Duurzaam leven

Inleiding Duurzaam leven

Inleiding

Wij zetten ons in om alle kernen aantrekkelijk te houden op het gebied van wonen en leven en willen de gevolgen van klimaatverandering beperken.

Binnen deze ambitie zien wij de volgende drie thema's:

  • Duurzaamheid
  • Wonen en Ruimte
  • Maatschappelijk vastgoed

Duurzaamheid

Wat willen we bereiken?

Het thema duurzaamheid is een dynamisch beleidsterrein dat volop in ontwikkeling is en aan verandering onderhevig. We constateren dat er de afgelopen jaren de nodige inspanningen zijn geleverd. Zo is een aantal inspanningen uit de ambitiebegroting reeds uitgevoerd die inmiddels geborgd zijn in de lijn (actielijn afval). We zien tegelijkertijd ook dat er voor de komende jaren extra taken en uitdagingen op ons afgekomen zijn. Denk onder meer aan de Regionale Energie Strategie, de warmtevisie en het opstellen van wijkuitvoeringsplannen. We concluderen daarmee dat de actielijnen zoals oorspronkelijk ingezet in de begroting 2019 niet meer volledig en actueel zijn waardoor bijstelling van de actielijnen wordt voorgesteld. Daarbij is rekening gehouden met de huidige trends en ontwikkelingen.

Communicatie en bewustwording
Uit cijfers blijkt dat het thema duurzaamheid nog niet sterk leeft onder de bevolking. Zij hechten eerder prioriteit aan thema’s die concreet spelen in de directe woon- en leefomgeving. Het thema duurzaamheid staat waarschijnlijk nog te ver van onze inwoners af, terwijl het uiteindelijk onze inwoners in de toekomst zeker zal raken. Wij zien het dan ook als onze taak om de komende jaren nog sterker in te zetten op bewustwording en communicatie. Hierbij richten we ons op de noodzaak en effecten van de grootschalige energietransitie, maar vooral ook op het stimuleren van kleinere initiatieven van onderop, met aandacht voor de mogelijkheden voor energieopwekking én energiebesparing.

Programma Duurzaamheid in relatie tot corona
Voor de lange termijn zijn vooralsnog geen directe inhoudelijke consequenties te benoemen vanwege corona. Wel bestaat het risico dat duurzaamheidsinitiatieven en – projecten in prioriteit achterop raken omdat andere prioriteiten worden gesteld, meer gericht op de kortere termijn (lokaal, regionaal, maar ook vanuit de kernen zelf). Ook in dit perspectief is inzet op communicatie en bewustwording van belang.

Uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord: wat moeten we nog meer verwachten?
Met de instemming van het Klimaatakkoord hebben gemeenten een duidelijk signaal afgegeven dat uitwerking van drie randvoorwaarden noodzakelijk is: haalbaar-/betaalbaarheid voor de samenleving, de juiste bevoegdheden en een tegemoetkoming in de uitvoeringslasten. Om invulling te geven aan deze laatste voorwaarde, is afgesproken dat er een onderzoek komt naar de uitvoeringslasten van het Klimaatakkoord. Het onderzoek loopt en heeft voorlopig geleid tot een overzicht van taken en bijbehorende uitvoeringslasten voor gemeenten, provincies en waterschappen. Eind 2020 wordt een advies opgeleverd over de hoogte van de uitvoeringslasten en de wijze waarop deze zouden kunnen worden bekostigd. In 2021 volgt een gesprek tussen rijk en decentrale overheden over de resultaten en duiding van dit advies. De uitkomsten zullen worden meegenomen en waar nodig leiden tot bijsturing van het programma.

Actielijnen 2021-2022
Voor de komende periode 2021-2022 richten we ons voor de ambitie Duurzaamheid op de volgende actielijnen:

ACTIELIJN 1: ENERGIE: WIND EN ZON
Deze actielijn richt zich op de doelstelling dat in 2050 100% van de energie duurzaam is opgewekt. Zoals vastgelegd in de concept RES wil de gemeente in NOT-verband in 2030 335 GWh elektriciteit duurzaam opwekken (14% van huidig totaal energieverbruik, incl. gas). Hierbij bundelen we de krachten in Noordoost Twente en Twente. Belangrijkste opgaven in deze actielijn vormen het invulling en uitwerking geven aan de Regionale Energie Strategie en het versterken van de communicatie en participatie bij de energietransitie waarbij als uitgangspunt geldt: lusten en lasten lokaal. 

ACTIELIJN 2: ENERGIE: WARMTE
Deze actielijn is gericht op de doelstelling dat in 2050 alle huishoudens en bedrijven in de gemeente Tubbergen van het aardgas af zijn.  Hiervoor is een warmtevisie opgesteld en een routekaart uitgezet. Samen met inwoners willen we werken aan haalbare en betaalbare oplossingen. Ook willen we ons inzetten voor het stimuleren en faciliteren van biogas.

ACTIELIJN 3: DUURZAAM VAN ONDEROP

Deze actielijn is gericht op het aanjagen en stimuleren van initiatieven van onderop. De duurzaamheidsambities vullen we namelijk samen met onze inwoners, ondernemers en organisaties in. Zij hebben een belangrijk aandeel in het realiseren van een uiteindelijk energieneutraal Tubbergen. Het thema duurzaamheid komt in de kernen steeds meer op de agenda.  Om initiatieven en werkgroepen een stap verder te helpen nemen we een aanjagende en stimulerende rol in, zodat projecten ook daadwerkelijk van de grond komen.

ACTIELIJN 4: CIRCULAIRE INKOOP
Deze actielijn is er op gericht om bij inkoop van de gemeente meer rekening te houden met de herbruikbaarheid van producten en grondstoffen. Er wordt beleid gemaakt hoe hier invulling aan te geven. Daarbij hebben gemeenten Tubbergen en Dinkelland op 3 februari 2020 het Manifest Maatschappelijk Verantwoord Inkopen ondertekend. 

ACTIELIJN 5: ASBEST ERAF, ZON EROP
Vanuit de gemeente worden activiteiten in het kader van de Versnellingsaanpak asbestdakensanering door Rijk en Provincie, pro-actief gevolgd. De gemeente haakt aan bij activiteiten die passen bij onze doelstelling.

Wat hebben we er voor gedaan? - Duurzaam van onderop

Zo gaan we dat doen

Wat hebben we er voor gedaan? - Energie: wind en zon

Zo gaan we dat doen

Duurzaamheid is een thema in ontwikkeling en continu in beweging. We zullen de komende jaren moeten blijven inspelen op de ontwikkelingen en bijsturen waar nodig. Onderstaand in het kort een schets van de huidige trends en ontwikkelingen.

Wind en zon

  • Veel mensen zijn er van doordrongen dat de opwarming van de aarde moet worden beperkt en dat de klimaatverandering moet worden tegengegaan. Ook is er het besef dat de mensheid daar iets aan moet doen. Echter: als de maatregelen voor duurzame opwek via bijvoorbeeld zonnevelden of windturbines dichtbij komen groeit ook de weerstand. Daarbij is onrust over onder andere de invloed van grote windturbines op de gezondheid. We volgen de landelijke discussie en (wetenschappelijke) onderzoeken die hierover uitgevoerd worden. 
  • Meer accent op communicatie en participatie:  participatie is van groot belang bij (grootschalige) opwek van duurzame energie, de energietransitie is immers een opgave die we samen moeten doen. We zullen (nog) meer in moeten zetten op het proces mét onze inwoners en samen te kijken naar de wijze waarop we invulling geven aan de grootschalige energietransitie.  Regie in het gebied en lusten en lasten lokaal is daarbij een belangrijk uitgangspunt.
  • Netcapaciteit (zelf geen invloed op): momenteel is een groot deel van Tubbergen al oranje gekleurd op de kaart voor netcapaciteit.  
  • Toenemende elektriciteitsvraag door de opkomst van de elektrische auto en toenemende elektrische verwarming in woningen (aardgasvrij) zal de vraag naar elektriciteit sterk toenemen in het komende decennium.

Warmte

Het accent over de warmtetransitie lag de afgelopen jaren (landelijk) sterk op de techniek en op de maatschappelijk laagste kosten. Hierin was de positie en het perspectief van de woningeigenaren en vastgoedeigenaren nog onderbelicht en zeker die van de individuele woningeigenaar. Nu we in de fase komen dat woningeigenaren betrokken moeten worden bij de keuzes die zij voor hun huis moeten maken, komt naar voren dat:

  • Een collectieve grootschalige warmte-infrastructuur (warmtenet) vaak niet direct voor de hand ligt door het ontbreken van een warmtebron of een te lage dichtheid qua afnemers.
  • De kaders en middelen vanuit (rijks)overheid nog ver achterblijven en het uitgangspunt dat de warmtetransitie kostenneutraal zou moeten zijn voor woningeigenaren en huurders en dat de gemeenten instrumenten krijgen om de warmtetransitie te regisseren, nog niet waargemaakt wordt.

De consequentie daarvan is dat de focus van wijkgericht naar meer woninggericht verlegd moet worden en de aandacht meer gericht wordt op het betrekken van alle inwoners in de geselecteerde kernen en met hen moet toewerken naar oplossingen.  Dit proces is complexer en zeker meer tijdsintensief dan waar in het verleden rekening is gehouden. De rol van de gemeente verandert meer van regisseur naar partner van woningeigenaren om gunstige proposities voor hun woningen te creëren die gerealiseerd kunnen worden zodra de juiste condities wordt voldaan. En om de juiste partners te binden om de woningeigenaren daarmee te ontzorgen.  Een gevolg van deze trend is dat er op de korte termijn naar verwachting minder woningeigenaren over zullen gaan op realisatie van de maatregelen, maar op de iets langere termijn juist meer. Daar zullen  we in de komende periode en bij het ontwerpen van instrumenten rekening mee moeten houden. 

Duurzaam van onderop

Het thema duurzaamheid staat steeds meer op de agenda in onze kernen. Werkgroepen zijn in opkomst en kernen gaan steeds meer nadenken over de wijze waarop zij invulling kunnen geven aan de opgave waar we voor staan. Vragen en initiatieven rondom duurzaamheid zullen de komende jaren groeien. Hier zullen we als gemeente op in moeten spelen om te zorgen dat deze vragen en initiatieven gefaciliteerd worden.

Kaders en middelen van uit het Rijk blijven achter; klimaatakkoord gaat verder dan de energietransitie.

Met de instemming van het Klimaatakkoord hebben gemeenten een duidelijk signaal afgegeven dat uitwerking van drie randvoorwaarden noodzakelijk is: haalbaar-/betaalbaarheid voor de samenleving, de juiste bevoegdheden en een tegemoetkoming in de uitvoeringslasten. Om invulling te geven aan deze laatste voorwaarde, is eind 2020 een rapport verschenen over de taken en de uitvoeringslasten. Vooralsnog zijn daar vanuit het Rijk nog geen duidelijke kaders en middelen aan verbonden. 

Het klimaatakkoord gaat verder dan de opgave energietransitie. Het rapport met betrekking tot de uitvoeringslasten klimaatakkoord geeft een overzicht van taken voor gemeenten, provincies en waterschappen.  Voor gemeenten gaat het om thema's als mobiliteit, gebouwde omgeving, infrastructuur en circulaire economie. We zullen voor de komende periode moeten beraden of en hoe de duurzaamheidsdoelstellingen in deze thema's geïntegreerd moeten worden. 

Conclusie

Het klimaatakkoord - en in het bijzonder de energietransitie - is niet zonder impact voor onze inwoners. De energietransitie moeten we samen doen. We zullen samen moeten optrekken in de opgave waar we voor staan. Vergroten van de bewustwording en de dialoog voeren om samen invulling te geven aan mogelijke oplossingen, zal de komende jaren nog meer centraal moeten staan.  Het klimaatakkoord gaat daarnaast verder dan de energietransitie. We zullen ons de komende periode moeten beraden hoe we hier verder invulling aan geven en wat de consequenties zijn, daarbij rekening houdend met ook de kaders en middelen die hier vanuit het Rijk voor worden geboden. 

Wonen en ruimte

Wat willen we bereiken?

  • We willen bereiken dat de woningmarkt in Tubbergen aansluit bij de concrete behoefte. We willen dat elke toevoeging aan de markt ‘raak’ is.
  • We willen plannen ontwikkelen die niet alleen op de korte termijn voorzien in actuele, concrete behoefte, maar ook op de middellange termijn verstandig zijn.
  • We houden aandacht voor differentiatie per kern en willen samen met de kernen het gesprek (blijven) aangaan om invulling te geven aan de woonprogrammering.

Wat hebben we er voor gedaan?

Zo gaan we dat doen

De woningmarkt zit al geruime tijd in een opgaande lijn. We zien dat de vraag naar woningen onverminderd hoog is. Dit gaat gepaard met snelle doorlooptijden (bij verkoop), maar ook met prijsstijgingen. Een relatief hoge verwervingsprijs, gecombineerd met een beperkt aanbod, betekent dat niet iedereen op de woningmarkt aan bod komt. De betaalbaarheid van woningen (met name voor de groep inwoners met een beperkter budget) is problematisch. Voor zover wij zelf een plangebied ontwikkelen/uitgeven zullen wij voldoende kleinere kavels blijven aanbieden. Met particuliere ontwikkelaars maken wij afspraken over verkavelingsplannen met een voldoende gevarieerd aanbod, aansluitend bij de behoefte.

Daarnaast zien wij de volgende ontwikkelingen:

  • Er worden aanzienlijk meer initiatieven bij de gemeente ingediend voor realisatie van appartementen (d.m.v. transformatie van bestaand vastgoed) dan enkele jaren geleden. Ook zien wij meerdere aanvragen voorbij komen voor kleinere aantallen 2-5.
  • Wij krijgen signalen door van een toenemende vraag aan woningen van mensen van buiten de regio. De trek vanuit het westen naar het oosten is de laatste jaren beter merkbaar. Wij verwachten dit ook terug te zien in onze migratiecijfers en toekomstige prognoses.

Maatschappelijk vastgoed

Wat willen we bereiken?

  • Gezamenlijk met de dorpen een gemeenschappelijke visie vormen op basis waarvan we een handreiking kunnen opstellen over hoe om te gaan met clustering van maatschappelijk vastgoed.
  • Nieuwe afspraken toekomstbestendige exploitatie en beheer SSRT.
  • Robuuste sportstructuur.

De trend om maatschappelijke voorzieningen de clusteren en combineren is onverminderd gaande.  Wij zien dit terug in Geesteren, Fleringen, Langeveen en Manderveen. Wij participeren in de gesprekken over deze initiatieven en geven zoveel mogelijk feedback over de haalbaarheid en realiteitsgehalte van de planvorming. Wel merken wij dat de financiële haalbaarheid van dergelijke initiatieven een uitdaging is. Dikwijls wordt naar de gemeente gekeken als één van de grotere financiers. Wij leggen de nadruk op het toekomstperspectief en de wijze waarop deze initiatieven van betekenis zijn voor het maatschappelijke en sociale (gezondheids)aspect van het dorp.

In Manderveen heeft de clustering van vastgoed reeds geleid tot de (beoogde) realisatie van de "Huiskamer Manderveen". De kansen voor clustering van voorzieningen in Langeveen en Fleringen zijn nog volop gaande en begeven zich in de oriëntatie/haalbaarheidsfasefase. In Geesteren is getracht een gebiedsontwikkeling van de grond te brengen waarbij het nieuwe schoolgebouw geïntegreerd zou worden met de pastorie (en kansen voor verbinding met het centrumgebied zouden ontstaan). Dit project is niet haalbaar gebleken, waardoor thans wordt gewerkt aan vernieuwbouw van het schoolgebouw op de huidige locatie. In Geesteren is vervolgens veel aandacht voor een clusteringen van de sportvoorzieningen en het realiseren van een centrumplein (voor de kerk). De gesprekken daarover zijn gaande, zowel op het gebied van maatschappelijk rendement als financiële haalbaarheid.

Parallel aan voorgaande trend zien we dat de sluiting van kerkgebouwen aan de orde is. Dit werpt een ander perspectief op de clusteringsopgave, omdat het kerkgebouw als maatschappelijk gebouw een rol kan spelen bij de totale vastgoedopgave. De uitdaging is om een goede vervolgbestemming te vinden, die voor de totale ontwikkelrichting van de kern van toegevoegde waarde is.

Duurzaam leven - financieel

Financiële kaders Ambitie Duurzaam leven

Inhuur in het kader van nieuw structureel beleid “programma Duurzaam leven”

In de begroting 2021 is onder “Nieuw beleid structureel” voor het “programma Duurzaam leven” aangegeven dat er géén vrije structurele ruimte voor nieuw beleid was. Besloten is de kosten voor 2 jaar (2 keer €99.000 = €198.000) te onttrekken aan de “reserve Maatschappelijk Akkoord Tubbergen”.

De gemeente Dinkelland brengt onder dezelfde condities, volgens de verdeelsleutel, over 2 jaar €264.000 in. Praktisch gezien voert Noaberkracht de werkzaamheden voor beide gemeenten uit. Noaberkracht brengt over 2021 en 2022 de gemaakte kosten volgens de verdeelsleutel in rekening bij de gemeente Dinkelland en de gemeente Tubbergen. Gezien het feit dat externe inhuur voor een periode van 2 jaar hogere kosten met zich mee brengt dan structurele kosten, moeten we er rekening mee houden dat de kans groot is dat er meerkosten uit voortkomen. In het 2e programmajournaal 2021 zullen we concreter aan kunnen geven om welke meerkosten het gaat. We stellen voor eventuele meerkosten op dat moment te dekken uit de “programmagelden Duurzaamheid”.