Meer
Publicatiedatum: 09-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Financiën

Opbouw van het hoofdstuk

Opbouw van het hoofdstuk

Om een gestructureerd beeld te geven van de opbouw en het verloop van het meerjarige saldo volgen we onderstaande opzet:

Allereerst ziet u in paragraaf 1 het beginsaldo van deze perspectiefnota (inclusief 1e programmajournaal 2019) weergegeven. Dit saldo vindt zijn oorsprong in de programmabegroting 2019  en vormt de basis waarmee verder wordt gewerkt.

In paragraaf 2 schetsen we de mutaties op de uitvoering van het bestaande beleid of al eerdere besluitvorming. Feitelijk hebben we het hier over het financiële deel van het eerste programmajournaal 2019.

 In paragraaf 3 brengen we in beeld wat het doorvoeren van de mutaties op basis van bestaand beleid betekenen voor het herziene meerjarige saldo. Ook dit deel heeft betrekking op het financiële deel van het eerste programmajournaal 2019.

In het volgende onderdeel van dit hoofdstuk (paragraaf 4) treft u onze denkrichtingen aan om het structurele tekort op onze meerjarenbegroting zoals dat uit de vorige paragraaf bleek op te lossen. Dit deel is uitdrukkelijk richtinggevend en behoort dus tot de perspectiefnota. In stemmen met deze denkrichtingen wil zeggen dat u als raad het college opdracht geeft deze denkrichtingen verder uit te werken en te betrekken bij het opstellen van de begroting 2020 waar de daadwerkelijke besluitvorming plaatsvindt.

 Paragraaf 5 geeft een richtinggevende doorkijk van het herziene meerjarige saldo waarbij de financiële opbrengsten van de denkrichtingen die het college ziet zijn doorvertaald.

Tot slot geven we in paragraaf 6 een overzicht van de incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves. Hier is rekening gehouden met zowel de financiële consequenties uit het eerste (financiële) programmajournaal 2019 als ook de doorrekening van de denkrichtingen.

Meerjarig saldo begroting 2019

Meerjarig saldo begroting 2019

Tijdens het opstellen van de begroting 2019, maar ook in de aanloop daar naar toe (financiële tussenrapportage) bleek dat het financiële meerjarige perspectief van de gemeente Tubbergen tekorten kende. Met name hogere kosten binnen het sociaal domein maar ook een aantal hogere bijdragen aan de verbonden partijen waren hier de oorzaak van. Het college heeft een set aan oplossingen gezocht om de meerjarenbegroting sluitend te krijgen. Uitgangspunt hierbij was een structureel sluitend meerjarig perspectief wat betekende dat voor het jaar 2019 een beroep moest worden gedaan op de reserves. De volgende oplossingen zijn opgenomen in de, door de gemeenteraad vastgestelde, begroting 2019.

  • Interventieplan sociaal domein
  • Herziene financiering generatiepact
  • Inzetten stelposten voor nieuw beleid

Samenvattend hebben deze maatregelen geleid tot het volgende herziene meerjarige begrotingssaldo:

(bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Herzien meerjarig saldo uit begroting 2019   -1.009 -443 43 697 697
Onttrekking aan reserve   1.009        
Herzien meerjarig saldo   0 -443 43 697 697

Conclusies en opmerkingen

  • De oplopende opbrengsten van het interventieplan sociaal domein zijn verwerkt in dit herziene meerjarige saldo. Deze opbrengsten lopen op van een bedrag van € 94.000 in 2019 naar een structureel bedrag van € 545.000  in 2022 .
  • De ramingen binnen het sociaal domein blijven met de nodige risico’s en onzekerheden omgeven. Niet alleen de ramingen betreffende de zorgconsumptie maar ook de invulling van de maatregelen uit het interventieplan.
  • De mogelijke doorwerking van de werkelijke cijfers over het jaar 2018 (de jaarverantwoording 2018) moet nog plaatsvinden.
  • De structurele stelposten voor nieuw beleid zijn volledig ingezet. In het herziene meerjarige saldo zoals dat nu voorligt is dus geen ruimte voor nieuwe beleid. Deze ruimte zal, indien nodig, gevonden moeten worden binnen het bestaande beleid. Dit geldt uiteraard ook voor eventuele structurele kostenposten die mogelijkerwijs voortvloeien uit vervolgstappen binnen het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen.
  • Zoals in de begroting 2019 is aangegeven hebben gemeenten bij het Rijk aandacht gevraagd voor een juiste en rechtvaardige financiering van het sociaal domein. Hoewel het er op lijkt dat de minister open staat voor een nader onderzoek blijft het de vraag of het Rijk de beschikbare middelen verhoogt. Hier is dan ook (nog) geen rekening mee gehouden.
  • Hoe de hoogte van de algemene uitkering zich de komende jaren zal ontwikkelen is lastig in te schatten. Na een aantal jaren van economische groei, meer inkomsten en uitgaven bij het Rijk en dus een hogere algemene uitkering lijkt het tij wat te keren. Meerdere landen, waaronder ook Nederland, stellen hun groeiprognoses bij.
  • We krijgen inmiddels steeds meer signalen dat de prijzen (in vooral de bouw) aan het oplopen blijven. Zo heeft bijvoorbeeld de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) geadviseerd om in de nieuwe verordening voor de onderwijshuisvesting uit te gaan van een stijging van 25% ten opzichte van de bestaande verordening.

Mutaties bestaand beleid

Mutaties bestaand beleid

In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de verschillende mutaties op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zijn of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaats gevonden. De autonome ontwikkelingen vinden vooral hun oorsprong in de jaarstukken 2018 en in de ervaringscijfers over de eerste vier maanden 2019.

Mutaties res. 2019 2020 2021 2022 2023
Sociaal domein            
- Jeugd   -545 -545 -545 -545 -545
- Compensatie Rijk voor jeugd (stelpost)   400 300 300 0 0
- Wmo   -90 -90 -90 -90 -90
- Participatiewet - bijstand   -50 30 40 48 87
- Participatiewet - Wsw   63 129 93 76 106
- Leerlingenvervoer   -82 -82 -82 -82 -82
Tekort sociaal domein t.l.v. extra weerstandsvermogen -304 304 0 0 0 0
Verkiezingen   -37 -8 -8 -8 -37
Bodemonderzoek Vinckenweg   -150 0 0 0 0
Aanpassing gemeentehuis -409 0 0 0 -173 -173
Verbonden partijen            
- Omgevingsdienst Twente (ODT)   0 PM PM PM PM
- Veiligheidsregio Twente (VRT)   0 -3 -3 -3 -3
- Regio Twente   0 -51 -51 -51 -51
- Noaberkracht - cao afspraken en pensioenverplichtingen   -75 -76 -77 -78 -79
- Noaberkracht - nieuw beleid ICT en duurzaamheid   -103 -52 -52 -52 -52
- Incidentele kosten duurzaamheid t.l.v. ambitiemiddelen   80 0 0 0 0
- Loon- en prijsontwikkelingen verbonden partijen   0 0 -75 -150 -225
Dividenden            
- Twence   142 0 0 0 0
- Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)   46 0 0 0 0
Hogere inc. leges a.g.v. grote bestemmingsplanprocedure   60 0 0 0 0
Meerjarige indexering Integraal Huisvestingsplan   0 0 0 -60 -60
Algemene uitkering - afrekening jaar 2018   -215 0 0 0 0
Algemene uitkering - jaarschijf 2023   0 0 0 0 757
Algemene uitkering - jaarschijf 2023 stelposten   0 0 0 0 -623
75 jaar vrijheid   0 -25 0 0 0
Opnemen stelposten voor nieuw beleid/MAT   0 -100 -200 -300 -400
Overige kleine verschillen   -8 -34 -34 -51 -51
Totaal mutaties bestaand beleid -713 -260 -607 -784 -1.519 -1.521

Sociaal domein

Jeugdzorg

Het nadeel in de jaarstukken 2018 met betrekking tot jeugdzorg kent een structurele doorwerking. Een doorrekening van de zorgkosten met betrekking tot 2018 en een indexatie zorgt voor een structureel nadeel van € 545.000.

 

Compensatie voor jeugd (stelpost rijksvergoeding)

Gemeenten worden al een aantal jaren geconfronteerd met tekorten op de uitvoering van de jeugdzorg. Samen met de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) is deze problematiek meerdere malen kenbaar gemaakt bij het kabinet. Hierbij is een noodzakelijk bedrag aan aanvullende financiering vanuit het Rijk genoemd van € 490 miljoen per jaar.

De minister en de staatssecretaris van VWS hebben de gemeenten middels een brief laten weten extra geld vrij te maken voor de jeugdzorg. In 2019 wordt een bedrag van € 400 miljoen aan het gemeentefonds toegevoegd en in de twee jaren daarna € 300 miljoen. Eventuele structurele compensatie (dus vanaf 2022) laat de minister over aan het nieuwe kabinet op basis van nader onderzoek.  Dit is dus „substantieel minder” dan de € 490 miljoen per jaar (structureel) waar om wordt gevraagd. Wij blijven ons samen met de andere gemeenten en de VNG inzetten voor een rechtvaardige en juiste wijze van financiering van het Rijk.

 

Wmo

Per saldo laat de Wmo een structureel nadeel zien van ca. € 90.000. Dit nadeel is opgebouwd uit verschillende componenten die hieronder worden toegelicht. 

 

Huishoudelijke ondersteuning

De Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) reële kostprijs is sinds 1 juni 2017 van kracht. Op grond van deze AMvB zijn gemeenten en aanbieders gehouden een reële kostprijs te berekenen aan de hand van de in de AMvB genoemde kostprijselementen, waaronder toepassing van de relevante cao verpleging verzorging en thuiszorg (VVT). De AMvB verplicht gemeenten rekening te houden met de geldende cao en de daaruit vloeiende loonontwikkelingen.

Met ingang van 1 april 2018 is er een nieuwe loonschaal van kracht voor de cao VVT, waar de huishoudelijke ondersteuning (HO) onderdeel van is. Deze is algemeen verbindend verklaard per 7 mei 2018. De nieuwe cao bevat een nieuwe loonschaal met een prijsopdrijvend effect. Deze loonschaal moet worden doorgerekend bij de totstandkoming van een reëel tarief en met daarin een loonsverhoging van 4% per 1-10-2018.

In de financiële tussenrapportage 2018-2021 hebben we reeds aangegeven deze stijging te voorzien en rekening gehouden met een gemiddelde stijging van 7,5%. Destijds waren de nieuwe tarieven voor 2019 nog niet bekend. Nu deze bekend zijn geworden eind 2018 zien we een stijging van gemiddeld 8% t.o.v. het tarief in 2018. Financieel betekent dit een extra last van ca. € 25.000 in 2019 en verder. Regionaal is opdracht gegeven om een werkgroep te formeren voor een onderzoek naar de huishoudelijke ondersteuning voor 2020 en verder voor wat betreft de financiële en juridische uitvoerbaarheid van de HO.

In de begroting 2019 hebben we tevens de verwachte instroom als gevolg van de wijziging van de eigen bijdrage meegenomen. Deze instroom hebben we gebaseerd op het aantal lopende indicaties halverwege 2018 (nulsituatie). Nu we de gemiddelde aantallen indicaties en hoogte van de indicaties over 2018 in beeld hebben, is het zaak om opnieuw te kijken naar deze nulsituatie. Voor de HO betekent dit een nadeel van € 43.000, met name veroorzaakt door een hoger aantal indicaties ten opzichte van de nulsituatie.

 

Ondersteuningsbehoeften en hulpmiddelen

Ook voor de ondersteuningsbehoeften is de nulsituatie vergeleken met de gemiddeldes uit de jaarstukken 2018. Voor de ondersteuningsbehoeften zien we voor individuele begeleiding een licht structureel voordeel door een lager verzilveringspercentage en voor groepsbegeleiding (dagbesteding) een structureel nadeel dat wordt veroorzaakt door een hoger aantal indicaties. Deze mutaties zijn beide structurele doorwerkingen uit de jaarstukken 2018.

Naast de ondersteuningsbehoeften is ook gekeken naar de onderverdeling van de hulpmiddelen in de huurconstructie. Bij het opstellen van de begroting 2019 is een inschatting gemaakt van de onderverdeling (zowel per categorie hulpmiddelen als per aanbieder). De werkelijke onderverdeling wijkt af van de eerdere inschatting, dit levert een structureel voordeel op.

 

Participatiewet - bijstand

De raming van de gebundelde (BUIG) uitkering die we van het Rijk ontvangen is gebaseerd op de informatie van juni 2018 (nader voorlopige budgetten 2018). Na dit moment zijn de definitieve budgetten 2018, de voorlopige budgetten 2019 en de nader voorlopige budgetten 2019 (april 2019) bekendgemaakt. Dit vraagt om een bijstelling van de raming. Tubbergen is een middelgrote gemeente en wordt daardoor deels historisch gebudgetteerd en deels aan de hand van een objectief verdeelmodel.

Per saldo is de nader voorlopige uitkering 2019 voor Tubbergen hoger dan de definitieve budgetten 2018, dit wordt vooral veroorzaakt door de historisch berekende uitgaven. Het historisch deel van het budget wordt bepaald op basis van de uitgaven in het jaar T-2 te corrigeren voor de ontwikkeling in het aantal huishoudens. De totale budgetmutatie ten opzichte van het definitieve budget voor 2018 is +2%. Echter, zoals hierboven vermeld hebben we de begrotingscijfers 2019 op eerdere informatie gebaseerd.

 

Definitieve vangnetregeling 2019

In 2017 en 2018 was er sprake van een overgangsregeling in de vangnetuitkering. Vanaf 2019 wordt de definitieve vangnetregeling ingevoerd. Dit houdt in dat er vanaf 2019  een ‘eigen risico’ geldt van 7,5%. Tussen 7,5% en 12,5% wordt de helft van het tekort vergoed. Het tekort boven de 12,5% wordt volledig vergoed. Het maximale tekort is dan 10%. In vergelijking met 2018 is het eigen risico gestegen van 5% tot 7,5%. Dit betekent dat het maximale tekort is gestegen van 8,75% naar 10%.

 

Participatiewet - Wsw

Begroting na wijziging 2019 Soweco GR

De BBV begroting Soweco GR 2019 na wijziging laat financieel een positief beeld zien voor de gemeente Tubbergen. Voor de doorbetaling van de rijksvergoeding op basis van het aantal arbeidsjaren (AJ) is uitgegaan van de doorbetaling van de vergoeding die we ontvangen uit de meicirculaire 2018. De begroting na wijziging van Soweco GR laat zien dat het verwachte aantal AJ voor de gemeente Tubbergen lager ligt. Dit betekent voor 2019 een voordeel van ca. € 60.000.

Daarnaast doen alle zes deelnemende gemeenten in de Soweco GR een bijdrage in het exploitatieresultaat. Het exploitatieresultaat in de begroting 2019 na wijziging kent een positieve ontwikkeling ten opzichte van de BBV begroting 2019 Soweco. Deze ontwikkeling wordt vooral veroorzaakt door de stijging van de rijksbijdrage per AJ en een hoeveelheidsverschil in het aantal AJ. Deze bijdrage is op basis van het aantal SW-ers in arbeidsjaren, voor Tubbergen is dat ca. 8%.

 

BBV begroting 2020 Soweco GR

De BBV begroting Soweco GR 2020 na wijziging laat financieel een positief beeld zien voor de gemeente Tubbergen. Voor de doorbetaling van de rijksvergoeding op basis van het aantal arbeidsjaren (AJ) is uitgegaan van de doorbetaling van de vergoeding die we ontvangen uit de meicirculaire 2018. De BBV begroting van Soweco GR laat zien dat het verwachte aantal AJ voor de gemeente Tubbergen lager ligt dan waar het ministerie van uitgaat. We stellen voor de cijfers van de Soweco GR te hanteren als uitgangpunt en daarnaast een bandbreedte van 2 AJ aan te houden in verband met instroom door verhuizingen.

Daarnaast doen alle zes deelnemende gemeenten in de Soweco GR een bijdrage in het exploitatieresultaat. Het exploitatieresultaat in de BBV begroting 2020 kent een positieve ontwikkeling ten opzichte van de BBV begroting 2019 Soweco, waardoor de bijdrage per gemeente lager wordt. Deze financiële ontwikkeling is een gevolg van de verder dalende SW-populatie in combinatie met de ontwikkeling van de rijkssubsidie SW.

 

Leerlingenvervoer

In 2018 hebben we in de laatste maanden van het jaar (start schooljaar 2018-2019) een flinke toename gezien van het aantal leerlingen dat individueel vervoerd moet worden. Deze toename in 2018 kent een structurele doorwerking en zorgt voor een verdere stijging van de vervoerskosten. Het aantal leerlingen dat individueel vervoerd wordt in het eerste kwartaal 2019 is gemiddeld 9 (ten opzichte van gemiddeld 5 in het eerste kwartaal van 2018). 

 

Tekort sociaal domein t.l.v. extra weerstandsvermogen

In de financiële tussenrapportage 2018-2021 is met het oog op de onzekerheden en risico’s binnen het sociaal domein besloten om een bedrag aan extra weerstandsvermogen te reserveren van € 1,5 miljoen. In de begroting 2019 is aangegeven dat dit bedrag aan extra weerstandsvermogen naast het afdekken van onzekerheden en risico’s ook bedoeld is om mogelijke faseringsverschillen in het interventieplan op  te vangen.

In het tweede programmajournaal 2018 hebben we, zoals verwacht, een beroep moeten doen op dit extra weerstandsvermogen. Hierna resteerde nog een bedrag van € 817.000 bedoeld voor het afdekken van risico’s en onzekerheden en het opvangen van faseringsverschillen. Wij stellen voor het aanvullende tekort op het sociaal domein over het jaar 2019 ten bedrage van € 304.000 ten laste te brengen van de extra weerstandscapaciteit. Hierna resteert nog een bedrag aan extra incidentele weerstandscapaciteit van € 513.000.

De dekking van de structurele tekorten (dus vanaf 2020) binnen het sociaal domein bezien we in het totaal van onze begrotingspositie. Hier komen we in het verder verloop van dit hoofdstuk op terug.

 

Verkiezingen

De kosten voor verkiezingen zijn ieder jaar afhankelijk van het aantal verkiezingen dat wordt georganiseerd. De kosten voor het organiseren van één verkiezing bedragen ongeveer € 30.000. Het jaar 2019 is een bijzonder jaar, in dit jaar worden maar liefst drie verkiezingen georganiseerd: Provinciale Staten, Waterschap en Europees Parlement. Dit betekent dat de kosten voor verkiezingen in 2019 uitkomen op ongeveer € 90.000. Het budget dat opgenomen is voor 2019 is daarvoor niet toereikend. Om deze reden wordt er € 35.000 bijgeraamd.

In 2023 zal er weer meer dan één verkiezing plaatsvinden, namelijk Provinciale staten en Waterschap. Omdat er meerjarig maar één verkiezing geraamd is, wordt hiervoor € 30.000 voor de tweede verkiezing bijgeraamd.

 

Bodemonderzoek (Vinckenweg)

Uit een nader bodemonderzoeksrapport is gebleken dat de grond en grondwater aan de Vinckenweg 18 in Geesteren verontreinigd is vanwege een xtc-lab dat daar is opgerold. Grond en grondwater moeten nu gesaneerd worden. Dit betekent werkzaamheden voor het afgraven, kosten voor een pomp voor de filtering van het grondwater etcetera. Er is een offerte opgevraagd voor het uitvoeren van deze werkzaamheden. Hieruit blijkt dat de kosten rond de € 150.000 liggen. 

De overtreders hebben tot nu toe nagelaten de grond en het grondwater te saneren. De gemeente zal voor nu zorgen dat de grond en het grondwater wel gesaneerd worden. De kosten moeten uiteindelijk nog verhaald worden op de overtreders, maar het is de vraag of dit gaat lukken. Voor nu worden de kosten van € 150.000 opgenomen in de begroting.

 

Aanpassen gemeentehuis

Voor het gemeentehuis in Tubbergen ontvangt u een voorstel om het gemeentehuis om te vormen naar een multifunctionele accommodatie met als werktitel het Glashoes. Om een reële afweging te maken van de kosten hebben wij ook een indicatieve berekening gemaakt van de benodigde investering ingeval van het handhaven van het gemeentehuis met de huidige functies. Dus huisvesting voor gemeentebestuur, Noaberkracht Dinkelland Tubbergen en Politie regio Twente. Daarbij maken wij onderscheid in investeringskosten, exploitatiekosten en eenmalige kosten.

 

Investeringskosten 

Voor de investeringskosten zijn wij uitgegaan van de noodzakelijke vervanging van installaties, interne verbouwing in verband met een toekomst bestendige kantoorconcept en investeringen ten behoeve van duurzaamheid, zodat energielabel A van toepassing is. Rekening houdend met teruggave van btw en na aftrek van een bijdrage uit de reserve MJOP (meerjarenonderhoudsplan) van € 522.000 en een bijdrage uit duurzaamheidsfonds resteert een netto investering van € 5.022.000. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

Instandhouding functie gemeentehuis, energielabel A

Investering bedragen x € 1.000

vervangen van installaties

duurzaamheid/energielabel A

nieuw kantoor concept

totaal

Investeringsbedrag excl. btw

2.436

1.613

1.636

5.685

Btw 21%

512

339

344

1.194

Investeringsbedrag incl. btw

2.948

1.952

1.980

6.879

Teruggave btw via BCF

-486

-322

-326

-1.134

Netto investeringsbedrag

2.461

1.630

1.653

5.744

Af: bijdrage uit MJOP

-522

0

0

-522

Af: bijdrage uit fonds duurzaamheid

0

-200

0

-200

Restant investering

1.939

1.430

1.653

5.022

Ter toelichting: 

  1. Prijspeil: Voor wat betreft het prijspeil is uitgegaan van juni 2021.
  2. Btw/teruggave btw: Met uitzondering van de kosten die gemaakt worden voor de ruimten van Politie regio Twente kan de btw op de overige kosten via het btw compensatiefonds via het zogenaamde mengpercentage bijna geheel teruggevorderd worden.
  1. Bijdrage MJOP € 522.000: Bij de start van het project heeft uw raad in mei 2017 besloten om een bedrag van € 322.000 uit de MJOP te oormerken voor het Glashoes in verband met de vervanging van de installaties. Bij alle scenario’s voor het Glashoes, dus ook het 0 scenario, handhaven gemeentehuis in huidige functie, heeft een groot deel van de investeringskosten betrekking op vervanging van de huidige installaties. Gelet hierop vinden wij het verantwoord om het bedrag van € 322.000 op te hogen met € 200.000 zodat uiteindelijk van de investeringskosten een bedrag van € 522.000 gedekt worden uit de reserve MJOP.
  1. Bijdrage duurzaamheidsfonds € 200.000: Bij alle scenario’s wordt er fors geïnvesteerd in duurzaamheidsmaatregelen. Omdat daarmee een belangrijke bijdrage wordt verleend aan de doelstellingen van de gemeente met betrekking tot duurzaamheid, stellen wij voor om een bedrag van € 200.000 uit het duurzaamheidsfonds aan te wenden voor het project.

 

Exploitatiekosten

De totale structurele lasten uit deze investering komen uit op € 411.000. Deze kosten bestaan uit:

Structurele lasten (bedragen x €1.000)  
Jaarlijkse kapitaallasten nieuwe investering  333
Bestaande kapitaallasten grond 1
Kosten groot onderhoud (gemiddeld per jaar) 57
Belastingen en verzekeringen die ten laste van de eigenaar komen 20
Totaal 411

Aan huurinkomsten van Politie regio Twente wordt een bedrag van € 5.000 ontvangen. Bij de oprichting van Noaberkracht Dinkelland Tubbergen is met beide gemeentebesturen afgesproken dat Noaberkracht de ruimten in beide gemeentehuizen om niet huurt. Na aftrek van de huurinkomsten bedraagt de netto jaarlasten voor de gemeente € 406.000. In de gemeentebegroting 2020 en verder is voor de kosten van het gemeentehuis een gemiddelde jaarlast opgenomen van € 232.000. Ten opzichte van dit bedrag betekent dit een extra jaarlast van € 174.000. 

 

Eenmalige kosten

Omdat het huidig pand bij dit scenario ingrijpend wordt gewijzigd, moet de huidige boekwaarde grotendeels afgeboekt worden. Alleen de boekwaarde op de grond blijft staan. De af te boeken boekwaarde bedraagt per 1 januari 2020 € 420.000 en per 1 januari 2021 € 409.000. Aangezien het de planning is om in 2021 te starten hanteren we de boekwaarde per 1 januari 2021. De boekwaarde op de grond betreft een bedrag van € 90.000. De jaarlijkse rentelast bedraagt € 900 afgerond op € 1.000.

 

Verbonden partijen

Omgevingsdienst Twente (ODT)

De begroting van de Omgevingsdienst Twente voor het jaar 2020 is nog niet binnen. In hoeverre de bestaande ramingen voldoende zijn op de gemeentelijke bijdrage voor het jaar 2020 en verdere te kunnen dekken kunnen we op dit moment (nog) niet inschatten.

 

Veiligheidsregio Twente  (VRT)

Het gemeentelijke aandeel in de begroting van de VRT is geraamd op € 45,3 miljoen. De gemeentelijke bijdrage is ten opzichte van de begroting 2019 met ongeveer € 2,1 miljoen (4,6%) toegenomen. Deze toename bestaat uit een toename van € 1,7 miljoen vanwege de loon- en prijscompensatie, berekend volgens de vastgestelde financiële uitgangspunten en € 0,3 miljoen op basis van het besluit van het algemeen bestuur op 9 juli 2018 over financiële knelpunten op middellange termijn.

De gemeentelijke bijdrage voor Tubbergen voor 2020 stijgt daarmee tot € 1.590.722 (in 2019 € 1.544.390). Een stijging van € 46.000 ten opzichte van het jaar 2019.  De bijdrage 2020 komt nagenoeg overeen met het bedrag dat voor het jaar 2020 is opgenomen in onze meerjarenbegroting.

 

Regio Twente

De programmabegroting 2020 is tot stand gekomen in een periode waarin volop is gesproken over de toekomst van Regio Twente. De intergemeentelijke samenwerking in Twente is en blijft volop in beweging, ook in 2020. De effecten van deze bewegingen zijn in dit vroege stadium nog niet allemaal concreet te duiden.

De begroting heeft in 2020 een omvang van € 97,3 miljoen. Dit is een toename in vergelijking met de begroting van 2019 in verband met de toevoeging van de maatregelhulp middelen aan het programma Organisatie voor de Zorg en de Jeugdhulp (OZJT). Het aandeel gemeentelijke bijdrage is geraamd op € 33,3 miljoen. De gemeentelijke bijdrage is ten opzichte van de begroting 2019 met € 2,5 miljoen toegenomen. De stijging wordt voornamelijk veroorzaakt doordat het Rijk de bijdrage voor het rijksvaccinatieprogramma niet meer rechtstreeks aan Regio Twente vergoedt, maar dit nu via de gemeenten organiseert. Daarnaast is de omvang van de begroting toegenomen vanwege de loon- en prijscompensatie. De gemeentelijke bijdrage voor Tubbergen voor 2020 stijgt daarmee tot € 1.178.000 (2019: € 1.092.000). 

 

Noaberkracht - cao afspraken, pensioenverplichtingen en nieuw beleid

De bijdrage aan Noaberkracht is gebaseerd op de vastgestelde begroting 2020 van Noaberkracht. De hogere bijdrage wordt enerzijds veroorzaakt door cao ontwikkelingen en wijzigingen in pensioenafspraken en anderzijds door vastgesteld nieuw beleid. Het nieuwe beleid kan als volgt worden toegelicht:

  • Duurzaamheid: Voor regie van de ambitie duurzaamheid is éénmalig een extra bedrag nodig van € 180.000. Dit bedrag zal van 2019 tot en met 2022 gebruikt worden voor personele inzet van 16 uur per week. De kosten voor Tubbergen bedragen € 80.000 zoals in een eerder bestuursbesluit is besloten. Daarnaast zijn vanaf 2020 de structurele kosten van € 75.000 opgenomen in de begroting 2020. Dit zijn de kosten voor beleid en uitvoering voor de ambitie duurzaamheid. De bijdrage van Tubbergen in deze kosten is € 32.737.
  • Automatisering: In verband met nieuwe wetgeving en wijzigingen in wetgeving is er voor automatisering in 2019 €54.000 extra nodig. Het extra geld in verband met wetswijziging is vanaf 2020 structureel opgenomen in de begroting. Voor 2019 is het voorstel om dit op dezelfde manier door te berekenen aan de gemeenten, via de verdeelsleutel. De kosten voor Tubbergen komen daarmee op € 23.571.
  • Amendement over zienswijze: Het door de gemeenteraad van Tubbergen aangenomen amendement om een zienswijze over de begroting 2020 van Noaberkracht in te dienen komt verderop in deze perspectiefnota terug.

 

Loon- en prijsontwikkelingen verbonden partijen

Door de stijgende omvang van de begrotingen van de verschillende verbonden partijen en de afspraken die zijn gemaakt over loon- en prijsaanpassingen ontkomen we er niet aan om meerjarig rekening te houden met een verdere groei van de kosten van loon- en prijsontwikkeling.

 

Zienswijzen verbonden partijen

Het door de gemeenteraad van Tubbergen aangenomen amendement om een zienswijze in te dienen over de begrotingen 2020 van de verbonden partijen komen we verderop in deze perspectiefnota terug.

 

Dividenden

Twence

In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders (AVA) van 8 december 2016 is het tarieven- en dividendbeleid voor de periode 2018-2022 vastgesteld. In grote lijnen komt dit beleid er op neer dat tenminste 40% van de jaarlijkse winst wordt uitgekeerd in de vorm van dividend. Indien de uitkeringstoets dat toestaat en aan met de banken afgesproken ratio’s kan worden voldaan, zal 50% van het resultaat worden uitgekeerd. Voor het jaar 2018 (uit te keren in 2019) heeft Twence eerder aangegeven een winst te verwachten van  € 8 miljoen en in de jaren daarna ongeveer € 10 miljoen. Voorzichtigheidshalve zijn wij uitgegaan van een uitkering van 40% wat neerkomt op een bedrag van ongeveer € 4 miljoen aan dividend. Hierop hebben we de begroting aangepast. Inmiddels laat de jaarcijfers over 2018 een resultaat zien van ruim € 14 miljoen wat betekent dat ook het ui te keren dividend hoger is dan eerder mocht worden aangenomen. 

 

Bank Nederlandse Gemeenten (BNG)

De jaarrekeningen van 2018 laten een positief resultaat zien waardoor de dividenduitkering hoger is.

 

Bestemmingsplannen

Over het eerste kwartaal zijn de inkomsten ongeveer € 60.000 hoger dan begroot. Dit is toe te schrijven aan grote bestemmingsplanprocedures die over meerdere jaren lopen maar nu zijn geïnd. De verwachting over 2019 is dat de kosten en inkomsten per saldo op een plus van € 60.000 zullen uitkomen.

 

Meerjarige indexering Integraal Huisvestingsplan (IHP)

Zoals we in de begroting 2019 reeds hebben aangegeven en in het begin van dit hoofdstuk hebben herhaald krijgen we steeds meer signalen dat de prijzen (in vooral de bouw) aan het oplopen blijven. Zo heeft bijvoorbeeld de VNG geadviseerd om in de nieuwe verordening voor de onderwijshuisvesting uit te gaan van een stijging van 25% ten opzichte van de bestaande verordening. Hiermee rekening houdend stellen we voor om hier in de meerjarige raming voor het Integraal huisvestingsplan (IHP) zoals dat eind 2017 door uw raad is vastgesteld rekening mee te houden. Vooralsnog denken we rekening te moeten houden met een structurele verhoging van de stelpost met € 60.000. Deze stelpost correspondeert met een extra bedrag aan investeringsruimte van € 1,5 miljoen.

 

Algemene uitkering

De meicirculaire 2019 is op 31 mei gepubliceerd. De totale doorrekening van deze circulaire nemen we zoals gebruikelijk mee bij het opstellen van de eerstvolgende jaarbegroting (in dit geval de begroting 2020). Wel nemen we in deze perspectiefnota de volgende majeure mutaties mee omdat deze van wezenlijk belang zijn voor onze financiële positie:

  • Extra middelen voor jeugdhulp – verantwoord onder het sociaal domein.
  • Afrekening jaar 2018.
  • Toevoeging jaarschijf 2023.

Wat we al eerder zagen aankomen was de onderuitputting bij het Rijk over het jaar 2018 en de nadelige doorwerking daarvan via het gemeentefonds naar de algemene uitkering voor de gemeenten. Deze nadelige doorwerking (samen de trap op, samen de trap af) vanuit het jaar 2018 bedraagt € 215 miljoen. Voor de gemeente Tubbergen gaan we uit van een nadelige bijstelling van de algemene uitkering van € 215.000.

Tot slot komt in deze perspectiefnota 2020 de jaarschijf 2023 voor het eerst in beeld. Deze jaarschijf is gebaseerd op de septembercirculaire 2018.

 

75 jaar vrijheid

In 2020 is het 75 jaar geleden dat Nederland is bevrijd van de Duitse overheersing. De landelijke regering in Den Haag en de provincie Overijssel willen dit lustrum groots gaan vieren. Zij organiseren eind 2019 en begin 2020 veel evenementen en festiviteiten die aandacht schenken aan het herdenken van oorlog en aan het vieren van vrijheid. Om ook lokale initiatieven aan te moedigen, stelt de provincie aan alle Overijsselse gemeenten een subsidie beschikbaar van € 10.000. De belangrijkste voorwaarde voor deze subsidie is dat de gemeenten zelf een even groot bedrag beschikbaar stellen. Het thema voor de viering van 75 jaar bevrijding in Tubbergen is “Vrijheid en democratie”. De bedoeling is om de viering van 75 jaar bevrijding groots te vieren en te combineren met de Schaepmandag. Tubbergen is de geboorteplaats van Herman Schaepman die een belangrijke staatsman is. De democratie en vrijheid zijn belangrijke grondbeginselen in ons land en in onze gemeente. Het sluit ook goed aan bij het thema bij de herdenking: Geef vrijheid door en in vrijheid kiezen. De bedoeling is om samen met inwoners invulling te geven aan “Vrijheid en democratie”. Het plan van aanpak hiervoor zal met de gemeenteraad gedeeld worden.

 

Opnemen stelposten voor nieuw beleid/verdere uitvoering Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT)

Wij zijn van mening dat er van jaar tot jaar ruimte moet zijn voor nieuw beleid dan wel intensiveringen van bestaand beleid. Zeker nu we samen met alle betrokkenen bij het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT) de eerste stappen hebben gezet ter uitvoering van dit MAT. Wij verwachten dat we de komende jaren vervolgstappen moeten zetten die ook van de kant van de gemeente inzet, aandacht en wellicht financiële bijdragen vragen. Vandaar dat wij voorstellen om hier jaarlijks ruimte voor te reserveren in de vorm van een structurele stelpost van € 100.000 per jaar. De bestemming van deze jaarlijkse stelpost wordt betrokken bij het opstellen van de desbetreffende jaarbegroting.

 

Overige kleine verschillen

Het betreft hier een verzameling van meerdere kleine verschillen.

 

Voorgesteld wordt om in te stemmen met de aangegeven en toegelichte mutaties op basis van bestaand beleid (feitelijk eerste programmajournaal 2019) en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid

Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid

(bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Herzien meerjarig saldo uit begroting 2019   -1.009 -443 43 697 697
Onttrekking aan reserve   1.009 0 0 0 0
Mutaties bestaand beleid -713 -260 -607 -784 -1.519 -1.521
Herzien meerjarig saldo inclusief mutaties bestaand beleid -713 -260 -1.050 -741 -822 -824

Conclusies herzien meerjarig saldo

Zoals uit de tabel over het herziene meerjarige saldo na mutaties valt af te lezen hebben we te maken met een niet sluitend meerjarenperspectief en een incidenteel beroep op de reserves. De stand van onze (belangrijkste) reserves komen verderop in dit hoofdstuk aan de orde. We zoomen nu eerst verder in op de denkrichtingen die wij als college zien om het niet sluitende meerjarenperspectief op te lossen. Hierbij nemen wij als uitgangspunt een structureel sluitende meerjarenbegroting waarbij we een beroep op onze reserves in de eerste jaren op voorhand niet uit (kunnen) sluiten. Het effectueren van een aantal van onze denkrichtingen sorteert namelijk niet direct (financieel) effect maar heeft tijd nodig waardoor een beroep op de reserves in de eerste jaren onoverkomelijk is.

Voordat we u meenemen in onze denkrichtingen moeten we eerst even terug naar de begroting 2019 waar we de gemeenteraad hebben meegenomen in onze (financiële) visie voor de komende jaren. In die begroting 2019 hebben namelijk reeds aangegeven dat we onderkennen dat onze meerjarenbegroting de nodige kwetsbaarheden kent.

 

Opdracht uit de begroting 2019

In de begroting 2019 heeft het college aangegeven het tekort over het jaar 2020 te betrekken we bij het opstellen van de begroting 2020. Dat neemt echter niet weg dat wij u nu reeds willen meenemen in de denkrichtingen die wij hebben om dit tekort op te lossen. Deze denkrichtingen zijn mede ingegeven door de kwetsbaarheden binnen het sociaal domein maar ook door de maatregelen uit het interventieplan sociaal domein. Naar onze mening moeten we namelijk de oplossing voor de financiële problematiek binnen het sociaal domein niet alleen zoeken binnen het sociaal domein maar moeten we breder kijken. Voor ons is en blijft het uitgangspunt dat elke inwoner de zorg en ondersteuning moet blijven krijgen die hij of zij nodig heeft en dat dit tegelijkertijd bereikbaar en betaalbaar moet blijven.

Dat betekent dat we tijdens de perspectiefnota 2020, komen met een concretisering van onze denkrichtingen die vooral ingaan het creëren van begrotingsruimte binnen de overige beleidsterreinen. Uiteraard zal hierbij vooral worden gekeken naar die beleidsterreinen waar we als gemeente de nodige beleidsvrijheid hebben zoals openbare ruimte, sport, kunst en cultuur, enzovoort. Ook de mogelijkheden om onze inkomsten te verhogen en mogelijke verdere verbeteringen van de efficiency in de uitvoering betrekken we hierbij.

De uitwerking van deze toezegging betreffende de denkrichtingen uit de begroting 2019 werken we hierna verder uit. Hierbij dient te worden opgemerkt dat we in deze perspectiefnota spreken over denkrichtingen. Denkrichtingen die na instemming van de gemeenteraad verder worden uitgewerkt en worden betrokken bij het opstellen van de begroting 2020 waar de daadwerkelijke besluitvorming plaats vindt.

Denkrichtingen

Denkrichtingen

Het totaal aan denkrichtingen die het college voorlegt ziet er als volgt uit:

Totaal denkrichtingen - voorstel college (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Totaal Programma Bestuur & middelen 0 0 189 343 425 488
Totaal Programma Dienstverlening & burgerzaken 0 0 24 24 24 24
Totaal Programma Veiligheid 0 0 50 50 50 50
Totaal Programma Openbare ruimte & mobiliteit -300 0 290 290 290 190
Totaal Programma Economie 0 0 5 5 5 5
Totaal Programma Onderwijs 0 0 30 30 30 30
Totaal Programma Sociaal domein 0 0 0 0 0 0
Totaal financieel technische maatregelen -318 0 106 106 106 106
Totaal denkrichtingen - voorstel college -618 0 694 848 930 893

Dit totaal aan denkrichtingen die we als college zien wordt in het vervolg van deze paragraaf  per programma nader toegelicht.

Programma Bestuur & middelen

Programma Bestuur & middelen (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Noaberkracht 0 0 44 88 130 153
Stelposten voor nieuw beleid (vanaf 2020 €100.000 structureel) 0 0 50 100 100 100
Afstoten maatschappelijk vastgoed 0 0 0 20 20 20
Stoppen met belevingsonderzoeken 0 0 15 15 15 15
Regio Twente - zienswijze 0 0 PM PM PM PM
Lokale lastendruk            
- Onroerende zaakbelasting - 1% = €40.000 0 0 80 120 160 200
Totaal Programma Bestuur & middelen 0 0 189 343 425 488

Noaberkracht

Wij hebben in het bestuur van Noaberkracht en met de directie van Noaberkracht overeenstemming bereikt over een aanvullende taakstelling op Noaberkracht die oploopt van € 100.000 in 2020 naar structureel € 350.000 in 2023. Wij menen hiermee op een goede manier invulling te hebben gegeven aan uw unaniem aangenomen amendement waarin u middels een zienswijze aangeeft dat de raad van oordeel is dat ook Noaberkracht een wezenlijke bijdrage dient te leveren om een evenwichtige gemeentelijke meerjarenbegroting te waarborgen. Tevens geeft u aan dat de raad van oordeel is dat Noaberkracht daarbij een taakstelling heeft op te nemen, waarbij afbreuk aan de dienstverlening aan inwoners zoveel mogelijk wordt beperkt. Uiteraard houden we hier bij de nadere uitwerking van deze denkrichting zoveel mogelijk rekening mee. Nadere invulling en concretisering loopt in eerste instantie via de P&C cyclus van Noaberkracht. Zodra de dienstverlening richting de beide gemeenten hierdoor wijzigt komen we daar uiteraard bij u als gemeenteraad op terug.

 

Stelposten voor nieuw beleid

Hoewel wij van mening zijn en blijven dat er ieder jaar ruimte moet zijn voor nieuw beleid dan wel intensivering van beleid ontkomen we er gezien de financiële situatie niet aan om hier enige terughoudendheid te betrachten. Vandaar dat wij voorstellen deze ruimte de eerste twee jaren (2020 en 2021) te halveren.

 

Afstoten maatschappelijk vastgoed

Het hebben en (aan)houden van maatschappelijk vastgoed willen wij tot het uiterste beperken. Slechts maatschappelijk vastgoed waartoe wij bij wet zijn gehouden dan wel maatschappelijk vastgoed die één op één verbonden is met de directe gemeentelijke dienstverlening willen wij aanhouden. Het afstoten van bijvoorbeeld de gemeentewerf is hier een voorbeeld van. Dit levert niet alleen lager exploitatielasten voor onze begroting op maar ook de inzet vanuit Noaberkracht (gebouwenbeheer) kan worden beperkt.

 

Extensiveren belevingsonderzoeken

Voor de uitvoering van belevingsonderzoeken is in de gemeentebegroting een budget geraamd van € 30.000. De interne uren zijn te verwaarlozen want de onderzoeken worden geheel buiten de deur gezet. In 2018 is een belevingsonderzoek toerisme uitgevoerd en op dit moment is een belevingsonderzoek betreffende de visie op dienstverlening in voorbereiding. Het halveren van het budget voor belevingsonderzoeken levert een structurele besparing op van € 15.000. Deze is direct te verzilveren, want we hebben geen meerjarig contract.

 

Regio Twente - zienswijze

De (hogere) bijdrage van de gemeente Tubbergen aan de Regio Twente is gebaseerd op de begroting 2020 van de Regio Twente. Deze begroting is door uw raad voorzien van de volgende zienswijze: “een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegrotingen van de Regio Twente en de Stadsbank Oost Nederland, dat met de ontwerpbegroting 2020 wordt ingestemd, met dien verstande dat de omvang van de ontwerpbegroting 2020 en dus ook de daar aan gekoppelde gemeentelijke bijdrage als het plafond voor de komende jaren wordt gezien. Dit betekent dat dekking voor alle toekomstige meerkosten, zowel autonome ontwikkelingen als nieuw beleid, gevonden moet worden binnen de (omvang van de) vastgestelde begroting 2020”. 

Deze inhoud van deze zienswijze brengen wij in tijdens het eerstvolgende bestuurlijke moment bij de Regio Twente. Of en in hoeverre de overige gemeenten bereid zijn ons te volgen kunnen we op dit moment (nog) niet inschatten. Vandaar ook dat wij (nog) geen bedrag hebben gekoppeld aan deze denkrichting.

 

Lokale lastendruk

Zoals we in de begroting 2019 hebben aangegeven en in deze perspectiefnota hebben herhaald kijken we naast de beïnvloedbare uitgaven ook naar de inkomsten. Hoewel we als uitgangspunt hebben de stijging van de lokale lastendruk zoveel mogelijk te beperken  overwegen we toch een extra verhoging van de onroerend zaakbelasting (ozb). Dit is vooral ingegeven door onze meerjarenbegroting die behoorlijk onder druk staat en door het feit dat de lokale lastendruk in de gemeente Tubbergen tot de laagste in Twente behoort. In eerste instantie gaan we uit van een extra stijging van de ozb-tarieven met 2% in 2020 en met jaarlijks 1% in de jaren daarna. De daadwerkelijke vaststelling van deze tarieven nemen we mee bij de desbetreffende jaarbegroting.

 

Programma Dienstverlening & burgerzaken

Programma Dienstverlening & burgerzaken (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Maximeren kostendekkendheid leges burgerzaken 0 0 24 24 24 24
Totaal Programma Dienstverlening & burgerzaken 0 0 24 24 24 24

 

Maximeren kostendekkendheid leges burgerzaken

Voor veel producten van het Team Burgerzaken moet de burger leges betalen, zoals rijbewijzen, reisdocumenten, Verklaringen Omtrent Gedrag (VOG), uittreksels, naturalisatie, huwelijk etcetera. Voor sommige diensten mogen geen leges in rekening gebracht worden. Denk hierbij aan bijvoorbeeld de aangifte van een geboorte, aangifte van een verhuizing of aangifte van een overlijden. Daarnaast zijn aan veel producten landelijke maximumtarieven verbonden waaraan ook de gemeente Tubbergen zich moeten houden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij leges voor reisdocumenten, rijbewijzen, VOG, etcetera. En tenslotte, de basis voor het heffen van leges is dat de leges kostendekkend moeten zijn. Met andere woorden, we mogen geen “winst” maken. Voor een groot deel van de producten zitten we op het maximale (kostendekkende) niveau. De leges voor huwelijksvoltrekkingen, rijbewijzen en reisdocumenten laten echter nog enige ruimte zien. Ons idee is om deze ruimte volledig te benutten wat een extra inkomstenpost betekent van € 24.000.

 

Programma Veiligheid

Programma Veiligheid (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Veiligheidsregio Twente 0 0 PM PM PM PM
Extensiveren toezicht en handhaving 0 0 50 50 50 50
Totaal Programma Veiligheid 0 0 50 50 50 50

 

Regio Twente – zienswijze

De (hogere) bijdrage van de gemeente Tubbergen aan de Veiligheidsregio Twente (VRT) is gebaseerd op de begroting 2020 van de VRT. Deze begroting is door uw raad voorzien van de volgende zienswijze: “een zienswijze in te dienen op de ontwerpbegroting van de Veiligheidsregio Twente, dat niet met de ontwerpbegroting 2020 wordt ingestemd, dat de structurele ruimte voor nieuwe ontwikkelingen binnen de huidige begroting wordt gevonden en dat overigens de begroting voor 2020 en dus ook de daar aan gekoppelde gemeentelijke bijdrage als het plafond voor de komende jaren wordt gezien. Dit betekent dat dekking voor alle toekomstige meerkosten, zowel autonome ontwikkelingen als nieuw beleid, gevonden moet worden binnen de (omvang van de) vastgestelde begroting 2020 exclusief de gevraagde structurele ruimte voor nieuwe ontwikkelingen”.

Deze inhoud van deze zienswijze brengen wij in tijdens het eerstvolgende bestuurlijke moment bij de VRT. Of en in hoeverre de overige gemeenten bereid zijn ons te volgen kunnen we op dit moment (nog) niet inschatten. Vandaar ook dat wij (nog) geen bedrag hebben gekoppeld aan deze denkrichting.

 

Extensiveren toezicht en handhaving

Wij hebben onze inzet op het gebied van toezicht en handhaving kritisch tegen het licht gehouden en daarbij vooral gekeken naar de risico’s van het eventueel extensiveren van onze inzet. Voor de activiteit brandveiligheid en bouwen zien wij gezien de risico’s geen mogelijkheden om te komen tot een verlaging van onze inzet. Op het terrein van de openbare ruimte zien wij een aantal activiteiten waarbij de risico’s van verminderde inzet wat ons betreft aanvaardbaar zijn. Hierbij moet u vooral denken aan verminderde inzet op reclame, parkeren en de algemene zichtbaarheid. In totaliteit gaat het hierbij om 2.435 uur wat voor de gemeente Tubbergen neerkomt op een verminderde inzet van ongeveer 1.050 uur per jaar.

 

Programma Openbare ruimte & mobiliteit

Programma Openbare ruimte & mobiliteit (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Verlagen kwaliteitsniveau grijs en groen 0 0 15 15 15 15
Fasering/spreiding planmatig onderhoud grijs 0 0 100 100 100 100
Planmatig onderhoud grijs nog drie jaar t.l.v. reserve -300 100 100 100 0 0
Fasering/spreiding planmatig onderhoud tractie            
Stoppen ondersteuning huisvesting statushouders (0,3 fte) 0 0 15 15 15 15
Onderhoud zandwegen uitbesteden (1 fte + tractie) 0 0 20 20 20 20
Herijken bermmaaisel afvoeren 0 0 40 40 40 40
Totaal Programma Openbare ruimte & mobiliteit -300 100 290 290 190 190

 

Verlagen kwaliteitsniveau

In het meerjarenonderhoudsplan (MJOP) was als kwaliteit voor de trottoirs niveau B vastgelegd. Door het niveau naar C te brengen kan structureel € 15.000 worden omgebogen.

 

Fasering/spreiding planmatig onderhoud grijs

Het geplande meerjarige onderhoud aan onze wegen is opgenomen in het MJOP. De structurele lasten hiervan zijn opgenomen in onze meerjarenbegroting. Van jaar tot jaar wordt het geplande onderhoud conform jet MJOP afgezet tegen de werkelijke technische staat van de betreffende weg. Aan de hand hiervan wordt besloten of en op welke wijze onderhoud wordt uitgevoerd. Door hier nog kritischer mee om te gaan zien wij kans het onderhoudsbudget wegen met € 100.000 structureel te verlagen. Dit betekent een verdere fasering/spreiding van het planmatige onderhoud. Mochten zich (bijvoorbeeld als gevolg van een strenge winter) calamiteiten voordoen dan hebben we de beschikking over de reserve wegen. In 2023 wordt  het MJOP opnieuw vastgesteld en wordt gekeken worden naar de nieuwe behoefte.

 

Planmatig onderhoud grijs nog drie jaar ten laste van reserve

De afgelopen jaren zijn we gefaseerd toegegroeid naar de structurele benodigde raming conform het MJOP. Dit gefaseerd toegroeien betekende dat we jaarlijks een bedrag hebben onttrokken aan de reserves. Inmiddels blijkt dat we (nog) niet echt de financiële ruimte hebben om de (meer)kosten volledig structureel te kunnen dekken vandaar dat we voorstellen nog drie jaar lang een bedrag van € 100.000 te onttrekken aan de reserve wegen.

 

Fasering/spreiding planmatig onderhoud tractie

Ervaringscijfers wijzen uit dat de kwaliteit van het materieel verbetert waardoor de verschillende transportmiddelen langer mee gaan dan werd aangenomen. Dit samen met een goede manier van onderhoud betekent dat de afschrijvingstermijnen voor tractie kunnen worden verlengd. Dit betekent een lagere last binnen Noaberkracht van € 23.000 en deze is betrokken bij de totale taakstelling op Noaberkracht.

 

Stoppen ondersteuning huisvesting statushouders

Deze werkzaamheden kunnen door vrijwilligers en stichting VluchtelingenWerk worden uitgevoerd. De formatie zal via natuurlijk verloop vrijvallen (Noaberkracht).

 

Onderhoud zandwegen uitbesteden

Momenteel wordt het onderhoud van de zandwegen door Noaberkracht in eigen beheer uitgevoerd. De interne kosten bedragen € 85.000. De wegenschaaf wordt niet vervangen. De machinist gaat in 2021 met pensioen. Deze vacature zal dan niet worden ingevuld. De werkzaamheden zullen voor € 50.000 worden uitbesteed. Dit levert voor Tubbergen een meevaller op van € 20.000.

 

Herijken bermmaaisel afvoeren

Van een aantal wegen/sloten zal het maaisel blijven liggen. Dit wordt nader uitgewerkt.

 

Programma Economie

Programma Economie (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Bijdrage Regio Twente 0 0 PM PM PM PM
Evenementen 0 0 5 5 5 5
Totaal Programma Economie 0 0 5 5 5 5

Bijdrage Regio Twente

Zie toelichting onder het Programma Bestuur & middelen.

 

Evenementen

Wij gaan met de organisatoren van de verschillende evenementen in gesprek over de gemeentelijke bijdrage. Wij verwachten het budget van € 46.000 met € 5.000 te kunnen verlagen. 

 

Programma Onderwijs

Programma Onderwijs (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Onderwijsachterstandenbeleid en leerlingenvervoer 0 0 30 30 30 30
Totaal Programma Onderwijs 0 0 30 30 30 30

Onderwijsachterstandenbeleid en leerlingenvervoer

In totaliteit geven wij ongeveer € 800.000 uit aan onderwijsachterstandenbeleid en leerlingenvervoer. Gezien de omvang van dit budget en de noodzaak om structurele begrotingsruimte te vinden willen wij ook hier onderzoeken of er mogelijkheden zijn. Uiteraard houden wij hierbij rekening met de relatie die er ligt met het interventieplan.

 

Programma Sociaal domein

Programma Sociaal domein (bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Interventieplan 0 0 PM PM PM PM
Totaal Programma Sociaal domein 0 0 0 0 0 0

Interventieplan

Zoals in het begin van dit hoofdstuk reeds is aangegeven zijn de oplopende opbrengsten van het interventieplan sociaal domein verwerkt in het herziene meerjarige saldo. Deze opbrengsten lopen op van een bedrag van € 94.000 in 2019 naar een structureel bedrag van € 545.000  in 2022. Wij zijn van mening dat het behalen van deze opbrengsten een stevige  opgave is vandaar dat we bij het benoemen van aanvullende denkrichtingen het sociaal domein in eerste instantie buiten beschouwing hebben gelaten.

 

Financieel technische maatregelen

Financieel technische maatregelen res. 2019 2020 2021 2022 2023
Agenda voor Twente -424 106 106 106 106 106
Totaal financieel technische maatregelen -424 106 106 106 106 106

Agenda voor Twente

Op 4 juli 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het nieuwe investeringsprogramma Agenda voor Twente. De dekking van de gemeentelijke bijdrage is opgenomen in de begroting 2018 en ziet er als volgt uit. De gevraagde bijdragen voor het in stand houden van de bestaande basisinfrastructuur (€ 3,50) en voor een aanjaagfunctie (€ 1,50) zijn structureel  opgenomen  in onze (meerjaren) begroting. Dit betekent een structureel benodigd budget van € 106.000.

Het bedrag voor ambities (€ 2,50) vermeerderd met een bedrag voor projecten (€ 5) hebben we voor een periode van vijf jaar afgedekt middels een beroep op de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Dit betekent een reservering van € 800.000.

Om structurele ruimte binnen in onze meerjarenbegroting te creëren overwegen wij om de € 5 per inwoner af te dekken voor de (resterende) duur van het investeringsprogramma. Dat betekent dat incidentele ruimte moet worden gezocht van waaruit de komende vier jaar de gemeentelijke bijdrage kan worden bekostigd. Dus een extra onttrekking aan de reserves van € 424.000 (vier jaar lang € 106.000) waardoor structureel ruimte op onze begroting ontstaat.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte denkrichtingen en het college opdracht te geven deze denkrichtingen nader uit te werken en te betrekken bij het opstellen van de begroting 2020 waar de daadwerkelijke besluitvorming plaatsvindt.

Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid en denkrichtingen

Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid en denkrichtingen

Rekening houdend met de opbrengst van de denkrichtingen zoals we die als college zien en hebben toegelicht ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo:

(bedragen x €1.000) res. 2019 2020 2021 2022 2023
Herzien meerjarig saldo uit begroting 2019   -1.009 -443 43 697 697
Onttrekking aan reserve   1.009 0 0 0 0
Totaal mutaties bestaand beleid -713 -260 -607 -784 -1.519 -1.521
Totaal denkrichtingen - voorstel college -618 0 694 848 930 893
Herzien meerjarig saldo inclusief mutaties bestaand beleid en denkrichtingen -1.331 -260 -356 107 108 69

Zoals uit de tabel valt af te lezen zorgen de denkrichtingen die het college ziet er voor dat de meerjarenbegroting op termijn sluit. Voor de jaren 2019 en 2020 moet echter een beroep worden gedaan op de reserves. Wat dit, samen met een aantal andere voorstellen uit deze perspectiefnota, doet met onze reserves lichten we in de laatste paragraaf van dit hoofdstuk toe.

Voorgesteld wordt in het tekort over het jaar 2019 (het saldo van het eerste programmajournaal 2019) ten bedrage van € 260.000 ten laste brengen van de algemene reserve.

Het feit dat we met de kennis van nu rekening moeten houden met een onttrekking aan onze reserves voor de jaren 2019 en 2020 wil uitdrukkelijk niet zeggen dat we geen verdere actie ondernemen om ook deze jaren sluitend te krijgen. In het tweede programmajournaal 2019 en bij de begroting 2020 komen we indien nodig en mogelijk met nadere voorstellen. De term indien nodig slaat niet alleen op de thans bekende tekorten maar slaat ook op de risico’s en onzekerheden  binnen  het sociaal domein en op de afhankelijkheid van het Rijk waar het gaat om de algemene uitkering. Al met al een herzien meerjarig perspectief dat sluit maar ook zijn kwetsbaarheden en afhankelijkheden kent.   

Incidenteel beschikbare algemene middelen waaronder de (belangrijkste) reserves

Inleiding

In deze paragraaf treft u een overzicht aan van onze beschikbare algemene incidentele middelen. Hierbij is rekening  gehouden met de voorstellen zoals die eerder in dit hoofdstuk zijn gedaan. Voor een totaal overzicht van al onze reserves (en voorzieningen) verwijzen wij u naar het overzicht reserves en voorzieningen dat als bijlage bij deze perspectiefnota is opgenomen. In dit totale overzicht zijn ook de reserves (en voorzieningen) opgenomen die op grond van eerdere besluitvorming door uw raad al van een bestemming zijn voorzien.

Programmamiddelen

We beginnen echter met de zogenaamde programmagelden (project en procesgelden) voor de verschillende uitdagingen.

Project en procesgelden duurzaamheid

In de begroting 2018 is een incidenteel budget van € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitdaging duurzaamheid. Van dit incidentele budget heeft een bedrag van € 175.000 betrekking op procesgeld. Rekening houdend met de personele inzet via Noaberkracht voor de jaren 2018 en 2019, de gezamenlijke inspanningen op het gebied van duurzaamheid in NOT verband en de besluitvorming uit de begroting 2019 (uitvoering Maatschappelijk Akkoord Tubbergen) resteert nog een bedrag van € 1.000 aan incidenteel procesgeld duurzaamheid.

De projectgelden duurzaamheid ten bedrage van € 1.325.000 waren ten tijde van het opstellen van de begroting 2019 nog niet van een concreet bestedingsplan voorzien. Inmiddels is dit wel het geval en kunnen we het volgende bestedingsplan aan u voorleggen.

2018 (reeds betaald en verwerkt in de jaarstukken 2018)   € 15.565
- Bijdrage stichting Essenkracht € 15.000  
- Voorbereidingskosten € 365  
2019 (werkelijke uitgaven en verplichtingen)   € 86.960
- Stimuleringsregeling collectieve initiatieven €60.000  
- Gezamenlijke inkoop lokaal duurzame energie € 2.000  
- Duurzaam meerjarenonderhoudsplan gebouwen € 13.095  
- Inhuur expertise circulaire inkoop € 4.365  
- Energieke regio Noordoost-Twente € 7.500  
2019 (voorstellen uit perspectiefnota/eerste programmajournaal 2019)   € 280.000
- Bijdrage aan aanpassing gemeentehuis - duurzaamheid  € 200.000  
- Kosten regie ambitie duurzaamheid (drie jaar lang 16 uur) € 80.000  
Meerjarig bestedingsplan   € 270.000
- Samenwerking energietransitie Noordoost-Twente (drie jaar) € 150.000  
- Energieloket (drie jaar) € 120.000  
Totaal bestedingsplan duurzaamheid   €652.525

Hierna resteert dus nog een bedrag van € 673.475 aan programmagelden duurzaamheid (project- en procesgeld: € 1.325.000 +/+ € 1.000 -/- € 652.525).

 

Project en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie

In de begroting 2018 is een incidenteel budget van € 2 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitdaging maatschappelijk vastgoed. Van dit incidentele budget heeft een bedrag van € 172.000 betrekking op procesgeld. Rekening houdend met de personele inzet via Noaberkracht voor de jaren 2018 en 2019 en de besluitvorming uit de begroting 2019 (MAT) resteert nog een bedrag van € 66.000 aan incidenteel procesgeld maatschappelijk vastgoed.

Van dit resterende bedrag aan procesgeld is inmiddels een bedrag van € 13.000  besteed dan wel bestemd voor zaken als taxatierapporten, asbestinventarisatie en overige procesgelden betreffende maatschappelijk vastgoed. Voor de verkenning van maatschappelijke verbindingen ontvangen we een subsidie van € 15.000. Dit betekent dat nog ongeveer € 68.000 resteert aan procesgeld maatschappelijk vastgoed.

Van de projectgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie ten bedrage van € 1.828.000 is middels een raadsbesluit reeds een bedrag van € 50.000 beschikbaar gesteld voor het locatieonderzoek in Geesteren. Daarnaast wordt via het MAT voorgesteld om een bedrag van € 28.000 beschikbaar te stellen voor de Huiskamer Manderveen. Hiermee rekening houdend resteert nog een bedrag van € 1.750.000 wat in de loop van de planperiode van het MAT kan worden ingezet voor concrete projecten. Op basis van de laatste stand zaken kan inmiddels het volgende overzicht worden gegeven

In het MAT is aangeven dat uit deze projectgelden in ieder geval de volgende projecten op basis van het Integraal huisvestingsplan (IHP) Onderwijs moeten worden gedekt:

Fleringen - inpassing Heilig Hartschool in Kulturhus € 300.000
Manderveen - inpassing Zeven Mijlen in Kulturhus € 600.000
Langeveen - aanpassing Mariaschool € 460.000
Totaal € 1.360.000

Het hierna resterende bedrag aan projectgelden ten bedrage van € 390.000 (€ 1.750.000 -/- € 1.360.000) willen wij in zijn geheel reserveren als investeringsruimte voor de nieuwbouw van de, eveneens in het IHP opgenomen, Aloysiusschool in Geesteren. In de begroting 2018 is hiervoor een stelpost opgenomen van structureel € 150.0000. Deze stelpost correspondeert met een investeringsruimte van € 4 miljoen voor de basisschool in Geesteren. 

 

Project en procesgelden inbreiding voor uitbreiding

In de begroting 2018 is een incidenteel budget van € 1,610 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitdaging inbreiding. Van dit incidentele budget heeft een bedrag van € 160.000 betrekking op procesgeld. Rekening houdend met de personele inzet via Noaberkracht voor de jaren 2018 en 2019 en de besluitvorming uit de begroting 2019 (MAT) resteert nog een bedrag van € 14.000 aan incidenteel procesgeld inbreiding. Dit bedrag is voor het overgrote deel aangewend voor nadere adviezen en onderzoek.

Van de projectgelden inbreiding ten bedrage van € 1.450.000 is bij de begroting 2018 besloten om een bedrag van € 150.000 te alloceren voor Tubbergen Bruist. Hiermee rekening houdend resteert nog een bedrag van € 1.300.000 wat in de loop van de planperiode van het MAT kan worden ingezet voor concrete projecten. Inmiddels hebben wij de volgende drie initiatieven ten laste van deze beschikbare middelen gebracht:

Lang zult u wonen 2018 en 2019 € 7.650
Vasse - Bijdrage herontwikkeling locatie Het Balkon € 162.000
Stimuleringsregeling Binnenstedelijke Herontwikkelingen € 500.000
Totaal € 669.650

Hierna resteert nog een bedrag van € 630.350 aan projectgeld.

Reserves en weerstandsvermogen

Weerstandsvermogen (algemene reserve en reserve grondbedrijf)

In de begroting 2019 is de ratio van de weerstandscapaciteit evenals voorgaande jaren vastgesteld op 1,5. Deze ratio komt overeen met een benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit van € 4.950.000.

De werkelijke stand van het beschikbare weerstandsvermogen (de beide algemene reserves) bedraagt per 1 januari 2019 € 5.826.000 Uitgaande van het blijven hanteren van de vastgestelde ratio van 1,5 is er dus sprake van een surplus aan weerstandsvermogen van € 876.000. Hierop moet echter nog wel het tekort over het jaar 2019 zoals dat blijkt uit het eerste programmajournaal 2019 ten bedrage van € 260.000 in mindering worden gebracht. Dit betekent dat een surplus resteert van € 616.000. Conform bestaand beleid dient dit bedrag toegevoegd te worden aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Voorgesteld wordt de ratio van de weerstandscapaciteit vooralsnog te handhaven op 1,5 wat betekent dat het surplus op de algemene reserve ten bedrage van € 616.000 kan worden toegevoegd aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. 

 

Reserve MijnDorp2030 (reserve majeure projecten)

Er heeft een correctie plaatsgevonden van € 15.000 betreffende het subsidieloket. De stand van de reserve MijnDorp2030 komt hiermee op een bedrag van € 1.820.000.

 

Reserve riool

In de begroting 2017 is een incidenteel bedrag van € 3 miljoen beschikbaar gesteld om de gevolgen van de klimatologische omstandigheden (deels) op te vangen. Aangegeven is dat deze reservering wordt betrokken bij het opstellen van het nieuwe Gemeentelijke Rioleringsplan (behandeling gemeenteraad november 2018. Tijdens deze behandeling is heel nadrukkelijk de link gelegd met de zogenaamde “stress tests” die eind 2019 worden uitgevoerd. De uitkomsten van deze “stress tests” moeten een beeld geven van de noodzakelijke investeringen aan het rioolstelsel. Op dat moment ontstaat ook een beeld van de noodzakelijke hoogte van deze reserve.

 

Extra weerstandsvermogen sociaal domein

Binnen de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen hebben is op grond van eerdere besluitvorming rekening gehouden met een extra bedrag aan weerstandsvermogen van € 1,5 miljoen voor het sociaal domein. Het tekort van € 830.000 op het sociaal domein over het jaar 2018 zoals dat bleek uit het tweede programmajournaal 2018 is hier  op in mindering gebracht. Daarnaast heeft er via het zelfde tweede programmajournaal 2018 een aanvulling plaatsgevonden van € € 147.000. Dit betekent dat er per 1 januari 2019 nog een bedrag als extra weerstandsvermogen resteert van € 817.000. In deze perspectiefnota (incl. eerste programmajournaal) hebben we aangegeven het tekort op sociaal domein over het jaar 2019 ten bedrage van € 304.000 ten laste te brengen van dit extra weerstandsvermogen. Hierna resteert nog een bedrag van € 513.000 aan extra weerstandsvermogen waarmee we bij het berekenen van de vrije ruimte binnen de reserve incidenteel beschikbare middelen rekening moeten houden.

 

Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen

Rekening houdend met de besluitvorming uit de begroting 2019 (en dan met name het MAT) resteerde er een bedrag in deze reserve van € 1.168.000. Rekening houdend met een aantal mutaties op basis van bestaand beleid en de voorstellen uit deze perspectiefnota (incl. eerste programmajournaal 2019) ontstaat het volgende beeld:

Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen (bedragen x €1.000) 1.168
Mutaties  
- Saldo jaarstukken 2018 856
- Correcties jaarverantwoording op basis van werkelijkheid -67
- Aanvulling MAT Veldboersweg -6
- Correctie lagere algemene uitkering 2018 - meegenomen in het tweede programmajournaal 2018 325
- Resultaat tweede programmajournaal 2018 -1.008
- Aankoop panden Manderveen -560
Herziene stand 708
Resterend extra weerstandsvermogen sociaal domein -513
Deels afboeken gemeentehuis -409
Surplus ratio 616
Herziene stand 402
   
Voorstellen perspectiefnota (inclusief eerste programmajournaal 2019)  
Agenda van Twente -318
Saldo jaar 2020 -356
Saldo jaar 2021 107
Saldo jaar 2022 108
Saldo jaar 2023 69
Totaal voorstellen perspectiefnota -390
Stand 12

Voor wat betreft deze reserve wordt een doorkijk gegeven van de mogelijke gevolgen van de in deze perspectiefnota aangegeven denkrichtingen. Zowel voor wat betreft de financieel technische maatregel als voor wat betreft de meerjarige saldi. Het betreft hier uitdrukkelijk een indicatieve benadering.

Totaal overzicht beschikbare algemene incidentele middelen

In deze paragraaf treft u een overzicht aan van onze beschikbare algemene incidentele middelen. Hierbij is rekening gehouden met de voorstellen die eerder in dit hoofdstuk zijn gedaan. 

Beschikbare algemene incidentele middelen (bedragen x €1 miljoen)
Weerstandscapaciteit ratio 1,5 (algemene reserve en reserve grondbedrijf) 4,950
Extra weerstandsvermogen Sociaal domein 0,513
Reserve riool 3,000
Project- en procesgelden duurzaamheid 0,673
Project- en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie 0,068
Project- en procesgelden inbreiding voor uitbreiding 0,630
Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen 0,012
Reserve MijnDorp2030 1,820
Totaal beschikbare algemene incidentele middelen 11,666

Aanwezige weerstandscapaciteit

Uitgaande van de, door de gemeenteraad vastgestelde, ratio van 1,5 houden we een aanwezige weerstandscapaciteit aan van € 4,95 miljoen. Deze aanwezige weerstandscapaciteit wordt gevormd door de algemene reserve en de reserve grondexploitatie.

 

Extra weerstandsvermogen Sociaal domein

In navolging van de financiële tussenrapportage 2018-2021 en de begroting 2019 wordt voorgesteld het resterende bedrag aan extra weerstandscapaciteit aan te houden van € 0,513 miljoen voor de onzekerheden en risico’s binnen het Sociaal Domein. De onderbouwing hiervan is opgenomen in deze perspectiefnota 2020.

 

Reserve riool

In de begroting 2017 is een incidenteel bedrag van € 3 miljoen beschikbaar gesteld om de gevolgen van de klimatologische omstandigheden (deels) op te vangen. Zoals in het nieuwe Gemeentelijke Rioleringsplan is aangegeven wordt deze reservering betrokken bij de uitkomsten van de zogenaamde “stress tests”.

 

Project en procesgelden duurzaamheid (inclusief energietransitie)

Zoals eerder in dit hoofdstuk is aangegeven resteert er een bedrag van € 0,673 miljoen aan projectgeld duurzaamheid (inclusief energietransitie). Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het MAT worden ingezet voor concrete projecten.

 

Project en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie.

Zoals eerder in dit hoofdstuk is aangegeven resteert er een bedrag van € 0,068 miljoen aan projectgeld en procesgeld maatschappelijk vastgoed. Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het MAT worden ingezet voor concrete projecten en procesgeld.

 

Project en procesgelden inbreiding voor uitbreiding.

Zoals eerder deze paragraaf is aangegeven resteert er een bedrag van € 0,630 miljoen aan projectgeld en procesgeld inbreiding voor uitbreiding. Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het MAT worden ingezet voor concrete projecten en procesgeld.

 

Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen (RIBAM)

Voor wat betreft deze reserve wordt een doorkijk gegeven van de mogelijke gevolgen van de in deze perspectiefnota aangegeven denkrichtingen. Zowel voor wat betreft de financieel technische maatregelen als voor wat betreft de meerjarige saldi. Het betreft hier uitdrukkelijk een indicatieve benadering.

 

Reserve Mijn Dorp (reserve majeure projecten)

Deze herziene stand van de reserve Mijn Dorp 2030 kan in de loop van de planperiode van het MAT kan worden ingezet voor concrete projecten. Gezien de eerdere besluitvorming door de gemeenteraad is deze reserve uitdrukkelijk voor concrete projecten en niet voor procesgeld.