Van perspectiefnota 2022 naar begroting 2022

Inleiding

Inleiding

Om een gestructureerd beeld te geven van de opbouw en het verloop van het meerjarige saldo volgen we onderstaande opzet:

Allereerst ziet u in paragraaf 1 het beginsaldo van deze perspectiefnota (incl. eerste programmajournaal 2021) weergegeven. Dit saldo vindt zijn oorsprong in de programmabegroting 2021 en vormt de basis waarmee verder wordt gewerkt.

In paragraaf 2 schetsen we de mutaties op de uitvoering van het bestaande beleid of al eerdere besluitvorming. Feitelijk hebben we het hier over het financiële deel van het eerste programmajournaal 2021.

In paragraaf 3 brengen we in beeld wat het doorvoeren van de mutaties op basis van bestaand beleid betekenen voor het herziene meerjarige saldo. Ook dit deel heeft betrekking op het financiële deel van het eerste programmajournaal 2021. In het vervolg van deze paragraaf geven we een conclusie van de financiële mutaties en schetsen we daarnaast het dilemma waar we voor staan richting de opdracht om structurele ruimte te zoeken voor nieuw beleid enerzijds en de onzekerheden en risico’s anderzijds. Het college stelt hierbij als eerste kader stellende aanzet naar de begroting 2022 een twee-sporen principe voor.

In paragraaf 4 vindt de uitwerking van het eerste spoor van het twee-sporen principe plaats. Het college draagt hierbij een aantal maatregelen voor. Dit betreffen gedeeltelijk richtinggevende voorstellen voor maatregelen die nader uitgewerkt moeten worden en gedeeltelijk maatregelen waarover direct besloten kan worden. De daadwerkelijke besluitvorming over de richtinggevende voorstellen vindt plaats bij de begroting 2022.

In paragraaf 5 brengen we in beeld wat het doorvoeren van de maatregelen financieel betekent voor het herziene meerjarige saldo.

In paragraaf 6 vindt de uitwerking van het tweede spoor van het twee-sporen principe plaats. Dit betreft het overdrachtsdocument dat als input betrokken kan worden bij de mogelijke coalitieonderhandelingen. Er worden kort een aantal zaken aangegeven die in ieder geval een plekje moeten krijgen in dit overdrachtsdocument.

In paragraaf 7 staan we stil bij een aantal specifieke mutaties. Deze mutaties gaan verder dan het bestaande beleid, maar hebben mogelijk omvangrijke financiële consequenties en behoeven ook zeker gezien de politiek bestuurlijke impact de nodige toelichting.

In paragraaf 8 geven we een overzicht van de incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves.

Het financiële hoofdstuk wordt afgesloten met paragraaf 9 waarin de uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2022 worden weergegeven.

1. Meerjarig saldo begroting 2021

Meerjarig saldo begroting 2021

Zoals u van ons gewend bent, zoeken we in elk van de P&C-documenten in financiële zin aansluiting bij het laatst vastgestelde document. Voor deze perspectiefnota 2022 (inclusief eerste programmajournaal 2021) betekent dat dat we aansluiting zoeken bij het saldo van de vastgestelde begroting 2021.

 

  2021 2022 2023 2024 2025
Herzien meerjarig saldo begroting 2021 23 -118 -180 6 57
Storten in algemene reserve -23 0 0 0 0
Herzien meerjarig saldo begroting 2021 0 -118 -180 6 57

2. Mutaties bestaand beleid (eerste programmajournaal 2021)

Mutaties bestaand beleid

 

In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de verschillende mutaties op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zijn of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaats gevonden. De autonome ontwikkelingen vinden vooral hun oorsprong in de jaarrekening 2020 en in de ervaringscijfers over de eerste drie maanden 2021.

 

Mutaties bestaand beleid

2021

2022

2023

2024

2025

Septembercirculaire 2020

 

 

 

 

 

 - Mutatie algemene uitkering

-112 -401 -431 -428 -428

 - Taakmutaties

-45 -13 -7 -7 -4

 - Coronacompensatie

-154

0 0 0 0
Decembercirculaire 2020          
- Mutatie algemene uitkering 128 0 0 0 0
- Coronacompensatie -115 0 0 0 0
Herijking gemeentefonds          
- Uitstel doorvoeren herverdeeleffecten 0 200 0 0 0
- Uitkomst herverdeeleffecten €15 per inwoner 0 0 35 185 185
Maartbrief coronacompensatie          
Sociaal domein -216 28 -21 -146 -146
Verbonden partijen - begrotingen 2022          
- Stelpost loon- en prijscompensatie 0 75 75 75 75
- Noaberkracht -9 -38 -38 -38 -38
- Regio Twente 0 -7 -7 -7 -7
- Veiligheidsregio Twente (VRT) 0 8 8 8 8
- Stadsbank Oost Nederland 7 7 8 7 5
SW en uitvoering gemeentelijke groenvoorziening - Newtonstraat 0 0 0 0 0
Back-up cloudoplossing -19 -19 -19 -19 -19
Overige kleine verschillen 19 7 6 5 5
Totaal mutaties bestaand beleid -516 -153 -391 -365 -364

 

Septembercirculaire 2020

Mutaties algemene uitkering

Meestal verschijnen jaarlijks drie circulaires. In mei, september en december. Mei geeft de vertaling van de Voorjaarsnota van de rijksoverheid, september van de vertaling van de Miljoenennota, december rondt het uitkeringsjaar zoveel mogelijk af. De doorrekening van de septembercirculaire 2020 geeft het volgende meerjarige beeld:

  2021 2022 2023 2024 2025
Totaal algemene uitkering in begroting 2021 28.910 29.641 29.997 30.386 30.929
Algemene uitkering septembercirculaire 2020 28.798 29.240 29.566 29.958 30.501
Verschil algemene uitkering -112 -401 -431 -428 -428
Op te nemen stelposten          
- Taakmutaties -45 -13 -7 -7 -4
- Coronacompensatie -154 0 0 0 0
Budgettair effect septembercirculaire -311 -414 -438 -435 -432

In de septembercirculaire 2020 is een aantal taakmutaties opgenomen waarvoor in eerste instantie in afwachting van te ontwikkelen beleid stelposten worden opgenomen:

Taakmutaties

Taakmutatie Waterschapsverkiezingen

Op basis van het uitgevoerde onderzoek bij de waterschapsverkiezingen 2019 hebben de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en de Unie van Waterschappen (UvW) overeenstemming bereikt over een vergoeding van € 11,2 miljoen voor de waterschapsverkiezingen 2023. Dit bedrag zal in vier jaarlijkse termijnen (2020- 2023) van € 2,8 miljoen via de Rijksfactuur bij de waterschappen in rekening worden gebracht en tegelijkertijd aan het gemeentefonds toegevoegd worden. Tevens zijn afspraken gemaakt over de wijze van indexering voor latere jaren. In deze circulaire vindt dan ook de structurele verwerking plaats. Voor Tubbergen gaat het om een budget van € 3.000 voor het jaar 2020 en een bedrag van € 4.000 voor jaren erna.

 

Taakmutatie Brede aanpak dak- en thuisloosheid (DU)

De DU is erop gericht dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk te voorkomen en ervoor te zorgen dat niemand op straat hoeft te slapen. Het kabinet stelt voor de aanpak van dak- en thuisloosheid een financiële impuls beschikbaar. De 312 regiogemeenten (waartoe ook Tubbergen behoort) ontvangen ieder een bedrag van € 18.000 in 2020 en € 32.000 in 2021.

 

Taakmutatie Gezond in de Stad (DU) - impuls kansrijke start

De gemeente Tubbergen heeft zich als niet GIDS (Gezond in de Stad) aangemeld voor de impuls Kansrijke Start. Hiervoor is een budget ontvangen van € 6.000 per jaar voor de jaren 2020 t/m 2022.

 

Taakmutatie versterken omgevingsveiligheidsdiensten (DU)

Gemeenten ontvangen jaarlijks in het kader van cluster 4 van de meerjaren agenda omgevingsveiligheid 2021-2024 een bedrag van in totaal € 3,825 miljoen. De middelen zijn bedoeld voor lokale versterking omgevingsveiligheid. Dit geeft gemeenten de ruimte om te komen tot lokale prioriteiten bij de uitvoering van omgevingsveiligheidsbeleid. Op die wijze wordt omgevingsveiligheid goed lokaal ingebed. Voor de gemeenten Tubbergen gaat het om een bedrag van € 3.000 per jaar voor de jaren 2021 tot en met 2024.

 

Coronacompensatie

Daarnaast zit in de septembercirculaire ook het gedeelte van het tweede van de coronacompensatie over het jaar 2021 ten bedrage van € 154.000. Dit bedrag betreft het tijdelijk schrappen van de opschalingskorting verwerkt. Het betreft hier dus geen feitelijke compensatie voor corona maar het (tijdelijk) schrappen van een oneigenlijke korting. Voorgesteld wordt het tweede deel van het compensatiepakket corona via de hogere algemene uitkering te verwerken in de begroting en het bedrag van € 154.000 toe te voegen aan de stelpost corona. Verderop in dit financiële hoofdstuk wordt een totaaloverzicht van de ontvangen coronacompensatie en de bestedingen en bestemmingen gegeven.

De verslechtering van de algemene uitkering wordt voor het overgrote deel veroorzaakt door een verlaging van de uitkeringsfactor en een verhoging van de eigen belastingcapaciteit (toename woningwaarde). Daarnaast zijn een aantal maatstaven neerwaarts bijgesteld.

 

Decembercirculaire 2020
De decembercirculaire 2020 bestond naast een kleine aanpassing van een aantal maatstaven voor het jaar 2021 vooral uit het derde deel van het compensatiepakket corona zoals dat door het Rijk beschikbaar is gesteld. Specificatie:

Decembercirculaire 2020 jaarschijf 2021
Hogere algemene uitkering 128
Coronacompensatie  
- Algemeen aanvullend pakket re-integratiekosten -10
- Algemeen gemeentelijk schuldenbeleid -16
- Algemeen bijzondere bijstand -6
- Algemeen impuls re-integratie -5
- Decentralisatie cultuurmiddelen -50
- Extra kosten verkiezingen 202 en 2021 i.v.m. corona (DU) -28
Saldo algemene middelen 13

 

Voorgesteld wordt het derde deel van het compensatiepakket corona via de hogere algemene uitkering te verwerken in de begroting en het bedrag van € 115.000 toe te voegen aan de stelpost corona. Verderop in dit financiële hoofdstuk wordt een totaaloverzicht van de ontvangen coronacompensatie en de bestedingen en bestemmingen gegeven.

 

Herijking gemeentefonds

Het ministerie van BZK heeft op 2 februari 2021 de Raad voor het Openbaar Bestuur gevraagd om advies te geven over het voorstel van de fondsbeheerders voor de nieuwe verdeling van het gemeentefonds per 2023. Met het indienen van deze adviesaanvraag, zijn ook de voorlopige uitkomsten van de verdeling voor individuele gemeenten bekend gemaakt.

Voor de gemeente Tubbergen betekende deze voorlopige uitkomst een nadeel per inwoner van € 12 met ingang van het jaar 2023. Aangezien we in onze meerjarenbegroting op grond van de eerdere verontrustende geluiden rekening hadden gehouden met een tekort van ongeveer € 25 per inwoner kunnen we nu komen tot een bijstelling van dit geraamde nadeel. Hierbij stellen we wel voor om gezien alle onzekerheden en onduidelijkheden voorlopig uit te gaan van een nadelig herverdeeleffect met ingang van het jaar 2023 van € 15 per inwoner. Dit geeft het volgende beeld.

Herijking gemeentefonds 2021 2022 2023 2024 2025
Geraamde herverdeeleffecten 0 200.000 350.000 500.000 500.000
Nadeel Tubbergen €15 per inwoner 0 0 -315.000 -315.000 -315.000
Voordeel 0 200.000 35.000 185.000 185.000

 

De reden om vooralsnog uit te gaan van een nadelig herverdeeleffect van € 15 per inwoner is gelegen in het feit dat het ministerie spreekt over voorlopige uitkomsten. Voorlopig omdat nog een herberekening plaatsvindt met als basis recentere cijfers (in eerste instantie zijn de cijfers uit het jaar 2017 gebruikt) maar ook omdat er sprake is van herverdeeleffecten die voor sommige gemeenten oplopen tot ruim € 100 per inwoner.

 

Maartbrief coronacompensatie

Eind maart 2021 is de zogenaamde maartbrief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verschenen met daarin het vierde deel van het compensatiepakket corona. Alle mutaties hebben een eenmalig karakter, dus geen structurele doorwerking.

In de decembercirculaire 2020 is van een viertal items een vooraankondiging gedaan van compensatie. In deze maartbrief worden drie van de vier items behandeld. Namelijk TONK, afval en Perspectief op Jongeren. De extra compensatie voor inkomstenderving ad € 150 miljoen wordt doorgeschoven naar de meicirculaire.

In de maartbrief wordt tot twee keer toe expliciet beschreven dat het gemeentefonds (algemene uitkering + IU/DU) vrij besteedbaar is. De genoemde items zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke extra kosten gemeenten geconfronteerd worden als gevolg van corona. Met de teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken.

Omschrijving bedrag
- TONK 34
- Extra begeleiding kwetsbare groepen 41
- Bestrijden eenzaamheid ouderen 44
- Afvalverwerking 32
- Perspectief jeugd en jongeren 28
- Jongerenwerk jeugd 10
- Mentale ondersteuning jeugd 8
- Activiteiten en ontmoetingen jeugd 6
Totaal 203

Voorgesteld wordt het vierde deel van het compensatiepakket corona via de hogere algemene uitkering te verwerken in de begroting en het bedrag van € 203.000 toe te voegen aan de stelpost corona. Verderop in dit financiële hoofdstuk wordt een totaaloverzicht van de ontvangen coronacompensatie en de bestedingen en bestemmingen gegeven.

 

Sociaal Domein

Hieronder is een specificatie aangegeven van de belangrijkste mutaties binnen het sociaal domein met de bijbehorende toelichting. De mutaties zijn met name structurele doorwerkingen uit de jaarstukken 2020.

  2021 2022 2023 2024 2025
Ozb en verzekeringen sociaal domein -13 -13 -13 -13 -13
Statushouders -20 0 0 0 0
Bijstand - gebundelde uitkering 124 365 313 257 257
Bijstand - WWB, IOAW, IOAZ -15 -11 -8 -78 -78
Bijstand - loonkostensubsidies -55 -55 -55 -55 -55
Bijstand - nieuw beschut werken -20 -20 -20 -20 -20
Participatie en re-integratie -32 -32 -32 -32 -32
Huishoudelijke ondersteuning - jaarstukken 12 12 12 12 12
Huishoudelijke ondersteuning - indexering 15 15 15 15 15
Wmo - ondersteuning individueel -118 -118 -118 -118 -118
Wmo - ondersteuning groep -186 -186 -186 -186 -186
Wmo - uitvoeringskosten -40 -80 -80 -80 -80
Jeugdzorg - jaarstukken 330 330 330 330 330
Jeugdzorg - besparing POH ggz -175 -175 -175 -175 -175
Jeugdzorg - besparing CEV -25 0 0 0 0
Indexatie vrouwenopvang 5 0 0 0 0
Kleine wijzigingen -3 -4 -4 -3 -3
Eindtotaal -216 28 -21 -146 -146

 

Ozb en verzekeringen Sociaal domein (€ 13.000 nadeel)

Dit betreft de jaarlijkse actualisatie van de ramingen m.b.t. verzekeringen en ozb sociaal domein (met name onderwijshuisvesting).

 

Statushouders (€ 20.000 nadeel)
Dit betreft de hogere subsidieverstrekking in 2021. De verhoogde subsidieverstrekking wordt veroorzaakt door de verhoging van de taakstelling die door het Rijk is opgelegd. In 2020 in totaal 18, in 2021 in de 1e helft al 17 en naar verwachting in de 2e helft van het jaar hetzelfde aantal. Het betreft hier nagenoeg een verdubbeling van de taakstelling t.o.v. 2020 hetgeen betekent dat het aantal statushouders dat door Vluchtelingenwerk begeleid wordt is verhoogd ten opzichte van 2020.

 

Bijstandsuitkeringen
Gebundelde uitkering (BUIG)

De gebundelde uitkering in de begroting 2021 is gebaseerd op de gegevens uit de meicirculaire 2020. Inmiddels zijn deze budgetten twee keer bijgesteld. De meest actuele stand van zaken betreft de nader voorlopige budgetten 2021 (bekendmaking april 2021). Dit budget is gebaseerd op de nieuwe werkloosheidsramingen van het CPB en de realisaties in 2020. Hierop wordt de begroting van de gemeente Tubbergen nu aangepast. Ten opzichte van de stand in de meicirculaire betekent dit een structureel voordeel. Definitieve vaststelling vindt plaats in september/oktober 2021.

 

Bijstandsuitgaven
Er zijn meerdere mutaties m.b.t. de bijstand uitgaven die meerjarig doorwerken:

  1. De raming voor de bijstandsuitkeringen Participatiewet, IOAW en IOAZ is gebaseerd op een gemiddelde van 135 uitkeringen met een uitkeringslast van € 14.000 per uitkering in 2021. Vanaf 2022 is rekening gehouden met een jaarlijkse afname van 5 uitkeringen tot een aantal van 120 uitkeringen. In 2020 was het werkelijke gemiddelde 136 uitkeringen met een uitkeringslast van € 14.700 per jaar. Er is daarnaast in 2020 rekening gehouden met een instroom als gevolg van corona en een gefaseerde uitstroom in 2021 en verder. Gezien deze instroom zich in 2020 niet heeft voorgedaan, wordt ook de gefaseerde uitstroom teruggedraaid. Op basis van bestaand beleid (jaarlijkse uitstroom van 5 uitkeringen) wordt in 2021 rekening gehouden met 130 uitkeringen en een bedrag van €14.650 per uitkering. Deze bijstelling zorgt voor een structureel nadeel van € 15.000 in 2021, oplopend tot € 78.000 in 2042 en verder. De ontwikkelingen van het aantal uitkeringen in relatie tot de coronacrisis blijven we monitoren.
  2. De reeds eerder gesignaleerde en gemelde stijging in de loonkostensubsidies voor garantiebanen blijft zicht voortzetten. Daarnaast is er een bijstelling nodig van de salarislasten WIW-ers. Dit zorgt voor een structureel nadeel van € 55.000.
  3. Nieuw beschut werken: de taakstelling voor de gemeente Tubbergen is in 2021 met 1 fte verhoogd. Dit zorgt voor een toename van de loonkosten en daarmee voor een structureel nadeel van € 20.000. De extra lasten worden verrekend met de vergoeding die van het Rijk wordt ontvangen via de algemene middelen, deze middelen zijn niet toereikend.

 

Participatie en re-integratie (€ 32.000 nadeel)

Dit betreft o.a. de hogere begeleidingskosten nieuw beschut in verband met een toename van het aantal fte’s van 3 naar 4.

 

Huishoudelijke ondersteuning (€ 27.000 voordeel)

Dit betreft enerzijds de doorwerking uit de jaarstukken (o.b.v. gemiddeldes 2020). Er is geen rekening meer gehouden met een extra instroom als gevolg van de wijziging van de inkomensafhankelijke eigen bijdrage naar het abonnementstarief Wmo in 2019. De verwachting is dat inwoners die om deze reden zich melden bij de Wmo, zich in 2019 en 2020 reeds hebben gemeld. Daarnaast is op begrotingsbasis rekening gehouden met een indexatie van 5%, de werkelijke indexatie is 4,17%.

 

Wmo ondersteuning individueel (€ 118.000 nadeel)

Dit betreft de doorwerking uit de jaarstukken 2020, namelijk een hoger aantal en een lagere gemiddelde indicatie (beide op ondersteuning 2). Gezien geen getrouw beeld is te vormen over de mate van verzilvering in relatie tot de coronacrisis, maar wel de verwachting is dat indicaties individuele ondersteuning meer zullen worden verzilverd, wordt de verzilvering slechts licht naar boven aangepast op basis van 2020.

 

Wmo ondersteuning groep (€ 186.000 nadeel)

Dit betreft de doorwerking uit de jaarstukken 2020, namelijk een hoger aantal indicaties (met name op ondersteuning 1) en een hogere gemiddelde indicatie op zowel ondersteuning 1 als 2. Gezien geen getrouw beeld is te vormen over de mate van verzilvering van groepsondersteuning in relatie tot de coronacrisis, wordt de verzilvering op dit onderdeel niet aangepast op basis van 2020.

Wmo uitvoeringskosten (€ 40.000 in 2021; € 80.000 2022 en verder)

Dit betreffen uitvoeringskosten voorkomend uit autonome ontwikkelingen over vijf jaar bekeken. Doorlopend is sprake geweest van tijdelijke inhuur medewerkers, echter raakt een deel hiervan autonome ontwikkelingen die structurele inzet vereisen. Betreffende autonome ontwikkelingen hangen samen met veranderende en ontwikkelende wet- en regelgeving, demografie, toenemende casus (regie) complexiteit en de toenemende maatschappelijke vraagstukken die hiermee samenhangen. Hierbij zien we een aanhoudende trend op landelijk, maar ook lokaal niveau als het gaat om inwoners met complexere ondersteuningsbehoefte (cliënten met meervoudige grondslagen zijn geen uitzondering, maar regel). Deze tendens sluit aan bij het principe van langer thuis oud(er) worden.

 

Jeugdzorg (€ 330.000 voordeel)

Dit betreft de doorwerking van de zorgconsumptie 2020 naar 2021. We zien een afname in de kosten met betrekking tot individuele begeleidingsvormen en individuele vak therapeutische inzet. In de meerjaren raming is nog geen rekening gehouden met mogelijke effecten van de wijziging van het woonplaatsbeginsel.

 

Effecten uitvoeringsplan op jeugdzorgkosten

In 2019 zijn we gestart met de pilot praktijkondersteuner huisartsen in de huisartsenpraktijk. De praktijkondersteuners verbreden de expertise van de huisartsenpraktijk waardoor meer passende doorverwijzingen mogelijk zijn. Ook kunnen de praktijkondersteuners de jongeren helpen zonder doorverwijzing. De resultaten van de pilot laten zien dat er in 2019 en 2020 minder doorverwijzingen zijn geweest door de inzet van de praktijkondersteuner. Deze jeugdigen hebben dus geen maatwerkvoorziening jeugdhulp nodig hebben gehad. We zien dat het aantal verwijzingen door huisartsen daalt, dat de waarde van de afgegeven indicaties (en daarmee de zwaarte van de afgegeven zorg) daalt en dat de verzilveringsgraad stijgt. Dit laatste betekent waarschijnlijk dat er een betere match is tussen vraag en aanbod van de zorg.

In 2020 heeft dit ca. €175.000 aan besparing opgeleverd m.b.t. jeugdhulp (o.b.v. geschatte gemiddelde kosten per traject). Gezien besloten is tot structurele inzet van de praktijkondersteuner, wordt de besparing aangemerkt als een structurele besparing. Deze besparing is een van de effecten van het uitvoeringsplan sociaal domein.

Een ander financieel effect komt voort uit de inzet van de coördinator externe verwijzer. De coördinator externe verwijzingen levert een essentiële bijdrage aan de relatie tussen de gemeente en externe verwijzers zoals huisartsen en gecertificeerde instellingen. De doelstelling is om meer grip te krijgen op de meldingen en wijze van indiceren en te komen tot passende ondersteuning en zorg. Uit de eerste monitoring en effectmeting blijkt dat de inzet van de coördinator externe verwijzer zich zowel inhoudelijk als financieel loont. We zien dat er meer contact is tussen de externe verwijzers en de gemeente, de samenwerking verbetert en er komt meer grip op de in te zetten jeugdhulp. Financieel vertaalt zich dit op dit moment in een incidentele besparing van € 25.000. Deze besparing komt vooral door signalering van foutief gebruik van de Jeugdwet en door te sturen op juiste inzet van de ondersteuningsbehoefte.

(Financiële) Stand van zaken uitvoeringsplan sociaal domein

Het verloop van de beoogde besparing (begroting 2019), de behaalde besparing (2019, 2020 en 2021) is als volgt:

(bedragen x €1.000) 2019 2020 2021 2022
Beoogde besparing begroting 2019 94 375 520 545
Behaalde besparing 2019 (PJ1) -94 -94 -94 -94
Resterende beoogde besparing 2020 0 281 426 451
Behaalde besparing 2020 (PJ1) 0 -235 -90 -90
Resterende beoogde besparing 2020 0 46 336 360
Behaalde besparing 2020 (Jaarstukken 2020) 0 -46 0 0
Resterende beoogde besparing 2021 0 0 336 360
Behaalde besparing 2021 (PJ1) 0 0 -200 -175
Resterende beoogde besparing 2021 0 0 136 185

 

Verbonden partijen – Begroting 2022

Conform de wettelijke bepalingen zijn de begrotingen van de verbonden partijen aangeboden aan de deelnemende gemeenten. De besluitvormingen over deze begrotingen van de verbonden partijen gaat via twee separate college- en een raadsvoorstellen. Een voor de begroting 2022 van Noaberkracht en een voor de overige verbonden partijen. Wat u hier ziet zijn de financiële gevolgen van de begrotingen 2022 van de verschillende verbonden partijen in relatie tot de meerjarige geraamde stelpost voor loon- en prijscompensatie verbonden partijen. Dit levert per saldo een meerjarig voordeel op.

 

Sociale werkvoorziening en gemeentelijke groenvoorziening – aankoop Newtonstraat

Op 16 februari 2021 heeft het college het voorgenomen besluit genomen om in te stemmen met het Liquidatieplan Soweco Groep en is de raad voorgesteld geen wensen en bedenkingen in te dienen op het voorgenomen collegebesluit. Behandeling van dit plan in de raadsvergadering van 26 april 2021 heeft niet geleid tot wensen en bedenkingen zodat het voorgenomen besluit van 16 februari 2021 kan worden omgezet in een definitief besluit.

Een van de punten uit het liquidatieplan is de aankoop van het Soweco pand aan de Newtonstraat in Tubbergen. Dit heeft inmiddels geleid tot de daadwerkelijke aankoop van dit pand voor een bedrag van € 470.000. De lasten voortvloeiende uit het benodigde krediet kunnen worden gedekt uit de beschikbare ramingen voor onderhoud groen. Een budgettair neutrale operatie vandaar dat er geen bedrag is opgenomen onder de mutaties

Back-up cloudoplossing

Het afgelopen jaar hebben we enkele informatiebeveiligingsincidenten gezien die het landelijk nieuws hebben gehaald. Deze incidenten hebben gemeen dat er sprake is van grote impact op de dienstverlening van de betreffende organisaties. Vanuit Noaberkracht proberen we trends, ontwikkelingen en aanbevelingen te volgen. We zien vooral dat 'inbrekers' zich steeds meer gaan richten op de back-up van een organisatie. Om de back-up-data voldoende te kunnen beveiligen zijn hiervoor geavanceerde beveiligingscomponenten aangekocht. De totale omvang van alleen de dienst komt structureel op € 43.680 per jaar. Deze kosten worden volgens de verdeelsleutel in rekening gebracht bij beide deelnemende gemeenten. Het aandeel van Tubbergen is € 19.000 per jaar.

 

Overige kleine verschillen

Het betreft hier een verzameling van meerdere kleine verschillen.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte mutaties op basis van bestaand beleid (feitelijk het eerste programmajournaal 2021) en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

3. Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid (eerste programmajournaal 2021)

Herzien meerjarig saldo

 

Rekening houden met de mutaties bestaand beleid zoals in de vorige paragraaf beschreven en toegelicht ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo:

  2021 2022 2023 2024 2025
Herzien meerjarig saldo begroting 2021 0 -118 -180 6 57
Totaal mutaties bestaand beleid -516 -153 -391 -365 -364
Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid -516 -271 -571 -359 -307

 

Het herziene meerjarige saldo op basis van bestaand beleid resulteert in een niet sluitend meerjarenperspectief. Voor de duidelijkheid; het betreft hier een herzien meerjarig saldo waarin de mutaties op basis van bestaand (dus vastgesteld) beleid zijn meegenomen. In alle gevallen feitelijkheden die voldoende te kwalificeren en te kwantificeren zijn en dus meegenomen moeten worden, ze zijn niet afweegbaar. Over het merendeel van de mutaties bestaand beleid is de gemeenteraad geïnformeerd middels raadsbrief 2020 nummer 65. In deze raadbrief is de gemeenteraad geïnformeerd over een aantal ontwikkelingen die zijn opgetreden na vaststelling van de begroting 2021 zoals de septembercirculaire en de herverdeeleffecten herijking gemeentefonds. In deze raadsbrief is aangegeven dat de formele verwerking van de aangegeven mutaties wordt meegenomen in de perspectiefnota 2022 inclusief eerste programmajournaal 2021, dus nu. Hoewel deze formele verwerking nu nadelig is mag het gezien de extra raadsbrief (2020/65) geen verrassing zijn.

Naast deze feitelijkheden (mutaties op basis van bestaand beleid) kennen we ook een aantal zaken die afweegbaar zijn en ook zaken die op dit moment onvoldoende te kwalificeren en te kwantificeren zijn. In alle gevallen echter wel zaken die mogelijk een dermate grote invloed kunnen hebben op de gemeentelijke financiën dat we ze niet onbenoemd kunnen laten. Dit doen we aan de hand van de volgende twee punten:

  1. Opdracht om structurele ruimte te zoeken voor nieuw beleid.
  2. Onzekerheden en risico’s.

 

Ad. 1 opdracht om structurele ruimte te zoeken voor nieuw beleid

In de begroting 2021 heeft het college besloten een viertal intensiveringen van incidentele dekking te voorzien. Het betreft hier de volgende vier geprioriteerde intensiveringen die voor de jaren 2021 en 2022 van incidentele dekking zijn voorzien.

Omschrijving bedrag
POH ggz - 2 jaar 150
Handhaving - 2 jaar 140
Duurzaamheid - 2 jaar 198
Toekomstbestendige maatschappelijke instellingen - 2 jaar  140
Totaal 628

 

Parallel aan het besluit deze vier intensiveringen van incidentele dekking te voorzien is in de begroting 2021 aangegeven dat actief op zoek moet worden gegaan naar structurele dekking voor nieuw beleid. Hierbij is als voorwaarde gesteld dat de aangegeven prioritering leidend is. Indien we deze opdracht uit de begroting 2021 vertalen in geld dan ontstaat het volgende beeld van de financiële omvang van de opdracht:

Benodigde ruimte voor structureel nieuw beleid (bedragen x €1.000) 2021 2022 2023 2024 2025
- POH ggz 0 0 -75 -75 -75
- Handhaving 0 0 -70 -70 -70
- Programma duurzaamheid 0 0 -99 -99 -99
- Toekomstbestendige maatschappelijke instellingen 0 0 -70 -70 -70
Totaal structureel nieuw beleid 0 0 -314 -314 -314

 

Voor de duidelijkheid: de dekking voor de jaren 2021 en 2022 is geregeld door een beroep op de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Als onderdeel van dit besluit om te werken met incidentele dekking is in de begroting 2021 expliciet aangegeven dat er bewust voor gekozen is om het aangedragen nieuw beleid voor twee jaar van incidentele dekking te voorzien. Enerzijds om voldoende tijd te creëren om de (financiële) effecten van de hiervoor genoemde zoektocht naar structurele ruimte daadwerkelijk te kunnen realiseren. Deze tijd is nodig om te kunnen komen tot een zorgvuldige, weloverwogen en integrale afweging van noodzakelijke keuzes.

Daarnaast is aangegeven dat op deze manier ook rekening wordt gehouden met de verkiezingen in 2022. Door het nieuwe beleid voor een periode van twee jaar van incidentele dekking te voorzien en tevens op zoek te gaan structurele dekkingsmogelijkheden worden noodzakelijke en belangrijke zaken in gang gezet terwijl de keuze over structurele voortzetting ook deels bij het nieuwe college en de nieuwe gemeenteraad wordt gelegd. Het nieuwe college en de nieuwe gemeenteraad krijgen hiervoor de nodige tijd omdat de dekking voor de jaren 2021 en 2022 is geregeld. Uiteraard faciliteert het huidige college deze keuze over mogelijke structurele voortzetting (vanaf het jaar 2023) via een overdrachtsdocument.

Gezien het niet sluitende meerjarenperspectief en de onzekerheden en risico’s (zie volgende sub paragraaf) stelt het college voor de dekking van deze (in principe afweegbare) intensiveringen inderdaad te betrekken bij het overdrachtsdocument. Verderop in deze perspectiefnota wordt de aard en opzet van dit overdrachtsdocument verder toegelicht.

 

Ad. 2 Onzekerheden en risico’s

Daar waar we bij het opstellen van de begroting 2021 dachten in het voorjaar van het jaar 2021 meer duidelijkheid zouden hebben over een aantal onzekerheden en risico’s is het tegenovergestelde waar. Met vooral de opgetreden vertraging in de kabinetsformatie als oorzaak is het aantal onzekerheden zelfs toegenomen en is er nog niet echt meer duidelijkheid over eerder benoemde risico’s. De omvang van de onzekerheden en de risico’s is volgens het college zelfs dermate groot dat echte vaste financiële grond op dit moment ontbreekt. Om dit wat nader te duiden worden hierna een aantal van deze onzekerheden en risico’s nader benoemt en toegelicht. Achtereenvolgens de volgende onderwerpen:

  • Kabinetsformatie
  • Herverdeeleffecten herijking gemeentefonds
  • Corona

 

Kabinetsformatie

Nagenoeg alle Nederlandse gemeenten hebben, mede op initiatief van de gemeente Tubbergen, via de VNG een aantal claims op tafel gelegd bij de kabinetsformatie. Genoemd kunnen worden de onrechtvaardige en onvolledige financiering van de jeugd zorg (tekort € 1,5 - € 1,7 miljard), de opschalingskorting die oploopt naar een structureel bedrag van € 1 miljard en de onvolledige compensatie betreffende de wetswijziging abonnementstarief (tekort € 200 - 300 miljoen). Of en in hoeverre deze claims ook inderdaad leiden tot extra rijksvergoedingen weten we op dit moment niet.

Naast deze claims voor bestaande taken hebben we eveneens onder de vlag van VNG ook nadrukkelijk aandacht gevraagd voor een rechtvaardige en volledige financiële compensatie voor nieuwe taken (extra taken vraagt extra knaken). In dit kader noemen we de Omgevingswet en het klimaatakkoord/de energietransitie.

 

Herverdeeleffecten herijking gemeentefonds

Daarnaast zijn we, net als alle Nederlandse gemeenten, in afwachting van de daadwerkelijke herverdeeleffecten van de herijking van het gemeentefonds met een geplande ingangsdatum per 1 januari 2023. Onder de mutaties bestaand beleid hebben we toegelicht dat we op basis van de laatst bekende berichtgeving en cijfers uitgaan van een nadelig herverdeeleffect van € 15 per inwoner. Dat komt overeen met een geraamd structureel nadeel vanaf het jaar 2023 van € 315.000. Of en in hoeverre deze raming voldoende is valt op dit moment lastig aan te geven. Er vindt namelijk nog een herberekening plaats door het rijk met als basis recentere cijfers (2019 in plaats van 2017). Daarnaast moet ook de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) nog een advies uitbrengen. Deze beide zaken, samen met de opgestarte lobby door vooral de nadeelgemeenten, moet leiden tot een definitief besluit door het (demissionaire) kabinet.

 

Corona

De structurele gevolgen van de coronacrisis zijn nog niet echt aan te geven. Niet voor de gemeentelijke dienstverlening en de gemeentelijke activiteiten maar ook niet voor wat betreft de financiële verhouding met het rijk. Dit is ook vooral de reden dat we de ontvangen coronacompensatie van het Rijk blijven reserveren in de vorm van een stelpost in afwachting van meer duidelijkheid/te ontwikkelen beleid. In structurele (dus meerjarige) zin blijven de gevolgen echter onzeker en ook risicovol.

Conclusies herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid

Zoals uit de tabel over het herziene meerjarige saldo na mutaties valt af te lezen hebben we te maken met een niet sluitend meerjaren perspectief waarin een tweetal lijnen (nog) niet zijn opgenomen. Het betreft hier de volgende twee lijnen die hiervoor zijn uitgewerkt en toegelicht:

  1. Opdracht om structurele ruimte te zoeken voor nieuw beleid
  2. Onzekerheden en risico’s

In samenvattende zin kunnen we constateren dat we te maken hebben met een aantal tegenvallers die goed te kwalificeren en te kwantificeren zijn (mutaties bestaand beleid) en die we als feitelijkheden moeten benoemen. Daarnaast een opdracht om structurele ruimte te zoeken voor nieuw beleid die hoewel goed concreet te maken in de kern afweegbaar is en blijft. Grootste onzekerheid zit in de claims die we als gemeente bij de kabinetsformatie op tafel hebben gelegd. Gezien de omvang van de geschetste problematiek en de brede oproep van alle gemeenten om te komen tot een rechtvaardige financiering van oude en nieuw taken is de algemene verwachting dat het nieuwe kabinet met aanvullende middelen over de brug komt. Dit maakt dat we kunnen spreken van een dilemma: enerzijds goed te kwalificeren en te kwantificeren tegenvallers en anderzijds de verwachting dat de kabinetsformatie zal leiden tot een aanvulling van middelen. Hoe groot deze mogelijke aanvulling zal zijn en wanneer hierover duidelijkheid ontstaat valt echter niet aan te geven. Het college wil voorkomen dat nu besluiten worden genomen die gezien de geschetste onduidelijkheden naderhand niet nodig blijken te zijn.

 

Met dit uitgangspunt als vertrekpunt en wetende dat er in maart 2022 verkiezingen zijn stelt het college voor om in deze perspectiefnota 2022 als eerste kader stellende aanzet naar de begroting 2022 te kiezen voor de volgende twee sporen:

  • Sluitende (meerjaren)begroting 2022
  • Afweegbare zaken benoemen maar vooralsnog betrekken bij overdrachtsdocument

 

Het kiezen voor deze sporen betekent dat we in deze perspectiefnota 2022 de eerste richtingen geven voor de volgende twee documenten:

  • Een beleidsarme begroting 2022 (november 2021)
  • Een overdrachtsdocument (maart 2022)

Feitelijk een situatie die vergelijkbaar is met de werkwijze van voorgaande jaren. Het is namelijk gebruikelijk dat de zittende gemeenteraad en het zittende college met het vaststellen van een begroting die betrekking heeft op een verkiezingsjaar (in dit geval het jaar 2022) "niet over haar graf heen regeert". Concreet betekent dit dat de begroting 2022 een zogenaamd "beleidsarm karakter" krijgt. Speerpunt van deze beleidsarme begroting 2022 moet volgens ons college een sluitende meerjarenbegroting zijn zodat de gemeentelijke financiën "netjes" worden overgedragen naar de nieuwe raadsperiode. In deze perspectiefnota is een aantal (richtinggevende) voorstellen opgenomen die ervoor kunnen zorgen dat het meerjarige financiële perspectief op basis van de huidige inzichten inderdaad sluit. De aangegeven (richtinggevende) voorstellen betreffen voor een deel directe maatregelen en voor deel maatregelen die nader moeten uitgewerkt en worden betrokken bij het opstellen van de begroting 2022 waar de daadwerkelijke besluitvorming plaatsvindt. De zinsnede "op basis van de huidige inzichten" is heel bewust gekozen omdat er op dit moment (mei 2021) een aantal zaken spelen die naar verwachting invloed gaan hebben op de gemeentefinanciën maar nu nog niet voldoende concreet te maken zijn. Zo hebben de gemeenten, mede op initiatief van de gemeente Tubbergen, via de VNG een aantal claims op tafel gelegd bij de kabinetsformatie. Deze hebben we hiervoor benoemt en toegelicht.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven twee sporen en in deze perspectiefnota te koersen op een beleidsarme begroting 2022 waarin een sluitend meerjarenperspectief de speerpunt is en een overdrachtsdocument waarin vooralsnog alle afweegbare zaken worden betrokken.

4. Voorstellen voor een sluitende meerjarenbegroting

Voorstellen sluitende meerjarenbegroting

Zoals hiervoor is aangegeven koerst ons college op basis van de huidige inzichten op een beleidsarme begroting 2022 met als speerpunt een sluitend meerjarenperspectief zodat de gemeentelijke financiën netjes worden overgedragen naar de nieuwe raadsperiode. In deze paragraaf treft u de (richtinggevende) voorstellen daartoe aan. De aangegeven (richtinggevende) voorstellen betreffen voor een deel directe maatregelen en voor deel maatregelen die nader moeten uitgewerkt en worden betrokken bij het opstellen van de begroting 2022 waar de daadwerkelijke besluitvorming plaatsvindt.

Maatregelen (bedragen x €1.000) 2021 2022 2023 2024 2025
Reëel ramen          
- Onderuitputting verschillende raadsbudgetten - bundelen 5 5 5 5 5
- Onderuitputting rekenkamercommissie 6 6 6 6 6
- Onderuitputting jaarlijkse kosten veiligheid - bundelen 12 12 12 12 12
- Onderuitputting verschillende budgetten burgerzaken - bundelen 7 7 7 7 7
- Onderuitputting gladheidsbestrijding 10 10 10 10 10
- Bijstellen kosten uitvoeringsplan duurzaamheid 14 14 14 14 14
- Overige kleine posten met onderuitputting 18 18 18 18 18
- Eigen risico bij schade opvangen binnen reguliere budgetten 24 24 24 24 24
- Bijstellen stelpost loon- en prijscompensatie verbonden partijen 0 0 25 50 75
Inzetten stelpost nieuw beleid 2022 - beleidsarme begroting 2022 0 50 50 50 50
Programma organisatieontwikkeling 53 53 53 53 53
Onderhoud wegen 100 100 100 0 0
Onderhoud kunstwerken 0 50 50 50 50
Inverdien taakstelling op kosten Soweco 0 50 50 50 50
Verlagen budget heroriëntatie vrij toegankelijke voorzieningen 0 25 25 25 25
Halveren budget subsidies materieel erfgoed 0 5 5 5 5
Structurele personele inzet klimaatakkoord - duurzaamheid          
- Ten laste van te verwachten compensatie Rijk klimaatakkoord 0 0 0 57 57
- Tot aan mogelijke compensatie Rijk incidenteel dekken 57 57 57 0 0
Incidentele proces- en projectgelden          
- Procesgelden inbreiding voor uitbreiding 400 0 0 0 0
- Uitvoeringsplan sociaal domein -100 0 0 0 0
- Stimuleringsregeling binnenstedelijke vernieuwing 139 0 0 0 0
- Procesgeld landelijk gebied 60 0 0 0 0
Totaal maatregelen 805 486 511 436 461

Toelichting op de maatregelen

Reëel ramen

Het blijkt dat verschillende kleine(re) de afgelopen jaren niet geheel werden aangewend. Door deze kleine(re) budgetten reëler te ramen en door een aantal van deze kleine(re) budgetten te bundelen ontstaat structureel ruimte.

 

Inzetten stelpost nieuw beleid 2022

Gezien het feit dat wordt gekozen voor een beleidsarme begroting 2022 kan ook de stelpost nieuw beleid 2022 komen te vervallen. Voor de jaren vanaf 2023 blijft de stelpost voor nieuw beleid uiteraard wel beschikbaar. Deze betrekken we bij het overdrachtsdocument.

 

Programma organisatie ontwikkeling

Op grond van het programma organisatieontwikkeling met als basis het rapport van BMC is een aantal aanbevelingen gedaan die een aantal jaar geleden zijn doorgevoerd in de begroting van Noaberkracht en de beide deelnemende gemeenten. Het betrof hier een aantal formatieve uitbreidingen. Met het bestuur en de directie van Noaberkracht zien we kans om een deel van de betreffende werkzaamheden op termijn op te vangen binnen de reguliere formatie van Noaberkracht. Dit betekent dat we de doorbelasting vanuit Noaberkracht medio 2024 kunnen beëindigen. Daarmee krijgt deze uitgave een incidenteel karakter waardoor het is toegestaan de lasten over de jaren 2021, 2022, 2023 en de helft van het jaar 2024 incidenteel te dekken via de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Onderhoud wegen

In 2019 heeft een nieuwe meerjarige aanbesteding van het onderhoud van de asfaltwegen plaatsgevonden. Die heeft een aanbestedingsvoordeel van € 50.000 opgeleverd. Daarnaast is het huidige kwaliteitsniveau van het hele areaal getoetst aan de uitgangspunten van het MJOP wegen. Daaruit blijkt dat we ruim op het gewenste niveau zitten. Het is verantwoord nogmaals € 50.000 minder uit te geven. Deze beide bedragen gelden t/m 2023. Dan zal een nieuw MJOP worden opgesteld. Ook is de looptijd van het bestek dan beëindigd en moet worden verlengd of opnieuw worden aanbesteed.

 

Onderhoud kunstwerken

Deze budgetten zijn de afgelopen jaren nauwelijks aangesproken. Daarom kunnen ze worden ingezet in de ombuigingsoperatie. Wel wordt in 2021 een grote inspectie van alle kunstwerken (bruggen) gehouden. Op basis van die uitkomsten zal een nieuw MJOP-kunstwerken worden opgesteld.

 

Taakstelling Soweco

Door het efficiënt en effectief inzetten van de medewerkers van Stichting Participatie Noaberkracht (SPN) kan er tijd worden vrijgemaakt om ook klussen t.b.v. het grondbedrijf of reconstructies uit te voeren. Deze werkzaamheden leveren inkomsten op die de kosten van de detachering bij SPN kunnen dekken. Wij schatten vooralsnog de hoogte van inkomsten op minimaal € 50.000.

 

Verlagen budget heroriëntatie vrij toegankelijke voorzieningen

Binnen het budget voor vrij toegankelijke voorzieningen is sprake van een (nog) niet bestemd deel van de raming. Gezien de omstandigheden en het feit dat gekoerst wordt op een beleidsarme begroting is het niet meer dan logisch dit vrije deel te laten vervallen.

 

Halveren budget subsidies materieel erfgoed

Het budget van waaruit de incidentele subsidies voor materieel erfgoed worden gedekt wordt al een aantal jaren niet geheel gebruikt. Het halveren van deze post van € 10.000 naar € 5.000 is daarmee realistisch.

 

Structurele personele inzet klimaatakkoord – duurzaamheid
Ten aanzien van nieuwe taken hebben we met de VNG heel nadrukkelijk aangegeven dat we een fatsoenlijke financiële compensatie van het rijk verlangen als onze inzet wordt gevraagd bij nieuwe taken (extra taken vraagt extra knaken). We willen deze lijn heel nadrukkelijk doortrekken en daar ook de huidige inzet via de algemene middelen bij betrekken. Dat betekent dat we ervan uitgaan dat we met ingang van het jaar 2024 een fatsoenlijke en volledige compensatie van de uitvoeringskosten klimaatakkoord ontvangen. Zo niet dan zullen we onze eigen inzet via de algemene middelen mogelijk moeten heroverwegen. Daarmee krijgen deze uitgaven een incidenteel karakter waardoor het is toegestaan de lasten over de jaren 2021, 2022, 2023 incidenteel te dekken via de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Incidentele project- en procesgelden
Op basis van de ervaringscijfers over de afgelopen jaren blijkt dat de raming voor een aantal van de beschikbaar gestelde project- en procesgelden bijstelling vraagt. Dit levert per saldo een incidenteel voordeel op van € 499.000.

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangedragen maatregelen en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

5. Herzien meerjarig saldo na maatregelen

Herzien meerjarig saldo na maatregelen

Rekening houden met de aangedragen maatregelen ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo:

(bedragen x €1.000) 2021 2022 2023 2024 2025
Herzien meerjarig saldo begroting 2021 0 -118 -180 6 57
Totaal mutaties bestaand beleid -516 -153 -391 -365 -364
Totaal maatregelen 805 486 511 436 461
Herzien meerjarig saldo na maatregelen 289 215 -60 77 154

 

Zoals uit de tabel over het herziene meerjarige saldo na maatregelen valt af te lezen kunnen we op basis van de huidige inzichten spreken over een sluitend meerjarenperspectief. Slechts het jaar 2023 laat nog een nadelig saldo zien. Het oplossen van dit nadeel betrekt het college bij het opstellen van de begroting 2022 dan wel het overdrachtsdocument. Hierbij merken we ondanks alle onzekerheden op dat in het (nog nadelige) saldo over het jaar 2023 wel een stelpost voor nieuw beleid van € 50.000 structureel is opgenomen.

Voorgesteld wordt in te stemmen met het herziene meerjarige saldo na maatregelen en het voordelige saldo over het lopende jaar 2021 (het eerste programmajournaal 2021) ten bedrage van € 289.000 te storten in de algemene reserve.

6. Het overdrachtsdocument

Inleiding

Zoals in de vorige paragrafen is weergegeven kiezen we in aanloop naar het jaar 2022 voor twee sporten en twee documenten. Als eerste een beleidsarme begroting waarbij we als belangrijkste spoor het sluitend maken van de (meerjaren)begroting hebben benoemd (de speerpunt). Dit spoor is in de twee voorgaande paragrafen uitgewerkt en toegelicht.

Het tweede spoor betreft het zogenaamde overdrachtsdocument waarin we vooralsnog alle afweegbare zaken willen benoemen. Het is de bedoeling dit document in maart 2022 (de maand van de gemeenteraadsverkiezingen) gereed te hebben zodat het document als input betrokken kan worden bij de mogelijke coalitieonderhandelingen. Het document moet dus uitdrukkelijk worden gezien als een soort van service waarin het huidige college “het stokje overgeeft”. In deze paragraaf geven we in het kort en aantal zaken aan die op grond van de huidige inzichten in ieder geval een plekje moeten krijgen in dit overdrachtsdocument. Hierbij moeten we op voorhand al wel opmerken dat dit niet moet worden gezien als een limitatieve en prioritaire opsomming omdat we verwachten dat er de komende maanden nog zaken naar boven (kunnen) komen die ook moeten worden meegenomen in dit overdrachtsdocument.

Zaken die, voor zover nu ingeschat kan worden in ieder geval aan de orde moeten komen benoemen we hier en lichten indien nodig ook kort toe.

Herzien meerjarig saldo op basis van bestaand beleid

  • Meerjarig saldo volgens vastgestelde begroting 2022 (beleidsarm)
  • (Mogelijke) meerjarige gevolgen septembercirculaire 2021
  • (Mogelijke) meerjarige gevolgen decembercirculaire 2021
  • (Mogelijke) meerjarige gevolgen extra circulaire (nieuw kabinet)
  • (Mogelijke) structurele doorwerkingen vanuit concept jaarverantwoording 2021

 

Basisbegroting

  • Ingezette intensiveringen die nog niet zijn voorzien van structurele dekking (oorspronkelijke opdracht uit de begroting 2021):
    • POH GGZ
    • Biodiversiteit
    • Programma duurzaamheid
    • OZB maatschappelijke instellingen
  • Opgestarte pilots die het verdienen te worden doorgezet en te worden voorzien van structurele dekking
  • Financiële paragraaf

 

Ambitiebegroting

  • Afbouw programma’s/actielijnen/inspanningen
    • Stoppen
    • Overdragen (naar basis)
    • Voortzetten
  • Financiële paragraaf

 

Trends en ontwikkelingen

  • Beschrijven trends en ontwikkelingen
    • Algemeen
    • De (mogelijke) gevolgen daarvan voor de gemeente
    • De (mogelijke) invloed van de gemeente
  • Inbedden basisbegroting
  • Opbouw programma’s/actielijnen/inspanningen
  • Financiële paragraaf

 

Onder de trends en ontwikkelingen dienen ook gewijzigde wet- en regelgeving maar ook de doorvertaling van het nieuwe regeerakkoord een plek krijgen met onderwerpen als:

  • Financiën (financiering jeugd, opschalingskorting, abonnementstarief) en herijking gemeentefonds
  • Klimaatakkoord (ook uitvoeringskosten)
  • Omgevingswet (ook uitvoeringskosten)

 

Dekkingsmogelijkheden
Aangezien de eerdere onderdelen van het overdrachtsdocument naar verwachting ook allemaal een financieel effect zullen hebben wordt er niet aan ontkomen om in het overdrachtsdocument ook een beeld te schetsen van mogelijkheden om deze financiële effecten te dekken. Dit overzicht bevat niet alleen vrij besteedbare middelen maar zal ook bestaande activiteiten en maatregelen bevatten die beïnvloedbaar zijn. Feitelijk hebben we het dan over ombuigings- en heroverwegingsmogelijkheden.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met deze eerste opzet van het overdrachtsdocument en het college opdracht te geven tot verdere uitwerking hiervan zodat dit overdrachtsdocument in maart 2022 kan worden opgeleverd.

7. Specifieke mutaties

Inleiding

In deze paragraaf staan we stil bij ontwikkelingen die verder gaan dan het bestaande (dus vastgestelde) beleid maar wel degelijk omvangrijke financiële consequenties (kunnen) hebben en ook zeker gezien de politiek bestuurlijke impact de nodige toelichting behoeven. Daarnaast bestaat er een bepaalde mate van keuzevrijheid. De volgende twee onderwerpen komen in deze paragraaf aan de orde:

  • Stelpost corona
  • Extra incidentele middelen jeugdzorg (de € 600 miljoen in 2021)
  • Lokale lasten(druk)

Stelpost corona

In de jaarverantwoording 2020 is het resterende deel van de stelpost coronacompensatie ten bedrage van € 419.000 overgeheveld naar het huidige jaar 2021. Dit in afwachting van meer duidelijkheid/te ontwikkelen beleid. Hierbij hebben we ook aangegeven dat we de voortgang en de stand van zaken van deze stelpost opnemen in de komende documenten uit de P&C-cyclus. Dat doen we dus ook in deze perspectiefnota 2022 (inclusief eerste programmajournaal 2021).

Omwille van de aansluiting beginnen we met het laatst vastgestelde document waarin de stelpost coronacompensatie is opgenomen en toegelicht. In dit geval de jaarverantwoording 2020 waarin het resterende deel van de stelpost coronacompensatie ten bedrage van € 419.000 is overgeheveld naar het jaar 2021.

  (bedragen x €1.000)
Overgeheveld vanuit de jaarstukken 2020 419
Stelpost coronacompensatie 2021 269
Herziene stelpost coronacompensatie 2021 688
Besluiten mee te nemen in eerste programmajournaal 2021  
- Beleidsregel coronacompensatie cultuur, vrijwilligers, enz. 178
- Verkiezingen 55
- Vouchers toeristische sector 25
- Extra kosten afval (eindafrekening 2020 ROVA) 16
- Lokaal steunfonds ondernemers - noodfonds 50
- ROZ heroriëntatie voor ondernemers 10
- TONK 34
Totaal besluiten 368
Herziene stelpost coronacompensatie na besluiten 320
Maartbrief 2021 - vierde tranche coronacompensatie 203
Herziene stelpost coronacompensatie na maartbrief 523

 

Stelpost coronacompensatie 2021

Deze toevoeging van € 269.000 bestaat uit het tweede en het derde deel van het pakket aan coronacompensatie vanuit het Rijk. Het betreft hier de jaarschijf 2021 uit de septembercirculaire 2020 en de decembercirculaire 2020.

 

Beleidsregel coronacompensatie

In februari 2021 is de beleidsregel coronacompensatie Tubbergen vastgesteld. Doel van deze regeling is het bieden van een eenmalige financiële bijdrage voor het compenseren van de geleden netto schade ten gevolge van corona. Door middel van deze eenmalige financiële bijdrage wordt getracht de lokale vrijwilligersinfrastructuur te borgen. Het beschikbare budget is met name bedoeld om (acute) liquiditeitsproblematiek te voorkomen. Hiervoor is een incidenteel budget beschikbaar gesteld van € 178.000. Dit is exact het bedrag wat aan compensatie vanuit het rijk beschikbaar is gesteld voor cultuurinstellingen, kulturhuizen, MFA’s dorpshuizen en vrijwilligersorganisaties voor jeugd.

 

Verkiezingen

Het organiseren van de Tweede kamer verkiezingen in maart 2021 heeft gemeenten als gevolg van de coronacrisis meer gekost dan andere jaren. Het Rijk heeft gemeenten hier echter voor gecompenseerd. Van de beschikbare compensatie van € 71.000 heeft de gemeente Tubbergen bijna € 56.000 moeten gebruiken.

 

Vouchers toeristische sector

In april 2021 is de voucherregeling voor horeca, (centrum)retail en toeristisch/recreatieve ondernemers om (toeristische) activiteiten mee te ontwikkelen opengesteld. Hiervoor is een incidenteel bedrag beschikbaar gesteld van € 25.000.

 

Extra kosten afval

Door de coronacrisis hebben gemeenten zowel extra kosten gemaakt als inkomsten gemist met betrekking tot afvalinzameling. Met name het restafval is, door onder andere het thuiswerken, in hoeveelheid gegroeid. Tegelijkertijd ontvangen de gemeenten voor andere afvalstromen een vergoeding (o.a. pmd). Maar omdat deze stromen zijn toegenomen, is de vergoeding hiervoor gedaald. De gemeente heeft hiervoor een coronacompensatie ontvangen. Deze tegemoetkoming gaat naar de algemene middelen. Op basis van de werkelijke kosten die ROVA in 2020 heeft doorberekend aan de gemeente is er een beroep op deze gelden. Dit wordt toegevoegd aan de voorziening afval. Voor de gemeente Tubbergen gaat het om een bedrag van € 15.798.

 

Gemeentelijke noodsteun aan ondernemingen vanwege de coronacrisis

In april 2021 zijn de beleidsregels "Noodsteun aan ondernemingen vanwege de coronacrisis gemeente Tubbergen" vastgesteld. Doel van deze beleidsregels is om maatwerk te kunnen bieden als er sprake is van acute financiële nood. Deze beleidsregels moeten ertoe bijdragen dat de acute financiële nood wordt opgelost waardoor de kans dat de onderneming kan blijven voortbestaan wordt vergroot. Corona heeft namelijk een grote invloed op diverse economische sectoren. Vanuit de Rijksoverheid zijn er ondersteuningsmaatregelen opgezet ter ondersteuning van ondernemers en ondernemingen. In de praktijk blijkt dat er ondernemers zijn die tussen wal en schip vallen en geen of onvoldoende steun krijgen. Voor deze beleidsregels is een incidenteel bedrage beschikbaar gesteld van € 50.000.

 

ROZ heroriëntatie voor ondernemers

In mei 2021 is besloten het ROZ product “heroriëntatie voor ondernemers” open te stellen voor Tubbergse ondernemers. De gemeente Tubbergen wil ondernemers ondersteunen die zich, mede als gevolg van de coronacrisis, willen oriënteren op hun toekomst. Daarbij kan het gaan om vragen als: Is mijn huidige bedrijfsmodel nog wel passend? Hoe ga ik om met financiële vraagstukken waar ik voor sta? Of wil ik misschien toch liever een baan in loondienst? Met ROZ is gesproken op welke wijze de heroriëntatie voor ondernemers vormgegeven kan worden in de arbeidsmarktregio Twente en specifiek in Tubbergen. Op basis daarvan heeft het ROZ een aanbod ontwikkeld. Besloten is om hiervoor een bedrag van € 10.000 uit de corona stelpost in te zetten zodat ondernemers zich met hulp van het ROZ kunnen heroriënteren op hun toekomst.

 

Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK)

In maart 2021 zijn de beleidsregels Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK) vastgesteld. Deze tijdelijke ondersteuning is voor huishoudens die te maken hebben met een inkomensterugval en daardoor de noodzakelijke kosten niet meer kunnen betalen uit het inkomen. Het gaat hierbij om een vergoeding voor daadwerkelijke noodzakelijke kosten, niet om een inkomensondersteunende regeling. Sommige huishoudens hebben te maken met een onvoorzienbare, onvermijdelijke en plotselinge terugval in hun inkomen. Dit door de maatregelen die noodzakelijk zijn voor de bestrijding van het coronavirus. Deze huishoudens kunnen daardoor in de problemen komen met de betaling van noodzakelijke kosten, waaronder woonlasten. Deze problemen kunnen niet altijd worden opgelost door het stelsel van sociale zekerheid en de eerder genomen maatregelen uit de steunpakketten. Het Rijk stelt daarom aan gemeenten middelen beschikbaar voor de Tijdelijke Ondersteuning Noodzakelijke Kosten (TONK). Dit is een tijdelijke tegemoetkoming in noodzakelijke kosten. De middelen worden in twee tranches via het gemeentefonds beschikbaar gesteld. Het bedrag van € 34.000 betreft de eerste tranche.

 

Maartbrief 2021- vierde deel coronacompensatie

Eind maart 2021 is de zogenaamde maartbrief van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verschenen met daarin het vierde deel van het compensatiepakket corona. Alle mutaties hebben een eenmalig karakter, dus geen structurele doorwerking.

In de decembercirculaire 2020 is van een viertal items een vooraankondiging gedaan van compensatie. In deze maartbrief worden drie van de vier items behandeld. Namelijk TONK, afval en Perspectief op Jongeren. De extra compensatie voor inkomstenderving ad € 150 miljoen wordt doorgeschoven naar de meicirculaire.

In de maartbrief wordt tot twee keer toe expliciet beschreven dat het gemeentefonds (algemene uitkering + IU/DU) vrij besteedbaar is. De genoemde items zijn niet meer dan voorbeelden die illustreren met welke extra kosten gemeenten geconfronteerd worden als gevolg van corona. Met de teksten wordt niet beoogd het bestedingsdoel nader te omschrijven, of op welke wijze dan ook de middelen te oormerken. De specificatie van dit bedrag is opgenomen onder de mutaties bestaand beleid.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de opbouw en het verloop van de stelpost coronacompensatie en de aangegeven mutaties te verwerken in de begroting 2021.

Extra incidentele middelen jeugdzorg

De gemeenten krijgen in 2021 eenmalig € 611 miljoen extra om de acute problemen in de jeugdzorg aan te pakken, waarvan € 493 miljoen in het gemeentefonds en € 118 miljoen via specifieke uitkeringen. In ruil daarvoor moeten de gemeenten wel extra jeugdzorgactiviteiten verrichten, zodat het gemeentelijke tekort niet € 611 miljoen kleiner wordt.

Dat zijn het ministerie van VWS en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) overeengekomen. Het geld is onder meer bedoeld voor de tijdelijke uitbreiding van (ambulante en klinische) crisiscapaciteit jeugd-ggz. Ook moet het extra budget worden ingezet voor de aanpak van wachtlijsten en voor het voorkomen daarvan. Met het nu incidenteel beschikbaar gestelde geld moeten ook meer praktijkondersteuners jeugd-ggz bij huisartsen worden gestationeerd. De € 611 miljoen gaat nadrukkelijk om extra geld voor dit jaar, zo blijkt uit de bestuurlijke afspraken tussen het kabinet en de VNG. Over structureel extra budget vanaf 2023 moet een nieuw kabinet beslissen.

De exacte verdeling van dit eenmalige budget voor het jaar 2021 is op dit moment nog niet bekend. Niet qua omvang van de bedragen maar ook niet voor wat betreft de voorwaarden. Zodra dit wel bekend is wordt de gemeenteraad daar uiteraard over geïnformeerd.

Lokale lasten(druk)

In deze sub paragraaf geven we aan hoe we op grond van bestaand beleid omgaan met de verschillende tarieven die van belang zijn voor de lokale lasten(druk). Uiteraard staan we hierbij ook stil bij de laatste ontwikkelingen en de mogelijke gevolgen daarvan voor de ontwikkelingen van de tarieven en dus de lokale lasten(druk). De volgende drie soorten tarieven die samen de lokale lasten(druk) bepalen komen aan de orde:

  • Ozb
  • Afval
  • Riool

 

Voor de ozb-tarieven gaan we op grond van bestaand (dus vastgesteld) beleid uit van een indexatie op grond van het consumentenprijsindexcijfer over de periode juni tot en met juni voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar. Daarnaast is in de begroting 2020 besloten tot een jaarlijkse extra verhoging van de ozb-tarieven met 1% per jaar

Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het lopende jaar 2021 is het vastrecht verhoogd met € 10 (van € 80 naar € 90). Dit was een gevolg van hogere lasten en lagere inkomsten binnen het product afval. Vooral de problematiek van “vervuild” PMD wat afgekeurd wordt speelt ons parten. De afgekeurde PMD moet worden verwerkt als restafval wat hogere kosten met zich meebrengt. Als gevolg van deze afkeuring missen we ook de opbrengsten van “goedgekeurd” PMD.

We krijgen een steeds beter beeld van deze problematiek. Op basis van de Ketenovereenkomst Verpakkingen 2020 - 2029 hebben de gemeenten Dinkelland en Tubbergen met ingang van 1 juli 2020 gekozen voor het Bronscheidingsmodel waarbij de gemeente verantwoordelijk is voor de bron gescheiden inzameling van PMD-materiaal conform de samenstellingseisen zoals neergelegd in het beoordelingsprotocol. Vanaf die datum werden we geconfronteerd met een forse afkeur van het ingezamelde PMD. Door een Twentse bestuurlijke werkgroep een overbruggingsvoorstel overeengekomen met Nedvang BV. De gemaakte afspraken luiden als volgt:

  • Bij een vervuilingsgraad van maximaal 15% ontvangen we in 2021 een vergoeding van € 245 per ton.
  • Bij een vervuilingsgraad tussen de 15% en 35% ontvangen we een inzamelvergoeding van € 130 per ton.
  • Bij een vervuilingsgraad van meer dan 35% volgt afkeur en verbranding bij Twence, kosten € 165 per ton bestaande uit transportkosten, verbrandingsbelasting en het verwerkingstarief van Twence.

De genoemde afspraken gelden in principe tot 1 juli 2021. De bestuurlijke werkgroep is op dit moment met Nedvang in overleg over de verdere looptijd van deze gemaakte afspraken. Vooralsnog gaan we ervan uit dat deze afspraken voor langere tijd gaan gelden.

Een volgende ontwikkeling die gevolgen gaat hebben voor ons afval tarief is de stijging van de tarieven die Twence in rekening brengt.

In de Algemene vergadering van Aandeelhouders van Twence van 22 april 2022 zijn de nieuwe verwerkingstarieven vastgesteld en geldend vanaf 1 juli 2022. De volgende tarieven gelden voor de verschillende afvalstromen:

  • Fijn huishoudelijk restafval: 78 euro/ton (was 70 euro)
  • Gft-afval: 50 euro/ton (was 32,93 euro)
  • PMD (afkeur): 95 euro/ton. (Was nog niet opgenomen in de begroting)
    Alle tarieven gelden van 1 juli 2022 t/m 1 juli 2027. Uitzondering is het tarief van PMD. Daarvoor is de ingangsdatum 1 juli 2020. Dit is dus met terugwerkende kracht.

In samenvattende zin is de verwachting dat deze beide ontwikkelingen een stijging van de lasten/een verlaging van de baten tot gevolg hebben en dus zullen leiden tot een verhoging van de tarieven voor onze inwoners. Indien we alleen deze beide ontwikkelingen doorvertalen naar de gevolgen voor het afvaltarief dan zouden we rekening moeten houden met een stijging van het vastrecht van € 15 in 2022 tot € 20 in 2023. Uitdrukkelijk wordt gesteld dat dit een eerste aanname is waarin alleen de beide genoemde ontwikkelingen zijn meegenomen. De daadwerkelijke totale doorrekening van de lasten en baten op het gebied van afval vindt ieder jaar plaats bij het opstellen van de betreffende jaarbegroting. Aan de hand daarvan wordt ook de hoogte van de afvaltarieven op basis van 100% kostendekkendheid bepaalt.

De hoogte van het rioolrecht is gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023. Belangrijke input voor dit nieuwe GRP zijn de gevolgen van de zogenaamde klimaatadaptie. In de raadsvergadering van 16 maart is het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie Tubbergen 2021-2025 vastgesteld. Kern van dit uitvoeringsprogramma is dat de kosten van de verschillende maatregelen die in dit programma zijn opgenomen gedekt kunnen worden binnen de beschikbare ramingen zonder dat de tarieven voor de burgers verhoogd te hoeven worden. Wel verwachten we dat voor de jaren vanaf 2022 een inflatiecorrectie volgens het consumentenprijsindexcijfer van het CBS moet worden doorgevoerd.

 

Lokale lastendruk
Het college heeft altijd de ambitie gehad de lokale lasten(druk) niet meer te laten stijgen dan strikt noodzakelijk. In het Tubbergs akkoord van mei 2018 is aangegeven dat het college de lokale lasten zo laag en zo stabiel mogelijk wil houden. Dat dat deze collegeperiode goed gelukt is blijkt wel uit de zogenaamde atlas van de lokale lasten zoals die ieder jaar wordt uitgebracht door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden(COELO). In deze atlas worden alle Nederlandse gemeenten met elkaar vergeleken voor wat betreft de lokale lasten. Dit geeft voor de gemeente Tubbergen het volgende beeld:

Lokale lasten gemeente Tubbergen volgens COELO 2018 2019 2020 2021
Woonlasten meerpersoonshuishouden 684 692 705 723
Plek op de landelijke ranglijst 102 84 60 47
         
Vergelijkende cijfers volgens COELO 2018 2019 2020 2021
Goedkoopste gemeente 505 511 573 598
Duurste gemeente 1234 1446 1440 1517
Gemiddeld landelijk 721 740 767 813
Gemiddeld Overijssel 755 743 766 796

Opmerking bij de plek op de landelijke ranglijst: de goedkoopste gemeente staat het laagst (dus op 1) en de duurste gemeente staat het hoogst.

8. Incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves

Beschikbare algemene middelen - stand begroting 2021

In deze paragraaf zoeken we aansluiting bij de gepresenteerde cijfers uit de begroting 2021. Met deze cijfers als uitgangspunt gaan we daarna de mutaties benoemen en toelichten zodat het meest recente beeld van de incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves ontstaat. Zoals aangegeven nemen we cijfers uit de begroting 2021 als vertrekpunt:

Beschikbare algemene incidentele middelen - stand begroting 2021 (bedrag in miljoen €)
- Weerstandscapaciteit ratio 1,5 (algemene reserve) 3,450
- Extra weerstandsvermogen sociaal domein 0,513
- Reserve riool 1,500
- Project- en procesgelden duurzaamheid 0,144
- Project- en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie 0,000
- Project- en procesgelden inbreiding voor uitbreiding 0,820
- Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen 2,550
Totaal beschikbare algemene incidentele middelen 8,977

Mutaties

Algemene reserve

Rekening houdend met een aantal mutaties op grond van bestaand beleid (grondexploitaties) en een aantal specifieke raadbesluiten ontstaat het volgende beeld van de algemene reserve:

Algemene reserve (bedrag in €)
Stand begroting 2021 3.450.000
BIJ: Voordelig saldo financiële rapportage 2020 326.000
BIJ: Winstnemingen grondexploitaties 2020 531.000
BIJ: Voordelig saldo begroting 2021 23.000
BIJ: Winstnemingen grondexploitaties 2021 144.000
AF: Verliesvoorziening en afwaardering grondexploitaties -314.000
BIJ: Resultaat jaarstukken 2020 395.000
BIJ: Voordelig resultaat eerste programmajournaal 2021 289.000
Herziene stand algemene reserve 4.844.000
Norm weerstandsvermogen 1,5 3.450.000
Surplus 1.394.000

Uitgaande van de, bij de begroting 2021 bepaalde, weerstandscapaciteit en de daaraan gekoppelde ratio van 1,5 moet de stand van de algemene reserve ten minste € 3.450.000 zijn. Conform bestaande beleid wordt het meerder (het zogenaamde surplus) “afgeroomd” en gestort in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

Voorgesteld wordt in te stemmen met het verloop en de opzet van de algemene reserve en het surplus op de algemene reserve ten bedrage van € 1.394.000 “af te romen” en te storten in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Extra weerstandsvermogen sociaal domein

We hebben in de begroting 2021 nog de beschikking over een bedrag aan extra weerstandsvermogen Sociaal Domein van € 513.000. Naast het opvangen van mogelijke risico’s als gevolg van de uitvoering van het bestaande beleid binnen het sociaal domein is deze reserve ook bedoeld om eventuele faseringsverschillen in de realisatie van het uitvoeringsplan sociaal domein te kunnen opvangen.

 

Reserve riool

In de raadsvergadering van 30 maart is het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie Tubbergen 2021-2025 vastgesteld. Kern van dit uitvoeringsprogramma is dat de kosten van de verschillende maatregelen die in dit programma zijn opgenomen gedekt kunnen worden binnen de beschikbare ramingen zonder dat de tarieven voor de burgers verhoogd te hoeven worden. Hierdoor kunnen ook de extra gereserveerde algemene middelen in deze reserve ten bedrage van € 1,5 miljoen terugvloeien naar de algemene middelen (de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen).

Programmagelden duurzaamheid

In de begroting 2021 is aangegeven dat nog een bedrag aan programmagelden duurzaamheid beschikbaar is van € 764.000. In diezelfde begroting is ook een doorkijk van de bestedingen aangegeven. Dit kwam uit op. een bedrag van € 720.000 waardoor er een vrij besteedbaar bedrag resteert van € 144.000.

 

Project- en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie

In de begroting 2021 is aangegeven dat “na verplichtingen” er geen middelen resteerden aan programmagelden maatschappelijk vastgoed (project- en procesgeld). Tijdens het opstellen van deze perspectiefnota 2022 is de status hiervan ongewijzigd.

 

Project- en procesgelden inbreiding voor uitbreiding

In de begroting 2021 is aangegeven dat “na verplichtingen” nog een bedrag van € 821.000 resteerde aan programmagelden inbreiding voor uitbreiding (project- en procesgeld). Tijdens het opstellen van deze perspectiefnota is kritisch gekeken naar alle mogelijkheden om het herziene meerjarige saldo sluitend te krijgen. Dit heeft geleid tot een verlaging van deze project en procesgelden met een bedrag van € 400.000. Hierna resteert dus een bedrag van € 421.000.

 

Als onderdeel van deze project- en procesgelden is er ook nog het resterende deel van de middelen voor “stimuleringsregeling binnenstedelijke vernieuwing”. Van dit restant van € 339.000 is ook een deel (€ 139.000) ingezet om de meerjarenbegroting sluitend te krijgen.

 

Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen (RIBAM)

In de begroting 2021 is weergegeven dat de vrije ruimte in deze reserve € 2.550.000 bedraagt. Inmiddels zijn een aantal besluiten genomen en hebben een aantal autonome ontwikkelingen plaatsgevonden wat maakt dat de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen op dit moment het volgende beeld laat zien:

Stand uit begroting 2021 (bedragen in €) 2.550.000
BIJ: Surplus algemene reserve 1.394.000
BIJ: Vrijval reserve riool 1.500.000
BIJ: Grondaankoop fietspad 450.000
AF: Incidentele kosten Glashoes -766.000
AF: Incidentele dekking programma organisatieontwikkeling -177.000
AF: Incidentele dekking personele inzet duurzaamheid -171.000
Herziene stand 4.780.000

 

De eerste twee punten te weten het surplus algemene reserve en de vrijval vanuit de reserve riool zijn hiervoor toegelicht. De voordelige mutaties grondaankoop fietspad betreffen lagere lasten op het betreffende krediet. Aangezien dit krediet in oorsprong is onttrokken aan deze reserve vloeien deze meevallers nu ook terug naar deze reserve.

De onttrekking aan deze reserves voor de incidentele kosten Glashoes is voorzien van afzonderlijke raadsbesluit en de gevolgen daarvan voor deze reserve worden nu in beeld gebracht.

De laatste twee onttrekkingen te weten incidentele dekking programma organisatieontwikkeling en incidentele dekking personeel duurzaamheid vloeien voort uit de maatregelen om de (meerjaren)begroting sluitend te maken zoals opgenomen in deze perspectiefnota 2022.

Herziene stand algemene incidentele middelen

Beschikbare algemene middelen - stand begroting 2021 (bedragen in miljoen €)
- Weerstandscapaciteit ratio 1,5 (algemene reserve) 3,450
- Extra weerstandsvermogen sociaal domein 0,513
- Reserve riool 0,000
- Project- en procesgelden duurzaamheid 0,144
- Project- en procesgelden maatschappelijke vastgoed in relatie tot demografie 0,000
- Project- en procesgelden inbreiding voor uitbreiding 0,421
- Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen 4,780
Totaal beschikbare algemene incidentele middelen 9,308

9. Uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2022

Uitgangspunten

In deze notitie zijn de algemene uitgangspunten opgenomen die gebruikt worden bij het opstellen van de begroting 2022.

Indexering prijsgevoelige budgetten

We gaan niet uit van een recht evenredige aanpassing van alle prijsgevoelige budgetten maar kiezen voor het reëel ramen van deze budgetten. Dat wil zeggen rekening houden met de werkelijke (ervarings-) cijfers over de laatste jaren verhoogd met het laatst bekende cijfer voor wat betreft de aanpassing van de prijzen volgens het CBS over de periode juni – juni (was vorig jaar 1,1%). Dit hoeft dus niet in alle gevallen een verhoging van de raming te betekenen maar kan zelfs een verlaging van de raming betekenen.

De centraal geraamde stelpost prijscompensatie betrekken we eveneens bij het opstellen van de begroting 2022. Normaal gesproken valt deze vrij ter dekking van de hogere lasten als gevolg van de indexering van de prijsgevoelige budgetten.

 

Indexering lonen

De lopende cao-gemeenteambtenaren is inmiddels verwerkt in de begroting 2022 van Noaberkracht en deze wordt verwerkt in de begrotingen 2022 van de beide deelnemende gemeenten. Deze cao kent een looptijd tot 1 januari 2021.

Voor wat betreft de (meerjarige) indexering van de lonen hebben we in de begroting van Noaberkracht een jaarlijkse stijging meegenomen van 1,5%. Daarnaast staat in de beide gemeenten nog een stelpost van 0,5%. Per saldo hebben we dus een budgettaire ruimte van 2%.

Let wel: Niet alleen de salarissen in Noaberkracht maar ook de salarissen van de griffie (in de gemeentebegroting) moeten worden aangepast.

Verbonden partijen

De (financiële gevolgen van de) begrotingen 2022 van de verbonden partijen zijn via de perspectiefnota (inclusief 1e programmajournaal 2021) opgenomen in de (meerjaren)begrotingen van de beide gemeenten. Hier hoeven we dus niets meer aan te doen.

 

Subsidies

Voor wat betreft de subsidies volgen we de afspraken uit de verordening of indien van toepassing specifiek gemaakte (prestatie) afspraken.

Rente

In beide gemeenten gaan we uit van de omslagrente. Dit is voor de gemeente Tubbergen 1%. Dit percentage gebruiken we voor de bestaande activa en investeringen maar ook voor nieuwe investeringen.

Voor het grondbedrijf hanteren we het volgende percentage: Tubbergen 0,5%

 

Rioolrecht

De hoogte van het rioolrecht is gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023. Belangrijke input voor dit nieuwe GRP zijn de gevolgen van de zogenaamde klimaatadaptie. In de raadsvergadering van 30 maart is het uitvoeringsprogramma klimaatadaptatie Tubbergen 2021-2025 vastgesteld. Kern van dit uitvoeringsprogramma is dat de kosten van de verschillende maatregelen die in dit programma zijn opgenomen gedekt kunnen worden binnen de beschikbare ramingen zonder dat de tarieven voor de burgers verhoogd te hoeven worden. Wel verwachten we dat voor de jaren vanaf 2022 een inflatiecorrectie volgens het consumentenprijsindexcijfer van het CBS moet worden doorgevoerd

Afvalstoffenheffing

De tarieven afvalstoffenheffing zijn 100% kostendekkend. De daadwerkelijke hoogte van de tarieven kunnen we pas bepalen als alle uitgaven en alle inkomsten (zonder de opbrengsten uit de tarieven) op basis van een reële raming zijn verwerkt. Zie voor een beschrijving van de laatste ontwikkelingen de sub paragraaf lokale lasten(druk).

 

Toeristenbelasting

Geen indexatie

Forensenbelasting

Geen indexatie

 

Reclamebelasting

Geen indexatie