeenten. Er liggen voor de komende jaren behoorlijke uitdagingen op het sociaal domein. Denk hierbij aan eenzaamheid, verward gedrag, vervoer van mensen met lichte dementie, individuele begeleiding en jeugdzorg.

 

Huishoudelijke ondersteuning (€ 66.000 voordeel)

In het eerste half jaar van 2020 zijn per saldo ca. 28 unieke cliënten ingestroomd, dit betreft vrijwel alleen instroom in de basismodule. Deze instroom heeft voornamelijk in het eerste kwartaal plaatsgevonden, mogelijk is het coronacrisis een oorzaak voor lagere instroom het tweede kwartaal. Dit is echter niet met zekerheid te zeggen, aangezien we ook in 2019 een wisselend beeld hebben gezien in de toename van het aantal unieke cliënten per kwartaal. Voor het jaar 2020 is rekening gehouden met een instroom van 40 cliënten als gevolg van de wijziging van het abonnementstarief Wmo. Er wordt vanuit gegaan dat deze instroom ook plaats gaat vinden, echter is deze instroom later dan waar op begrotingsbasis rekening mee is gehouden. Dit levert een voordeel op van ca. € 66.000.

 

Abonnementstarief Wmo (€ 20.000 nadeel)

Als gevolg van vertraging in de implementatie van het nieuwe systeem voor gegevensuitwisseling tussen gemeenten en het Centraal Administratie Kantoor (CAK), is voor de maanden januari t/m maart 2020 nog geen eigen bijdrage geïnd voor inwoners uit de gemeente Tubbergen. Daarnaast heeft de minister van VWS besloten om voor de maanden april en mei 2020 geen eigen bijdrage te innen in verband met de gevolgen van corona op de ondersteuning. Hierdoor ontstaat er een nadeel voor de gemeente Tubbergen van ca. € 20.000. De gemeenten ontvangen hiervoor een compensatie van het Rijk.

 

Met ingang van juni 2020 wordt de eigen bijdrage geïnd, dit geldt ook met terugwerkende kracht voor de periode januari t/m maart 2020.

 

Wmo ondersteuning individueel (€ 27.000 voordeel)

Het aantal indicaties individuele ondersteuning ligt in het eerste half jaar van 2020 (103 indicaties) gemiddeld iets hoger dan in 2019 (99 indicaties). In de begroting 2020 is rekening gehouden met een instroom in 2020, aangezien deze instroom zich in het laatste half jaar van 2019 ontwikkelde. Deze instroom heeft minder plaatsgevonden dan begroot (109 indicaties). Dit zorgt voor een voordeel van ca. € 27.000. In de prognose is (nog) geen rekening gehouden met het mogelijke boeggolf effect van inhaalzorg als gevolg van corona.

 

Wmo ondersteuning groep (€ 74.000 voordeel)

Het aantal indicaties groepsondersteuning ligt in het eerste half jaar van 2020 (112 indicaties) gemiddeld lager dan in 2019 (123 indicaties). Dit zorgt voor een voordeel van ca. € 74.000. In de prognose is (nog) geen rekening gehouden met het mogelijke boeggolf effect van inhaalzorg als gevolg van corona.

 

(Financiële) Stand van zaken uitvoeringsplan sociaal domein

Het verloop van de beoogde besparing (begroting 2019) en de behaalde besparing (2019 en 2020) is als volgt:

(bedragen x €1.000)

2019

2020

2021

2022

Beoogde besparing begroting 2019

94

375

520

545

Behaalde besparing 2019 (PJ1)

-94

-94

-94

-94

Resterende beoogde besparing 2020

0

281

426

451

Behaalde besparing 2020 (PJ1)

0

-235

-90

-90

Resterende beoogde besparing 2020

0

46

336

360

 

Deze resterende beoogde besparing is taakstellend ingeboekt in onze (meerjaren)begroting. Het mogelijk niet behalen van de taakstelling betekent dus direct een financiële tegenvaller.

 

Energiekosten

Omdat de geboekte uitgaven niet in de pas lopen met de begrote bedragen, doen wij nader onderzoek. Daarbij kijken we of de nota’s wel op het juiste verbruik zijn afgestemd. Hierin speelt mee dat wij in 2020 zijn gewisseld van leverancier en wij ons afvragen of de overgang van de oude naar de nieuwe goed is verlopen. In afwachting van de uitkomsten ramen wij de extra kosten vooralsnog p.m.

 

SSRT

Zwembad De Vlaskoel en de nieuwe sporthal zijn in eigendom bij de gemeente en in exploitatie en beheer bij Stichting Sport en Recreatie Tubbergen (SSRT). Het bestuur van SSRT heeft onlangs aangegeven dat zowel de exploitatie van het zwembad als de exploitatie van de nieuwe sporthal structureel in de rode cijfers komen. Naast de structurele tekorten heeft SSRT ook aangegeven dat zij te maken hebben met extra verliezen als gevolg van de coronacrisis.


Wij zijn met SSRT in overleg over de financiële problemen, waarbij onze insteek is dat er eerst een heldere analyse moet komen van de financiële situatie en de wijze waarop op dit moment invulling wordt gegeven aan de exploitatie en het beheer. Dit maakt ook onderdeel uit van het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen, waarin wij sturen op “nieuwe afspraken voor een toekomstbestendige exploitatie en beheer”. Wij zullen u informeren over de uitkomsten.


Btw

In het tweede programmajournaal ramen wij een eenmalige ontvangst van € 365.000 in verband met teruggave btw. Dit bedrag heeft betrekking op de door ons ingediende bezwaarschriften over de jaren 2013 t/m 2016 en de jaren 2017 en 2018.

 

Toelichting op bezwaarschriften.

De bezwaarschriften hebben grotendeels betrekking op terugvordering van de btw op algemene kosten zoals salariskosten en kosten van Noaberkracht. Voor de teruggave van btw op algemene kosten wordt jaarlijks, na afloop van het jaar het zogenaamde mengpercentage berekend. Begin 2020 hebben we met de Belastingdienst overeenstemming bereikt over de systematiek van de berekening van het mengpercentage. Dit percentage bestaat uit drie onderdelen. Percentage van de btw dat verrekend wordt via het Btw Compensatiefonds, percentage van de btw dat verrekend wordt via ondernemersaangifte en percentage van de btw dat niet teruggevorderd kan worden en dus kostenverhogend is.  In de afgelopen jaren is er sprake van minder kostenverhogende btw. Dit heeft een gunstig effect op het mengpercentage. Daardoor kan een groter deel van de betaalde btw op algemene kosten teruggevorderd worden  

  

Toelichting op bedragen.

In juli 2020 zijn de beschikkingen van de Belastingdienst ontvangen op de bezwaarschriften 2013 t/m 2016. In totaal is inclusief belastingrente een bedrag ontvangen van € 700.000. In de gemeenterekening 2019 hadden wij al een bedrag opgenomen van € 599.000. Het restant van € 101.000 wordt ten gunste van het boekjaar 2020 gebracht. 

 

Eind augustus hebben wij de bezwaarschriften voor de jaren 2017 en 2018 ingediend. Exclusief de belastingrente komen deze bezwaarschriften neer op een te verwachten teruggave van € 264.000.

 

Naast het bovenstaande spelen op dit moment nog de volgende zaken met de Belastingdienst:

 

Bezwaar tegen naheffing

Naar aanleiding van de controle van de Belastingdienst over het boekjaar 2016 heeft de Belastingdienst een naheffing opgelegd van € 35.000 in verband met het niet in rekening brengen van btw op de kosten van aanleg van riolering op terrein van derden. Omdat hier sprake is van een gemeentelijke riolering op grond van derden, zijn wij van mening dat btw hier niet aan de orde is. We hebben dan ook bezwaar gemaakt tegen de naheffing. Wij verwachten dat in najaar 2020 bericht komt over de door ons ingediende bezwaarschrift. Voorzichtigheidshalve hebben wij de naheffing al wel verwerkt in de jaarrekening 2019

 

Bezwaar met betrekking 2019.

Naar aanleiding van de ontvangst van de beschikking 2019 btw-compensatiefonds hebben wij een pro forma bezwaarschrift ingediend. Dit bezwaarschrift wordt door ons in najaar 2020 nader onderbouwd en vervolgens gaan wij hierover in overleg met de Belastingdienst. Wij hopen bij de jaarrekening 2020 de uitkomsten te vermelden.

     

2020 en volgende jaren

Zoals hiervoor is aangegeven, heeft de teruggave van de btw grotendeels betrekking op het mengpercentage dat van toepassing is op de algemene kosten. Met ingang van 2021 verwerken we de met de Belastingdienst overeengekomen systematiek direct in de begroting. Het financiële effect hiervan wordt dus integraal vertaald in de begroting 2021 en verder. Voor het jaar 2020 is nog het oude systematiek c.q. oud mengpercentage toegepast. Na afloop van 2020 zullen wij daarom ook het verschil tussen het oude en nieuwe systematiek in beeld brengen en aan de orde stellen bij de Belastingdienst   

 

Overige kleine verschillen

Het betreft hier verschillende kleine verschillen.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte mutaties op basis van bestaand beleid uit dit tweede programmajournaal 2020 en deze te verwerken in het boekjaar 2020.

Conclusies budgettaire consequenties

Conclusies budgettaire consequenties tweede programmajournaal 2020

Uit de toelichtingen op verschillende mutaties uit dit tweede programmajournaal over 2020 blijkt dat de gevolgen van de Corona pandemie op meerdere plekken invloed heeft.  Zowel in positieve als in negatieve zin. In totaliteit is er in dit tweede programmajournaal rekening gehouden met een voordelig financieel effect van de corona pandemie van € 40.000. Dit bedrag kan in grote lijnen als volgt worden gespecificeerd:

Lagere kosten vervoer €110.000 V
Hogere kosten bijstand €78.000 N
Overige €8.000 V

 

Voorzichtigheidshalve en met inachtneming van de onzekerheden wordt voorgesteld dit voordeel toe te voegen aan de stelpost corona (zie begin dit hoofdstuk).

 

Voorgesteld wordt het voordeel betreffende corona uit dit tweede programmajournaal 2020 ten bedrage van € 40.000 toe te voegen aan de stelpost corona.

 

Rekening houden met deze aangegeven toevoeging resteert voor het jaar 2020 nog een bedrag van € 299.000 om de mogelijke gevolgen van corona op te vangen. Specificatie:

Gereserveerde ruimte vanuit het compensatiepakket coronacrisis €259.000
Toe te voegen volgens tweede programmajournaal 2020 €40.000
Restant €299.000

 

Uitgaande van de toevoeging van het zogenaamde “corona voordeel” ontstaat het volgende beeld van het saldo van het tweede programmajournaal 2020:

Totaal mutaties bestaand beleid 135
Waarvan corona - toe te voegen aan stelpost -40
Totaal mutaties bestaand beleid zonder corona 95

 

Conform bestaand beleid wordt dit voordelige saldo toegevoegd aan de algemene reserve.

 

Voorgesteld wordt het voordelige saldo van het tweede programmajournaal 2020 ten bedrage van € 95.000 te storten in de algemene reserve.