Meer
Publicatiedatum: 15-06-2020

Inhoud

Programma onderdelen

8. Paragrafen

Lokale heffingen

Lokale heffingen

Op grond van artikel 9, tweede lid van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ bevat zowel de begroting als de jaarrekening tenminste een paragraaf over de lokale heffingen. Deze paragraaf bevat t volgens artikel 10 tenminste de volgende vijf sub-paragrafen:

  • een overzicht van de geraamde inkomsten;
  • het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
  • een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt:

    a. hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd, dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden;

    b. wat de beleidsuitgangspunten zijn, die ten grondslag liggen aan deze berekeningen;

    c. hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;

  • een aanduiding van de lokale lastendruk;
  • een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

 

In de begroting wordt  een uitgebreide beschrijving van en toelichting op de verschillende lokale heffingen gegeven. Dit, omdat bij de vaststelling van de begroting besluiten worden genomen  over de gewenste belastingontvangsten en – in aansluiting daarop – daarbij de tariefstructuur en –hoogte wordt bepaald. In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de wijze waarop de belastingontvangsten zijn gerealiseerd en in hoeverre daarbij afwijkingen zijn ontstaan ten opzichte van de begroting.

Overzicht belastingopbrengsten jaarrekening 2019

Soort heffing/belasting (bedragen x € 1.000)

Begroting 2019

Werkelijk 2019

Onroerendezaakbelastingen

4.001

3.964

Afvalstoffenheffing

941

993

Rioolheffingen

1.971

1.972

Toeristenbelasting

190

213

Forensenbelasting

52

52

Reclamebelasting

52

52

Totaal

7.207

7.246

Bestaand beleid ten aanzien van de lokale heffingen

De belastingenstructuur en de tarieven van de gemeentelijke belastingen zijn voor het belastingjaar 2019 als volgt vastgesteld:

  1. de ozb-tarieven zijn zodanig aangepast dat voor 2019 de gewenste meeropbrengst (exclusief areaaluitbreiding) ten opzichte van 2018 zou kunnen worden gerealiseerd;
  2. de tarieven afvalstoffenheffing zijn gebaseerd op een basistarief vermeerderd met een bedrag per lediging van de restafvalcontainer (grijs) respectievelijk per aanbieding aan de verzamelcontainer. De tarieven voor ledigingen van restafval zijn verhoogd;
  3. de tarieven van de rioolheffingen zijn ten opzichte van het jaar 2018 met 1,3% verhoogd;
  4. de tarieven leges en rechten zijn afgestemd op de lasten ter zake en kostendekkend.

Onroerende-zaakbelasting (OZB)

Onder de naam ‘onroerendezaakbelastingen’ worden van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

  • een gebruikersbelasting van degene die – naar omstandigheden beoordeeld – een onroerende zaak die niet in hoofdzaak als woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt en
  • een eigenarenbelasting van degene die van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

 

De gebruikersbelasting wordt uitsluitend geheven over niet-woningen, terwijl de eigenarenbelasting wordt geheven van zowel woningen als niet-woningen.

 

De gebruikersbelasting wordt uitsluitend geheven over niet-woningen, terwijl de eigenarenbelasting wordt geheven van zowel woningen als niet-woningen.

De tarieven worden jaarlijks (opnieuw) bepaald aan de hand van twee factoren, te weten:

a. de waardeontwikkeling van het WOZ-bestand in de gemeente en

b. de gewenste OZB-opbrengst in het begrotingsjaar.

 

Opbrengsten onroerende zaakbelastingen ( (bedragen x € 1.000)

2018

2019

Raming ozb

3.908

4.001

Werkelijke opbrengst ozb

3.885

3.964

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

-/- 23

-/-37

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

1

-/-12

Afvalstoffenheffing

Deze heffing heeft als uitgangspunt, dat de kosten voor 100% worden gedekt door de heffing . Naast een basistarief per huishouden betaalt de gebruiker een capaciteitsafhankelijk tarief per lediging restafval voor het gebruik van een verzamelcontainer, een 140-liter container of een 240-liter container. Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. De opbrengst is bestemd voor de kostendekking van de afvalinzameling en –verwerking.

 

Berekening kostendekkende afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000)

Begroting  2019

Werkelijk 2019

Kosten taakveld(en)

971

1.231

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

300

333

Netto kosten taakveld

671

 898

Toe te rekenen kosten

671

898

Overhead incl. (omslag)rente

73

76

BTW

230

230

Totale kosten

971

1.204 

Opbrengst afvalstoffenheffing

941

993 

Dekkingspercentage*

   96,6%

82,5% 

*Als het dekkingspercentage hoger is dan 100% worden de overtollige middelen aan de voorziening gedoteerd

Tarieven en opbrengst afvalstoffenheffing (in €)

2018

2019

Basistarief (vast recht)

80,00

80,00

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 240 liter

9,20

10,60

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 140 liter

5,60

6,50

1 lediging bij de verzamelcontainer via een chipkaart

0,60

0,85

Opbrengsten afvalstoffenheffing (basistarief + ledigingen) (bedragen x € 1.000)

 2018

2019 

Raming opbrengst basistarief (vast recht)

646

653

Werkelijk opbrengst basistarief

644

649

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming basistarief

-/- 2

-/-4

 

 

 

Raming opbrengst ledigingen restafval:

192

286

Werkelijke opbrengst ledigingen restafval

289

344

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming ledigingen

97

58

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

-/-1

-/-3

 

 

 

Aantal ledigingen bij de verzamelcontainer via een chipkaart*

20.009

17.153

Aantal ledigingen restafvalcontainer (grijs) 140 liter*

7.977

9.176

Aantal ledigingen restafvalcontainer (grijs) 240 liter*

25.500

26.095

* Gegevens verstrekt door ROVA

 

 

De opbrengst van het aantal ledigingen is geraamd op €286.000. In de aanslagen afvalstoffenheffing 2020 wordt rekening gehouden met een bedrag van  €334.000 aan diftar opbrengsten restafval 2019.

 

Voorziening afvalstoffenheffing  

Deze voorziening wordt ingezet om een gelijkmatige ontwikkeling van de afvalstoffenheffing te waarborgen. De  stand van deze voorziening afval  bedraagt per 31 december 2019 €602.000.

Rioolheffingen

De eigenaar en gebruiker van een perceel van waaruit regenwater en/of afvalwater direct of indirect wordt afgevoerd via de gemeentelijke riolering is belastingplichtig voor de rioolheffing. Voor de rioolheffing geldt eveneens als algemeen uitgangspunt dat 100% van de kosten worden gedekt. De tarieven zijn gebaseerd op de geraamde kosten, zoals die zijn opgenomen in het gemeentelijk rioleringsplan. 

 

Tubbergen heft zowel van de eigenaar als van de gebruiker van objecten, die direct of indirect zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering. De eigenaar betaalt een vast bedrag per perceel; het tarief voor de gebruiker is gebaseerd op het waterverbruik. Incidentele over- en onderdekking wordt verrekend met een egalisatievoorziening om sterke tarieffluctuaties op te kunnen vangen. De tarieven  voor het belastingjaar 2019 zijn met 1,3% verhoogd ten opzichte van 2018.

 

Berekening kostendekkende rioolheffing (bedragen x  €1.000)

     Begroting 2019

Werkelijk 2019

Kosten taakveld(en)

1.506

1328

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

 0

0

Netto kosten taakveld

1.506

1.328 

Toe te rekenen kosten

1.506

1.328

Overhead incl. (omslag)rente

211

221

BTW

254

254

Totale kosten

1.971

1.803 

Opbrengst rioolheffing

1.971

1.972

Dekkingspercentage*

100,0%

109%

*Als het dekkingspercentage hoger is dan 100% worden de overtollige middelen aan de voorziening gedoteerd

Tarieven rioolheffingen (in €)

2018

2019

Rioolheffing eigenaar

182,00

189,30

Rioolheffing eigenaar (uitsluitend hemel-/grondwater)

61,10

61,80

Rioolheffing gebruiker (tot 300 m³)

73,50

74,50

Opbrengsten rioolheffingen  (bedragen x  €1.000)

2018

2019

Raming rioolheffing eigenaren

1.288

1.340

Werkelijke opbrengst rioolheffing eigenaren

1.294

1.351

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

6

11

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

0

-/-3

 

 

 

Raming rioolheffing gebruikers

610

631

Werkelijke opbrengst rioolheffing gebruikers

610

621

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

0

-/-10

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

0

-/-3

De reserve GRP bedraagt €3.000.000. De bestaande voorziening gekoppeld aan het huidige GRP bedraagt per 31 december 2019 €1.034.000.

Reclamebelasting

De reclamebelasting wordt geheven van degene die de openbare aankondiging heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie de openbare aankondiging is aangebracht. Deze  reclamebelasting betreft een afgebakend gebied in het centrum van Tubbergen.

 

Met de opbrengst van deze belasting wordt het ‘Ondernemingsfonds Tubbergen’ gevoed en op deze wijze komt de opbrengst weer op indirecte wijze ten goede aan de ondernemers.

Tarieven reclamebelasting (in €)

2018

2019

Vast bedrag 1e vestiging

600

600

Vast bedrag 2e vestiging en per volgende vestiging elk

500

500

Opbrengst reclamebelasting  (bedragen x  €1.000)

2018

2019

Raming opbrengst reclamebelasting

49

52

Werkelijke opbrengst reclamebelasting

49

52

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

0

0

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

-/-1

0

Toeristenbelasting

Deze belasting wordt geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen, die niet in de gemeentelijke ‘Basisregistratie personen’ zijn opgenomen. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. De belasting vindt plaats op basis van aangifte.

 

De aangiftes worden jaarlijks steekproefsgewijs gecontroleerd. Niet alleen om de aangiftes op juistheid en volledigheid te controleren, maar ook om de exploitanten, daar waar nodig, te adviseren bij een doelmatiger opzet van de administratie, zodat het invullen van de aangifte toeristenbelasting correct, eenvoudig en snel kan geschieden. De tarieven zijn al een aantal jaren niet gewijzigd.

 

Tarieven toeristenbelasting  (prijs per persoon per nacht in €)

2018

2019

Tarief per persoon per overnachting

1,05

1,05

Tarief in eigen onderkomen op camping

0,70

0,70

Opbrengst toeristenbelasting (bedragen x  €1.000)

2018

2019

Raming toeristenbelasting 

190

190

Werkelijke opbrengst toeristenbelasting

190

 213

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

0

 23

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

0

0

 

Toelichting toeristenbelasting 2019

De aanslagen toeristenbelasting kunnen pas na afloop van het belastingjaar worden opgelegd, omdat deze gebaseerd worden op het aantal overnachtingen in het  belastingjaar (= kalenderjaar). Dit betekent, dat bij het opmaken van de jaarrekening een schatting moet worden gemaakt van de opbrengst. Deze schatting wordt doorgaans gebaseerd op het meest recente kohier, rekening houdend met eventueel gewijzigde omstandigheden. Voor 2019 wordt rekening gehouden met een totaalbedrag van € 190.000.

Forensenbelasting

Deze belasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerd woning beschikbaar te houden. De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel.

Tarieven forensenbelasting (in €)

2018

2019

Forensenbelasting ‘gehuurde grond’

105

105

Forensenbelasting op eigen grond

286

286

Opbrengst forensenbelasting  (bedragen x  €1.000)

 2018

 2019

Raming opbrengst forensenbelasting

52

52

Werkelijke opbrengst forensenbelasting

51

52

Verschil werkelijke opbrengst en raming

-1 0

Oninbare vorderingen voorgaande dienstjaren

0 -/-1

Lokale lastendruk

Om een indruk te geven van de lastendruk ontwikkeling als gevolg van aanvaard beleid worden hierna de gevolgen voor een huishouding zonder of met een eigen woning weergegeven. Deze vergelijking is gebaseerd op de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Bij de berekening van de lokale woonlasten is uitgegaan van een gemiddelde woningwaarde van € 254.000 in 2018 respectievelijk € 257.000 in 2019, conform de uitgangspunten van de COELO-atlas.

 

De ontwikkeling van de lokale lastendruk in de gemeente Tubbergen is als volgt:

Geen eigen woning* (in €)

2018

2019

verschil

Verschil in %

Rioolheffing (tot 300 m³ waterverbruik)

73,50

74,50

1,00

1,36 %

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

80,00

36,80

80,00

42,40

0,00

5,60

0,0 %

15,22 %

Totaal

190,30

196,90

6,60

 3,47 %

Bij de berekening van de lokale woonlasten is uitgegaan van een gemiddelde woningwaarde van € 254.000 in 2018 respectievelijk € 257.000 in 2019, conform de uitgangspunten van de COELO-atlas.

 

Eigen woning (Gemiddelde woningwaarde: € 250.000*) (bedragen in €)

2018

2019

Verschil

In %

OZB*

311,00

315,00

4,00

  1,3% *

Rioolheffing (tot 300 m³ waterverbruik):

a. rioolheffing eigenaar

b. rioolheffing gebruiker

 

182,00

73,50

 

189,37

74,50

 

7,37

1,00

 

  4,0%

  1,36%

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

80,00

36,80

80,00

42,40

0,00

5,60

  0,0%

  15,2%

Totaal

683,30

701,23

17,93

  2,6%

* Rekening houdend met 1,3% inflatiecorrectie

Kwijtscheldingsbeleid

Kwijtschelding is één van de wijzen waarop een schuld teniet gaat. Kenmerk van kwijtschelding is, dat het gaat om belastingschuldigen die niet in staat zijn anders dan met buitengewoon bezwaar de belasting te betalen. Op grond van artikel 255 van de Gemeentewet bestaat de mogelijkheid om belastingplichtigen, die een inkomen en een vermogen beneden bepaalde minimum normen hebben, kwijtschelding te verlenen van hun belastingschuld.

 

Gemeenten beschikken hierin over een zekere mate van beleidsvrijheid. Gemeenten mogen ook zelf bepalen welke belastingsoorten in aanmerking komen voor kwijtschelding.

Tubbergen past kwijtschelding toe voor de volgende heffingen:

  • Afvalstoffenheffing: het basistarief
  • Rioolheffing en
  • Onroerendezaakbelastingen.

 

Aantal kwijtscheldingsverzoeken

 2018

 2019

Aanvragen: volledige afwijzing

32

32

Aanvragen: gedeeltelijke toewijzing

   3

0

Aanvragen:  volledige toewijzing

122 137

Totaal

157

159

 

 

 

Kwijtscheldingsbedragen  (bedragen x  €1.000)

2018

2019

Raming kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen

15

15

Werkelijke kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen

21

 20

Verschil tussen werkelijke kwijtschelding en raming

-/-6 -/-5

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de gemeente Tubbergen toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico’s te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, kan worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen.

Risicobeheersing en weerstandsvermogen

Op 1 juli 2014 is door de raad het Beleidskader risicomanagement vastgesteld en is op 9 juni 2015 het Stappenplan risicomanagement vastgesteld. In dit stappenplan staan 5 stappen beschreven:

  1. Bewust worden;
  2. Identificeren;
  3. Analyseren en beoordelen;
  4. Beheersen;
  5. Vooruitdenken.

 

Risicobeheersing 2019

In 2018 is voor de eerste keer de fraude-risicoanalyse uitgevoerd waarbij inzicht is verkregen in de top 5 risico’s met hoge prioriteit. In 2019 is hier een vervolg aangegeven door de risico’s met een ‘gemiddelde’ prioriteit (top 6) inzichtelijk te maken. Deze risico’s zijn opgenomen in ons risicosysteem Naris waarbij een koppeling is gemaakt naar bestaande beheersmaatregelen. Voor deze top 11 risico’s heeft verscherping van de bestaande beheersmaatregelen plaatsgevonden en zijn er diverse procesmatige implementaties gestart om verbeteringen te realiseren. De werking van deze procesmatige verbeteringen zijn getoetst in 2019 en de uitwerking daarvan zal  tijdens het jaarlijkse herijken van de fraude-risicoanalyse in 2020 nader uitleg en verscherping krijgen op de beheersmaatregelen waarvan onvoldoende effectiviteit is vastgesteld.

 

Het integraal risicomanagement wordt steeds meer binnen de organisatie gepositioneerd, dit komt tot uitdrukking in de verschillende programma’s/projecten en processen waarbij nu daadwerkelijk oog is voor risicomanagement en met name voor de beheersing van de risico’s. We zijn hierin duidelijk aan het groeien, maar het blijft voor ons als gemeentelijke organisatie een uitdaging om het risicomanagement niet alleen onbewust onderdeel van ons werkproces te laten zijn maar risico’s en kansen en de wijze waarop we daarmee om willen gaan juist ook expliciet en transparant te betrekken bij bestuurlijke besluitvorming. Daarbij is het noodzakelijk om risico’s niet te eenzijdig te benaderen vanuit het financieel perspectief, maar ook risico’s met impact op imago en doelstellingen inzichtelijk te maken. Ook is risico-informatie vaak een status quo en ontbreekt het inzicht in de wijzigingen in risico’s en de voortgang van beheersmaatregelen. Als laatste zien we ook mogelijkheden voor een extra impuls voor het voeren van het goede gesprek over risico’s.

 

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen:

  1. Een inventarisatie van de risico’s (risicoprofiel);
  2. Benodigde weerstandscapaciteit;
  3. Beschikbare weerstandscapaciteit;
  4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit.

Risicoprofiel en weerstandscapaciteit

Risicoprofiel

 In onderstaande tabel worden de 10 risico’s gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. 

 

Risico

Kans

Financieel gevolg

Invloed

Het niet (kunnen) verkopen van gemeentelijke eigendommen tegen taxatiewaarde

40%

max. €1.500.000

15.01%

Aanpak implementatie decentralisatie

50%

max. €1.000.000

12.54%

Algemene uitkering valt lager uit dan begroot

70%

max. €500.000

8.82%

Meldplicht datalekken: het weglekken of het onjuist/ongewild verspreiden van informatie

30%

max. €810.000

6.08%

Bezwaar- en beroepsprocedures inzake ruimtelijke  (bestemmings)plannen

40%

max. €500.000

5.05%

Stijgende loonkosten (t.o.v. huidige CAO)

50%

max. €250.000

3.76%

Verhoogde vraag naar voorzieningen (WWB)

90%

max. €150.000

3.39%

Verkrijgen en misbruik maken van persoonsgegevens door derden met als gevolg onrechtmatige besteding van het PGB-budget en onrechtmatig gebruik van voorzieningen.

50%

max. €250.000

3.16%

Nevenwerkzaamheden: onvoldoende inzicht in nevenwerkzaamheden van medewerkers en registratie daarvan

50%

max. €250.000

3.16%

Dividenden:  Als gevolg van tegenvallende jaarcijfers (resultaten) van een verbonden partij bestaat dat de kans dat het geraamde dividend in enig jaar niet (geheel) tot uitkering komt

30%

max. €250.000

2.54%

 

Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd (Monte Carlo). Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s (€12,6 miljoen) kunnen worden afgedekt met een bedrag van €2,9 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit).

 

Beschikbare weerstandscapaciteit 

 

Beschikbare  weerstandscapaciteit (x  €1.000)

Weerstand

Capaciteit

 

2019

Algemene reserve

4.543.000

Totale weerstandscapaciteit

4.543.000

 

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

 Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

 

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

 

Ratio weerstandsvermogen

 

=

beschikbare weerstandscapaciteit

 

=

€ 4.543.000

 

=

 

1,6

benodigde weerstandscapaciteit

€ 2.900.000

 

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.

Weerstandsnorm
Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A > 2.0 uitstekend
B 1.4 - 2.0 ruim voldoende
C 1.0 - 1.4 voldoende
D 0.8 - 1.0 matig
E 0.6 - 0.8 onvoldoende
F < 0.6 ruim onvoldoende

Het ratio valt dan in klasse B. Dit duidt op een ruim voldoende weerstandsvermogen. De confrontatie  met de door de gemeenteraad vastgestelde ratio van 1,5 en

de gevolgen daarvan betrekken we bij het opstellen van de perspectiefnota 2021 (inclusief 1e programmajournaal 2020)

Kengetallen

Om de financiële positie van de gemeente in beeld te brengen, stelt de gemeente Tubbergen jaarlijks een balans en een overzicht van de exploitatie in baten en lasten op. Maar voor een goed oordeel over deze financiële positie zijn aanvullende kengetallen nodig. Deze kengetallen bieden ondersteuning bij de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. Bovendien kan met deze kengetallen de gemeente Tubbergen goed worden vergeleken met andere gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien met andere kengetallen.

 

We onderscheiden 5 kengetallen:

1a. netto schuldquote

1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

2. solvabiliteitsratio

3. grondexploitatie

4. structurele exploitatieruimte

5. belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden

 

1a. Netto schuldquote

Dit kengetal zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. Hoe hoger de schuld, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Jaarrekening 2019

A

Vaste schulden

7.507 5.967 5.967

B

Netto vlottende schuld

4.306 2.916 5.456

C

Overlopende passiva

1.298 1.711 1.663

D

Financiële activa

2.213 1.985 2.569

E

Uitzettingen < 1 jaar

12.387 16.363 11.667

F

Liquide middelen

235 279 229

G

Overlopende activa

359 150 349

H

Totale baten

43.445 40.631 45.589

 

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

-4,6 -20,1 -3,8

 

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Zie netto schuldquote, maar dan gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Jaarrekening 2019

A

Vaste schulden

7.507 5.967 5.967

B

Netto vlottende schuld

4.306 2.916 5.456

C

Overlopende passiva

1.298 1.711 1.663

D

Financiële activa

1.017 926 850

E

Uitzettingen < 1 jaar

12.387 16.363 11.667

F

Liquide middelen

235 279 229

G

Overlopende activa

359 150 349

H

Totale baten

43.445 40.631 45.589

 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

-2,0 -17,5 0,0

 

2. Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hieronder wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger het aandeel, hoe gezonder de gemeente.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Jaarrekening 2019

A

Eigen vermogen

25.809 17.119 25.683

B

Balanstotaal

43.370 52.263 43.119

 

Solvabiliteit (A/B) x 100%

59,5 32,8 59,6

 

3. Grondexploitatie

Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

 

 

(bedragen x 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Jaarrekening 2019

A

Niet in exploitatie genomen bouwgronden

0 0 0

B

Bouwgronden in exploitatie

-569 70 -618

C

Totale baten

43.445 40.631 45.589

 

Grondexploitatie (A+B)/C x 100%

-1,3 0,2 -1,4

 

4. Structurele exploitatieruimte

Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Jaarrekening 2019

A

Totale structurele lasten

40.390 39.248 41.103

B

Totale structurele baten

41.166 38.122 43.718

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

327 0 0

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

327 0 0

E

Totale baten

43.445 40.631 45.589

 

Structurele exploitatieruimte (B-A)+(D-C)/E x 100%

1,8 -2,8 5,7

 

5. Belastingcapaciteit

Dit kengetal geeft de ruimte weer die de gemeente Tubbergen heeft om zijn belastingen te verhogen. De ozb is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomst. Een hoog tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan in hoeverre de gemeente al gebruikt heeft moeten maken van deze optie.

 

 

(bedragen in €)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Jaarrekening 2019

A

Ozb-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

Ozb-lasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde van een woning in de gemeente Tubbergen (uitgangspunt COELO-atlas)

288 315 283

B

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

256 264 264

C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

117 117 122

D

Eventuele heffingskorting

n.v.t. n.v.t. n.v.t.

E

Totale woonlasten (A+B+C+D)

661 696 669

F

Woonlasten landelijk gemiddelde

721 740 740

 

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100%

92% 94% 90%

 

Totaal tabel kengetal en uitkomst

Kengetal Uitkomst (%)

Jaarrekening 2018 Begroting 2019 Jaarrekening 2019

Netto schuldquote

-4,6 -20,1 -3,8

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen

-2,0 -17,5 0,0

Solvabiliteit

59,5 32,8 59,6

Grondexploitatie

-1,3 0,2 -1,4

Structurele exploitatieruimte

1,8 -2,8 5,7

Belastingcapaciteit

92% 94% 90%

Onderhoud kapitaalgoederen

Kaders en cijfers

Kaders

Wettelijk

De relevante wettelijke kaders zijn:

  • Gemeentewet: Waarin door de gemeenteraad is vastgelegd welke regels voor de waardering en afschrijving van activa gelden. De in artikel 212 Gemeentewet bedoelde verordening is de ‘Financiële verordening gemeente Tubbergen (2017)’.
  • Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): Op grond van artikel 12 moeten de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in deze paragraaf aan de orde komen.
  • Burgerlijk Wetboek: Waarin opgenomen de gemeentelijke taak als ‘goed wegbeheerder’ om te zorgen dat het gebruik van de weg geen risico oplevert voor de weggebruiker (wettelijke aansprakelijkheid).
  • Wet Milieubeheer: Waaruit de verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Riolerings-plan is voortgekomen.

 

Algemeen financieel

De kosten van het reguliere en ‘groot’ onderhoud van de kapitaalgoederen wegen (inclusief bruggen en duikers), groen en gebouwen zijn in het algemeen gedekt via structurele onderhoudsmiddelen in de begroting.

Vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten met betrekking tot de riolering worden gedekt via de rioolheffing.

Grotere vervangingsinvesteringen voor kapitaalgoederen, uitgezonderd rioleringen, nemen we in het algemeen als incidentele investeringen op in de begroting. De raad stelt de incidentele vervangingsinvesteringen vast.

Voor gebouwen worden de kosten voor het groot onderhoud door de raad beschikbaar gesteld uit de voorziening ‘Planmatig onderhoud gebouwen’.

 

Algemeen technisch/inhoudelijk

Voor het beheer van wegen en groen wordt de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW (de onafhankelijke kennisorganisatie voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid) toegepast. Bij het onderdeel Beleid & beheer gaan we hier nader op in.

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2019-2024) zijn de kaders en verplichtingen aangegeven voor riolering en water. In het GRP is vastgelegd hoe we verbeteringsmaatregelen op het rioolsysteem toepassen en hoe we onderhoud uitvoeren. Het GRP is door de raad vastgesteld.

Voor het beheer van gebouwen is een MOP (meerjaren onderhoudsprogramma) vastgesteld, waarin de onderhoudsniveaus zijn aangegeven.

 

Kerncijfers

Voor de onderscheiden kapitaalgoederen zijn in de tabel hieronder de kencijfers vermeld:

 

Aspect

Binnen de kom

Buiten de kom

Wegen

Weglengte totaal

83 km

380 km

 

Oppervlakte elementenverharding

53.5 ha

11 ha

 

Oppervlakte asfaltverharding

23 ha

65 ha

 

Oppervlakte betonverharding

2 ha

33 ha

 

Oppervlakte overige

2 ha

59 ha

 

Aantal bruggen

3 st

38 st

 

Aantal duikers

12 st

1090 st

Riolering

Gemengde hoofdriolering

70 km.

 

(verbeterd) Gescheiden stelsel hoofdriolering

22 km.

 

Kolken

6.600

 

Pompunits drukriolering buitengebied

422

 

Drukriolering buitengebied

85 km.

 

Rioolgemalen

41

 

Persleidingen

5 km.

 

IT riolen

10 km.

 

Wadi’s

27

 

Bergbezinkbassins

12

 

Externe overstorten

22

 

Interne overstorten, stuwputten, wervelventielen, etc.

16

Groen

Beplantingsoppervlakte (natuurlijk)

6 ha

-

 

Beplantingsoppervlakte (in cultuur)

11 ha

1 ha

 

Oppervlakte gazon

31 ha

1 ha

 

Aantal bomen

4.960 st

9.000 st

Gebouwen

Schoolgebouwen

12.796 m²

 

Sportaccommodaties

5.770 m²

 

Maatschappelijk/culturele functies

2.674 m²

 

Monumenten

266 m²

 

Eigen bedrijfsvoering

5.780 m²

Beleid en beheer

Algemeen

Het onderhoudsniveau van de openbare ruimte is vastgesteld in het beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Dit plan, dat uitgaat van de systematiek om te werken volgens zogeheten beeldkwaliteit, is door de raad vastgesteld in 2010.

 

Voor het beheer van de wegen en het groen gebruiken we de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW. In de catalogus is met foto’s aangegeven wat de relatie is tussen beeldkwaliteit (foto) en het onderhoudsniveau (A, B, etc.). De raad heeft daarmee vastgesteld op welk niveau de verschillende kapitaalgoederen c.q. delen van de openbare ruimte worden onderhouden. Daarbij is desgewenst voor de onderscheiden gebiedstypen (binnen of buiten de kom; hotspots) per beheergroep/kapitaalgoed het onderhoudsniveau vastgelegd.

 

Hulpmiddel bij het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen zijn de beheersystemen (GBI) en de koppeling die per 1 januari 2016 wordt gemaakt tussen de beheersystemen en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Door het integrale karakter van het systeem is het een sterk instrument voor het opstellen van beleid voor de openbare ruimte. Zo kunnen we optimaal met kosten omgaan.

 

Wat de gebouwen betreft is gemeente Tubbergen in veel gevallen slechts verantwoordelijk voor het groot onderhoud. De verantwoordelijkheden voor het dagelijks, klein en groot onderhoud zijn vastgelegd in huurcontracten of gebruiksovereenkomsten. Voor de schoolgebouwen heeft de TOF (de Tubbergse Onderwijs Federatie) de verantwoordelijkheid over het dagelijks, klein en groot onderhoud. Het dagelijks en klein onderhoud van de gebouwen voor de eigen bedrijfsvoering vallen onder de verantwoordelijkheid van Noaberkracht (gemeenschappelijke regeling).

 

Wegen

Voor het beheer van de wegen gebruiken we de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW en de systematiek Rationeel wegbeheer. Jaarlijks beoordelen we de wegen in kwalitatieve zin met een visuele inspectie. Op basis van de resultaten uit de visuele inspecties, en de gewenste kwaliteitsniveaus worden onderhoudsmaatregelen bepaald.

 

Om onderhoudsmaatregelen te prioriteren zijn de arealen onderverdeeld in structuurelementen. Dat zijn wegvakken met een min of meer vergelijkbare gebruiksfunctie. Als structuurelement zijn gebruikt de categorieën Hoofdweg, Buitengebied, Woongebied, Bedrijventerrein en Centrum. Binnen de categorie buitengebied is onderverdeling gemaakt in klassen Standaard, Fietsroute en Extensief (wegen van laagste orde). Binnen Centra is ook de categorie Hot-Spot onderscheiden.

 

Ook is een onderscheid gemaakt naar de aard van de verharding. Gesloten verhardingen als asfalt of beton vergen een geheel andere wijze van onderhoud dan elementenverhardingen en worden daarom afzonderlijk benaderd. Daarnaast is een onderscheid gemaakt naar verhardingsfunctie (rijbaan, fietspad, voetpad en overige (inritten, parkeervakken etc.). Door gebruik te maken van de genoemde indelingen wordt de mogelijkheid geboden om gedifferentieerd om te gaan met kwaliteit voor de verschillende categorieën.

 

Het kwaliteitsniveau is aangeduid tussen niveau A (goed) en D (slecht). In 2016 hebben we een meerjaren onderhoudsprogramma voor de kapitaalgoederen wegen en kunstwerken vastgesteld. Daarbij is vastgesteld dat we het wegenonderhoud gedifferentieerd gaan uitvoeren op basis van de reeds vermelde functionele indeling van wegen. Daarbij is vastgesteld de hieronder staande kwaliteit te gaan hanteren.

 

Gewenste

kwaliteit

Bedrijventerrein

Buitengebied

Buitengebied

Extensief

Fietspaden/

recreatief

Centra

Hotspot

Hoofdweg

Woongebied

Asfalt

Rijbanen

C

C

C

C

 

 

C

C

Fietspad

 

 

 

C

 

 

C

C

Voetpaden

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige

 

 

 

 

 

 

C

C

Beton

Alle

C

C

C

C

 

 

C

C

Elementen

Rijbanen

C

C

C

C

B

B

C

C

Fietspad

 

 

 

 

 

 

C

 

Voetpaden

C

 

 

C

B

B

C

B

Overige

C

C

C

C

B

 

C

C

 

Kwaliteitsniveau

 

A

B

C

D

Asfalt/beton

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Groot

Zeer groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

Elementen

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Matig

Groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Heel onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

Bij de keuze voor deze kwaliteitsniveaus horen de effecten zoals weergegeven in bovenstaande tabel.

 

Het meerjaren onderhoudsprogramma betreft ook de civiele kunstwerken. We hebben in dat programma vastgelegd dat we voor de bruggen en duikers een beheer- en monitoringsprogramma gaan toepassen voor het gepland onderhoud. Vastgelegd is dat we ook hier het basisniveau “C” gaan hanteren. Op basis van inspecties van de kunstwerken zal een onderhouds- en vervangingsprogramma worden opgesteld. We richten ons daarbij in eerste instantie op monitoring aangezien we op dit moment geen actueel beeld van de kwaliteit hebben. Zodra de resultaten vanuit het inspectie/ en monitorings-programma bekend worden zal indien noodzakelijk de hoogte van dit bedrag opnieuw worden bezien.

 

Openbare verlichting

Het beleidsplan ‘Verlichten openbare ruimte’ is in 2011 opgesteld en hierin zijn de uitgangspunten en keuzes voor het beleid beschreven. Sociale veiligheid en verkeersveiligheid spelen daarbij een rol en ook houden we rekening met milieuaspecten, lichthinder en lichtvervuiling. Bij vervanging toetsen we aan het beleidsplan; dat geldt uiteraard ook voor nieuwe voorzieningen.

 

Het onderhoud van de openbare verlichting is geregeld via een meerjaren onderhoudsbestek met in totaal zeven gemeenten. In totaal worden ca. 3600 lichtpunten onderhouden. Grootschalig onderhoud en vervanging pakken we bij voorkeur planmatig aan als onderdeel van een groter renovatieproject.

 

Energiebesparing en duurzaamheidsdoelstellingen behalen we door vervanging van de huidige verlichting door LED verlichting. LED verlichting is binnen het ideaal doel ‘Bestendigen’ binnen het thema Mobiliteit & Bestendigheid behandeld.

 

Riolering

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2013-2018) zijn de kaders en het beleid vastgelegd voor het onderhoud en vervanging van de riolering, maar ook voor verbeteringsmaatregelen. Jaarlijks inspecteren we de riolering. De kwaliteit van de riolering bepalen we met analyse van video-inspecties, waarbij inspectiecatalogus NEN3399 wordt gebruikt. Kwaliteitskwalificaties lopen uiteen van ‘uitstekend’ tot ‘zeer slecht’. Strengen met de kwalificatie ‘slecht’ en ‘zeer slecht’ komen voor reparatie of vervanging in aanmerking. De keuze van de toe te passen onderhoudsmaatregel is afhankelijk van omgevingsfactoren en de eventuele afstemming met andere werkzaamheden.

 

Naast de periodieke (onderhouds)inspecties monitoren we dagelijks monitoring het rioolsysteem met een hoofdpost. Via online monitoring worden storingen en calamiteiten automatisch gemeld.

 

Groen

De kwaliteit van groenvoorzieningen wordt primair bepaald op basis van beeldkwaliteit. Hiervoor gebruiken we ook de (beeld)kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW, maar dan vooral om vast te leggen volgens welk kwaliteitsniveau we het groen moeten onderhouden. Hiermee is de basis gelegd voor het onderhoudsbestek. Maandelijks monitoren we steekproefsgewijs de kwaliteit van het groenareaal. Bij goed onderhoud van het groenareaal treedt geen kapitaalvernietiging op. Cultuurbeplanting heeft een eindige levensduur en zal dan door middel van cyclisch vervangen weer op peil worden gebracht.

 

Afhankelijk van de locatie zijn minimale beeldkwaliteitsniveaus vastgesteld door de raad. In het algemeen is kwaliteitsniveau C het gewenst niveau. Bij ‘hotspots’ geldt het hogere kwaliteitsniveau A.

 

Voor bomen voeren we naast beeldkwaliteit ook een wettelijke veiligheidsinspectie uit (Visual Tree Assessment). Daarbij bepalen we op grond van het risicoprofiel welke inspectiefrequentie nodig is en welke eventuele onderhoudsmaatregelen nodig zijn.

 

Gebouwen

De directe taak betreft het beheer en (groot) onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. Daar waar het gaat om het energiegebruik en het dagelijks onderhoud is Noaberkracht verantwoordelijk. Het groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is opgenomen in de meerjaren onderhoudsplanning (MOP). De MOP is opgesteld volgens NEN2767 en is gericht op de instandhouding van kwaliteitsniveau 2 en 3 (op een schaal van 1 tot 6).

 

De MOP heeft een inventarisatie-cyclus van 4 jaar en de administratieve actualisatie is elk jaar. Op grond van de hieruit voortvloeiende planning wordt de voorziening voor het groot onderhoud op peil gebracht. Het jaarlijks onderhoud gebeurt waar mogelijk in overleg met de gebruiker/beheerder van het betreffende pand (check op nut en noodzaak).

 

Onderhoudsplannen

Voor de onderscheiden kapitaalgoederen zijn onderhoudsplannen opgesteld, waarin is aangegeven op welk kwaliteitsniveau het kapitaalgoed wordt onderhouden. Goede onderhoudsplannen en de consequente uitvoering ervan zijn noodzakelijk. Door het onderhoud volgens planvorming uit te voeren kunnen we, vooral bij wegen, aansprakelijkheidsstellingen tot een minimum beperken.

 

Afstemming

Jaarlijks stemmen we de onderhoudsplannen voor wegen, riolering en groen op elkaar af. Soms is het mogelijk om het onderhoud in technische en/of financiële zin te combineren. Dat heeft de voorkeur wanneer we daarmee ook de effecten voor de omgeving of de samenleving positief beïnvloeden.

 

Beleidsplannen in ontwikkeling

De beleidsnota onderhoud kapitaalgoederen is wat betreft de arealen wegen en kunstwerken in 2016 vastgesteld. De ontwikkelingen op deze arealen worden permanent gemonitord en waar mogelijk doorvertaald naar het geplande onderhoud.

 

Gebouwen

De ontwikkelingen op het gebouwenareaal worden permanent gevolgd en waar mogelijk doorvertaald op het geplande onderhoud.. Daar waar onduidelijkheden over de toekomstige functie van gebouwen aan de orde zijn, krijgt het onderhoud maatwerk. Sinds 2015 heeft de Tubbergse Onderwijs Federatie (TOF) de verantwoording voor al het onderhoud van de schoolgebouwen.

 

Externe beleidsontwikkelingen die impact hebben op onderhoud

Landelijk wordt gewerkt aan een nieuwe richtlijn voor lokale bruggen, die met de huidige systematiek voor inspectie vaak (onterecht) het stempel ‘einde levensduur’ of ‘afgekeurd’ krijgen. Dat komt omdat lokale bruggen nu vaak beoordeeld worden op grond van normen die voor bruggen op rijkswegen gelden – en die zijn te zwaar voor de lokale omstandigheden. Het initiatief hiertoe is in 2015 gestart en inhoudelijke voorstellen worden in 2016 verwacht. De uitkomsten hiervan zijn ook van belang voor de pilot met het assetmanagement op bruggen.

Kwaliteit en financieel

Kwaliteit

Wegen

In 2016 hebben we het meerjaren onderhoudsprogramma vastgesteld. Daarbij hebben we besloten om de algehele kwaliteit van het wegenareaal op niveau C te gaan onderhouden. Voetpaden in woongebieden en HotSpots worden onderhouden op kwaliteit B.  De vastgestelde kwaliteitsniveaus zijn geïmplementeerd in ons beheersysteem. Het ingrijpmoment voor onderhoud is in overeenstemming met het vastgestelde onderhoudsniveau. Veiligheid voor de weggebruiker staat voorop. Het budget is in principe toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau te houden.

 

Bruggen

In 2016 hebben we het meerjaren onderhoudsprogramma vastgesteld. Daarbij hebben we besloten het jaarlijks budget te verhogen en toe te voegen aan de onderhoudsreserve. In 2019 is gestart met het in kaart brengen van de actuele kwaliteit van de bruggen. Op basis van die uitkomsten zal een uitvoeringsprogramma voor onderhoud worden uitgevoerd. 

 

De CROW-CUR Aanbeveling 124:2019 voor ‘Constructieve veiligheid bestaande bruggen en viaducten van decentrale overheden’ is eind 2019 gepresenteerd. De NEN-normen 8700:2011 en 8701:2011 worden hierop aangepast. In feite worden de normen voor gemeentelijke kunstwerken in bepaalde situaties verlicht. In de huidige normen worden dezelfde eisen gesteld voor kunstwerken van Rijkswaterstaat als gemeentelijke kunstwerken, terwijl de verkeersintensiteit en belasting anders is. De eisen waren zo streng, dat vooral veel kleinere bruggen en viaducten moesten worden afgekeurd. Daarom was er behoefte aan een aanpassing. Zodra de definitieve NEN-normen zijn vastgesteld kan worden bezien in hoeverre de gemeentelijke kunstwerken nog voldoen.

 

Rioleringen

In financieel opzicht zijn de kosten van het rioleringsonderhoud en de rioolvervangingen gedekt via het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). We voeren een versneld inspectieprogramma uit waarbij we de oude rioleringen (aanlegjaar voor 1970) en de strengen waar injectiepunten van drukriolering lozen, inspecteren. Het gaat om een relatief klein onderdeel van het gehele areaal. Meldingen en tussentijdse inspecties geven vooralsnog geen aanleiding om te spreken van achterstallig onderhoud.

 

Het rioolstelsel voldoet aan de basisinspanning zoals die in het GRP is benoemd. Er moeten in samenwerking met het waterschap bij en naar de zuivering van Tubbergen nog enkele grote vervangingsinvesteringen worden uitgevoerd. Deze maatregelen zijn opgenomen in het GRP.

 

Groen

De schouw/inspectie van het groenareaal geeft aan dat we voldoen aan de daaraan gestelde eisen en kwaliteitsniveaus. Cultuurbeplanting heeft een eindige levensduur en zal zoveel mogelijk worden vervangen.

 

Gebouwen

Elk jaar inspecteren we de gebouwen, waarbij we de volgens de meerjaren onderhoudsplanning (MOP) geplande onderhoudswerkzaamheden beoordelen op nut en noodzaak. De daadwerkelijke uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden doen we aan de hand van de inspecties. Daarna actualiseren we de MOP. Zo ontstaat een jaarlijks actuele MOP, waarin het niveau van het onderhoud (dagelijks en groot onderhoud) van de gebouwen op een financieel verantwoorde wijze gewaarborgd blijft.

 

Financieel

Structurele financiële onderhoudsgelden gebruiken we in beginsel voor het reguliere en ‘groot’ onderhoud voor wegen en groen. Onderhouds- en vervangingsinvesteringen voor riolering dekken we uit het rioolfonds. Als gevolg van afstemming van onderhouds- of vervangingsmaatregelen is het mogelijk om structurele onderhoudsgelden aan te vullen met incidentele middelen op grond van investeringen of met middelen uit de rioolheffing. Ook andere interne en externe bronnen van financiering zijn mogelijk, bijvoorbeeld middelen uit de reserves of bijdragen van externe partijen.

 

Wegen

Het regulier onderhoud wordt aangepakt, zoals wordt aangegeven door het meerjaren onderhouds programma, die jaarlijks wordt geactualiseerd. Binnen dit programma wordt eveneens rekening gehouden met een percentage  voor onvoorziene omstandigheden en tegenvallers. De reserve 'wegen en kunstwerken' is bedoeld om planmatig groot onderhoud gelijkmatig over de begrotingsjaren te verdelen.

 

Bruggen

In 2016 hebben we het “Meerjaren onderhoudsprogramma” vastgesteld. Besloten is daarbij tot een nader onderzoek om de kwaliteit van de kunstwerken in kaart te brengen. Vooruitlopend hierop is besloten met ingang van 2017 structureel €50.000 toe te voegen aan het budget. 

 

Rioleringen

De beschikbare middelen voor de riolering zijn voldoende om het stelsel op niveau te houden. Het streven is te komen tot het ideaalcomplex. Hierbij sparen we voor rioolvervangingen, zodat we deze direct af kunnen schrijven. De kapitaallasten lopen dan niet op. De gedachte hierachter is dat we de financiële gevolgen van de in stand houding van het rioolsysteem niet naar volgende generaties doorschuiven. Dit is vastgelegd in het GRP 2019-2024.

 

Gebouwen

Voor het groot onderhoud van de gebouwen staat de reserve ‘Groot onderhoud gemeentelijke gebouwen’ ter beschikking. Jaarlijks nemen burgemeester en wethouders besluiten over de geplande onderhoudswerkzaamheden en –kosten. In die zin gebruiken ze de meerjaren onderhoudsplanning ook als middel om verantwoording af te leggen over de onderhoudsstaat van de gemeentelijke gebouwen.

Financiering

Financiering

Algemeen

De wet financiering decentrale overheden (fido) bevordert een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. De wet kent een onderscheid tussen regels voor korte financiering (kasgeldlimiet) en regels voor lange financiering (renterisiconorm). Het onderscheid is gelegd bij één jaar.

 

Kasgeldlimiet en korte financiering

De kasgeldlimiet heeft als doel de financiële gevolgen van schommelingen in de rente op korte leningen (< 1 jaar) te beheersen. De limiet is bepaald op 8,5% van de totale begroting.

 

Een kasgeldlimiet van €3,8 miljoen betekent dat Tubbergen in 2019 tot een bedrag van €3,8 miljoen met kort geld ( looptijd < 1 jaar) mag financieren.

Kasgeldlimiet

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2019

 44,3

Vastgesteld percentage

         8,50%

Kasgeldlimiet

3,8

 

Renterisiconorm en lange financiering

De renterisiconorm is een instrument voor de beheersing van het risico van een rentewijziging. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maar 1/5e deel van de totale begroting aan rentegevoeligheid onderhevig zijn.

 

Renterisiconorm

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2019

44,3

Vastgesteld percentage

       20%

Renterisiconorm

   8,9

Renterisico: herfinanciering + renteherziening

                      0

Ruimte

         8,9

 

In 2019 wordt geen renterisico gelopen volgens de renterisiconorm.

 

Leningen

Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de geldleningen in 2019:

 

Leningen (opgenomen)

(bedragen x €1 mln)

Beginstand per 1 januari 2019

 7,5

Bij:

nieuwe leningen t.b.v. investeringen

                0,0

Af:

reguliere aflossingen

                   1,5

 

vervroegde aflossingen

                    0,0

Eindstand per 31 december 2019

6,0

 

Algemene ontwikkelingen

 Geldleningen

In 2019 zullen geen renteherzieningen plaatsvinden. De reguliere aflossingen in 2019 zijn € 1,5 miljoen en de rentelasten €118.000.

 

Rentevisie, liquiditeit en schatkistbankieren

De gemeente Tubbergen heeft gekozen voor spreiding in de financieringsmogelijkheden.  Door een actuele liquiditeitsplanning kan worden ingespeeld op eventuele tekorten of overschotten in de toekomst. Zo wordt door het aantrekken van langlopende geldleningen ingespeeld op eventuele liquiditeitstekorten voor de lange termijn. 

 

Eventuele voorziene tekorten op de korte termijn worden opgevangen door het aantrekken van 1 maands geldleningen. Het 1 maands rentetarief is op dit moment  negatief. Dat betekent dat de gemeente bij het aantrekken van een kasgeldlening met een looptijd van 1 maand rente ontvangt.

 

Eventuele liquiditeitsoverschotten worden als gevolg van schatkistbankieren automatisch afgeroomd naar onze bankrekening bij het Ministerie.

 

EMU Saldo

Het EMU saldo is in grote lijnen het exploitatiesaldo voor bestemming plus de afschrijvingen min de investeringen over een bepaald jaar. Voor 2019 is het EMU-saldo - €0,5  mln.   

Verbonden partijen

Inleiding

Inleiding


Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt. Het aangaan van banden met verbonden derde partijen komt altijd voort uit het publieke belang. Het is een manier om een bepaalde publieke taak uit te voeren.

Op 25 februari 2019 heeft uw raad het Beleidskader verbonden partijen 2019 vastgesteld en kennisgenomen van de door ons college vastgestelde Spelregels bestuur en toezicht verbonden partijen. In het beleidskader zijn de volgende punten verder uitgewerkt:
1. Afwegingskader deelname verbonden partijen
2. Bestuurlijke rollen (eigenaar en opdrachtgever)
3. Toezicht op verbonden partijen
4. Informatievoorziening aan de raad

Door het vaststellen van het Beleidskader verbonden partijen 2019 beschikt de gemeente over een afwegingskader voor toekomstige besluitvorming over toe- en uittreden bij verbonden partijen. Daarnaast geeft dit beleidskader aan hoe de gemeente grip op verbonden partijen wil vormgeven en welke rollen de gemeente daarbij heeft.

Deze paragraaf is om twee redenen voor u van belang. Op de eerste plaats voeren verbonden partijen vaak beleid uit dat de gemeente in principe zelf ook kan doen. De gemeente blijft de uiteindelijke verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma’s. Er blijft dus voor u nog steeds een kader stellende en controlerende taak over bij die programma’s. De tweede reden betreft de kosten - het budgettaire beslag- en de financiële risico’s die de gemeente met de verbonden partijen kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen.

De risicoanalyse van de verbonden partijen is dit jaar voor de derde keer uitgevoerd met behulp van het pakket Naris Self Assesment. Hierbij werken we samen met de gemeente Almelo, Hengelo en Enschede.

De risico's voor de verbonden partijen worden geïnventariseerd met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst. De vragen worden samengevat in acht indicatoren, die gezamenlijk een beeld geven van het risicoprofiel. De indicatoren zijn: directie/bestuur, eigenaarsbelang, marktomgeving, flexibiliteit, contracten, opdrachtgeversrelatie, governance, control en kwaliteit. Het financieel belang is gebaseerd op een brede definitie. Dat betekent dat er onder meer rekening wordt gehouden met de exploitatiebijdrage, de boekwaarde van aandelen, dividenden, subsidies, afgenomen werkzaamheden en verstrekte leningen en garanties. De verbonden partijen waarbij de gemeente een groot financieel belang heeft en die een hoge risicoscore kennen, vormen een belangrijk risico voor de gemeente.

De ingevulde vragenlijsten hebben geleid tot de in de onderstaande grafieken opgenomen risicoscores. Hierbij is een onderscheid gemaakt in privaatrechtelijke en publiekrechtelijke verbonden partijen.

De verbonden partijen waarbij de gemeente Tubbergen betrokken is, worden hieronder beschreven.

Verbonden partijen gemeente Tubbergen

Risico's verbonden partijen

Grondbeleid

Grondbeleid

Paragraaf Grondbeleid

 

Inleiding

In deze paragraaf treft u de stand van zaken en de voortgang van de verschillende grondexploitaties over het jaar 2019 aan. De belangrijkste ontwikkelingen in 2019 waren:

  1. Verkoop van 18 woningbouwkavels;
  2. Start kavelverkoop De Marke;
  3. Het opstarten van de ontwikkeling Hutten 2e fase.
  4. Het verwerven van een strategische grondpositie in Manderveen;

(deze is verantwoord in de staat materiële vaste activa)

 

Grondbeleid

De Raad heeft op 13 juli 2016 de Nota Grondbeleid vastgesteld:

  • Conform het provinciaal beleid mag Tubbergen bouwen voor lokale (eigen) behoefte en zijn definitieve afspraken gemaakt over een verschuiving van uitbreiding naar inbreiding.
  • In het kader van de prestatieafspraken met de Provincie Overijssel zijn afspraken gemaakt over het aantal woningen dat Tubbergen tot 2026 mag realiseren.
  • Het grondbeleid is ondersteunend aan de behoeftes uit de prestatieafspraken op de terreinen van volkshuisvesting en bedrijventerreinen.

Het grondbeleid van de gemeente is een instrument om (ruimtelijke) doelstellingen te bereiken. De nota Grondbeleid is een kader, waarmee sturing wordt gegeven aan de beleidsdoelstellingen volkshuisvesting, ruimtelijke ontwikkeling en economie.

 

De complexen in 2019

Vanaf 1 juli 2019 is het BBV op het onderdeel grondexploitatie aangescherpt. Het grondbedrijf bestaat alleen nog uit de complexen in exploitatie; voor deze complexen heeft de raad een grondexploitatie vastgesteld en er is een concreet voornemen tot ontwikkeling, waarbij de bouwcapaciteit is vastgelegd inde vastgestelde Woonvisie of Bedrijventerreinenvisie. De gronden van de overige complexen maken onderdeel uit van de vaste activa en maken financieel gezien geen onderdeel uit van het grondbedrijf. Jaarlijks worden alle grondexploitaties verplicht geactualiseerd.

 

Complexen in exploitatie

Dit overzicht heeft betrekking op de complexen waarvoor de Raad een grondexploitatie heeft vastgesteld.

Per complex:

  1. is een faseringsschema voor de nog te realiseren kosten en opbrengsten voor de komende jaren opgesteld;
  2. zijn de grondprijzen uit de vastgestelde grondprijsbrief 2020 opgenomen als basis voor de nog te realiseren inkomsten.

Door elk jaar alle grondexploitaties te actualiseren wordt bij vaststelling van de jaarrekening de hoogte van de winst- en/of verliesnemingen in beeld gebracht.  

 

Woningbouwcomplexen

  1. Binnenveld: het woonrijp maken wordt in 2020 afgerond.
  2. Hutten: het woonrijp maken wordt in 2020 afgerond.
  3. Weemselerveld Zuid: de laatste 2 kavels zullen naar verwachting in 2020 worden verkocht.
  4. Weemselerveld 3e fase: de laatste kavel zal naar verwachting in 2020 worden verkocht.
  5. Dannenkamp: het woonrijp maken wordt in 2020 afgerond.
  6. Steenbrei de laatste kavel zal naar verwachting in 2020 worden verkocht.
  7. Knooperf: in 2020 zal de laatste grondtransactie met de ontwikkelaar worden afgerond, daarmee kan het complex in 2020 worden afgesloten.
  8. De Scholt: In 2019 is 1 kavel verkocht.
  9. Bessentuin: In 2019 is 1 kavel verkocht.
  10. De Marke: In 2019 zijn alle 6 kavels verkocht.

 

Resume

In 2019 zijn in totaal 18 kavels verkocht waar we op begrotingsbasis uitgingen van 14 kavels. De voorraad niet verkochte kavels bedraagt 12 stuks waarvan per ultimo 2019 voor acht kavels verkoopovereenkomsten zijn gesloten. Daarnaast verwachten we dat de kavels in Hutten 2e fase vanaf 2021 beschikbaar kunnen komen.

 

Winstnemingen

Deze worden verplicht bepaald door het toepassen van de "poc-methode". De verhouding tussen de nog te realiseren kosten en de nog te realiseren opbrengsten ten opzichte van het te verwachten eindresultaat is de hoogte van de winstneming. Omdat de te verwachten eindresultaten voorlopige eindresultaten zijn, kunnen deze jaarlijks variëren: dit heeft invloed op de hoogte van de winstneming. Daarom komt het voor dat  een enkele winstneming in het voorgaande jaar gecorrigeerd dient te worden.

 

Financiële resultaat

In 2019 is voor een totaalbedrag van €1,3 miljoen aan inkomsten gerealiseerd. Hier stonden kosten van €1,1 miljoen (o.a. verwervingen, bouw- en woonrijp maken, plankosten en rente) en een winstneming van €0,5 miljoen tegenover. Daarmee is de boekwaarde van het grondbedrijf van -€0,5 miljoen gedaald naar -€0,3 miljoen.

 

Risico's

De boekwaardes van de grondexploitaties zijn cumulatief doorgerekend met de kans op een rentestijging van 1%, de stagnatie van grondverkopen voor woningbouwkavels in een periode van 2 jaar en een periode van 4 jaar voor bedrijfskavels, een extra kostenstijging bouw- en woonrijp maken van 3% bovenop de reeds gehanteerde kostenstijging voor een periode van 3 jaar en de kans op tegenvallers in het bouw- en woonrijp maken. Dit betrekken wij bij de berekening van onze benodigde weerstandscapaciteit in relatie tot het beschikbare weerstandsvermogen. Hiervoor verwijzen wij u naar de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.

 

Bedrijfsvoering

Beleidsindicatoren

Voor de gemeenten Dinkelland en Tubbergen is de bedrijfsvoering binnen Noaberkracht georganiseerd. De begroting 2019 van Noaberkracht is door het bestuur van Noaberkracht vastgesteld nadat beide gemeenteraden de mogelijkheid hadden een zienswijze in te dienen. Noaberkracht ondersteunt Tubbergen in het streven naar een vitale en zelfredzame samenleving. Noaberkracht heeft een focus op resultaat (de goede dingen goed doen). Daarom is het belangrijk dat Noaberkracht een wendbare organisatie blijft, die snel kan inspelen op veranderingen in de samenleving.

 

De beleidsindicatoren geven een beeld van de prestaties hoe de besteding van de beschikbare middelen gaat plaatsvinden. In meetbare eenheden zullen de beleidsindicatoren informatie verschaffen over de interne beleidsprestaties maar ook in vergelijking met andere overheden. Onderbouwde keuzes kunnen worden gemaakt om te kunnen bijsturen als de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Naast opname in de begroting worden deze indicatoren digitaal beschikbaar gesteld op de website waarstaatjegemeente.nl.

 

Beleidsindicatoren begroting 2019 
Bron: Vensters voor bedrijfsvoering 2018  
Peildatum: 1-1-2019  
     
Indicator Waarde Eenheid
Financieel    
Omvang formatie 6,65 fte per 1.000 inwoners
Omvang bezetting 7,85 aantal medewerkers per 1.000 inwoners
Omvang overhead 11,5% Overhead (percentage van de totale kosten)
Apparaatskosten €658 kosten per inwoner
Externe inhuur 11,9% kosten externe inhuur gedeeld door de totale loonsom plus kosten externe inhuur
Maatschappelijk    
Afstand tot de arbeidsmarkt 0,5% percentage medewerkers met een "afstand tot de arbeidsmarkt"
HRM    
Bezetting t.o.v. formatie 100% aantal fte's bezetting t.o.v. aantal fte's formatie in de gehele organisatie
Vrouwen in leidinggevende positie 15% aantal vrouwen in leidinggevende positie gedeeld door het totaal aantal leidinggevenden
Ziekteverzuim 3,80% de verzuimde dagen in 2017 gedeeld door het totaal aantal beschikbare dagen in 2017, keer 100%
Frequentie ziektemeldingen 0,6 het gaat om het gemiddeld aantal ziektemeldingen per medewerker over 217
Vergroening (35-) 16% aantal medewerkers tot 35 jaar gedeeld door het totaal aantal medewerkers
Vergrijzing (55+) 35% percentage medewerkers van 55 jaar of ouder t.o.v. het totaal aantal medewerkers
Instroom 9% ingestroomde medewerkers in 2017 gedeeld door het aantal medewerkers op 1-1-2017
Uitstroom 3% vertrokken medewerkers in 2017 gedeeld door het aantal medewerkers op 1-1-2017
Interne mobiliteit 7% aantal medewerkers geplaatst op interne vacatures gedeeld door het aantal medewerkers op 1-1-2017
Klant    
Betaaldiscipline 94% percentage inkoopfacturen dat binnen wettelijke termijn wordt betaald
E-facturering 3 deze score is een gemiddelde score op een schaal van 1 tot 4, waarbij 4 staat voor 100% digitale afhandeling van de inkomende facturen
Huisvesting    
Werkplekindex 1,2 aantal fte gedeeld door het aantal werkplekken
Energiekosten €12 kosten gas, stroom en overig, gedeeld door de beheerde oppervlakte
ICT    
Beheerde applicaties 195 het gaat om technisch en/of functioneel beheerde applicaties
ICT meldingen per klant 8 het aantal ICT meldingen gedeeld door het aantal medewerkers van de organisatie

Informatieveiligheid en privacy

Inleiding

Informatieveiligheid en privacy hebben ook in 2019 veel aandacht gehad. Net als alle  gemeenten in Nederland heeft ook onze gemeente zich gecommitteerd aan het implementeren van het uniforme normenkader voor informatiebeveiliging de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG) en de Algemene  Verordening Gegevensbescherming (AVG).  Daarnaast zijn de voorbereidingen op een nieuwe normenkader gestart. Vanaf 1 januari 2020 is namelijk de Baseline Informatiebeveiliging Overheid (BIO) van kracht. De BIO vervangt de bestaande baselines informatieveiligheid voor Gemeenten, Rijk, Waterschappen en Provincies.

 

Doelstellingen

De belangrijkste gemeentelijke doelstellingen op het gebied van informatieveiligheid zijn:

  • Zorgvuldig omgaan met informatie
  • Betrouwbare en continue dienstverlening
  • Voldoen aan wet- en regelgeving
  • Beheersen van risico’s

 

Andere belangrijke doelstellingen in 2019 zijn geweest:

  • Het consolideren van de stand van zaken betreft de BIG als basisnormenkader.
  • Voorbereiden en implementeren van de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO)
  • Het nakomen van de afspraken over de ENSIA-verantwoording
  • Het vergroten van de volwassenheid op het gebied van privacy

 

Er zijn stappen gezet die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen. Deze stappen hebben op organisatorisch niveau plaatsgevonden door het realiseren beleid en processen, maar ook binnen organisatieonderdelen en teams gewerkt aan het doorvoeren van verscheidene beveiligingsmaatregelen.

 

Realisatie

Belangrijke behaalde mijlpalen op het gebied van informatieveiligheid zijn:

  • Eind 2019 is een project afgerond waarin een belangrijke bijdrage aan proceseigenaarschap is geleverd.
  • Met behulp van een auditplan zijn stappen gezet om de werking van maatregelen te toetsen.
  • De Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) is succesvol doorlopen.
  • Op regionaal gebeid is veel samengewerkt om gemeenschappelijk problemen te adresseren.
  • Het autorisatiebeheer voor bedrijfskritische applicaties is verbeterd.

 

Ook zijn belangrijke voorbereidingen ten aanzien van de BIO getroffen:

  • Het uitvoeren van een GAP-analyse.
  • Het classificeren van processen en informatiesystemen.
  • Het opstellen van nieuw beleid.
  • Het prioriteren en uitvoeren van maatregelen.

 

Belangrijke behaalde mijlpalen op het gebied van de Eenduidige Normatiek Single Information Audit (ENSIA) zijn:

  • De informatiebeveiligingsnormen DigiD en Suwinet zijn op basis van de ENSIA systematiek getoetst. Uit dit traject blijkt dat de gemeente in control is.
  • Hetzelfde geldt voor de geselecteerde informatiebeveiligingsnormen van de Basisregistratie Adressen en Gebouwen (BAG), de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT) en de Basisregistratie Ondergrond (BRO).

 

Belangrijke behaalde mijlpalen op het gebied van privacy zijn:

  • Taken en verantwoordelijkheden zijn kritisch tegen het licht gehouden en verbeterd.
  • Het proces datalekken is volledig gedigitaliseerd waardoor een actueel register wordt bijgehouden en onderhouden op één plek.
  • In het kader van bewustwording is met de meeste teams gesproken over privacy en informatieveiligheid en is er veel aandacht besteed aan casuïstiek.
  • Met behulp van contractbeheer is inzichtelijker geworden welke contracten  een verwerkersovereenkomst behoeven. Ter ondersteuning is een speciaal zaak type ontwikkelend om het proces te ondersteunen en het gebruik van een standaard verwerkersovereenkomst te stimuleren.
  • Eind 2019 is een project afgerond waarin het register van verwerkingen opnieuw is opgesteld.

 

Incidenten en datalekken

Het afgelopen jaar is hard gewerkt om incidenten te signaleren en te behandelen. Ook is tijd geïnvesteerd om het proces aan te scherpen en de bekendheid van dit proces met actoren in de organisatie te vergroten. Er hebben zich enkele datalekken voorgedaan. Door snel handelen is het risico voor betrokkenen erg laag gebleven. De incidenten zijn op de juiste wijze afgehandeld en geëvalueerd door de verantwoordelijk medewerkers.