Meer
Publicatiedatum: 09-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

8. Paragrafen

Paragraaf Lokale Heffingen

Beleid ten aanzien van de lokale heffingen

De belastingenstructuur en de tarieven van de gemeentelijke belastingen zijn voor het belastingjaar 2018 als volgt vastgesteld:

  1. De ozb-tarieven zijn zodanig aangepast dat voor 2018 de gewenste meeropbrengst (exclusief areaaluitbreiding) zou kunnen worden gerealiseerd.
  2. De tarieven afvalstoffenheffing zijn gebaseerd op een basistarief vermeerderd met een bedrag per lediging van de restafvalcontainer (grijs) respectievelijk per aanbieding aan de verzamelcontainer.
  3. De tarieven van de rioolheffingen zijn ten opzichte van het jaar 2017 niet verhoogd.
  4. De tarieven leges en rechten zijn afgestemd op de lasten ter zake en kostendekkend.

Onroerende zaakbelastingen

Onder de naam ‘onroerendezaakbelastingen’ worden van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

  • Een gebruikersbelasting van degene die – naar omstandigheden beoordeeld – een onroerende zaak die niet in hoofdzaak als woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt en
  • Een eigenarenbelasting van degene die van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

 

Tarieven onroerendezaakbelastingen

% van de WOZ-waarde 2018

% van de WOZ-waarde 2017

Woning eigenaar

0,1135%

0,1228%

Niet-woning eigenaar

0,1660%

0,1686%

Niet-woning gebruiker

0,1320%

0,1370%

 

Opbrengsten onroerendezaakbelastingen (bedragen x € 1.000)

    2018

      2017

Raming ozb

 3.908

  4.003

Werkelijke opbrengst ozb

 3.885

  3.979

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

       -/- 23

-/- 24

 

Nadat de ozb-tarieven 2018 waren vastgesteld heeft het rijk een wijziging doorgevoerd in de agrarische taxatiewijzer, waardoor met name voor varkenshouderijen de WOZ-waarde naar beneden moest worden bijgesteld als gevolg van de economische malaise in deze sector. Mede daardoor is de ozb-opbrengst 2018 lager dan vooraf werd ingeschat.

Afvalstoffenheffing

Deze heffing heeft als uitgangspunt, dat de kosten voor 100% worden gedekt door de heffing . Naast een basistarief per huishouden betaalt de gebruiker een capaciteitsafhankelijk tarief per lediging restafval voor het gebruik van een verzamelcontainer, een 140-liter container of een 240-liter container. Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. De opbrengst is bestemd voor de kostendekking van de afvalinzameling en –verwerking.

 

Berekening kostendekkende afvalstoffenheffing (bedragen x € 1.000)

Begroting 2018

Werkelijk 2018

Kosten taakveld(en)

    864

922

Inkomsten taakveld(en)

    300

286

Netto kosten taakveld

   564

636

Toe te rekenen kosten

               564

636

Overhead inclusief (omslag-)rente

               57

56

Btw

   230

230

Totale kosten

  851

922

Opbrengst afvalstoffenheffing

 838

933

Dekkingspercentage

99%

101%

Tarieven afvalstoffenheffing

2018

2017

Basistarief (vast recht)

  80,00

   100,00 

1 lediging bij de verzamelcontainer via een chipkaart

     0,60

       0,60

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 140 liter

     5,60

       5,60

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 240 liter

     9,20

       9,20

Opbrengsten afvalstoffenheffing: basistarief + ledigingen (bedragen x € 1.000)

2018

2017

Raming opbrengst basistarief (vast recht):

 646

   817

Werkelijke opbrengst basistarief

 644

   796

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming basistarief

-/-  2

-/- 21

 

 

 

Raming opbrengst ledigingen restafval:

 192

   273

Werkelijke opbrengst ledigingen restafval

289

     268

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming ledigingen

 97

-/-5

 

 

 

Aantal ledigingen bij de verzamelafvalcontainer via een chipkaart *

                 20.009

            20.561

Aantal ledigingen restafvalcontainer (grijs) 140 liter *

                  7.977

              6.695

Aantal ledigingen restafvalcontainer (grijs) 240 liter *

                25.500

        23.677

* Gegevens verstrekt door ROVA

 

 

 

De opbrengst van het aantal ledigingen is aanvankelijk geraamd op € 273.000 welk bedrag met € 81.000 naar beneden is bijgesteld in verband met de verbeterde afvalscheiding. In de aanslagen afvalstoffenheffing 2019 wordt rekening gehouden met een bedrag van  € 289.000 aan diftaropbrengsten restafval 2018.

 

Voorziening afvalstoffenheffing  

De voorziening wordt ingezet om gelijkmatige ontwikkeling van de afvalstoffenheffing te waarborgen. De huidige stand van de voorziening bedraagt € 813.000. 

Kwijtscheldingsbeleid

Kwijtschelding is één van de wijzen waarop een schuld teniet gaat. Kenmerk van kwijtschelding is, dat het gaat om belastingschuldigen die niet in staat zijn anders dan met buitengewoon bezwaar de belasting te betalen. Op grond van artikel 255 van de Gemeentewet bestaat de mogelijkheid om belastingplichtigen, die een inkomen en een vermogen beneden bepaalde minimum normen hebben, kwijtschelding te verlenen van hun belastingschuld.

 

Gemeenten beschikken hierin over een zekere mate van beleidsvrijheid. Gemeenten mogen ook zelf bepalen welke belastingsoorten in aanmerking komen voor kwijtschelding.

 Tubbergen past kwijtschelding toe voor alleen de volgende heffingen:

  • Afvalstoffenheffing: het basistarief
  • Rioolheffing en
  • Onroerendezaakbelastingen.

 

Aantal kwijtscheldingsverzoeken

2018

2017

Aanvragen, afgewezen:

32

18

Aanvragen, gedeeltelijk toegewezen:

3

0

Aanvragen, volledig toegewezen:

122

147

Totaal

157

165

Kwijtscheldingsbedragen (bedragen x € 1.000)

2018

2017

Raming kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen

    15

15

Werkelijke kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen

21

30

Verschil tussen werkelijke kwijtschelding en raming

-/-6

-/-15

Rioolheffingen

De eigenaar en gebruiker van een perceel van waaruit regenwater en/of afvalwater direct of indirect wordt afgevoerd via de gemeentelijke riolering is belastingplichtig voor de rioolheffing. Voor de rioolheffing geldt eveneens als algemeen uitgangspunt dat 100% van de kosten worden gedekt. De tarieven zijn gebaseerd op de geraamde kosten, zoals die zijn opgenomen in het gemeentelijk rioleringsplan. 

 

Tubbergen heft zowel van de eigenaar als van de gebruiker van objecten, die direct of indirect zijn aangesloten op de gemeentelijke riolering. De eigenaar betaalt een vast bedrag per perceel; het tarief voor de gebruiker is gebaseerd op het waterverbruik. Incidentele over- en onderdekking wordt verrekend met een egalisatievoorziening om sterke tarieffluctuaties op te kunnen vangen. De tarieven  voor het belastingjaar 2018 zijn  niet gewijzigd ten opzichte van 2017.

 

Berekening kostendekkende rioolheffing (bedragen x € 1.000)

Begroting 2018

Werkelijk 2018

Kosten taakveld(en)

1.274

 1.242

Inkomsten taakveld(en)

             0

               0

Netto kosten taakveld

  1.274

1.242

Toe te rekenen kosten

          1.274

     1.242

Overhead inclusief (omslag)rente

               250

         240

Btw

       254

   254

Totale kosten

  1.778

 1.736

Opbrengst rioolheffing

 1.898

1.904

Dekkingspercentage*

107 %

110%

*Het dekkingspercentage is hoger dan 100%, overtollige middelen worden aan de voorziening gedoteerd.

Tarieven rioolheffingen (bedragen in €)

2018

2017

Rioolheffing eigenaar

 182,00

 182,00

Rioolheffing eigenaar (uitsluitend hemel-/grondwater)

   61,00

  61,00

Rioolheffing gebruiker (tot 300 m3)

     73,50

   73,50

 

 

 

Opbrengsten rioolheffingen (bedragen x € 1.000)

2018

2017

Raming rioolheffing gebruikers

 610

 601

Werkelijke opbrengst rioolheffing gebruikers

610

 601

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

0

             0

 

 

 

Raming rioolheffing eigenaren

 1.288

 1.278

Werkelijke opbrengst rioolheffing eigenaren

 1.294

 1.261

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

       6

-17

 

Voorziening rioolheffing

De voorziening wordt ingezet om gelijkmatige ontwikkeling van de rioolheffing te waarborgen. De  stand van de voorziening op 31 december 2018 bedraagt € 866.000.

Toeristenbelasting

Deze belasting wordt geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen, die niet in de gemeentelijke ‘Basisregistratie personen’ zijn opgenomen. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel. De belasting vindt plaats op basis van aangifte.

 

De aangiftes worden jaarlijks steekproefsgewijs gecontroleerd. Niet alleen om de aangiftes op juistheid en volledigheid te controleren, maar ook om de exploitanten, daar waar nodig, te adviseren bij een doelmatiger opzet van de administratie, zodat het invullen van de aangifte toeristenbelasting correct, eenvoudig en snel kan geschieden. De tarieven zijn al een aantal jaren niet gewijzigd.

 

Tarieven toeristenbelasting (bedragen in €)

2018

2017

Tarief per persoon per overnachting

 1,05

 1,05

Tarief in eigen onderkomen op camping

 0,70

 0,70

 

 

 

Opbrengst toeristenbelasting  (bedragen x € 1.000)

2018

2017

Raming toeristenbelasting

 190

 195

Werkelijke opbrengst toeristenbelasting

190

 197

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

  0

 2

 

Toelichting toeristenbelasting 2018

De aanslagen toeristenbelasting kunnen pas na afloop van het belastingjaar worden opgelegd, omdat deze gebaseerd worden op het aantal overnachtingen in het  belastingjaar (= kalenderjaar). Dit betekent, dat bij het opmaken van de jaarrekening een schatting moet worden gemaakt van de opbrengst. Deze schatting wordt doorgaans gebaseerd op het meest recente kohier, rekening houdend met eventueel gewijzigde omstandigheden. Voor 2018 wordt rekening gehouden met een totaalbedrag van € 190.000.

Forensenbelasting

Deze belasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerde woning beschikbaar houden. De forensenbelasting is  een algemeen dekkingsmiddel.

 

Tarieven forensenbelasting (bedragen in €)

2018

2017

Forensenbelasting ‘gehuurde grond’

 105,00

 105,00

Forensenbelasting op eigen grond

 286,00

 286,00

Opbrengst forensenbelasting (bedragen x € 1.000)

2018

2017

Raming opbrengst forensenbelasting (na wijziging)

 52

  53

Werkelijke opbrengst forensenbelasting

51

   53

Verschil  werkelijke opbrengst en raming

-1

    0

Reclamebelasting

De reclamebelasting wordt geheven van degene die de openbare aankondiging heeft, dan wel van degene ten behoeve van wie de openbare aankondiging is aangebracht. Deze  reclamebelasting betreft een afgebakend gebied in het centrum van Tubbergen.

 

Met de opbrengst van deze belasting wordt het ‘Ondernemingsfonds Tubbergen’ gevoed en op deze wijze komt de opbrengst weer op indirecte wijze ten goede aan de ondernemers.

 

Tarieven reclamebelasting (bedragen in €)

2018

2017

Vast bedrag 1e vestiging

600,00

600,00

Vast bedrag per vestiging voor de 2e en volgende vestigingen

500,00

500,00

 

 

 

Opbrengst reclamebelasting (bedragen x € 1.000)

2018

2017

Raming opbrengst reclamebelasting

 49

 49

Werkelijke opbrengst reclamebelasting

 49

 49

Verschil tussen werkelijke opbrengst en raming

            0

0

Recapitulatie belastingopbrengsten

Soort heffing/belasting (bedragen x € 1.000)

Rekening 2018

Begroting 2018

Rekening 2017

Onroerendezaakbelastingen

3.885

 3.908

 3.979

Afvalstoffenheffing (inclusief verkoop fiches c.a.)

 933

 838

1.064

Rioolheffingen

1.904

 1.898

 1.862

Toeristenbelasting

     190

     190

     197

Forensenbelasting

       51

     52

       53

Reclamebelasting

       49

       49

       49

Totaal

 7.012

 6.935

 7.204

Lokale lasten

Om een indruk te geven van de lastendruk ontwikkeling als gevolg van aanvaard beleid worden hierna de gevolgen voor een huishouding zonder of met een eigen woning weergegeven. Deze vergelijking is gebaseerd op de onroerendezaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en de rioolheffing. Bij de berekening van de lokale woonlasten is uitgegaan van een gemiddelde woningwaarde van € 244.000 in 2017 respectievelijk € 254.000 in 2018, conform de uitgangspunten van de COELO-atlas.

 

Ontwikkeling van de lokale lastendruk in 2018 ten opzichte van 2017

 

 Lokale lastendruk (bedragen in € 1)

2018

2017

Verschil

In %

Rioolheffing gebruiker:

(tot 300 m3 waterverbruik)

 73,50

 73,50

       0,00

0%

Afvalstoffenheffing:

 

 

 

 

a. basistarief (vast recht)

 80,00

100,00

       -/- 20,00

-/- 20%

b. 4 ledigingen restafval (240 liter)

  36,80

36,80

       0,00

0%

1. Lokale lastendruk zonder eigen woning

190,30

210,30

-/- 20,00

-/-  9,5%

Eigen woning:

gemiddelde WOZ-waarde 2018  € 254.000

gemiddelde WOZ-waarde 2017  € 244.000

288,00

299,00

-/- 11,00

 -/- 3,67%

Rioolheffing eigenaar:

182,00

182,00

0,00

0%

2. Lokale lastendruk met  eigen woning

 660,30

691,30

-/- 31,00

-4,5%

Paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de gemeente Tubbergen toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico’s te beheersen en het weerstandsvermogen hierop af te stemmen, kan worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen.

Risicobeheersing

Op 1 juli 2014 is door de raad het Beleidskader risicomanagement vastgesteld en is op 9 juni 2015 het Stappenplan risicomanagement vastgesteld. In dit stappenplan staan 5 stappen beschreven:

1. Bewust worden
2. Identificeren
3. Analyseren en beoordelen
4. Beheersen
5. Vooruitdenken

 

Vervolgens zijn in de presentatie die onze concerncontroller op 16 mei 2017 voor uw raadscommissie heeft verzorgd, de volgende lopende ontwikkelingen geschetst, die ook onverkort gelden voor 2018:

  • Verder uitwerken stappenplan 2015 
  • Grotere betrokkenheid concerncontroller
  • Update risicoparagraaf in programmajournaals
  • Borging binnen projectmatig creëren
  • In beeld brengen risico’s verbonden partijen
  • Koppeling risico's met beheersmaatregelen en interne audits

 

In 2018 is voor de eerste keer de fraude-risicoanalyse uitgevoerd waarbij inzicht is verkregen in de top 5 risico’s met hoge prioriteit. Deze risico’s zijn opgenomen in ons risicosysteem Naris waarbij een koppeling is gemaakt naar bestaande beheersmaatregelen. Voor deze top 5 risico’s heeft verscherping van de bestaande beheersmaatregelen plaatsgevonden en lopen er diverse procesmatige implementaties om verbeteringen te realiseren. De werking van deze procesmatige verbeteringen moet nog blijken, een stap welke momenteel onderhanden is. Het herijken van de fraude-risicoanalyse behoort overigens tot een jaarlijkse exercitie,  voor 2019 zal opnieuw een fraude-risicoanalyse opgemaakt worden.

 

Verder is in 2018 het integraal risicomanagement gepositioneerd in het programma ontwikkeling Noaberkracht. Voor ons als gemeentelijke organisatie ligt er een uitdaging om het risicomanagement niet alleen onbewust onderdeel van ons werkproces te laten zijn maar risico’s en kansen en de wijze waarop we daarmee om willen gaan juist ook expliciet en transparant te betrekken bij bestuurlijke besluitvorming. Daarbij is het noodzakelijk om risico’s niet te eenzijdig te benaderen vanuit het financieel perspectief, maar ook risico’s met impact op imago en doelstellingen inzichtelijk te maken. Ook is risico-informatie vaak een status quo en ontbreekt het inzicht in de wijzigingen in risico’s en de voortgang van beheersmaatregelen. Als laatste zien we ook mogelijkheden voor een extra impuls voor het voeren van het goede gesprek over risico’s. Hier is in 2018 alvast een begin mee gemaakt door teamcoaches van organisatieonderdelen te bevragen over de mogelijke risico’s en beheersmaatregelen in hun werkveld. Tevens wordt zoveel mogelijk aangehaakt bij diverse projecten om op basis van een risicoanalyse inzicht te krijgen in de mogelijke projectrisico’s.

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen:

  1. Een inventarisatie van de risico’s (risicoprofiel)
  2. Benodigde weerstandscapaciteit
  3. Beschikbare weerstandscapaciteit
  4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Risicoprofiel

1. Risicoprofiel

 In onderstaande tabel worden de 10 risico’s gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit.

Risico Kans Financieel gevolg Invloed
Het niet (kunnen) verkopen van gemeentelijke eigendommen tegen taxatiewaarde. 40% max. €1.500.000 13,06%
Decentralisatie uitkering sociaal domein 50% max. €1.000.000 10,83%
Algemene uitkering valt lager uit dan begroot 70% max. €500.000 7,53%
Voorlopige risico inschatting drie decentralisaties 50% max. €500.000 5,40%
Meldplicht datalekken: het weglekken of het onjuist/ongewild verspreiden van informatie 30% max. €810.000 5,26%
Onvolledige en niet-actuele registratie van bezittingen/kunstobjecten 50% max. €500.000 3,58%
Stijgende loonkosten (t.o.v. huidige cao) 50% max. €250.000 3,25%
Verhoogde vraag naar voorzieningen (WWB) 90% max. €150.000 2,90%
Onvolledige controle op de eisen van de Wet Ketenaansprakelijkheid in het kader van inkopen/aanbestedingen 50% max. €250.000 2,71%
Verkrijgen en misbruik maken van persoonsgegevens door derden met als gevolg onrechtmatige besteding van het PGB-budget en onrechtmatig gebruik van voorzieningen 50% max. €250.000 2,66%

Weerstandscapaciteit

2. Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd. Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s (€ 15,3 miljoen) kunnen worden afgedekt met een bedrag van € 3,4 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit).

 

3. Beschikbare weerstandscapaciteit

De beschikbare weerstandscapaciteit van gemeente bestaat uit het geheel aan middelen dat de organisatie daadwerkelijk beschikbaar heeft om de risico's in financiële zin af te dekken.

 

Tabel 1: Beschikbare weerstandscapaciteit

Weerstand

Capaciteit

Algemene reserve

1.998.000

Reserve grondexploitatie

3.828.000

Totale weerstandscapaciteit

5.826.000

 

4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

Risico's


Bedrijfsproces
Financieel
Imago / politiek
Informatie / strategie
Juridisch / Aansprakelijkheid
Letsel / Veiligheid
Materieel
Milieu
Personeel / Arbo
Product

Weerstandscapaciteit

Algemene reserve
Reserve grondexploitatie
Weerstandsvermogen

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit, kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

 

 

Ratio weerstandsvermogen =

Beschikbare weerstandscapaciteit

 

 =

€5.826.000

 

= 1,71

Benodigde weerstandcapaciteit

€3.400.000

 

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van de berekende ratio.

Waarderingscode

Ratio

Betekenis

A

>2.0

uitstekend

B

1.4-2.0

ruim voldoende

C

1.0-1.4

voldoende

D

0.8-1.0

matig

E

0.6-0.8

onvoldoende

F

<0.6

ruim onvoldoende

Conclusie: het weerstandsvermogen van de gemeente Tubbergen is ruim voldoende.

Kengetallen

Om de financiële positie van de gemeente in beeld te brengen, stelt de gemeente Tubbergen jaarlijks een balans en een overzicht van de exploitatie in baten en lasten op. Maar voor een goed oordeel over deze financiële positie zijn aanvullende kengetallen nodig. Deze kengetallen bieden ondersteuning bij de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. Bovendien kan met deze kengetallen de gemeente Tubbergen goed worden vergeleken met andere gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien met andere kengetallen.

 

We onderscheiden 5 kengetallen:
1a. Netto schuldquote
1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
2. Solvabiliteitsratio
3. Grondexploitatie
4. Structurele exploitatieruimte
5. Belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden
 
 
1a. Netto schuldquote
Dit kengetal zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. Hoe hoger de schuld, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie.
 
 
  (bedragen x € 1.000) Jaarrekening 2018 Begroting 2018 Jaarrekening 2017
A Vaste schulden 7.507 7.506 9.206
B Netto vlottende schuld 4.306 2.916 2.916
C Overlopende passiva 1.298 1.711 1.712
D Financiële activa 2.213 2.121 2.304
E Uitzettingen < 1 jaar 12.387 16.363 16.363
F Liquide middelen 235 279 278
G Overlopende activa 359 150 150
H Totale baten 43.445 39.517 47.753
  Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% -4,6 -17,2 -11,0

 

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen
Zie netto schuldquote, maar dan gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden.

 

  (bedragen x € 1.000) Jaarrekening 2018 Begroting 2018 Jaarrekening 2017
A Vaste schulden 7.507 7.506 9.206
B Netto vlottende schuld 4.306 2.916 2.916
C Overlopende passiva 1.298 1.711 1.712
D Financiële activa 1.017 1.017 1.108
E Uitzettingen < 1 jaar 12.387 16.363 16.363
F Liquide middelen 235 279 278
G Overlopende activa 359 150 150
H Totale baten 43.445 39.517 47.753
  Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100% -2,0 -14,4 -8,5

 

2. Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hieronder wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger het aandeel, hoe gezonder de gemeente.

  (bedragen x € 1.000) Jaarrekening 2018 Begroting 2018 Jaarrekening 2017
A Eigen vermogen 25.809 20.001 28.828
B Balanstotaal 43.370 52.500 46.698
  Solvabiliteit (A/B) x 100% 59,5 38,1 61,7

 

3. Grondexploitatie

Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

  (bedragen x € 1.000) Jaarrekening 2018 Begroting 2018 Jaarrekening 2017
A Niet in exploitatie opgenomen bouwgronden 0 0 0
B Bouwgronden in exploitatie -569 70 70
C Totale baten 43.445 39.517 47.739
  Grondexploitatie (A+B)/C x 100% -1,3 0,2 -0,1

 

4. Structurele exploitatieruimte

Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

  (bedragen x € 1.000) Jaarrekening 2018 Begroting 2018 Jaarrekening 2017
A Totale structurele lasten 40.390 29.137 36.291
B Totale structurele baten 41.166 23.561 39.057
C Totale structurele toevoegingen aan de reserves 327 0 2.525
D Totale structurele onttrekkingen aan de reserves 327 0 2.527
E Totale baten 43.445 39.517 47.753
  Structurele exploitatieruimte (B-A)+(D-C)/E x 100% 1,8 -14,1 5,8

 

5. Belastingcapaciteit

Dit kengetal geeft de ruimte weer die de gemeente Tubbergen heeft om zijn belastingen te verhogen. De ozb is voor gemeenten de belangrijkste eigen belastinginkomst. Een hoog tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan in hoeverre de gemeente al gebruikt heeft moeten maken van deze optie.

 

  (bedragen in €) Jaarrekening 2018 Begroting 2018 Jaarrekening 2017
A
Ozb-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde
Ozb-lasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde van een woning in de gemeente Tubbergen (uitgangspunt COELO-atlas)
288 311 275
B Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde 256 256 256
C Afvalstoffenheffing voor een gezin 117 117 122
D Eventuele heffingskorting N.v.t. N.v.t. N.v.t.
E Totale woonlasten (A+B+C+D) 661 684 653
F Woonlasten landelijke gemiddelde 721 721 723
  Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100% 92% 95% 90%

 

Totaal tabel kengetal en uitkomst

 

Kengetal uitkomst (%) Jaarrekening 2018 Begroting 2018 Jaarrekening 2017
Netto schuldquote -4,6 -17,2 -11,0
Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen -2,0 -14,4 -8,5
Solvabiliteit 59,5 38,1 61,7
Grondexploitatie -1,3 0,2 0,1
Structurele exploitatieruimte 1,8 -14,1 5,8
Belastingcapaciteit 92% 95% 90%

Paragraaf Onderhoud Kapitaalgoederen

Inleiding

De paragraaf Kapitaalgoederen gaat in op de manier waarop het op duurzame wijze in stand houden van kapitaalgoederen (de fysieke gemeentelijke infrastructuur), is geborgd. Onder kapitaalgoederen verstaan we: wegen (incl. kunstwerken), riolering, water, groen en gebouwen.

 

Voor het geformuleerd doel zijn en worden onderhoudsplannen opgesteld, waarin we aangeven op welk kwaliteitsniveau kapitaalgoederen worden onderhouden. Als introductie op deze paragraaf staat hieronder het overzicht van de beheerplannen voor 2018 voor de kapitaalgoederen:

Beheerplannen

Vaststelling door raad in jaar

Looptijd

Financiële vertaling in begroting

Uitgesteld onderhoud

Wegen*

2016

n.v.t.

ja

nee

Riolering *2

2013

2018

ja

nee

Groen

2010

n.v.t.

ja

nee

Gebouwen

2016

n.v.t.

ja

nee

* kunstwerken (duikers en bruggen) vallen onder het aspect 'wegen'.

*2 GRP in 2018 geactualiseerd, nieuwe looptijd 2019-2024

Beleid & beheer

Algemeen

Het onderhoudsniveau van de openbare ruimte is vastgesteld in het beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Dit plan, dat uitgaat van de systematiek om te werken volgens zogeheten beeldkwaliteit, is door de raad vastgesteld in 2010.

 

Voor het beheer van de wegen en het groen gebruiken we de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW. In de catalogus is met foto’s aangegeven wat de relatie is tussen beeldkwaliteit (foto) en het onderhoudsniveau (A, B, etc.). De raad heeft daarmee vastgesteld op welk niveau de verschillende kapitaalgoederen c.q. delen van de openbare ruimte worden onderhouden. Daarbij is desgewenst voor de onderscheiden gebiedstypen (binnen of buiten de kom; Hotspots) per beheergroep/kapitaalgoed het onderhoudsniveau vastgelegd.

 

Hulpmiddel bij het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen zijn de beheersystemen (GBI) en de koppeling die per 1 januari 2016 is gemaakt tussen de beheersystemen en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Door het integrale karakter van het systeem is het een sterk instrument voor het opstellen van beleid voor de openbare ruimte. Zo kunnen we optimaal met kosten omgaan.

 

Wat de gebouwen betreft is gemeente Tubbergen in veel gevallen slechts verantwoordelijk voor het groot onderhoud. De verantwoordelijkheden voor het dagelijks, klein en groot onderhoud zijn vastgelegd in huurcontracten of gebruiksovereenkomsten. Voor de schoolgebouwen heeft de TOF (de Tubbergse Onderwijs Federatie) de verantwoordelijkheid over het dagelijks, klein en groot onderhoud. Het dagelijks en klein onderhoud van de gebouwen voor de eigenbedrijfsvoering vallen onder de verantwoordelijkheid van Noaberkracht (gemeenschappelijke regeling).

 

Wegen

Voor het beheer van de wegen gebruiken we de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW en de systematiek Rationeel wegbeheer. Jaarlijks beoordelen we de wegen in kwalitatieve zin met een visuele inspectie. Op basis van de resultaten uit de visuele inspecties, en de gewenste kwaliteitsniveaus worden onderhoudsmaatregelen bepaald.

 

Om onderhoudsmaatregelen te prioriteren zijn de arealen onderverdeeld in structuurelementen. Dat zijn wegvakken met een min of meer vergelijkbare gebruiksfunctie. Als structuurelement zijn gebruikt de categorieën Hoofdweg, Buitengebied, Woongebied, Bedrijventerrein en Centrum. Binnen de categorie buitengebied is onderverdeling gemaakt in klassen Standaard, Fietsroute en Extensief (wegen van laagste orde). Binnen Centra is ook de categorie Hotspot onderscheiden.

      

Ook is een onderscheid gemaakt naar de aard van de verharding. Gesloten verhardingen als asfalt of beton vergen een geheel andere wijze van onderhoud dan elementenverhardingen en worden daarom afzonderlijk benaderd. Daarnaast is een onderscheid gemaakt naar verhardingsfunctie (rijbaan, fietspad, voetpad en overige (inritten, parkeervakken etc.). Door gebruik te maken van de genoemde indelingen wordt de mogelijkheid geboden om gedifferentieerd om te gaan met kwaliteit voor de verschillende categorieën.

 

Het kwaliteitsniveau is aangeduid tussen niveau A (goed) en D (slecht). In 2016 hebben we een meerjaren onderhoudsprogramma voor de kapitaalgoederen wegen en kunstwerken vastgesteld. Daarbij is vastgesteld dat we het wegenonderhoud gedifferentieerd gaan uitvoeren op basis van de reeds vermelde functionele indeling van wegen. Daarbij is als ambitie een standaard basisniveau C vastgesteld. In Hotspots/centra en voetpaden in woongebieden is niveau B vastgesteld.

 

Het meerjaren onderhoudsprogramma betreft ook de civiele kunstwerken. We hebben in dat programma vastgelegd dat we voor de bruggen en duikers een beheer- en monitoringsprogramma gaan toepassen voor het gepland onderhoud. Vastgelegd is dat we ook hier het basisniveau “C” gaan hanteren. Op basis van inspecties van de kunstwerken zal een onderhouds- en vervangingsprogramma worden opgesteld. We richten ons daarbij in eerste instantie op monitoring aangezien we op dit moment geen actueel beeld van de kwaliteit hebben.

 

Openbare verlichting

Het beleidsplan ‘Verlichten openbare ruimte’ is in 2011 opgesteld en hierin zijn de uitgangspunten en keuzes voor het beleid beschreven. Sociale veiligheid en verkeersveiligheid spelen daarbij een rol en ook houden we rekening met milieuaspecten, lichthinder en lichtvervuiling. Bij vervanging toetsen we aan het beleidsplan; dat geldt uiteraard ook voor nieuwe voorzieningen.

 

Het onderhoud van de openbare verlichting is geregeld via een meerjaren onderhoudsbestek met in totaal zeven gemeenten. In totaal worden ca. 3800 lichtpunten onderhouden. Energiebesparing en duurzaamheidsdoelstellingen behalen we door vervanging van de huidige verlichting door ledverlichting. Grootschalig onderhoud en vervanging pakken we bij voorkeur planmatig aan als onderdeel van een groter renovatieproject.

 

Riolering

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2013-2018) zijn de kaders en het beleid vastgelegd voor het onderhoud en vervanging van de riolering, maar ook voor verbeteringsmaatregelen. Jaarlijks inspecteren we de riolering. De kwaliteit van de riolering bepalen we met analyse van video-inspecties, waarbij inspectiecatalogus NEN3399 wordt gebruikt. Kwaliteitskwalificaties lopen uiteen van ‘uitstekend’ tot ‘zeer slecht’. Strengen met de kwalificatie ‘slecht’ en ‘zeer slecht’ komen voor reparatie of vervanging in aanmerking. De keuze van de toe te passen onderhoudsmaatregel is afhankelijk van omgevingsfactoren en de eventuele afstemming met andere werkzaamheden.

 

Naast de periodieke (onderhouds)inspecties monitoren we dagelijks de cruciale onderdelen van het rioolsysteem met een hoofdpost. Via online monitoring worden storingen en calamiteiten automatisch gemeld.

 

Groen

De kwaliteit van groenvoorzieningen wordt primair bepaald op basis van beeldkwaliteit. Hiervoor gebruiken we ook de (beeld)kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW, maar dan vooral om vast te leggen volgens welk kwaliteitsniveau we het groen moeten onderhouden. Hiermee is de basis gelegd voor het onderhoudsbestek. Maandelijks monitoren we steekproefsgewijs de kwaliteit van het groenareaal. Bij goed onderhoud van het groenareaal treedt geen kapitaalvernietiging op. Cultuurbeplanting heeft een eindige levensduur en zal dan door middel van cyclisch vervangen weer op peil worden gebracht.

 

Afhankelijk van de locatie zijn minimale beeldkwaliteitsniveaus vastgesteld door de raad. In het algemeen is kwaliteitsniveau C het gewenst niveau. Bij Hotspots geldt het hogere kwaliteitsniveau A.

 

Voor bomen voeren we naast beeldkwaliteit ook een wettelijke veiligheidsinspectie uit (Visual Tree Assessment). Daarbij bepalen we op grond van het risicoprofiel welke inspectiefrequente nodig is en welke eventuele onderhoudsmaatregelen nodig zijn.

 

Het meerjaren onderhoudsprogramma betreft ook de civiele kunstwerken. We hebben in dat programma vastgelegd dat we voor de bruggen en duikers een beheer- en monitoringsprogramma gaan toepassen voor het gepland onderhoud. Vastgelegd is dat we ook hier het basisniveau 'C' gaan hanteren. Op basis van inspecties van de kunstwerken zal een onderhouds- en vervangingsprogramma worden opgesteld. We richten ons daarbij in eerste instantie op monitoring aangezien we op dit moment geen actueel beeld van de kwaliteit hebben. Vooralsnog gaan we uit van structurele verhoging van het onderhoudsbudget met € 50.000. Zodra de resultaten vanuit het inspectie- en monitoringsprogramma bekend worden zal indien noodzakelijk de hoogte van dit bedrag opnieuw worden bezien.

 

Gebouwen

De directe taak betreft het beheer en (groot) onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. Daar waar het gaat om het energiegebruik en het dagelijks onderhoud is Noaberkracht verantwoordelijk. Het groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is opgenomen in de meerjaren onderhoudsplanning (MOP). De MOP is opgesteld volgens NEN2767 en is gericht op de instandhouding van kwaliteitsniveau 2 en 3 (op een schaal van 1 tot 6).

 

De MOP heeft een inventarisatie-cyclus van vier jaar en de administratieve actualisatie is elk jaar. Op grond van de hieruit voortvloeiende planning wordt de voorziening voor het groot onderhoud op peil gebracht. Het jaarlijks onderhoud gebeurt waar mogelijk in overleg met de gebruiker/beheerder van het betreffende pand (check op nut en noodzaak).

Kwaliteit & financieel

Wegen

Onderhoud aan asfaltverhardingen (inclusief slijtlagen) is uitgevoerd onder de vlag van een meerjarig onderhoudsbestek. Verspreid over de gemeenten zijn diverse wegen aangepakt waar de meest ernstigste schadebeelden geconstateerd zijn. Onderhoud aan elementenverhardingen is eveneens uitgevoerd onder de vlag van een meerjarig onderhoudsbestek. De wijksgewijze aanpak, waarbij de ernstigste gebreken planmatig worden aangepakt, werpt zijn vruchten af. Het gemiddelde kwaliteitsniveau gaat hiermee omhoog.

 

Op basis van de resultaten van de in najaar 2018 uitgevoerde weginspectie is de gemiddelde kwaliteit van de wegen bepaald op basis van de bij vaststelling MJOP gehanteerde uitgangspunten. De inhaalslag die gemaakt is na vaststelling van het MJOP in 2016 heeft als resultaat dat het gemiddelde onderhoudsniveau voor vrijwel alle categorieën op of boven het vastgestelde ambitieniveau zit.

 

Bruggen

In 2016 hebben we het meerjaren onderhoudsprogramma vastgesteld. Daarbij hebben we besloten het jaarlijks budget te verhogen en toe te voegen aan de onderhoudsreserve. De verwachte landelijke vaststelling van nieuwe rekenregels voor bestaande bruggen laat nog op zich wachten. De aangekondigde inspectieronde is mede hierdoor opgeschort. Het beschikbare onderhoudsbudget is aangewend voor urgente incidentele werkzaamheden.

 

Openbare verlichting

Het onderhoud van de openbare verlichting is geregeld via een meerjaren onderhoudsbestek met in totaal zes gemeenten. In totaal worden ca. 3.800 lichtpunten onderhouden. Energiebesparing en duurzaamheidsdoelstellingen behalen we door vervanging van de huidige verlichting door ledverlichting. In 2016 is gestart met het planmatig vervangen van openbare verlichting. Inmiddels is 55% van de openbare verlichting voorzien van ledverlichting.

 

Rioleringen

In 2018 zijn rioolvervangingen uitgevoerd in Albergen (Hendrik Wetterstraat e.o.). In het buitengebied rondom Geesteren is gestart met de renovatie van een groot aantal gemalen, waarbij pompen en besturingsinstallaties worden vervangen. In 2018 is het nieuwe GRP vastgesteld met een looptijd van 2019-2024.

 

Groen

Het onderhoud aan openbaar groen is weer uitgevoerd door Soweco. De maandelijkse inspectie/schouw van het groenareaal geeft aan dat we voldoen aan de daaraan gestelde eisen en kwaliteitsniveaus.

 

Gebouwen

Elk jaar inspecteren we de gebouwen, waarbij we de volgens de meerjaren onderhoudsplanning (MOP) geplande onderhoudswerkzaamheden beoordelen op nut en noodzaak. De daadwerkelijke uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden doen we aan de hand van de inspecties. Daarna actualiseren we de MOP. Zo ontstaat een jaarlijks actuele MOP, waarin het niveau van het onderhoud (dagelijks en groot onderhoud) van de gebouwen op een financieel verantwoorde wijze gewaarborgd blijft.

 

Financieel

Structurele financiële onderhoudsgelden gebruiken we in beginsel voor het reguliere en ‘groot’ onderhoud voor wegen en groen. Onderhouds- en vervangingsinvesteringen voor riolering dekken we uit het rioolfonds. Als gevolg van afstemming van onderhouds- of vervangingsmaatregelen is het mogelijk om structurele onderhoudsgelden aan te vullen met incidentele middelen op grond van investeringen of met middelen uit de rioolheffing. Ook andere interne en externe bronnen van financiering zijn mogelijk, bijvoorbeeld middelen uit de reserves of bijdragen van externe partijen.

 

Wegen

Het regulier onderhoud wordt aangepakt zoals wordt aangegeven door het meerjaren onderhouds programma. Het programma wordt jaarlijks geactualiseerd. Binnen dit programma wordt eveneens rekening gehouden met een percentage voor onvoorziene omstandigheden en tegenvallers. Eventuele budgetoverschrijdingen of onderschrijdingen worden verrekend met de Reserve 'onderhoud wegen'. De werkzaamheden zijn binnen de bestaande financiële kaders uitgevoerd. 

 

Bruggen

Bij vaststelling van het MJOP is besloten om door middel van een nader onderzoek de kunstwerken in kaart te brengen. Vooruitlopend hierop is besloten structureel € 500.000 toe te voegen aan het budget. Het beschikbare budget is volledig aangewend voor incidenteel onderhoud.

 

Rioleringen

De beschikbare middelen voor de riolering zijn voldoende om het stelsel op niveau te houden. Het streven is te komen tot het ideaalcomplex. Hierbij sparen we voor rioolvervangingen, zodat we deze direct kunnen afschrijven. De kapitaallasten lopen dan niet op. De gedachte hierachter is dat we de financiële gevolgen van de in stand houding van het rioolsysteem niet naar volgende generaties doorschuiven. Dit is vastgelegd in het GRP. Het GRP is in 2018 geactualiseerd en opnieuw vastgesteld.

 

Gebouwen

Voor het groot onderhoud van de gebouwen staat de reserve ‘Groot onderhoud gemeentelijke gebouwen’ ter beschikking. Jaarlijks nemen burgemeester en wethouders besluiten over de geplande onderhoudswerkzaamheden en –kosten. In die zin gebruiken ze de meerjaren onderhoudsplanning ook als middel om verantwoording af te leggen over de onderhoudsstaat van de gemeentelijke gebouwen.

Kaders & kerncijfers

Kaders

Wettelijk

De relevante wettelijke kaders zijn:

  • Gemeentewet: Waarin door de gemeenteraad is vastgelegd welke regels voor de waardering en afschrijving van activa gelden. De in artikel 212 Gemeentewet bedoelde verordening is de ‘Financiële verordening gemeente Tubbergen (2017)’.
  • Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV): Op grond van artikel 12 moeten de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in deze paragraaf aan de orde komen.
  • Burgerlijk Wetboek: Waarin opgenomen de gemeentelijke taak als ‘goed wegbeheerder’ om te zorgen dat het gebruik van de weg geen risico oplevert voor de weggebruiker (wettelijke aansprakelijkheid).
  • Wet Milieubeheer: Waaruit de verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Riolerings-plan is voortgekomen.

 

Algemeen financieel

De kosten van het reguliere en ‘groot’ onderhoud van de kapitaalgoederen wegen (inclusief bruggen en duikers), groen en gebouwen zijn in het algemeen gedekt via structurele onderhoudsmiddelen in de begroting.

 

Vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten met betrekking tot de riolering worden gedekt via de rioolheffing. Binnen de rioolheffing streven wij het ideaal complex na.

 

Grotere vervangingsinvesteringen voor kapitaalgoederen, uitgezonderd rioleringen, nemen we in het algemeen als incidentele investeringen op in de begroting. De raad stelt de incidentele vervangingsinvesteringen vast.

 

Voor gebouwen worden de kosten voor het groot onderhoud door de raad beschikbaar gesteld uit de reserve ‘Planmatig onderhoud gebouwen’.

 

Algemeen technisch/inhoudelijk

Voor het beheer van wegen en groen wordt de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW (de onafhankelijke kennisorganisatie voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid) toegepast. Bij het onderdeel Beleid & beheer gaan we hier nader op in.

 

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2013-2018) zijn de kaders en verplichtingen aangegeven voor riolering en water. In het GRP is vastgelegd hoe we verbeteringsmaatregelen op het rioolsysteem toepassen en hoe we onderhoud uitvoeren. Het GRP is door de raad vastgesteld.

 

Voor het beheer van gebouwen is een MOP (meerjaren onderhoudsprogramma) vastgesteld, waarin de onderhoudsniveaus zijn aangegeven.

Paragraaf Financiering

Inleiding

Algemeen

De wet Financiering Decentrale Overheden (fido) bevordert een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. De wet kent een onderscheid tussen regels voor korte financiering (kasgeldlimiet) en regels voor lange financiering (renterisiconorm). Het onderscheid is gelegd bij één jaar.

 

Kasgeldlimiet en korte financiering

De kasgeldlimiet heeft als doel de financiële gevolgen van schommelingen in de rente op korte leningen (< 1 jaar) te beheersen. De limiet is bepaald op 8,5% van de totale begroting. Een kasgeldlimiet van € 4,7 miljoen betekent dat Tubbergen in 2018 tot een bedrag van € 4,7 miljoen met kort geld ( looptijd < 1 jaar) mocht financieren.

 

Kasgeldlimiet

 € (x1 miljoen)

 Begrotingstotaal 2018

                   55,0

 Vastgesteld percentage

8,5%

 Kasgeldlimiet

                     4,7

 

Renterisiconorm en lange financiering

De renterisiconorm is een instrument voor de beheersing van het risico van een rentewijziging. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maar 1/5e deel van de totale begroting aan rentegevoeligheid onderhevig zijn.

 

Renterisiconorm

 € (x1 miljoen)

 Begrotingstotaal 2018

                   55,0

 Vastgesteld percentage

20,0%

 Renterisiconorm

                   11,0

 Renterisico: herfinanciering + renteherziening

                       -  

 Ruimte

                   11,0

In 2018 is geen renterisico gelopen. Dit blijft binnen de norm.

 

Leningen

Onderstaande tabel geeft inzicht in de opgenomen geldleningen:

 

Leningen (opgenomen)

 

 € (x 1 miljoen)

 Beginstand per 1 januari 2018

 

                     9,3

 Bij:

 nieuwe leningen t.b.v. investeringen

                         -  

 Af:

 reguliere aflossingen

                       1,8

 

 vervroegde aflossingen

 Eindstand per 31 december 2018

 

                    7,5

  

EMU Saldo

Het EMU saldo geeft weer wat het saldo aan inkomsten en uitgaven van de gehele sector overheid in een bepaalde periode is. In grote lijnen is dit  het exploitatiesaldo voor bestemming plus de afschrijvingen min de investeringen over een bepaald jaar.

 

Exploitatiesaldo 2018

 3.019-

Afschrijvingen ten laste van de exploitatie

 1.090+

Desinvesteringen in (im)materiële vaste activa

         1.203+

Investeringen in (im)materiële vaste activa

  3.605-

EMU saldo 2018 voor Tubbergen

  4.332-

 

Algemene ontwikkelingen

 

Liquiditeit, rentevisie en schatkistbankieren

De gemeente Tubbergen heeft ook in 2018 gekozen voor spreiding in de financieringsmogelijkheden.  Door een actuele liquiditeitsplanning kan worden ingespeeld op eventuele tekorten of overschotten in de toekomst. Zo wordt  door het aantrekken van langlopende geldleningen ingespeeld op eventuele liquiditeitstekorten voor de lange termijn.

 

Eventuele voorziene tekorten op de korte termijn worden opgevangen door het aantrekken van 1-maands geldleningen. Het 1-maands rentetarief is op dit moment negatief. Dat betekent dat de gemeente bij het aantrekken van een kasgeldlening met een looptijd van 1 maand rente ontvangt. Omdat de gemeente ervoor gekozen heeft om een gedeelte van eventuele liquiditeitstekorten met kort geld te financieren, pakt de rentevisie goed uit en levert dit de gemeente geld op. 


Eventuele liquiditeitsoverschotten worden als gevolg van schatkistbankieren automatisch afgeroomd naar onze bankrekening bij het ministerie. Dit levert echter niets op, het rentepercentage is op dit moment 0%.

 

Geldleningen

Er zijn in 2018 geen geldleningen aangetrokken en er zijn ook geen extra aflossingen geweest.

 

Kasgeldleningen

Om tijdelijke liquiditeitstekorten zo efficiënt mogelijk te overbruggen is er de mogelijkheid om kasgeldleningen af te sluiten. In 2018 zijn er geen kasgeldleningen afgesloten.

 

Rente: 1-maands euribor

Het 1-maands euribor rentetarief is in 2018 is het hele jaar negatief geweest. Per 1 januari 2018 bedroeg het percentage -0,368%. Eind december was dit percentage -0,363%.

 

Schatkistbankieren

In december 2013 is de wet Schatkistbankieren in werking getreden. Deze wet verplicht alle decentrale overheden om hun overtollige (liquide) middelen aan te houden in de schatkist. ‘Overtollig’ verwijst naar alle middelen die decentrale overheden niet onmiddellijk nodig hebben voor de publieke taak. Hierdoor zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staatsschuld dalen. De rente die vergoed wordt, is gelijk aan de rente die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat en is op dit moment 0%.

Paragraaf Verbonden Partijen

Inleiding

Algemeen

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt. Het aangaan van banden met verbonden derde partijen komt altijd voort uit het publieke belang. Het is een manier om een bepaalde publieke taak uit te voeren.

 

Deze paragraaf is om twee redenen voor u van belang. Op de eerste plaats voeren verbonden partijen vaak beleid uit dat de gemeente in principe zelf ook kan doen. De gemeente blijft de uiteindelijke verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma’s. Er blijft dus voor u nog steeds een kader stellende en controlerende taak over bij die programma’s. De tweede reden betreft de kosten - het budgettaire beslag- en de financiële risico’s die de gemeente met de verbonden partijen kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen.

Verbonden partijen Tubbergen

De verbonden partijen waarbij de gemeente Tubbergen betrokken is, ziet u hieronder.

 

Naam Verbonden partij

Activiteiten

Bestuurlijk belang

Gemeenschappelijke regelingen

Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

De bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht Dinkelland Tubbergen is een samenwerkingsverband van de gemeenten Tubbergen en Dinkelland in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Denekamp.

 

 

In naam van de deelnemende bestuursorganen is de bedrijfsvoeringsorganisatie in ieder geval belast met:

·         Beleidsontwikkeling en beleidsvoorbereiding;

·         Uitvoering van het door de gemeentelijke bestuursorganen vastgestelde beleid;

·         Inkoop en aanbesteding van opdrachten, voor zover het de bedrijfsvoering betreft;

·         Uitvoering van door de rijksoverheid opgedragen medebewindstaken;

·         Toezicht op en handhaving van de hiervoor genoemde uitvoering.

 

In eigen naam is de bedrijfsvoeringsorganisatie in ieder geval belast met:

·         De bedrijfsvoering;

·         Inkoop en aanbesteding van opdrachten voor de bedrijfsvoering.

 

De bedrijfsvoeringsorganisatie voert uitsluitend taken uit voor bestuursorganen van Dinkelland en Tubbergen.

De colleges van de gemeenten Dinkelland en Tubbergen vormen gezamenlijk het bestuur. De beide burgemeesters zijn beide voorzitter van het bestuur. Beide gemeenten hebben 50% stemrecht in het bestuur.

De gemeente Tubbergen draagt voor 43,65% bij aan de begroting.

Regio Twente

Het openbaar lichaam Regio Twente is een samenwerkingsverband van alle 14 Twentse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Enschede.

Regio Twente behartigt de (Twentse) belangen op de volgende terreinen:

* basispakket

a. Publieke gezondheid, onder de naam GGD Twente;

b. Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning;

c. Sociaal-economische structuurversterking;

d. Recreatieve voorzieningen;

e. Bovengemeentelijke belangenbehartiging;

* vrijwillige samenwerking

f. Faciliteren, coördineren en afstemmen gemeentelijke aangelegenheden;

g. Bedrijfsvoering.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur (= burgemeester Haverkamp-Wenker).

 

Een lid van het algemeen bestuur beschikt over één stem. Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, wijzigingen daarvan en de jaarrekening alsmede om besluiten over investeringen op basis van een gemeentelijke bijdrage beschikt een lid van het algemeen bestuur, behoudens de voorzitter, over het aantal stemmen dat wordt bepaald door het aantal inwoners van zijn gemeente bij aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming plaatsvindt. De voorzitter beschikt in dat geval over één stem.

Veiligheidsregio Twente

Het openbaar lichaam Veiligheidsregio Twente is een verplicht samenwerkingsverband van alle 14 Twentse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Enschede.

Veiligheidsregio Twente heeft tot doel de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen bestuurlijk en operationeel op regionaal niveau te integreren om een doelmatige en slagvaardige hulpverlening te verzekeren, mede op basis van een gecoördineerde voorbereiding.

 

De verplichting tot instelling van en deelname aan een veiligheidsregio vloeit rechtstreeks voort uit de Wet veiligheidsregio’s.

Op grond van artikel 11 van de Wet veiligheidsregio’s vormen de burgemeesters van de deelnemende gemeenten het algemeen bestuur.

 

Elk lid van het algemeen bestuur beschikt in de vergadering over één stem. Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, wijzigingen daarvan en de jaarrekening, beschikt een lid van het algemeen bestuur over het aantal stemmen dat is bepaald door het aantal inwoners van zijn gemeente bij aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming plaatsvindt.

Soweco

Het openbaar lichaam Soweco is een samenwerkingsverband van 6 Twentse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Almelo.

Soweco N.V. voert in opdracht van het openbaar lichaam Soweco de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit.

Ieder college benoemt uit zijn midden 2 collegeleden in het algemeen bestuur van Soweco (= wethouder De Witte en wethouder Bekhuis-Groothuis).

Crematoria Twente

Het openbaar lichaam Crematoria Twente (OLCT) is een samenwerkingsverband van 13 Twentse en Achterhoekse gemeenten door middel van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Enschede.

 

Het OLCT is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet op de lijkbezorging. Deze taken zijn ondergebracht in Crematoria Twente / Oost- Nederland B.V.

 

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur (= burgemeester Haverkamp-Wenker).

 

Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem per 20.000 inwoners (of een gedeelte daarvan) van de gemeente die hij vertegenwoordigt, met dien verstande dat geen der individuele gemeentes zo veel stemmen kan hebben, dat zij zelfstandig een meerderheid kan vormen.

Stadsbank Oost Nederland

Het openbaar lichaam Stadsbank Oost Nederland is een samenwerkingsverband van 22 Twentse en Achterhoekse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Enschede.

 

De Stadsbank Oost Nederland is een intergemeentelijke kredietbank die zich voor ingezetenen van de deelnemende gemeenten op maatschappelijk en zakelijk verantwoorde wijze bezighoudt met kredietverstrekking, budgetbeheer, schuldhulpverlening, preventie en voorlichting.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur (= wethouder De Witte).

 

Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.

 

Coöperaties en vennootschappen

Cogas N.V.

De aandelen van de naamloze vennootschap Cogas Holding zijn in handen van 9 Overijsselse gemeenten.

 

De vestigingsplaats is Almelo.

Cogas voorziet onder meer in de behoefte aan openbare nutsvoorzieningen in de gemeenten die in de vennootschap deelnemen en in haar concessie- en machtigingsgebieden.

Tubbergen valt onder het verzorgingsgebied van Cogas.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (= burgemeester Haverkamp-Wenker).

 

Tubbergen bezit 293 aandelen (5,75%).

Enexis Holding N.V.

De aandelen van de naamloze vennootschap Enexis Holding zijn in handen van 6 provincies en 130 gemeenten.

 

De vestigingsplaats is Den Bosch.

Enexis beheert het energienetwerk in Noord-, Oost-, en Zuid-Nederland, waaronder Overijssel.

 

Tubbergen valt onder het verzorgingsgebied van Enexis.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (= burgemeester Haverkamp-Wenker).

 

Tubbergen bezit 32.331 aandelen (0,02%).

 

Vordering op Enexis B.V.

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

Naar verwachting zal de vennootschap eind 2019/begin 2020 geliquideerd kunnen worden.

N.v.t.

Verkoop Vennootschap B.V.

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

Het bestuur van de vennootschap is in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden geliquideerd.

N.v.t.

CBL Vennootschap B.V.

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

Het bestuur van de vennootschap is in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden geliquideerd. 

N.v.t.

CSV Amsterdam B.V.

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

Naar verwachting zal de vennootschap eind 2019/begin 2020 kunnen worden geliquideerd.

N.v.t.

Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V.

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

Het bestuur van de vennootschap is in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden geliquideerd.

N.v.t.

Twence B.V.

De aandelen van de besloten vennootschap Twence zijn in handen van 14 Twentse gemeenten, gemeente Berkelland en Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen.

 

De vestigingsplaats is Hengelo.

Twence B.V. is het afvalverwerkingsbedrijf dat al het huishoudelijke afval en veel van het bedrijfsafval binnen de regio Twente verwerkt.

 

De oorspronkelijke overweging voor Regio Twente om in Twence B.V. deel te nemen was om in regionaal verband bedrijfs- en huisafval te verwerken waarbij de schaalgrootte zou resulteren in voor inwoners (en bedrijven) acceptabele tarieven.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (= burgemeester Haverkamp-Wenker).

 

Tubbergen bezit 27.643 aandelen (= 2,8%).

 

Wadinko N.V.

De aandelen van de naamloze vennootschap Wadinko zijn in handen van de provincie Overijssel en 24 gemeenten.

 

De vestigingsplaats is gevestigd in Zwolle.

Wadinko is een regionale participatiemaatschappij, die de bedrijvigheid - en daarmee de werkgelegenheid - wil bevorderen in Overijssel, de Noordoostpolder en Zuidwest Drenthe.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (= burgemeester Haverkamp-Wenker).

 

Tubbergen bezit 45 aandelen (= 1,884%).

 

BNG N.V.

De aandelen van de naamloze vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten zijn voor de helft in handen van de Staat en voor de andere helft in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap.

 

De vestigingsplaats is Den Haag.

De BNG heeft ten doel de uitoefening van het bedrijf van bankier voor overheden.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (= burgemeester Haverkamp-Wenker).

 

Tubbergen bezit 30.000 aandelen (0,05387%).

 

NV ROVA Holding

De aandelen van de Naamloze Vennootschap NV ROVA Holding zijn in handen van 23 gemeenten.

 

De vestigingsplaats is Zwolle.

ROVA verzorgt voor gemeenten alle publieke taken die voortkomen uit de gemeentelijke zorgplicht voor huishoudelijk afval (afvalinzameling en verwerking, beheer inzamelmiddelen).

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders (= burgemeester Haverkamp-Wenker).

 

Tubbergen bezit 260 aandelen (7,67%).

 

Overige verbonden partijen

EUREGIO

EUREGIO is een grensoverschrijdend samen-werkingsverband van 131 Nederlandse en Duitse overheden. EUREGIO is een openbaar lichaam naar Duits recht.

 

De vestigingsplaats is Gronau (D).

EUREGIO heeft tot doel het stimuleren, ondersteunen en coördineren van regionale grensoverschrijdende samenwerking.

De EUREGIO-raad is het politieke orgaan van EUREGIO. De samenstelling is gebaseerd op een partijpolitieke en regionale sleutel. De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen bepaalt welke partijen in de EUREGIO-raad vertegenwoordigd zijn. Het inwonertal bepaalt het aantal zetels per deelnemende gemeente. Tubbergen bezet 1 van de 41 Nederlandse zetels (= wethouder Volmerink).

Risico's verbonden partijen

Wijzigingen in verbonden partijen 2018

 

Omgevingsdienst Twente

Op 6 oktober 2017 is de Gemeenschappelijke Regeling van de Omgevingsdienst Twente (OD Twente) door alle deelnemers, de Twentse gemeenten en de provincie Overijssel, ondertekend. Daarmee is de OD Twente opgericht en deze is uiterlijk op 1 januari 2019 operationeel.  

 

Risico’s verbonden partijen

 

De risicoanalyse van de verbonden partijen is dit jaar voor de tweede keer uitgevoerd met behulp van het pakket Naris Self Assesment. Hierbij werken we samen met de gemeente Almelo en Enschede.

 

De risico's voor de verbonden partijen worden geïnventariseerd met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst. De vragen worden samengevat in acht indicatoren, die gezamenlijk een beeld geven van het risicoprofiel. De indicatoren zijn: directie/bestuur, eigenaarsbelang, marktomgeving, flexibiliteit, contracten, opdrachtgeversrelatie, governance, control en kwaliteit. Het financieel belang is gebaseerd op een brede definitie. Dat betekent dat er onder meer rekening wordt gehouden met de exploitatiebijdrage, de boekwaarde van aandelen, dividenden, subsidies, afgenomen werkzaamheden en verstrekte leningen en garanties. De verbonden partijen waarbij de gemeente een groot financieel belang heeft en die een hoge risicoscore kennen, vormen een belangrijk risico voor de gemeente.

 

De ingevulde vragenlijsten hebben geleid tot de in de onderstaande grafieken opgenomen risicoscores. Hierbij is een onderscheid gemaakt in privaatrechtelijke en publiekrechtelijke verbonden partijen.

 

 

Publiekrechtelijke verbonden partijen

 

Naam verbonden partij

Financieel belang

Risicoscore

Toezicht regime

Soweco

Groot

Groot

Hoog

Stadsbank Oost Nederland

Klein

Groot

Gemiddeld

Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

Groot

Groot

Hoog

Veiligheidsregio Twente (VRT)

Groot

Groot

Hoog

EUREGIO

Klein

Groot

Laag

Crematoria Twente (OLCT)

Klein

Middel

Laag

Regio Twente

Groot

Klein

Gemiddeld

Omgevingsdienst Twente

Middel

Groot

Hoog

 

Privaatrechtelijke verbonden partijen

 

Naam verbonden partij

Financieel belang

Risicoscore

Toezicht regime

Wadinko

Klein

Groot

Gemiddeld

Twence

Klein

Middel

Gemiddeld

Vordering op Enexis

Middel

Middel

Gemiddeld

Enexis Holding

Klein

Middel

Laag

Cogas

Middel

Middel

Gemiddeld

BNG

Middel

Klein

Laag

ROVA

Groot

Klein

Gemiddeld

 

Financieel belang:                                           Risico:

Klein: < € 100.000                                             Klein: < 20

Middel: > € 100.000 en < € 1.000.000  Middel: 21 t/m 24

Groot: > € 1.000.000                                        Groot: > 25

Financiële kengetallen

Verbonden partij EV 1-1-2018 EV 31-12-2018 VV 1-1-2018 VV 31-12-2018 Resultaat 2018 Gemeentelijke bijdrage 2018* Dividend-uitkering 2018
Noaberkracht Dinkelland Tubbergen 3.200.000 5.378.000 3.902.000 3.915.000 523.000 14.130.500 n.v.t.
Regio Twente 6.268.976 10.034.384 13.972.413 14.464.606 -390.000 1.196.300 n.v.t.
Veiligheidsregio Twente 1.142.974 1.319.056 57.158.047 55.048.112 -383.000 1.405.900 n.v.t.
Crematoria Twente 1.590.678 1.590.678 101.390 86.887 0 n.v.t. 5.800
Stadsbank Oost Nederland 1.321.100 1.080.500 19.744.200 15.042.300 0 66.500 n.v.t.
Omgevingsdienst Twente n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t. n.v.t.
Soweco 1.945.000 2.173.000 10.253.000 10.051.000 -202.000 434.600 n.v.t.
Cogas 171.757.000 178.995.000 95.786.000 96.221.000 17.416.000 n.v.t. 586.000
Enexis 3.808.000.000 4.024.000.000 3.860.000.000 3.691.000.000 243.000.000 n.v.t. 22.400
Vordering op Enexis 17.000 -2.000 356.500.000 356.324.000 -11.000 n.v.t. n.v.t.
Verkoop Vennootschap 153.000 113.000 20.000 57.000 -38.000 n.v.t. n.v.t.
CBL Vennootschap 145.000 138.000 8.000 21.000 -9.000 n.v.t. n.v.t.
CSV Amsterdam 870.000 749.000 60.000 68.000 -121.000 n.v.t. n.v.t.
Publiek Belang Elektriciteitsproductie 1.615.000 1.606.000 11.000 23.000 -15.000 n.v.t. n.v.t.
Twence** 130.292.000 133.428.000 147.501.000 173.808.000 14.490.000 n.v.t. 154.300
Wadinko 67.657.159 67.999.185 1.521.291 1.511.671 1.536.526 n.v.t. 22.500
BNG 4.687.000.000 4.991.000.000 135.185.000.000 132.518.000.000 337.000.000 n.v.t. 75.900
ROVA 36.516.000 36.742.000 47.091.000 53.791.000 5.784.000 n.v.t. 121.300
Euregio 1.607.264 n.n.b. 47.295.497 n.n.b. n.n.b. 6.100 n.v.t.

* = exclusief overige afgenomen diensten en doorbetaling Wsw-subsidie

** = inclusief borgstellingsvergoeding

Paragraaf Grondbeleid

Inleiding

In deze paragraaf treft u de stand van zaken en de voortgang van de verschillende grondexploitaties over het jaar 2018 aan. De belangstelling voor woningbouwkavels blijft onverminderd groot. De belangrijkste ontwikkelingen in 2018 waren:

  1. Verkoop van 21 woningbouwkavels;
  2. Start kavelverkoop laatste fase Weemselerveld
  3. De nieuwe website kavelsintubbergen.nl is in gebruik genomen.

 

Grondbeleid

De Raad heeft op 13 juli 2016 de Nota Grondbeleid vastgesteld:

  • Conform het provinciaal beleid mag Tubbergen bouwen voor lokale (eigen) behoefte en zijn definitieve afspraken gemaakt over een verschuiving van uitbreiding naar inbreiding.
  • In het kader van de prestatieafspraken met de Provincie Overijssel zijn afspraken gemaakt over het aantal woningen dat Tubbergen tot 2026 mag realiseren.
  • Het grondbeleid is ondersteunend aan de behoeftes uit de prestatieafspraken op de terreinen van volkshuisvesting en bedrijventerreinen.

Het grondbeleid van de gemeente is een instrument om (ruimtelijke) doelstellingen te bereiken. De nota Grondbeleid is een kader, waarmee sturing wordt gegeven aan de beleidsdoelstellingen volkshuisvesting, ruimtelijke ontwikkeling en economie.

 

De complexen in 2018

Vanaf 1 januari 2016 is het BBV op het onderdeel grondexploitatie aangescherpt. Het grondbedrijf bestaat alleen nog uit de complexen in exploitatie; voor deze complexen heeft de raad een grondexploitatie vastgesteld en er is een concreet voornemen tot ontwikkeling, waarbij de bouwcapaciteit is vastgelegd inde vastgestelde Woonvisie of Bedrijventerreinenvisie. De gronden van de overige complexen maken onderdeel uit van de vaste activa en maken financieel gezien geen onderdeel meer uit van het grondbedrijf. Jaarlijks worden alle grondexploitaties verplicht geactualiseerd.

 

Complexen in exploitatie

Dit overzicht heeft betrekking op de complexen waarvoor de Raad een grondexploitatie heeft vastgesteld.

Per complex:

  1. Is een faseringsschema voor de nog te realiseren kosten en opbrengsten voor de komende jaren opgesteld;
  2. Zijn de grondprijzen uit de vastgestelde grondprijsbrief 2019 opgenomen als basis voor de nog te realiseren inkomsten.

Door elk jaar alle grondexploitaties te actualiseren wordt bij vaststelling van de jaarrekening de hoogte van de winst- en/of verliesnemingen in beeld gebracht.  

 

Woningbouwcomplexen

  1. Binnenveld: In 2018 zijn de laatste twee kavels verkocht.
  2. Hutten: In dit plan is in 2018 één kavel verkocht, hierdoor zijn nog drie kavels beschikbaar.
  3. Weemselerveld Zuid: in 2018 zijn zes kavels verkocht hierdoor zijn nog twee kavels beschikbaar.
  4. Weemselerveld 3e fase: Dit plan is in 2018 in verkoop gegaan en alle vier kavels zijn in optie.
  5. Dannenkamp: In 2018 zijn de laatste  drie kavels verkocht.
  6. Steenbrei: In 2018 zijn drie kavels verkocht, hierdoor zijn nog twee kavels beschikbaar.
  7. Knooperf: De laatste kavels worden begin 2019 verkocht. Tevens worden de laatste openstaande verplichtingen tussen gemeente en ontwikkelaar in 2019 afgewikkeld.
  8. De Scholt: In 2018 zijn vijf kavels verkocht.
  9. Bessentuin: In 2018 is één kavel verkocht, hierdoor zijn nog drie kavels beschikbaar. De grondexploitatie heeft een financieel tekort waarvoor een voorziening is getroffen.

 

Resumé 

In 2018 zijn in totaal 21 kavels verkocht waar we op begrotingsbasis uitgingen van achttien kavels. De voorraad niet verkochte kavels bedraagt 22 stuks waarvan per ultimo 2018 voor twaalf kavels verkoopovereenkomsten zijn gesloten.

 

Winstnemingen

Deze worden verplicht bepaald door het toepassen van de 'poc-methode'. De verhouding tussen de nog te realiseren kosten en de nog te realiseren opbrengsten ten opzichte van het te verwachten eindresultaat is de hoogte van de winstneming. Omdat de te verwachten eindresultaten voorlopige eindresultaten zijn, kunnen deze jaarlijks variëren: dit heeft invloed op de hoogte van de winstneming. Daarom komt het voor dat  een enkele winstneming in het voorgaande jaar gecorrigeerd dient te worden.

 

Financiële resultaat

In 2018 is voor een totaalbedrag van € 2,2 miljoen aan inkomsten gerealiseerd. Hier stonden kosten van € 1,2 miljoen (o.a. bouw- en woonrijp maken, plankosten en rente) en een winstneming van  €0,4 miljoen tegenover. Daarmee is de boekwaarde van het grondbedrijf van € 70.000 gedaald naar € 0,5 miljoen negatief.

 

Reserve grondexploitatie en risico's

De winstneming van € 0,4 miljoen en de voorziening verlieslatende complexen van € 60.000 worden toegevoegd c.q. onttrokken aan de reserve grondexploitatie. De stand van de reserve komt per 1-1-2019 daardoor uit op € 3,8 miljoen. Dit betrekken wij bij de berekening van onze benodigde weerstandscapaciteit in relatie tot het beschikbare weerstandsvermogen. Hiervoor verwijzen wij u naar de paragraaf weerstandsvermogen.

Paragraaf Demografische ontwikkelingen

Algemeen

Het ontwikkelen en uitvoeren van beleid is gericht op het bereiken van effecten in de toekomst. Weten hoe de samenleving zich ontwikkelt en wat dit voor de rol en positie van de gemeente betekent, is dus essentieel. Demografie speelt hierin een belangrijke rol. Demografie omvat de studie van de omvang, de structuur en de spreiding van de bevolking, en hoe de bevolkingsomvang in tijd verandert door geboorten, sterfgevallen, migratie en veroudering. Bij demografische ontwikkeling moet men naast bevolkingsdaling en migratie ook denken aan vergrijzing en ontgroening (de daling van het aantal jongeren).

Trends en ontwikkelingen

In Tubbergen  is de  bevolkingsomvang  licht gestegen. De verwachting is dat deze na 2025 licht gaat dalen.

  

De beleidsmatige gevolgen van deze demografische ontwikkelingen zijn in de toekomst voelbaar op meerdere beleidsterreinen, zoals wonen, onderwijs, economie en arbeidsmarkt, zorg, sport en cultuur. Deze beleidseffecten tezamen hebben weer grote gevolgen voor de leefbaarheid in een gebied. Werken aan leefbare kernen is iets van alle tijden, maar de huidige maatschappelijke ontwikkelingen en trends (bijvoorbeeld demografie) zijn aanleiding om heel bewust na te denken over en te werken aan de toekomst van onze kernen.

Cijfers

Inventarisatie/analyse
Om te kunnen anticiperen op de gevolgen van de demografische ontwikkelingen is het van belang te weten hoe de gemeente Tubbergen ervoor staat. Hieronder een aantal ontwikkelingen die van belang zijn.

 

De gegevens zijn afkomstig van de website Noaberkracht in cijfers

 

Op deze website is naast onderstaande grafieken meer demografische informatie beschikbaar.

Aandachtspunten richting de toekomst

Aandachtpunten voor de toekomst:

  • In Tubbergen is de bevolkingsomvang in 2018 licht gestegen. De verwachting is dat deze na 2025 gaat dalen.
  • De samenstelling van de bevolking gaat veranderen. Het percentage ouderen neemt toe.
  • De gemiddelde huishoudgrootte neemt licht af en het totaal aantal huishoudens gaat naar verwachting vanaf 2030 afnemen.

Paragraaf Bedrijfsvoering

Inleiding

Voor de gemeenten Dinkelland en Tubbergen is de bedrijfsvoering binnen Noaberkracht georganiseerd. De begroting 2018 van Noaberkracht is door beide gemeenteraden vastgesteld. Om ook in de begroting van beide gemeenten een toelichting te geven is de begroting van Noaberkracht 2018 integraal overgenomen als bijlage bij deze begroting.

Bestuur- en Management Ondersteuning (BMO)

Organisatie

Noaberkracht ondersteunt onze gemeente in het streven naar een vitale en zelfredzame samenleving. Ook in 2018 heeft de focus gelegen op resultaat (de goede dingen goed doen). Het is voor onze gemeente van belang dat de ambtelijke organisatie wendbaar blijft, zodat die snel kan inspelen op veranderingen in de samenleving. Daarbij zijn breed inzetbare, flexibele medewerkers een voorwaarde. Flexibilisering, kwaliteit, toekomstbestendigheid en talentontwikkeling speelden daarbij een centrale rol.

 

Evaluatie en Onderhoud Noaberkracht

Naar aanleiding van de uitgevoerde evaluatie 'De kracht en balans van samen' en het adviesrapport 'Onderhoud Noaberkracht' is ingezet op doorontwikkeling van ambtelijke organisatie. Het is vermeldenswaardig dat bureau BMC tot de conclusie kwam dat onze gemeente met Noaberkracht 'Goud in handen heeft'. Dit heeft onder meer geleid tot het programmatisch ontwikkelen van de organisatie. 

 

Doorontwikkeling doelsturing en programmamanagement

Een belangrijk project in het kader van doelsturing en h et realiseren van de maatschappelijke ambities is in 2018 afgerond en overgedragen aan de lijnorganisatie. Hiermee hebben wij geborgd dat de integraliteit tussen de verschillende ambities en bestuurlijke opgaven toeneemt, de besturing van de programma’s verbetert en de overdracht naar borging en beheer soepeler gaat.

 

De verbetervoorstellen hebben geresulteerd in verbeterde besturing van de programma’s, door:

    • Alle reguliere activiteiten over te brengen in de lijn,
    • Het aanscherpen van de rollen binnen het programmatisch werken,
    • Het verweven van programmatisch werken met de participatieprocessen zoals Mijn Dorp/MijnDinkelland,
    • De financiering van de programma’s door het uitwerken van de systematiek van ambitiefinanciering zodat er verschil in ambities tussen de beide gemeenten mogelijk is,
    • Het instrument waardebepaling te ontwikkelen waarmee maatschappelijke initiatieven goed beoordeeld kunnen worden,
    • In te zetten op talent uit de hele organisatie te betrekken bij de programma’s,
    • Meer rol-gebaseerd te gaan werken.

 

Personeel / Human Resource Management (HRM)

In HRM staat de afstemming tussen de belangen en ontwikkeling van de medewerker(s) en de doelen en ontwikkeling van de organisatie centraal. De medewerker denkt niet in regels, maar durft grenzen te verleggen en denkt in oplossingen. Vanuit de bedrijfsvoering is gestuurd op het behalen van resultaten en het inzetten van de talenten van medewerkers. Vertrouwen is de basis voor deze relatie tussen de medewerker, de organisatie en gemeentebestuur. Hier is vanuit de ambities 'Verbeteren van het Bestuurlijk Ambtelijk' en 'Geprofessionaliseerde sturing' een volgende stap gezet. Ook na 2018 zal hier extra aandacht voor nodig zijn.

 

Communicatie

Interactie, transparantie, acceptatie en verwachtingen

Als gemeente behartigen we de belangen van onze inwoners. Binnen de dienstverlening staan de inwoners, bedrijven en instellingen dan ook centraal. Ook in 2018 heeft dit geleid tot goede communicatie tussen de gemeente en haar inwoners. Naast  proactieve voorlichting, met als doel haar beleid te verduidelijken en uit te leggen en daarmee draagvlak te creëren, heeft ook reactieve voorlichting (het beantwoorden van vragen) bijgedragen aan de positieve interactie met onze samenleving. We hebben in 2018 gecommuniceerd in de vorm van filmpjes, flyers, nieuwsbrieven, persberichten en informatieavonden. 

 

Social media

Op het gebied van digitale dienstverlening en het gebruik van social media hebben we ons nog verder ontwikkeld. Via digitale portals wordt de informatie op een logische manier ontsloten en komen bezoekers makkelijk terecht bij de informatie die ze zoeken.  Ook worden trends en discussies op social media actief gemonitord om in te kunnen spelen op het sentiment dat leeft in onze samenleving. 

Informatie en Techniek (I&T)

Informatievoorziening

Informatievoorziening zorgt voor de samenhang in processen, gegevens, applicaties en techniek. We zetten hierbij in op vergaande digitalisering waarbij een zaak- en procesgerichte werkwijze met vastgestelde normen en standaardisatie ervoor zorgen dat de informatie transparant, actueel, volledig, betrouwbaar en duurzaam is. We richten de informatievoorziening zodanig in dat we plaats- en tijdsonafhankelijk kunnen werken en de organisatie zich duurzaam ontwikkelt en verbetert en zo transformeert naar de omgevingsgerichte, horizontale, procesgerichte organisatie die continu waarde toevoegt voor haar omgeving. Door deze flexibele inrichting kunnen we snel inspelen op nieuwe ontwikkelingen en ons aanpassen aan de steeds veranderende eisen die de samenleving aan ons stelt.

In onze visie op informatievoorziening “van harmonisatie naar doorontwikkeling” is de verbinding gelegd met de organisatiedoelstellingen van Noaberkracht en de landelijke ambities die zijn vastgelegd in de Digitale agenda 2020. In de visie zijn Informatie-principes opgenomen, die zijn overgenomen uit de landelijke standaard. Deze I-principes zijn concrete richtinggevende uitspraken waaraan het handelen op informatiegebied moet voldoen. Ze geven kaders en brengen focus aan. Ze helpen de organisatiedoelstellingen te bereiken en helpen bij het maken van keuzes.

 

De belangrijkste gemeentelijke doelstellingen en resultaten op het gebied van Informatievoorziening waren:

 

Verbetering van de kwaliteit (betrouwbaarheid en beschikbaarheid) van informatie

  • Digitalisering fysieke bouwdossiers

In 2018 hebben is verkennend marktonderzoek gedaan om de bouwarchieven te digitaliseren. In 2019 wordt dit onderzoek afgerond en volgt er een voorstel richting beide gemeenten.

 

  • Invoering E-depot

Als organisatie is het belangrijk om de digitale duurzaamheid van de lang/blijvend te bewaren archiefdocumenten uit diverse applicaties te borgen. Hier worden E-depots voor ontwikkeld. In 2018 heeft onderzoek uitgewezen dat aansluiten bij het E-depot van het Historisch Centrum Overijssel geen mogelijkheid. In 2019 wordt verder onderzoek verricht.

 

Verbetering van de kwaliteit en de beschikbaarheid van basisregistraties

  • Aansluiten op het Nieuw Handelsregister (NHR)

We hebben nog geen koppeling met de NHR gerealiseerd. Dit wordt het eerste kwartaal 2019 opgestart. Door veranderingen in informatiesystemen is de scope van de te leggen aansluitingen verschoven.

 

  • Implementatie van de BRP en de binnengemeentelijke levering

In opdracht van het Ministerie van Binnenlandse zaken werd er al een aantal jaren gewerkt aan een landelijke database voor deze basisregistratie, waarop alle gemeenten in 2019 zouden moeten gaan aansluiten. Vanwege de geringe vorderingen t.o.v. de hoge kosten is deze ontwikkeling eind 2017 door de minister van Binnenlandse zaken gestopt. Het ministerie onderzoekt nu samen met de VNG de mogelijkheden.

 

  • Inrichting zelfaudits Basisregistraties

In 2017 heeft een niet verplichte zelfevaluatie al een aantal verbeterpunten opgeleverd. Deze zijn in het voorjaar van 2018 opgepakt. Daarnaast zijn ook de procesbeschrijvingen van de beheerprocessen geactualiseerd. De daadwerkelijke zelfevaluatie heeft in het najaar plaats gevonden als onderdeel van de ENSIA (Eenduidige Normatiek Single Information Audit).

 

Creëren kaders en beleid

  • Uitwerken Procesarchitectuur

De uitwerking van de procesarchitectuur is in 2018 nog niet opgepakt, maar wordt meegenomen in de projecten ‘Procesgericht werken implementeren’ en ‘Benoemen aandachtsgebieden en proceseigenaren’ als onderdeel van het programma Organisatieontwikkeling.

 

Verbetering van organisatieprocessen

  • Procesverbetering

In 2018 zijn als vervolg op de implementatie van het Zaaksysteem diverse processen doorontwikkeld en opgenomen in het Zaaksysteem zoals contractbeheer, subsidies en toeristenbelasting. Daarnaast is op verschillende vlakken meegedacht in het kader van procesoptimalisatie, onder andere bij vergunningen, juridische handhaving, de BAG en Bibob. Tenslotte is er voor Belastingen, Woz en Innen een leantraject doorlopen om het proces te optimaliseren in het kader van de afweging uitbesteden versus optimaliseren.

 

Een efficiëntere informatiehuishouding door vergaande digitalisering en automatisering

  • Onderzoek vervanging MS-Office

Wat betreft de vervanging van Office 2010 is in 2018 een marktonderzoek gestart, dat antwoord moet geven op de vraag of we overgaan naar Office 2016 of Office 365. Ongeacht de keuze, wordt deze overgang voor de zomer van 2019 afgerond.

 

Optimalisatie van de digitale infrastructuur

  • Vervanging hardware VDI

De hardware van de VDI omgeving die we gebruiken voor het plaats- en tijds-onafhankelijk werken is in 2018 vervangen.

  • Vervanging van de Back-up hardware

Noaberkracht beschikt over een eigen back-up en uitwijkomgeving. Deze omgeving was afgeschreven en is in 2018 vervangen. Met de back-up en uitwijkomgeving zijn we in staat om bij een calamiteit (gemeentehuis Tubbergen) de dienstverlening op de andere locatie (gemeentehuis Dinkelland) voort te zetten en vice versa.

 

 

Informatiebeveiliging en privacy

Informatieveiligheid en privacy zijn belangrijke in 2018 onderwerpen geweest. Net als alle  gemeenten in Nederland heeft ook onze gemeente zich gecommitteerd aan het implementeren van het uniforme normenkader voor informatiebeveiliging de Baseline Informatiebeveiliging Gemeenten (BIG) en de Algemene  Verordening Gegevensbescherming (AVG).  De AVG is op 25 mei 2018 in werking getreden.

 

De belangrijkste gemeentelijke doelstellingen op het gebied van informatieveiligheid waren:

  • Zorgvuldig omgaan met informatie
  • Betrouwbare en continue dienstverlening
  • Voldoen aan wet- en regelgeving (zoals die voor privacy)
  • Beheersen van risico’s (Governance, Risk en Compliance)

 

Twee andere belangrijke doelstelling in 2018 zijn geweest:

  • Het voldoen aan de BIG als basisnormenkader
  • Het nakomen van de afspraken over de ENSIA-verantwoording

 

Er zijn stappen gezet die bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen. Deze stappen hebben op organisatorisch niveau plaatsgevonden door het realiseren beleid en processen, maar ook binnen organisatieonderdelen en teams gewerkt aan het doorvoeren van verscheidene beveiligingsmaatregelen.

 

Realisatie doelstellingen uit beleidsplannen

Belangrijke behaalde mijlpalen op het gebied van informatieveiligheid zijn: de inzet van de Governance groep; het doorlopen van de ENSIA cyclus; het opstellen van een integraal jaarplan; de implementatie van software om op een gebruiksvriendelijke manier veilig te kunnen e-mailen; het afronden van de ENSIA cyclus, het vaststellen van beleid inzake telewerken, het opstellen van een proces voor het afhandelen van incidenten; het voltooien van de jaarlijkse uitwijk; het vergroten van de veiligheid van, en werken met,  mobiele apparaten. Ondanks de vele ontwikkelingen hebben medewerkers van vak afdelingen deze beveiligingsmaatregelen doorgevoerd. Medio 2018 is een analyse uitgevoerd om de voortgang van de Baseline Informatieveiligheid Gemeenten (BIG) te toetsten. De gemeente laat op het gebied van dit normenkader over 2018 een behoorlijk uitvoeringsniveau zien. 

Belangrijke behaalde mijlpalen op het gebied van privacy zijn:

  • Het privacybeleid is geactualiseerd.
  • Taken en verantwoordelijkheden zijn beter belegd door het benoemen van een Functionaris gegevensbescherming (FG) en privacybeheerders. 
  • Processen met betrekking tot de rechten van betrokken zijn aangescherpt. Inwoners kunnen via de gemeentelijke websites informatie vinden over de manier waarop de gemeenten met persoonsgegevens omgaan. Daarnaast is een contactpagina gebouwd om te zorgen dat inwoners veilig gegevens met de gemeenten kunnen delen.
  • Het proces datalekken is volledig gedigitaliseerd waardoor een actueel register wordt bijgehouden en onderhouden op één plek.
  • In het kader van bewustwording is met de meeste teams gesproken over privacy en informatieveiligheid en is er veel aandacht besteed aan casuïstiek.
  • Met behulp van contractbeheer is inzichtelijker geworden welke contracten  een verwerkersovereenkomst behoeven. Ter ondersteuning is een speciaal zaak type ontwikkelend om het proces te ondersteunen en het gebruik van een standaard verwerkersovereenkomst te stimuleren.
  • Eind 2018 is een project gestart om het register van verwerkingen beter te kunnen onderhouden en aanvullen.
  • Met behulp van het risicomanagementsysteem zijn de eerste Privacy Impact Assessments uitgevoerd.

 

Incidenten en datalekken

Het afgelopen jaar is hard gewerkt om incidenten te signaleren en te behandelen. Ook is tijd geïnvesteerd om het proces aan te scherpen en de bekendheid van dit proces met actoren in de organisatie te vergroten. Er hebben zich enkele datalekken voorgedaan. Door snel handelen is het risico voor betrokkenen erg laag gebleven. De incidenten zijn op de juiste wijze afgehandeld en geëvalueerd door de verantwoordelijk medewerkers. 

Kwaliteitszorg

Kwaliteitszorg

Inleiding

Kwaliteitszorg moet steeds meer bijdragen aan de resultaatgerichtheid van organisaties. Het verkrijgen van inzicht in verschillende (beleids-) vraagstukken speelt een steeds grotere rol bij de (bestuurlijke) besluitvorming en kan een belangrijke bijdrage leveren aan een resultaatgerichtere werkwijze. Denk bijvoorbeeld aan de besluiten rondom de huisvesting van scholen en de te maken keuzes ten aanzien van de sportcomplexen. Binnen dit programma richten we ons op de volgende thema's:

  • Inkoopmanagement
  • Juridische dienstverlening
  • Procesmanagement
  • Planning & Control
  • Management- en sturingsinformatie
  • Onderzoek en statistiek
  • Risicomanagement

Hieronder worden een tweetal ontwikkelingen op deze thema’s nader toegelicht.

Planning & Control

Ook in 2018 heeft het verder verbeteren en optimaliseren van de P&C-cyclus de nodige aandacht gehad. Zowel voor de inhoud van de documenten als de totstandkoming daarvan (het proces). De inzet en verbeterslagen die we voor het jaar 2018 voor ogen hadden, zijn niet geheel gerealiseerd. Dit was vooral een gevolg  van extra inzet ter voorbereiding op de nieuwe raadsperiode (overdrachtsdocument) en de vertaling van de ambities van het nieuwe college en de nieuwe raad in een Tubbergs Akkoord en een Maatschappelijk Akkoord Tubbergen.

De kwaliteit van de cijfers en het voldoen aan de eisen van het Besluit Begroting en Verantwoording hebben daar uiteraard niet onder geleden. Ook de verdere digitalisering heeft in 2018 een ontwikkeling doorgemaakt. De gemeentebegroting 2019 is volledig opgebouwd in Pepperflow en openbaar gemaakt via de begrotingsapp. Het voorstel om ook de behandeling in commissie en raad volledig digitaal te laten verlopen bleek in 2018 nog een brug te ver. Hier moet nog nadere inzet op worden gepleegd.

Risicomanagement

In 2018 is voor de eerste keer een fraude-risicoanalyse uitgevoerd waarbij inzicht is verkregen in de top vijf risico’s met hoge prioriteit. Deze risico’s zijn opgenomen in het risicosysteem Naris waarbij een koppeling is gemaakt naar bestaande beheersmaatregelen. Voor deze top vijf risico’s heeft verscherping van de bestaande beheersmaatregelen plaatsgevonden en lopen er diverse procesmatige implementaties om verbeteringen te realiseren. Het herijken van de fraude-risicoanalyse behoort overigens tot een jaarlijkse exercitie.