Meer
Publicatiedatum: 09-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Hoe werken wij samen?

Begroting 2019: Hoe werken wij samen?

Wij geloven in de kracht van onze dorpen, onze inwoners, onze ondernemers en onze maatschappelijke organisaties. Samen denken we na over leefbaarheid en maken we keuzes voor de toekomst. De inwoners spelen hierin de hoofdrol. De inwoners kunnen in veel gevallen problemen beter oplossen dan de overheid. Die handschoen pakken de inwoners veelvuldig op. In Mijn Dorp 2030 denken alle kernen na over de leefbaarheid in hun dorp. Ideeën worden omgezet in concrete acties en samen is de agenda voor de komende periode opgesteld. Van de gemeente vraagt het om niet alles dicht te regelen, maar juist initiatieven te faciliteren, te inspireren en motiveren om nieuwe en betere antwoorden te vinden op gemeenschappelijke uitdagingen. Een daadkrachtige partner is wat we willen zijn, die ruimte geeft en voorwaardenscheppend is voor het initiatief. Deze manier van werken zijn we de afgelopen jaren met elkaar aangegaan en willen wij voortzetten en verbeteren.

Wat willen we bereiken

Om in de toekomst de juiste ondersteuning te bieden aan de samenleving, vraagt dit van de gemeente  om een doorontwikkeling in de manier van werken met de samenleving.  De eerste periode heeft in het teken gestaan van aanjagen en stimuleren. Ideeën zijn ontwikkeld en de eerste concrete acties zijn een feit. De fase waarin we ons in 2019 bevinden richt zich ook op spiegelen, keuzes maken en prioriteiten stellen. De juiste dingen  doen voor de leefbaarheid in de dorpen. In eerste instantie heeft de samenwerking met de samenleving vooral vorm gekregen via Mijn Dorp 2030. In 2019 is het een manier van werken die verankerd moet worden in de gehele organisatie. Van onze eigen ambtelijke organisatie vraagt dit een bewustwordingsproces en een aanpassing op onze manier van werken. Wij willen daarin het volgende bereiken.

 

  1. Bij alle veranderingen en/of initiatieven waarbij wij keuzemogelijkheden hebben, vindt een bewuste afweging van onze rol plaats. Wie willen we zijn en wat betekent dit in de rol die wij aannemen. Deze rol is maatwerk: soms voeren we de regie, in andere gevallen zijn wij ook één van de spelers. Er bestaat niet één ideale of beste rol. Dit kan per beleidsvorming, kern en initiatief verschillen.
  2. Van debat naar dialoog: bij elk initiatief of project wordt een dialoog gevoerd over de meerwaarde en de duurzaamheid. Als gemeente spiegelen, stellen wij vragen ter overweging bij elk initiatief. Wij willen een volwaardige gesprekspartner zijn. Vanuit het goede gesprek de juiste inhoud op tafel. Hierbij is de rol van de raad ook aan verandering onderhevig. De raad wil daarom het besluitvormingsproces meer laten aansluiten bij de samenleving. 
  3. Op thema’s als duurzaamheid en gezondheid stimuleren wij initiatieven vanuit de samenleving. Toelichting: deze thema’s hebben extra stimulans nodig, omdat het op deze thema’s moelijker blijkt om initiatieven op te ontwikkelen. Op de andere beleidsthema’s, zoals voorzieningen, zijn we hierin al meer vertrouwd. 
  4. Wij zijn een daadkrachtige partner voor de lokale samenleving. Daadkracht is doen wat nodig is, met voortdurend een focus op de resultaten en effecten die we met elkaar willen bereiken. Hierbij past geen risicomijdend gedrag en regelzucht, maar lef, creativiteit, denken in mogelijkheden en uitdagingen en ruimte voor de samenleving om met elkaar te kunnen vaststellen of we onze ambities behalen. De samenleving weet wat ze van de gemeente kan verwachten en de gemeente voldoet hieraan.Dit is ook de manier van werken die wij bij de invulling van de omgevingswet gaan toepassen. Dit vraagt ook voor de samenleving en alle medewerkers van Noaberkracht om dezelfde visie en het juiste gereedschap, zodat wij met plezier de juiste dingen doen voor de samenleving. Daarom willen wij ook inzetten op de  juiste kennis, vaardigheden en competenties.
  5. De rol van de buurtmannen en –vrouwen wordt versterkt. De gemeente wil de rol en betekenis van buurtmannen en -vrouwen als partner voor de dorpen versterken. De buurtmannen en –vrouwen zijn een waardevolle verbinding tussen samenleving en gemeente. Zij vormen de toegang, de schakel tussen beide partijen en zorgen voor partnerschap in de samenwerking.
  6. Een andere manier van werken vraagt ook om het verkennen van andere manieren van financieren. De gemeente wil graag samen met inwoners, ondernemers en organisaties experimenteren met de burgerbegroting en de Right to Challenge. Bij de Burgerbegroting mogen inwoners zelf beslissen waaraan het gemeentelijk budget wordt besteed. Right to Challenge houdt in dat inwoners taken van de overheid kunnen overnemen als zij denken dat het anders, beter en/of goedkoper kan. 

  7. Implementeren van de Omgevingswet. Het landelijke uitgangspunt is om vanuit ambitie en algemene regels gebiedsgericht te gaan werken. De Omgevingswet is veel meer dan een juridische exercitie. De wet vraagt van gemeenten een andere manier van denken en werken door de integrale benadering van de leefomgeving, meer bestuurlijke afwegingsruimte, meer nadruk op participatie en samenwerking,  en de benadering vanuit de initiatiefnemer. Hierbij wordt nauw aangesloten bij de werkwijze die vanuit MijnDorp2030 ontstaan is.

Hoe gaan we dat bereiken?

De ontwikkelingen in en met samenleving leiden tot een andere vorm van organisatie, een andere werkwijze, andere vormen van samenwerking en financiering. Als gemeentelijke organisatie moeten we hier mee aan de slag. Het is nodig om binnen de gehele organisatie te professionaliseren en dat bestaat uit de volgende onderdelen: bestuursstijl, communicatie, medewerkers, financiën, (be)sturing, maatschappelijke partners en een instrumentenkoffer. Hieronder is het schematisch weergegeven en staat beschreven aan welke punten we moeten werken om nog meer dan nu een daadkrachtige partner van de samenleving te kunnen zijn.

Wat willen we bereiken

Om de manier van werken te bestendigen in de gehele organisatie gaan  wij in 2019 inzetten op:

  1. ‘Instrumentenkoffer’

    • Ontwikkeling van een instrumentenkoffer 1.0: we ontwikkelen instrumenten die we kunnen gebruiken bij de samenwerking met de samenleving. De koffer bestaat in ieder geval uit de volgende onderdelen:

      • Inzicht in de processen, activiteiten, trends en analyses per kern. (DNA, kernenagenda)
      • Participatieladder: mate van participatie

        • Handleiding om een bewuste afweging te maken bij alle beleidsvormingen en initiatieven uit de samenleving, waarbij wij keuzemogelijkheden hebben, over de mate van participatie (aan de voorkant).
        • Mate van participatie als een onderdeel in het collegevoorstel/ raadsvoorstel. Keuzes goed onderbouwen. Waarom deze mate van participatie en wat betekent deze mate van participatie voor ieders rol/ manier van werken.
      • Instrument waardebepaling doorontwikkelen en toepassen
      • (Menselijke) toolkit (vouchers) waar de buur(t)mannen en -vrouwen en andere medewerkers uit kunnen putten om de kernen zo goed mogelijk te kunnen ondersteunen, op basis van de behoefte (bijvoorbeeld de inzet van adviseurs).

  2. Bestuursstijl:

    • Betrekken gemeenteraad en rolbepaling: de gemeenteraad is betrokken bij initiatieven uit de samenleving en bepaalt hun rol hierin.  
    • Integraliteit: Borgen integraliteit tussen de ambities onderling en tussen de ambities en de initiatieven uit de samenleving.
    • Verkennen hoe het besluitvormingsproces beter kan aansluiten op de nieuwe manier van werken. Zodat ook zichtbaarheid, laagdrempeligheid van de raad en de rol van volksvertegenwoordiger naar volksverbinder beter tot zijn recht komt.

  3. Medewerkers:

    • Doorontwikkeling rol buurtmannen

      • Er is een duidelijke rolbeschrijving van de buur(t)man/vrouw, ook in relatie tot andere rollen in onze organisatie.
      • Deze rolbeschrijving is opgenomen in een handboek waarin het gehele proces van Mijn Dorp 2030 is beschreven
    • Doorontwikkeling  rol vakspecialisten

      • De vakspecialisten zijn zich bewust van de stakeholders en communiceren proactief passend bij de behoefte van de stakeholders
      • Het taalgebruik sluit aan bij de leefwereld van de partners en inwoners

  4. Financiering:

    • Experimenteren met andere vormen van financiering (Right to Challenge en Burgerbegroting)
    • Herijken manier van inzetten van de huidige middelen.
    • Toelichting: het streven is om adequaat te reageren op initiatieven uit de samenleving. We willen aansluiten op het tempo en de energie van het dorp. Daarom willen we experimenteren met andere vormen van financieren en de huidige financieringssystematiek herijken.

        5.(Be)sturing:

  • Herijken  van de uitgangspuntennotitie. In 2016 is de uitgangspuntennotitie Mijn Dorp 2030 opgesteld. Wij en ook de samenleving heeft zich doorontwikkeld en dit vraagt ook om een evaluatie van de uitgangspuntennotitie.

Financiële kaders

Wat gaat het in 2019 extra kosten? (bedragen x €1.000) procesgeld - incidenteel projectgeld - incidenteel totaal incidenteel
Borgen integraliteit tussen de ambities onderling en tussen de ambities en de initiatieven uit de samenleving. -5 0 -5
Verkennen hoe het besluitvormingsproces beter kan aansluiten op de nieuwe manier van werken. Zodat ook zichtbaarheid, laagdrempeligheid van de raad en de rol van de volksvertegenwoordiger naar volksverbinder beter tot zijn recht komt. -5 0 -5
Experimenten financiering (right to challenge, burgerbegroting). -8 0 -8
Herijken uitgangspuntennotitie MijnDorp2030. -4 0 -4
Inzicht in de processen, activiteiten, trends en analyses per kern. (DNA, kernagenda). -6 0 -6
Procesgeld ondersteuning via menselijke "toolkit". -113 0 -113
Inzet buurtmannen/buurtvrouwen + ondersteuning. -20 0 -20
Ondersteuning kleine initiatieven (voor vier jaar). 0 -240 -240
Faciliteiten en organisatie zoals huur locaties, koffie/ thee, themakranten. -40 0 -40
Communicatie. -20 0 -20
Eindtotaal -221 -240 -461

Het benodigde budget voor de komende vier jaar schatten we op dit moment in op een bedrag van € 461.000. Het overgrote deel van deze benodigde middelen dekken we uit reeds eerder beschikbaar gestelde bedragen. naast de inzet van deze reeds eerder beschikbaar gestelde bedragen moeten we voor ene bedrag van € 57.000 een beroep doen op de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Omgevingswet

De Omgevingswet zal per 1 januari 2021 in werking treden. Naast de wetswijziging met juridische gevolgen sluit de Omgevingswet aan op de manier waarop wij participeren in de samenleving. Het raakt een groot aantal beleidsvelden en stelt de inbreng van de gemeenschap centraal. Op bepaalde gebieden werken wij nu al volgens de geest van de wet. Andere zaken kunnen we nu oppakken, daar hoeven we niet mee te wachten tot 2021.

 

Kort samengevat bestaat de opgave grofweg uit drie elementen:

•             Beleidsvernieuwing. De inzet van zes kerninstrumenten voor het hele fysieke domein: omgevingsvisie, decentrale regels (zoals het omgevingsplan op gemeentelijk niveau), programma’s, algemene rijksregels, omgevingsvergunning en het projectbesluit;

•             Organisatie en werkwijze. De wet vraagt van gemeenten een andere manier van denken en werken door de integrale benadering van de leefomgeving, meer bestuurlijke afwegingsruimte, meer nadruk op participatie en samenwerking en de benadering vanuit de initiatiefnemer;

•             Informatie en techniek. Het Digitaal Stelsel Omgevingswet is het nieuwe online loket dat de centrale plek is waar alle digitale informatie over de fysieke leegomgeving straks samenkomt. Hier kunnen initiatiefnemers, overheden en belanghebbenden zien wat kan en mag in de fysieke leefomgeving.

 

In 2019 starten we samen met de gemeente Dinkelland met het opstellen van een Omgevingsvisie. Hierbij kiezen we voor een vernieuwende strategie waarbij maatschappelijke veranderopgaven en de initiatiefnemers met hun omgeving centraal staan. De bedoeling is dat deze visie in 2020 afgerond is. Ook op de elementen Organisatie en werkwijze en Informatie en techniek werkt Noaberkracht Dinkelland Tubbergen verder aan de implementatie van de Omgevingswet. In de begroting van Noaberkracht is voor de jaren 2019 en 2020 een bedrag van €273.000 opgenomen voor de implementatie.

 

Financiële kaders Omgevingswet

We houden voorlopig de urenraming van 2018 aan voor 2019, deze stellen we begin 2019 bij. Omdat we dan een beter inzicht hebben in de daadwerkelijke urenbesteding. Dit betekent een reguliere urenbesteding van 1350 uur (B) en een extra urenbesteding van 2170 (A). De extra uren kunnen gedekt worden uit het hierboven genoemde bedrag van €273.000 in de Noaberkracht begroting. Maar het is wel noodzakelijk dat ze opgenomen worden in de individuele werkplannen van de medewerkers.