Meer
Publicatiedatum: 30-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Van perspectiefnota 2020 naar begroting 2020

Opbouw van het hoofdstuk

Opbouw van het hoofdstuk

Om een gestructureerd beeld te geven van de opbouw en het verloop van het meerjarige saldo volgen we onderstaande opzet:

Allereerst ziet u in paragraaf 1 het beginsaldo van deze programmabegroting 2020 weergegeven. Dit saldo vindt zijn oorsprong in de perspectiefnota 2020 en vormt de basis waarmee verder wordt gewerkt.

In paragraaf 2 schetsen we het beeld van het ontstaan van het begrotingssaldo aan de hand van de zogenaamde mutaties op de uitvoering van het bestaande (dus vastgestelde) beleid.

Na deze mutaties gaan we in op de denkrichtingen die zijn opgenomen in de perspectiefnota 2020. De inhoudelijke onderbouwing van deze denkrichtingen en waar nodig de concretere uitwerking is opgenomen in de betreffende programma’s van de basisbegroting. In paragraaf 3 van het financiële hoofdstuk brengen we de (meerjarige) consequenties van deze denkrichtingen in beeld.

In paragraaf 4 staan we stil bij een aantal specifieke mutaties. Deze specifieke mutaties hebben niet in alle gevallen financiële consequenties, maar ze herbergen wel een aantal mogelijke risico’s of zijn in politiek-bestuurlijke zin zo relevant dat een nadere toelichting nodig is.

Al deze mutaties hebben een herzien meerjarig saldo tot gevolg, dat in paragraaf 5 is weergegeven.

De financiële consequenties van de actualisatie van het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT 2.0) zijn opgenomen in paragraaf 6.

Tot slot geven we in paragraaf 7 een overzicht van de beschikbare incidentele middelen waaronder  de stand van zaken van de (belangrijkste) reserves.

Uitgangspunten voor het opstellen van de begroting 2020

Indexering prijsgevoelige budgetten

We gaan niet uit van een recht evenredige aanpassing van alle prijsgevoelige budgetten maar kiezen voor het reëel ramen van deze budgetten. Dat wil zeggen rekening houden met de werkelijke (ervarings-)cijfers over de laatste jaren verhoogd met het laatst bekende cijfer voor wat betreft de aanpassing van de prijzen volgens het CBS (1,6%). Dit hoeft dus niet in alle gevallen een verhoging van de raming te betekenen maar kan zelfs een verlaging van de raming betekenen.  

 

Indexering lonen

Voor wat betreft de indexering van de lonen hebben we in de begroting van Noaberkracht een jaarlijkse stijging meegenomen van 1,5%. Daarnaast staat in de beide gemeenten nog een stelpost van 0,5%. Per saldo hebben we dus een budgettaire ruimte van 2%.

Nu de nieuwe cao gemeenteambtenaren is vastgesteld gaan we natuurlijk de werkelijke lasten opvoeren en begroten. Het betreft hier de volgende aanpassingen die we moeten verwerken.

  • Per 1 oktober 2019 stijgen de salarissen met 3,25% 
  • Medewerkers die op 28 juni 2019 in dienst zijn, ontvangen in oktober 2019 een eenmalige uitkering van €750.
  • Per 1 januari 2020 stijgen de salarissen met 1% 
  • Per 1 juli 2020 stijgen de salarissen met 1% 
  • Per 1 oktober 2020 stijgen de salarissen met 1%

In het tweede programmajournaal 2019 en de begroting 2020 van de beide gemeenten nemen we deze hogere lasten maar ook de aanwezige dekking mee. Daarnaast verwachten we ook nog een stuk compensatie vanuit het Rijk (septembercirculaire 2019). Ook deze compensatie nemen we mee.

 

Verbonden partijen

De (financiële gevolgen van de) begrotingen 2020 van de verbonden partijen zijn via de perspectiefnota (inclusief eerste programmajournaal 2019) opgenomen in de (meerjaren) begrotingen van de beide gemeenten. Hier hoeven we dus niets meer aan te doen.

De mogelijke uitkomsten van de verschillende zienswijzen die zijn aangenomen worden indien mogelijk en noodzakelijk betrokken bij het opstellen van de producten uit de P&C cyclus.

Meerjarig, dus vanaf 2021, hebben we ook stelposten loon-en prijscompensatie opgenomen voor de verbonden partijen.

 

Subsidies

Voor wat betreft de subsidies volgen we de afspraken uit de verordening of indien van toepassing specifiek gemaakte (prestatie) afspraken.

 

Rente

Hiervoor berekenen we de omslagrente,  dit is 1,5%. Dit percentage gebruiken we voor de bestaande activa en investeringen maar ook voor nieuwe investeringen.

Voor het grondbedrijf gaan we uit van de volgende percentages Tubbergen 0,5%.

 

Ozb 

Voor het indexeren van de ozb tarieven gaan we uit van het consumentenprijsindexcijfer over de periode juni tot en met juni voorafgaand aan het betreffende begrotingsjaar. Voor het jaar 2020 gaat het dus om het prijsindexcijfer juni 2018 – juni 2019. Deze prijsindex komt uit op een percentage van 1,6%.

De ozb tarieven worden zodanig aangepast dat er voor het jaar 2020 een meeropbrengst wordt gerealiseerd van 1,6% (exclusief areaalaanpassing). Voor de jaren daarop gaan we uit van een meeropbrengst van 1% (exclusief areaalaanpassing). 

 

Rioolrecht

In het Gemeentelijk Rioleringsplan 2019-2022 (GRP) dat eind 2018 is vastgesteld is aangegeven dat de tarieven de komende jaren verhoogd moeten worden met € 5 per jaar plus de inflatie. Hierbij is uitdrukkelijk aangegeven dat de daadwerkelijk noodzakelijke verhoging afhankelijk is van de toekomstige investeringen als gevolg van de zogenaamde klimaatadaptie. De “stresstests” die in het najaar van 2019 worden uitgevoerd moeten  hierover duidelijkheid geven. In afwachting hiervan dient vooralsnog te worden uitgegaan van een verhoging van € 5 met daarbovenop de inflatiecorrectie van 1,6%.

 

Afvalstoffenheffing

De tarieven afvalstoffenheffing zijn 100% kostendekkend. De daadwerkelijke hoogte van de tarieven kunnen we pas bepalen als alle uitgaven en alle inkomsten (zonder de opbrengsten uit de tarieven) op basis van een reële raming zijn verwerkt.

 

Toeristenbelasting, Forensenbelasting en Reclamebelasting 

Geen indexatie.

1. Meerjarig saldo perspectiefnota 2020

Meerjarig saldo perspectiefnota 2020

Zoals u van ons gewend bent, zoeken we in elk van de P&C documenten in financiële zin aansluiting bij het laatst vastgestelde document. Voor de begroting 2020 betekent dit dat we aansluiting zoeken bij het saldo van de perspectiefnota 2020.

 

(bedragen x €1.000) jr 2020 jr 2021 jr 2022 jr 2023
Meerjarig saldo perspectiefnota 2020 -1.050 -741 -822 -824

2. Mutaties bestaand beleid

Mutaties bestaand beleid

In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de verschillende mutaties op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zijn of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden. 

Mutaties (bedragen x €1.000) jr 2020 jr 2021 jr 2022 jr 2023
Algemene uitkering meicirculaire 2019 -59 -250 -388 5
Taakmutaties algemene uitkering        
- Wet verplichte ggz -22 -23 -23 -24
- Verhoging vergoeding raadsleden -78 -78 -78 -78
- Combinatiefuncties/buurtsportcoaches -3 -3 -3 -3
- Verhoging taalniveau statushouders -25 0 0 0
Algemene uitkering septembercirculaire 2019 168 456 511 421
- Reeds eerder verwerkte extra middelen jeugdzorg 0 0 300 300
Taakmutaties algemene uitkering        
- Wet verplichte ggz 8 8 8 8
- Ambulantisering ggz -17 -22 -26 -26
- Participatiewet - doorbetaling Wsw -14 -15 -15 -16
Nieuwe cao gemeentelijk personeel -306 -546 -557 -588
Rente 72 68 26 -21
Grondexploitaties - doorbelaste uren 70 83 1 75
Ozb 30 30 30 30
Areaalaanpassing 20 20 20 20
Verkoop afvalbrengpunt 46 46 46 46
Wmo - huishoudelijke ondersteuning 166 175 175 175
Wmo - ondersteuningsbehoeften 36 36 36 36
Bijstand -146 -146 -146 -204
Leerlingenvervoer -115 -115 -115 -115
Bbz 72 72 72 72
Sociale werkvoorziening 101 75 -5 -25
Overige kleine verschillen 22 31 37 56
Totaal mutaties bestaand beleid 26 -98 -94 144

 

Algemene uitkering meicirculaire 2019

De verklaring voor de verschillen in de hoogte van de algemene uitkering zit enerzijds in de gewijzigde accressen en anderzijds in een aantal taakmutaties

 

1. Accressen

De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de rijksuitgaven. Volgens het systeem van ‘samen de trap op en samen de trap af’ hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de omvang van het gemeentefonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de trap op trap af methode wordt het accres genoemd.

Voor de periode van 2020 tot 2024 wordt het accres per saldo neerwaarts bijgesteld. De belangrijkste verklaring voor de neerwaartse bijstelling ligt in de lagere ontwikkeling van de lonen en prijzen. De raming hiervan in het Centraal Economisch Plan (CEP) is lager dan bij de Miljoenennota. Hierdoor wordt er rijksbreed minder uitgegeven aan compensatie voor lonen en prijzen, wat zorgt voor een lagere ontwikkeling van de accresrelevante uitgaven.

In de Voorjaarsnota 2019 worden verder de belangrijkste ontwikkelingen in het economisch beeld, de uitgaven en de inkomsten 2019 van het Rijk nader toegelicht. De ontwikkelingen voor latere jaren worden gepresenteerd in de Miljoenennota en zullen terugkomen in de septembercirculaire 2019. In deze circulaire verwachten we ook een (gedeeltelijke) structurele compensatie voor de nieuwe cao ontwikkelingen.

 

2.Taakmutaties

Taakmutaties zijn middelen die met een bepaald oogmerk aan het gemeentefonds zijn toegevoegd of onttrokken, maar waar geen bestedingsverplichting aan ten grondslag ligt. Wanneer ze nieuw zijn worden ze eenmalig afzonderlijk benoemd om inzicht te creëren waaraan het rijk meer of minder geld gaat besteden. Maar het uitgangspunt van de gehele algemene uitkering is en blijft dat de middelen vrij aanwendbaar zijn. Binnen de gemeente Tubbergen kennen we de lijn dat voor deze taakmutaties een stelpost wordt opgenomen in afwachting van te ontwikkelen beleid. Zodra door college en raad wordt ingestemd met het ontwikkelde beleid kan een beroep worden gedaan op deze stelpost(en). Indien er voor wordt gekozen geen beleid te ontwikkelen dan kan de stelpost vrijvallen ten gunste van de algemene middelen of ten laste worden gebracht. 

 

De taakmutaties die in de meicirculaire 2019 zijn benoemd en die van toepassing zijn op de gemeente Tubbergen zijn:

- Taakmutatie Wet verplichte ggz (Wvggz)

Met ingang van 1 januari 2020 treedt de Wet verplichte ggz in werking. Deze wet vervangt de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en regelt de rechten van mensen die te maken hebben met verplichte zorg in de ggz. Een belangrijke verandering is dat verplichte zorg straks ook buiten een ggz-instelling opgelegd kan worden en dat de essentiële voorwaarden voor deelname aan de maatschappij in het zorgplan worden meegenomen. Voor de gemeentelijke taken en bijbehorende kosten die volgen uit de Wet verplichte ggz is afgesproken om vanaf 2020 structureel € 20 miljoen toe te voegen aan het gemeentefonds. Voor Tubbergen betekent dit afgerond € 23.000 per jaar vanaf 2020.

 

- Taakmutatie verhoging vergoeding raadsleden

Raadsleden in kleine gemeenten met minder dan 24.000 inwoners krijgen een hogere vergoeding. De  verhoogde raadsvergoeding bedraagt € 959 per maand. Daarmee komt de vergoeding op dezelfde hoogte als die van gemeenten vanaf 24.000 tot 40.000 inwoners. De betreffende gemeenten worden hiervoor gecompenseerd via de algemene uitkering. Voor de gemeente Tubbergen komt deze compensatie uit op een bedrag van € 78.000.

 

- Taakmutatie combinatiefuncties/buurtsportcoaches

Voor de Brede Regeling Combinatiefuncties zijn in 2018 nieuwe bestuurlijke afspraken ondertekend en deze treden in werking vanaf 1 januari 2019. Het nieuwe jaarlijkse beschikbare rijksbudget is structureel € 73,3 miljoen voor gemeenten en wordt in eerste instantie verdeeld op basis van de verdeelmaatstaven “jongeren tot en met 17 jaar” en ‘inwoners” (elk voor 50%). Vervolgens krijgen gemeenten de mogelijkheid om zich op basis van deze verdeling in te schrijven voor een deelnamepercentage.  Voor Tubbergen betekent dit € 3.000 jaarlijks.

 

- Taakmutatie verhoging taalniveau statushouders

In aanloop naar het nieuwe inburgeringsstelsel hebben Rijk en gemeenten bestuurlijke afspraken gemaakt over de versterking van het taalniveau van statushouders die nog onder de huidige Wet inburgering inburgeren. Het kabinet stelt € 40 miljoen beschikbaar aan gemeenten voor de periode 2019/2020, waarvan € 20 miljoen in 2019 en € 20 miljoen in 2020. Met deze extra middelen wordt tevens beoogd dat gemeenten zich oriënteren op de regierol inburgering zodat een soepele overgang naar het nieuwe stelsel wordt bevorderd. De verdeling van de middelen voor het jaar 2019 en 2020 vindt plaats op basis van het aantal inwoners per gemeente in het jaar 2018. Dit betekent € 25.000 voor de jaren 2019 en 2020 voor Tubbergen.

 

Algemene uitkering – septembercirculaire 2019

De ontwikkeling van de algemene uitkering wordt voor een belangrijk deel bepaald door de ontwikkeling van de totale rijksuitgaven (accresrelevante uitgaven; ARU). Volgens de normeringssystematiek (trap-op-trap-af) hebben wijzigingen in de rijksuitgaven direct invloed op de ontwikkeling van de algemene uitkering en daarmee de omvang van het fonds. De jaarlijkse toename of afname van het gemeentefonds, voortvloeiend uit de normeringssystematiek, wordt het accres genoemd. In de Miljoenennota 2020 wordt de geraamde accrestranche 2019 ten opzichte van de meicirculaire 2019 met € 218,3 miljoen neerwaarts bijgesteld. Dit komt vooral doordat het Rijk dit jaar naar verwachting minder uitgeeft dan geraamd. Daartegenover staat een opwaartse bijstelling van de accrestranche 2020 met € 408,6 miljoen. Ook de accrestranches in de jaren na 2020 worden opwaarts bijgesteld. De belangrijkste verklaring voor de opwaartse bijstelling voor de periode van 2020 tot en met 2024 ligt in aanpassingen in het investeringsritme van het Ministerie van Infrastructuur & Waterstaat en Defensie en in het sluiten van het Pensioenakkoord. Deze aanpassingen leiden tot een daling van het accres in 2019, maar tot een stijging in de daaropvolgende jaren. Het woningmarktpakket waartoe in de Miljoenennota besloten is,  en de afgesloten cao gemeentelijk personeel leidt tot een opwaartse bijstelling van het accres vanaf 2020.

 

Doortrekken extra rijksvergoeding jeugdzorg

Het kabinet heeft besloten extra middelen toe te voegen aan het jeugdhulpbudget voor de jaren 2019, 2020 en 2021 (reeds opgenomen in meicirculaire 2019). Aanvullend wordt onderzoek verricht om te kunnen bepalen of, en zo ja in welke mate, gemeenten structureel extra middelen nodig hebben.

Het Rijk is inmiddels, in overleg met de provinciale toezichthouders, met een richtlijn gekomen hoe om te gaan met deze extra middelen en het aanvullend onderzoek ten aanzien van de beoordeling van de meerjarenraming in de gemeentelijke begroting. Kern hierin is:

  1. De extra middelen jeugdzorg voor de jaren 2019 tot en met 2021, die onderdeel uitmaken van de algemene uitkering, worden als structureel dekkingsmiddel aangemerkt;
  2. Voor de jaren 2022 en 2023 kan door de gemeente een stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ geraamd worden: per gemeente naar rato van de € 300 miljoen (in 2021);
  3. Deze stelpost ‘Uitkomst onderzoek jeugdzorg’ kan als structureel opgenomen worden.; Voorwaarde is dat daarnaast gemeente tevens zelf maatregelen neemt in het kader van de transformatie rondom jeugdzorg en ggz mede gericht op beheersing van de kosten. Gemeenten spelen immers zelf ook een actieve rol in de transformatie en daarmee ook in het kunnen beperken van de uitgaven.

Wij kiezen ervoor om de extra vergoeding vanuit het rijk vanaf het jaar 2022 inderdaad structureel door te trekken. Dit betekent een extra structurele inkomst van € 300.000. Dit neemt echter niet weg dat wij ons blijven inzetten voor een juiste en rechtvaardige financiering van de extra taken binnen het sociaal domein. 

 

De taakmutaties die in de septembercirculaire 2019 zijn benoemd en die van toepassing zijn op de gemeente Tubbergen zijn:

- Taakmutatie ambulantisering ggz

Op 5 juni 2019 is op de Algemene Ledenvergadering van de VNG ingestemd met het hoofdlijnenakkoord ggz. In het hoofdlijnenakkoord ggz wordt ingezet op ambulantisering van de zorg. Dit leidt tot een groter beroep op zorg en begeleiding in het gemeentelijke domein. Het kabinet stelt financiële middelen beschikbaar voor het realiseren van de ambities uit het hoofdlijnenakkoord. De reeks loopt op van € 50 miljoen in 2019 tot € 95 miljoen in 2022 en wordt daarna structureel ingeboekt. Hiervan wordt € 12 miljoen in 2019 tot structureel € 22 miljoen vanaf 2022 verwerkt in het sub cluster Wmo 2015 van de algemene uitkering. De overige middelen worden toegevoegd aan de integratie-uitkering Beschermd wonen. Voor de gemeente Tubbergen betreft het hier een bedrag van € 17.000 in 2020 oplopend naar een structureel bedrag van € 26.000 in 2023.

 

- Taakmutatie Wet verplichte ggz

Met ingang van 1 januari 2020 treedt de Wet verplichte ggz in werking. Deze wet vervangt de Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen en regelt de rechten van mensen die te maken hebben met verplichte zorg in de ggz . In de meicirculaire 2019 is voor de gemeentelijke taken en bijbehorende kosten die volgen uit de Wet verplichte ggz vanaf 2020 structureel € 20 miljoen toegevoegd aan het sub cluster Wmo 2015. Op verzoek van de VNG wordt de € 20 miljoen in deze circulaire herverdeeld van het sub cluster Wmo 2015 naar het cluster Samenkracht en burgerparticipatie. Het verzoek vloeit voort uit de verwachting dat verdeling via het cluster Samenkracht en burgerparticipatie beter tegemoetkomt aan de relatie tussen grootstedelijkheid en het voorkomen van ggz-problematiek. Voor de gemeente Tubbergen betreft het hier negatieve herverdeling van de eerder beschikbaar gestelde middelen van € 8.000 vanaf 2020. De hierna resterende stelpost voor de wet verplichte ggz komt uit op een bedrag van € 14.000 in 2020 oplopend naar een structureel bedrag van € 16.000 in 2023.

 

- Taakmutatie Participatie (Wsw)

De gelden voor participatie (Wsw) betalen we 1 op 1 door aan de uitvoerende organisatie. Om het effect daarvan via de algemene uitkering geen budgettair effect te laten hebben ramen we tegenover de mutatie via de algemene uitkering een navenante aanpassing van de door te betalen bijdrage. 

 

(nieuwe) Cao gemeentelijk personeel

Op 28 juni 2019 heeft de VNG samen met de vakbonden een principe overeenkomst bereikt. Deze overeenkomst is op 12 september 2019 definitief geworden. In deze nieuwe cao staan de volgende afspraken:

  • Per 1 oktober 2019 stijgen de salarissen met 3,25%;
  • Medewerkers die op 28 juni 2019 in dienst zijn, ontvangen in oktober 2019 een eenmalige uitkering van €750 bruto (naar rato dienstverband);
  • De tegemoetkoming in ziektekosten is voortaan op alle medewerkers van toepassing en niet meer alleen voor mensen met een bepaalde ziektekostenverzekering;
  • Per 1 januari 2020 stijgen de salarissen met 1%;
  • Per 1 juli 2020 stijgen de salarissen met 1%, en
  • Per 1 oktober 2020 stijgen de salarissen met 1%

Dit komt voor het jaar 2020 neer op een stijging van de loonsom van 5% en voor het jaar 2021 e.v. op een stijging van de loonsom van de volledige 6,25%. Daarnaast houden we vanaf het jaar 2021 ook weer rekening met een “reguliere” stijging van de loonsom met 1,5% per jaar.

In de begroting van Noaberkracht is voor een deel (1,5%) rekening gehouden met deze loonontwikkeling. Daarnaast hebben we binnen de gemeentebegroting een extra stelpost van ongeveer 0,5% voor aanvullende loonontwikkeling. Deze percentages lopen parallel met de percentages voor loon-en prijsontwikkeling via de algemene uitkering. Uiteraard worden deze percentages ingeval van een daadwerkelijk afgesloten cao aangepast. Dat heeft het rijk voor deze cao gedaan via de september circulaire 2019. Een deel van de hogere algemene uitkering uit deze september circulaire heeft dus betrekking op looncompensatie.  

 

Rente

De lage rentestand op de kapitaalmarkt heeft tot gevolg dat ook het zogenaamde rente- omslagpercentage (het rente percentage waarmee we de verschillende investeringen in de begrotingen belasten) naar beneden is bijgesteld. Dit heeft een lagere last in de begroting tot gevolg.

 

Grondexploitaties – doorbelaste uren

We hebben in de begroting 2020 een meerjarige doorkijk opgenomen van onze (toekomstige en te verwachten) grondexploitaties. Deze meerjarige doorkijk laat een toename van de grondexploitaties zien ten opzichte van hetgeen is opgenomen in de begroting 2019.  Deze toename betekent ook dat er een groter aantal uren ten laste van deze grondexploitaties kan worden gebracht wat een voordeel voor het saldo van de begroting oplevert.

 

Onroerende zaak belasting

Deze hogere opbrengst is een gevolg van een meer dan normale/gemiddelde areaaluitbreiding (meer nieuwbouw en verbouw van objecten). Wellicht door de aantrekkende economie. Ook heeft er een intensieve controle op leegstand van niet-woningen plaats gevonden. Al met al heeft dit geleid tot een hogere opbrengst dan geraamd.

 

Areaalaanpassingen

In onze meerjarenraming gaan we uit van jaarlijks oplopende kosten als gevolg van een toename van ons areaal. Hiervoor ramen we een meerjarig oplopende stelpost van € 20.000 per jaar. Veel van de hogere onderhoudskosten voor verhardingen en groen als gevolg van gereedgekomen nieuwbouwprojecten kunnen we dekken uit de reeds beschikbare budgetten. Hier ligt uitdrukkelijk wel een relatie met de doorgevoerde areaalaanpassing uit de begroting 2019. De kosten van areaalaanpassing vielen in deze begroting namelijk twee keer zo hoog uit als de beschikbare stelpost. 

 

Verkoop afvalbrengpunt

Eind december 2018 is de gemeentewerf gelegen aan de Galvanistraat 2, 4, 6 en 8 te Tubbergen verkocht. Dit heeft geleid tot het volledig afboeken van de boekwaarde waardoor ook de kapitaallasten kunnen worden afgeboekt. Dit levert een structureel voordeel op met ingang van het jaar 2019.

 

Wmo – huishoudelijke ondersteuning

Voor het jaar 2020 hebben we rekening gehouden met een instroom van 60 cliënten (40% van het totaal aantal cliënten dat we terug verwachten). Op basis van de ontwikkelingen die we in 2019 zien, is de verwachting dat we in 2020 niet direct de verwachte instroom van 60 cliënten zullen bereiken. We gaan uit van een instroom van ca. 50 cliënten.

Een groot gedeelte van dit voordeel is behaald middels de inzet op keukentafelgesprekken om cliënten inzicht te geven in de eigen mogelijkheden binnen de huishoudelijke ondersteuning, zonder afbreuk te doen aan de regelgeving. Dit heeft ervoor gezorgd dat een gedeelte (€ 94.000) van de besparing die het interventieplan sociaal domein moet opleveren, reeds is behaald in 2019 en een structurele doorwerking kent.

Het totale structurele voordeel loopt op van € 166.000 in 2020 tot € 175.000 in 2021 en verder.

 

Wmo - Ondersteuningsbehoeften

Voor het jaar 2020 houden we rekening met dezelfde aantallen indicaties als in 2019. Het eerste half jaar van 2019 laat zien dat de ontwikkeling van het aantal indicaties individuele begeleiding iets lager is dan de nulsituatie. Daarnaast is rekening gehouden met een geringe instroom als gevolg van de wijziging van het abonnementstarief Wmo. Deze instroom blijft gehandhaafd. Ook worden de ondersteuningsbehoeften geïndexeerd. Per saldo levert dit een klein structureel nadeel op.

 

Bijstand

Voor de begroting van 2020 gaan we, op basis van bestaand beleid, uit van het verwachte gemiddelde aantal cliënten in 2019 van 135 cliënten, met een jaarlijkse uitstroom van 5 cliënten. Voor 2020 gaan we dus uit van 130 cliënten en voor de jaren daarna jaarlijks -5 cliënten tot een “ondergrens” van 120 (in het jaar 2022). De verwachte gemiddelde uitkering in 2019 van € 14.500 wordt gehanteerd voor 2020 en verder. De wijzigingen in de aantallen cliënten hebben een structureel nadelig effect van € 146.000 in 2020 oplopend tot € 204.000 in 2024.

Daarnaast gaan we in 2020 uit van een oplopende taakstelling van 1 fte voor nieuw beschut. Dat betekent een taakstelling van vier fte voor 2020. De definitieve taakstelling voor 2020 is nog niet bekend gemaakt.

 

Leerlingenvervoer

De verwachte kosten voor het leerlingenvervoer zijn ca. € 98.000 hoger dan begroot. Dit heeft vooral te maken met een grote groep leerlingen die of individueel vervoerd moeten worden of naar het taalonderwijs gaan (Palet). Ook de plaatsingen op zorgboerderijen zijn hoger dan andere jaren. Daarnaast is de raming geïndexeerd.

 

Besluit bijstandsverlening zelfstandigen (Bbz) 

Gezien de ontwikkelingen in 2019 stellen we de verwachte uitgaven naar beneden bij in verband met lagere verwachte uitgaven.

Met ingang van 1 januari 2020 wordt de Bbz-regeling op een aantal punten aangepast. Zo wordt onder andere de aparte regeling waarmee ondernemers van 55 jaar en ouder hun niet-levensvatbare bedrijf met financiële ondersteuning kunnen voortzetten tot aan de pensioengerechtigde leeftijd, afgebouwd. Ook de financieringssystematiek van het Bbz wordt gewijzigd. De wijzigingen hebben geen gevolgen voor ondernemers die nu gebruik maken van de Bbz-regeling.

 

Sociale werkvoorziening

In het eerste programmajournaal 2019 hebben we de BBV begroting 2020 van Soweco GR vertaald in de jaarschijven 2020 en verder. Eind mei 2019 is de meicirculaire 2019 gepubliceerd. Hierin heeft het rijk de verwachte uitstroom van het aantal arbeidsjaren in 2019 naar beneden bijgesteld. Dit betekent voor de gemeente Tubbergen dat het werkelijke aantal arbeidsjaren lager is dan waar het rijk vanuit gaat, waardoor een overschot is op de rijksbijdrage in 2020. Meerjarig is er een fluctuatie te zien in het werkelijk aantal arbeidsjaren van de gemeente Tubbergen versus de verwachting van het Rijk.

 

Overige kleine verschillen

Het betreft hier een verzameling van meerdere kleine(re) mee- en tegenvallers.

Rekening houdend met de aangegeven en toegelichte mutaties op basis van bestaande beleid ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo.

 

(bedragen x €1.000) 2020 2021 2022 2023
Stand perspectiefnota 2020 -1.050 -741 -822 -824
Totaal mutaties bestaand beleid 26 -98 -94 144
Herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid -1.024 -839 -916 -680

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de mutaties op basis van bestaand beleid binnen en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

Conclusies herzien meerjarig saldo na mutaties bestaand beleid

Zoals uit de tabel over het herziene meerjarige saldo na mutaties bestaand beleid valt af te lezen hebben we ondanks een lichte verbetering te maken met een structureel niet sluitend meerjaren perspectief. Dit betekent dat de set aan denkrichtingen die wij u bij de perspectiefnota 2020 hebben gepresenteerd onverkort van kracht blijft. In de volgende paragraaf gaan we dieper op deze denkrichtingen in.

3. Denkrichtingen/ombuigingsmaatregelen

Denkrichtingen/ombuigingsmaatregelen

In de perspectiefnota 2020 hebben wij u een set aan denkrichtingen gepresenteerd die (op termijn) moeten leiden tot een sluitende meerjarenbegroting. In diezelfde perspectiefnota hebben wij aangegeven dat deze denkrichtingen nader worden uitgewerkt en worden betrokken bij het opstellen van de begroting 2020 waar ook de daadwerkelijke besluitvorming plaatsvindt. Deze nadere uitwerking is opgenomen in de basisbegroting onder de programma’s en het voorstel tot daadwerkelijke besluitvorming treft u aan in deze paragraaf. Hoewel de nadere uitwerking zoals opgenomen onder de programma’s niet heeft geleid tot een bijstelling/aanpassing van het pakket aan denkrichtingen willen wij wel een aantal opmerkingen maken. Een aantal eerdere heroverweging-/ombuigingsoperaties heeft er namelijk toe geleid dat er geen maatregelen te bedenken zijn die geen gevolgen hebben voor onze dienstverlening, het niveau van onze voorzieningen of de hoogte van de lokale lasten.  Dat geldt dus ook voor de set aan denkrichtingen die nu voorligt. Wij blijven namelijk van mening dat de oplossing voor de tekorten binnen het sociaal domein niet allen gevonden kan worden binnen dat sociaal domein maar dat ook breder moet worden gekeken. Dat betekent dat een zo afgewogen mogelijke set aan maatregelen wordt aangeboden variërend van inkomstenverhogingen, verlagen kwaliteitsniveau wegen en groen maar ook het verlagen van de inzet  van onze handhavers bij bijvoorbeeld kampeerfeesten en parkeren. Voor al deze maatregelen geldt dat onze inwoners daar de gevolgen van (zullen gaan) ondervinden.

 

De totale set aan denkrichtingen uit de perspectiefnota 2020 die wij u nu ter besluitvorming voorleggen ziet er als volgt uit: 

Denkrichtingen (bedragen x €1.000) 2020 2021 2022 2023
Totaal Bestuur & middelen 189 343 425 488
Totaal Dienstverlening & burgerzaken 24 24 24 24
Totaal Veiligheid 50 50 50 50
Totaal Openbare ruimte & mobiliteit 290 290 290 190
Totaal Economie 5 5 5 5
Totaal Onderwijs 30 30 30 30
Totaal Sociaal domein 0 0 0 0
Totaal financieel technische maatregelen 106 106 106 106
Totaal denkrichtingen 694 848 930 893

 

De toelichtende onderbouwingen en waar nodig de nadere uitwerkingen zijn opgenomen onder de beleidsprogramma’s in de basisbegroting.

Voorgesteld wordt in  te stemmen met de (nadere uitwerking van de) aangegeven denkrichtingen en deze denkrichtingen om te zetten in daadwerkelijke ombuigingsmaatregelen en de  opbrengsten daarvan te verwerken in het herziene meerjarige perspectief.

 

Rekening houdend met de aangegeven ombuigingsmaatregelen het verwerken van de opbrengsten daarvan ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo:

(bedragen x €1.000) 2020 2021 2022 2023
Stand perspectiefnota 2020 -1.050 -741 -822 -824
Totaal mutaties bestaand beleid 26 -98 -94 -144
Totaal denkrichtingen 694 848 930 893
Herzien meerjarig saldo na denkrichtingen -330 9 14 213

4. Specifieke mutaties

Specifieke mutaties

In deze paragraaf staan we stil bij zaken die niet in alle gevallen financiële consequenties hebben voor het meerjarige saldo, maar die gezien de politiek bestuurlijk impact wel de nodige toelichting behoeven. Achtereenvolgens staan we stil bij de volgende zaken:

  • Loon- en prijscompensatie 3D’s
  • Stelpost looncompensatie
  • Stelpost prijscompensatie
  • Lokale lasten

 

Loon- en prijscompensatie 3D’s

De werkwijze voor het verwerken  van loon – en prijscompensatie en volumeontwikkelingen binnen het sociaal domein is gewijzigd. Deze compensatie wordt door het rijk verwerkt in de mei circulaire van het betreffende jaar. Dus de compensatie over het jaar 2019 wordt verwerkt in de meicirculaire 2019. En die van 2020 in de meicirculaire van het jaar 2020. Dit houdt in dat we in de begroting 2020 zoals die nu voorligt nog geen rekening hebben gehouden met de loon- en prijsontwikkeling 2020. De ramingen zijn gebaseerd op het prijspeil 2019. In de vertaling van de meicirculaire 2020 komen we terug op deze indexering.

 

Stelpost looncompensatie

In de thans voorliggende begroting 2020 is de onlangs afgesloten cao met een looptijd van 1 januari 2019 tot 1 januari 2021 verwerkt. De loonontwikkeling in deze cao samen met de loonontwikkeling in andere sectoren heeft ons doen besluiten de stelpost looncompensatie meerjarig te handhaven op 2%. Van deze 2% is 1,5% verwerkt in de begroting van Noaberkracht en voor de overige 0,5% ramen beide gemeenten een stelpost. Of en in hoeverre deze stelpost voldoende is om toekomstige cao verplichtingen op te kunnen vangen te dekken kunnen we op dit moment nog niet inschatten.

 

Stelpost prijscompensatie

Onze stelpost prijscompensatie is via besluitvorming uit de begroting 2018 gebaseerd op een percentage van 1,5%. In de conceptbegroting 2020 is het beschikbare budget van € 75.000 ingezet ter dekking van meerdere begrotingsposten waar de effecten van de prijsstijging naar voren kwamen. Hierbij moet u denken aan hogere kosten energie, verzekeringen, enz., maar ook inkoop van goederen en diensten.  Vanaf het jaar 2021 hebben we weer de beschikking over deze structurele stelpost.

 

Lokale lasten

In dit onderdeel "Lokale lasten" geven we in het kort een overzicht van de gevolgen van de besluitvorming uit deze concept begroting voor de verschillende tarieven die van belang zijn voor de lokale lasten(druk).

De indexatie van de ozb tarieven baseren wij op de jaarmutatie (juni – juni) van de consumentenprijsindex van het CBS. Dit betekent voor het jaar 2020 een aanpassing van de tarieven met 1,6%. Daarbovenop is in de perspectiefnota 2020 onder de denkrichtingen een extra verhoging van 2% aangegeven. Al met al dus een verhoging van de ozb tarieven met 3,6% voor het jaar 2020.  Dit betekent dat de onroerende zaakbelasting  voor een woning met een gemiddelde woningwaarde van € 250.000 stijgt van € 315,00 in 2019 naar een bedrag van  € 326,40 in 2020.

Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het jaar 2019 zijn de verschillende tarieven als volgt vastgesteld:

 

Vastrecht                                                                                                    € 80

Bedrag per lediging grote bak                                                        € 10,60

Bedrag per lediging kleine bak                                                       € 6,50

Chipkaart lediging verzamelcontainer (bovengronds)    € 0,85

Chipkaart lediging verzamelcontainer (ondergronds)    € 1,20

 

Ondanks een verdere verhoging van de afvalstoffenbelasting (in de volksmond verbrandingsheffing) op het verbranden van restafval denken wij de kostendekkendheid van de afvalinzameling en afvalverwerking re kunnen waarborgen zonder de tarieven te hoeven verhogen voor het jaar 2020.

De hoogte van het rioolrecht is  gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023. Belangrijke input voor dit nieuwe GRP zijn de gevolgen van de zogenaamde klimaatadaptie. Tijdens een aantal informele en informatieve bijeenkomsten zijn de leden van de gemeenteraad hierover geïnformeerd. Tijdens deze bijeenkomsten is duidelijk geworden dat de gevolgen van de klimaatadaptie de nodige inspanningen en investeringen gaan vergen die ook geld gaan kosten en dus doorwerken in de tarieven. Exacte duidelijkheid over de omvang van deze inspanningen en investeringen  moet de zogenaamde “stresstest” geven. Deze stresstest gaat plaatsvinden in het najaar van 2019. In het nieuwe GRP 2019-2023 kunnen we dus niets anders dan een goed onderbouwde aanname doen van de te verwachten financiële gevolgen. Een eerste inschatting gaat uit van een extra kostenpost vanaf 2019 van € 700.000.  We kiezen er voor deze kosten in afwachting van meer duidelijkheid op grond van de zogenaamde stresstest nog niet door te berekenen in het tarief aan de burger. Ook de inflatiecorrectie van 1,6% laten we in afwachting van meer duidelijkheid achterwege.

Samenvattend ontstaat het volgende beeld van de verschillende tarieven en de lokale lastendruk voor het jaar 2020:

  2019 2020 Verschil
      in € in %
Ozb (woning € 250.000) € 315,00 € 326,40 € 11,40 3,62%
Rioolrecht eigenaar € 263,80 € 263,80 € 0,00 0,00%
Afval        
- vast recht € 80,00 € 80,00 €0,00 0,00%
Totaal € 658,80 € 670,20 € 11,40 1,73%

5. Herzien meerjarig saldo

Herzien meerjarig saldo

Gezien het feit dat de specifieke mutaties geen invloed hebben op het herziene meerjarige saldo kunnen we voor de stand van zaken teruggrijpen op het gepresenteerde herziene meerjarige saldo na ombuigingsmaatregelen (voorheen denkrichtingen). Dit ziet er als volgt uit:

(bedragen x €1.000) 2020 2021 2022 2023
Stand perspectiefnota 2020

-1.050

-741 -822 -824
Totaal mutaties bestaand beleid 26 -98 -94 144
Totaal denkrichtingen 694 848 930 893
Herzien meerjarig saldo na denkrichtingen -330 9 14 213

 

Aan de hand van deze tabel kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

  • Een tekort in het begrotingsjaar 2020, en 
  • Een sluitende meerjarenbegroting

We moeten ons echter wel beseffen dat in deze gepresenteerde saldi een aantal zaken wel maar ook een aantal zaken (nog) niet zijn opgenomen. Deze zaken willen wij graag onder uw aandacht brengen zodat de eerdere conclusies wel in het juiste perspectief worden geplaatst.

 

Zaken die wel (financieel) zijn verwerkt in het thans voorliggende meerjarige perspectief

  • Volledige invulling uitvoeringsplan sociaal domein (voorheen transformatieplan). De opbrengsten hiervan lopen op van € 94.000 in 2019 tot een structureel bedrag van € 545.000 vanaf 2022. De ingeboekte opbrengst voor de jaarschijf 2019 is inmiddels structureel gerealiseerd en ook ingevuld.
  • Voor de jaren 2022 en 2023 gaan we, vooruitlopend op de uitkomsten van het onderzoek, uit van het doortrekken van de extra rijksvergoeding voor de jeugdzorg van € 300.000 per jaar.
  • Volledige invulling van de opbrengsten op grond van ombuigingsmaatregelen gebaseerd op de denkrichtingen uit de perspectiefnota 2020.
  • Het halveren van de stelposten voor nieuw beleid voor de jaren 2020 en 2021.

Het, naar onze mening, belangrijkste onderwerp dat nog niet (financieel) verwerkt/meegenomen is in het  thans voorliggende meerjarige perspectief is de herijking verdeling gemeentefonds.

 

Herijking verdeling gemeentefonds

Het Rijk werkt samen met de VNG aan een herijking van de verdeling van het gemeentefonds. Deze herijking moet leiden tot een toekomstbestendige verdeling met als uitgangspunten stabiliteit, vereenvoudiging en uitlegbaarheid. Deze herijking was in eerste instantie opgedeeld in de volgende twee onderdelen

  • Sociaal domein
  • Het klassieke deel

Als onderdeel van de herijking van het klassieke deel is ook de inkomstenverevening benoemd. Gaandeweg bleek dat deze inkomstenverevening dermate belangrijk kan zijn in de totale herijking dat vanaf medio 2019 feitelijk wordt gesproken over drie onderdelen.

In totaliteit heeft deze herijking  betrekking op een totaalbedrag van € 30 miljard. Invoering van de nieuwe verdeling is voorzien in 2021.

De afronding van de onderzoeken is gepland in januari 2020. De fondsbeheerders komen kort daarna met een voorstel voor aanpassing van de verdeling en zullen hierover zoals gebruikelijk advies vragen aan de VNG en de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB). Na advies van VNG en ROB volgt het bestuurlijke besluitvormingstraject. Dit houdt in dat in een bestuurlijk overleg tussen Rijk en VNG een beslissing zal worden genomen over de nieuwe verdeling. Ook tussentijds zijn bestuurlijke overleggen tussen Rijk en VNG voorzien, namelijk in november 2019 en januari 2020. In het voorjaar van 2020 zal de Tweede Kamer vervolgens per brief over de voorstellen voor de nieuwe verdeling worden geïnformeerd. Gemeenten worden uiterlijk in de meicirculaire 2020 over de uitkomsten geïnformeerd.

Uiteraard zullen wij waar nodig en waar mogelijk onze stem laten horen en zullen we u als raadsleden op de hoogte houden van de laatste ontwikkelingen op dit vlak. Wij zien op grond van eerdere ervaringen met herverdelingen van rijksmiddelen echter wel een (financieel) risico. De laatste herverdelingen van rijksmiddelen hebben namelijk voor kleine(re) gemeenten en dan vooral in het oosten van het land vaak negatief uitgepakt. Wij stellen dan ook voor om met ingang van het jaar 2021 (ingang van de herverdeling) rekening te houden met een meerjarig nadelig effect.

Voorgesteld wordt om rekening te houden met een nadelig effect van de herijking verdeling gemeentefonds oplopend van een bedrag van € 50.000 in 2021 oplopend naar een structureel bedrag van € 150.000  vanaf het jaar 2023 en dit te verwerken in het herziene meerjarige saldo. 

 

Rekening houdend met deze te verwachten nadelige effecten herijking verdeling gemeentefonds ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo:

(bedragen x €1.000) 2020 2021 2022 2023
Stand perspectiefnota 2020 -1.050 -741 -822 -824
Totaal mutaties bestaand beleid 26 -98 -94 144
Totaal denkrichtingen 694 848 930 893
Herijking verdeling gemeentefonds 0 -50 -100 -150
Herzien meerjarig saldo -330 -41 -86 63

 

Het feit dat we gezien de ervaringen uit het verleden rekening houden met nadelige (her)verdeeleffecten maakt wel dat ons herziene meerjarige saldo verslechtert. In dit herziene meerjarige saldo zitten echter nog wel de stelposten voor nieuw beleid. Rekening houdend met het omzetten van de denkrichtingen uit de perspectiefnota 2020 in concrete maatregelen resteren meerjarig gezien nog de volgende stelposten:

Stelposten voor nieuw beleid (bedragen x €1.000) 2020 2021 2022 2023
Stelpost 2020 50 50 50 50
Stelpost 2021 0 50 50 50
Stelpost 2022 0 0 100 100
Stelpost 2023 0 0 0 100
Totaal ruimte in herzien meerjarig saldo 50 100 200 300

 

Zoals uit de tabel valt af te lezen hebben we conform de denkrichting uit de perspectiefnota de stelposten voor nieuw beleid voor de jaren 2020 en 2021 gehalveerd (van € 100.000 naar € 50.000).

Gezien de onzekerheden en de risico’s als gevolg van de herijking verdeling gemeentefonds kiezen wij er voor om deze lijn ook voor de jaren 2020 en 2023 door te trekken. Dat wil zeggen een halvering van de stelposten voor nieuw beleid. Mocht (in het voorjaar van 2020) blijken dat de gevolgen van de herijking van de herverdeling van het gemeentefonds niet of minder tegenvalt dan we nu inschatten dan komt de ruimte voor nieuw beleid uiteraard weer beschikbaar.

Voorgesteld wordt de stelposten voor nieuw beleid voor de jaren 2022 en 2023, evenals de jaren daarvoor, te halveren en dit te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

 

Ook kiezen wij er voor om de resterende stelpost voor nieuw beleid 2020 ten bedrage van € 50.000 niet aan te wenden maar in te zetten ter dekking van het nadelige herziene meerjarige saldo en de risico’s en onzekerheden die daarin verwerkt zitten.

Voorgesteld wordt de stelpost voor nieuw beleid voor het jaar 2020 niet aan te wenden  maar in te zetten en dit te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

 

Rekening houdend met de (gedeeltelijke) inzet van de (meerjarige) stelposten voor nieuwe beleid zoals hiervoor benoemd en toegelicht ontstaat het volgende beeld van het herziene meerjarige saldo:

(bedragen x €1.000) 2020 2021 2022 2023
Stand perspectiefnota 2020 -1.050 -741 -822 -824
Totaal mutaties bestaand beleid 26 -98 -94 144
Totaal denkrichtingen 694 848 930 893
Herijking verdeling gemeentefonds 0 -50 -100 -150
Inzet stelposten voor nieuw beleid 50 50 100 150
Herzien meerjarig saldo -280 9 14 213

 

De conclusies en de opmerkingen die in het begin van dit hoofdstuk zijn genoemd blijven van kracht met dien verstande dat een stuk extra behoedzaamheid is ingebouwd waar het gaat om de (nadelige) te verwachten effecten van de herijking verdeling gemeentefonds. Dit wil echter niet zeggen dat we daarmee alle mogelijke (financiële) risico’s volledig (meerjarig) hebben afgedekt. Zoals u inmiddels weet en zoals we de afgelopen jaren meerdere malen hebben ondervonden blijven de ramingen binnen het sociaal domein met de nodige risico’s en onzekerheden omgeven. Hierbij moeten we wel opmerken dat de stijging van de kosten wat lijkt af te vlakken waardoor het totaal van de uitgaven wat lijkt te stabiliseren. Dit neemt niet weg dat de risico’s en onzekerheden blijven. Middels het ramen van (extra) weerstandsvermogen proberen we hier zo goed mogelijk rekening mee te houden. Daarnaast moeten we niet vergeten dat de vergoeding die we ontvangen van het rijk voor het uitvoeren van de (nieuwe) taken binnen het sociaal domein onvoldoende is om de uitgaven te dekken. Het tekort (dat we nu oplossen via de algemene middelen) bedraagt voor het jaar 2020 ongeveer € 1,3 miljoen.

Naast de risico’s en onzekerheden binnen het sociaal domein voor onze meerjarige begrotingspositie willen we ook de situatie rondom de stikstofproblematiek in dit kader niet onvermeld laten. Het is gezien de aangegeven noodzakelijke maatregelen namelijk niet geheel ondenkbaar dat dit ook onze meerjarige begrotingspositie gaat raken. Uiteraard houden wij u hiervan op de hoogte.

Samenvattend kunnen we concluderen dat we een sluitende meerjarenbegroting hebben en alleen voor het jaar 2020 een beroep moeten doen op onze algemene reserve.

Voorgesteld wordt het nadelige saldo over het jaar 2020 ten bedrage van € 280.000  te onttrekken aan de algemene reserve.

 

Het (grotendeels) inzetten van de stelposten voor nieuw beleid samen met een aantal van de geschetste risico’s en onzekerheden maakt dat er komende jaren nagenoeg geen ruimte is voor nieuw beleid. Niet anders dan door het inleveren van bestaand beleid of doordat de herijking verdeling gemeentefonds positiever uitpakt dan verwacht. Dit betekent ook dat we in de thans voorliggende begroting (nog) geen financiële ruimte zien voor de volgende twee zaken waar we als college aan hebben gewerkt:

  • Kwaliteit openbaar Groen (KOG)

het college heeft op 1 oktober 2019 besloten in te stemmen met de beleidsvoornemens van het Kwaliteitsplan Openbaar Groen (KOG) 2020-2017 Tubbergen. Uw raad is eveneens voorgesteld in te stemmen met deze beleidsvoornemens en de financiële consequenties integraal af te wegen bij het opstellen van de begroting 220 of latere begrotingen.  

  • Subsidieregeling ozb compensatie maatschappelijk vastgoed

Het college heeft op 22 oktober 2019 besloten u als gemeenteraad voor te stellen kennis te nemen van de  (opbouw van de) kosten van de (subsidie)regeling “OZB-compensatie maatschappelijk vastgoed”. Dit hebben wij op deze manier gedaan om recht te doen aan de toezegging die wij vanuit het college hebben gedaan. Wij hebben op dat moment ook besloten u voor te stellen deze regeling niet in het leven te roepen. Enerzijds omdat de regeling in onze ogen geen wezenlijke bijdrage levert aan het uiteindelijke doel om de toekomstbestendigheid van ons maatschappelijk vastgoed te verbeteren anderzijds omdat wij van mening zijn dat de uitvoeringskosten welke gemoeid zijn met deze regeling onacceptabel hoog zijn.

Binnen onze (kernoverstijgende) agenda Duurzaam Leven hebben we het thema Maatschappelijk Vastgoed opgenomen. Binnen dit thema willen wij de komende periode met de samenleving samen en in dialoog met u werken aan een toekomstbestendige exploitatie en beheer van ons maatschappelijk vastgoed. Deze samenwerking/dialoog moet in onze ogen leiden tot voorstellen en/of maatregelen welke betere waarborgen bieden voor een toekomstbestendige exploitatie van ons maatschappelijk vastgoed waaronder ook de gesubsidieerde (sport)accommodaties en daarmee aan de leefbaarheid van onze kernen.

6. Actualisatie Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT 2.0) - Begroting in balans

Inleiding

In het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT) zijn op kern- en op kernoverstijgend niveau inspanningen benoemd die de huidige collegeperiode opgepakt gaan worden. Afhankelijk van wie er aan zet is en wat de rol van de gemeente is, is ook de inzet van de verschillende partijen in beeld gebracht.  Zodra de gemeente een rol heeft is deze zo concreet mogelijk omschreven en vertaald naar uren en middelen (wat is er voor nodig?). Het overgrote deel van de gemeentelijke inzet in termen van uren wordt opgevangen binnen de reguliere capaciteit. Binnen deze reguliere capaciteit is namelijk structureel (ieder jaar) ruimte beschikbaar om te besteden aan (nieuwe) ambities, projecten, processen e.d. Dit noemen we A(ambitie) uren. Deze A uren zijn niet oneindig, ze zitten ook een keer vol. Dat betekent dat als gemeenten in enig jaar toch (extra) inzet willen plegen op een bepaalde ambitie (inspanning), project, proces e.d. daar extra uren voor beschikbaar moeten komen. Dit noemen we  A+ uren en deze uren zijn op geld gezet. Het idee achter deze constructie is dat bovenop de reguliere capaciteit extra capaciteit kan worden ingekocht.

In de begroting 2019 zijn zowel de A uren als de A+ uren gekoppeld aan de inspanningen uit de kernagenda’s en de kernoverstijgende agenda’s. Voor de A+ uren, die op geld zijn gezet, is dekking via de procesgelden en de reserves aangegeven. De A+ uren zijn dus incidentele uren met incidentele dekking.

In het tweede programmajournaal over het jaar 2019 blijkt dat een aantal inspanningen uit het MAT in het jaar 2019 zijn opgepakt een voor een deel ook zijn afgerond. Een groot deel van al deze inspanningen zijn opgevangen binnen de reguliere capaciteit. Dit betekent enerzijds dat er met ingang van het jaar 2020 weer ruimte is binnen de reguliere capaciteit (de A uren) om vervolgstappen binnen het MAT op te pakken.

Anderzijds blijkt uit het tweede programmajournaal 2019 dat een aantal inspanningen die we dachten uit te voeren door de inzet van A+ uren uitgevoerd konden worden binnen de reguliere capaciteit aan A uren. Dit betekent dat we hiervoor geen beroep hoeven te doen op de procesgelden en de reserves zoals we in de begroting 2019 hebben aangegeven. Dit hebben we meegenomen in het financiële hoofdstuk van het tweede programmajournaal 2019.

Naast de gemeentelijk inzet in termen van uren zijn in de begroting 2019 ook verschillende projectbudgetten beschikbaar gesteld. Zowel voor de kernagenda’s als ook voor de kern overstijgende agenda’s. Hoewel in het MAT en in de begroting 2019 is aangegeven dat veel eerste stappen in 2019 zouden worden uitgevoerd blijkt dat niet in alle gevallen mogelijk. Het blijkt namelijk dat het tempo en het draagvlak vanuit de samenleving een veel flexibelere houding van de gemeentelijk inzet vraagt. Vandaar ook dat we voorstellen de (nog) niet (volledig) aangewende project- en procesbudgetten op grond van het MAT te zien als meerjarige budgetten met een looptijd van 2019 tot en met 2022.

Naast dit voorstel om de beschikbare project- en procesbudgetten als meerjarige budgetten met een loop van 2019 tot en met 2022 te zien stellen wij ook voor om de gefragmenteerde budgetten voor de grotere overkoepelende uitdagingen / ambities te clusteren. Dit geldt vooral voor de verschillende inspanningen binnen de ambitie/uitdaging duurzaamheid, inbreiding voor uitbreiding, maatschappelijk vastgoed en uitvoeringsplan sociaal domein.  

Actualisatie

Naast deze clustering van bestaande procesbudgetten op het gebied van maatschappelijk vastgoed stellen wij voor om een bedrag van € 85.000 extra aan dit meerjarige procesbudget toe te voegen. Wij verwachten namelijk de komende jaren extra capaciteit te moeten inzetten voor de uitdagingen op het gebied van maatschappelijk vastgoed. Zowel voor het opzetten van een kern overstijgende beleidslijn als voor vragen en initiatieven vanuit de kernen.

Voorgesteld wordt  een bedrag van €  85.000 beschikbaar te stellen als meerjarig procesbudget voor de uitdaging / ambitie maatschappelijk vastgoed en de kosten daarvan te dekken uit de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Het blijkt dat we voor  de aanleg van het fietspad Manderveen minder aanvullende (A+) uren nodig hebben dan we bij het opstellen van het oorspronkelijke MAT hadden ingeschat. Dit levert een incidenteel voordeel op van € 42.000. Dit bedrag hoeven we dus niet te onttrekken aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

Voorgesteld wordt het beschikbaar gestelde bedrag voor procesgeld fietspad Manderveen te verlagen met een bedrag van € 42.000 en ook de geraamde onttrekking aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen voor dit bedrag te corrigeren.

 

Uit de kernagenda Vasse komt naar voren dat de inspanning “herinrichting sportcomplex S.V. Vasse”  de komende periode wordt opgepakt. Hiervoor willen we een incidenteel projectbudget van € 100.000 beschikbaar stellen.  

Deze bijdrage is afhankelijk van consensus op een aantal vragen (o.a. aankoop grond, sanering en fundering Beerpad, verwijderen bomen, realiseren ,oversteekplaats, bestemmingsplan, verkeersbesluit.

 

Voorgesteld wordt om voor de inspanning “herinrichting sportcomplex S.V. Vasse” een incidenteel projectbudget van € 100.000 beschikbaar te stellen onder  voorbehoud van consensus over de aangegeven vragen,  en te dekken uit de reserve Mijn Dorp.   

 

In de kernoverstijgende agenda Leren en Talent is onder het thema leren het versterken van de relatie en samenwerking met het middelbaar en hogere onderwijs benoemd. Aangegeven is dat een werkbudget noodzakelijk is om  initiatieven te ondersteunen en te faciliteren.  Dekking hiervoor kan gevonden worden in de reserve jeugdwerkloosheid (actieplan arbeidsmarkt). Feitelijk betreft het hier een financieel technische afwikkeling van een maatregel/inspanning waartoe in het oorspronkelijke MAT reeds was besloten.

Voorgesteld wordt een incidenteel bedrag van € 50.000 beschikbaar te stellen als meerjarig procesbudget voor het versterken van de relatie met het middelbaar en hoger onderwijs en dit incidentele bedrag te dekken uit de reserve jeugdwerkloosheid (actieplan arbeidsmarkt).

 

In de volgende tabel hebben we de meerjarige proces en projectbudgetten in beeld gebracht. Hierbij is rekening gehouden met de besluitvorming uit het tweede programmajournaal 2019 en de voorstellen uit dit geactualiseerde MAT.  Evenals vorig jaar is een onderscheid gemaakt tussen procesgeld en projectgeld. Dit is niet allen van belang voor de inzichtelijkheid maar ook voor de dekking die daarbij hoort. Voor bepaalde dekkingsbronnen is immers aangegeven dat deze alleen mogen worden gebruikt voor concrete projecten en niet voor procesgeld. De gevolgen van de inzet van de verschillende dekkingsbronnen (inclusief de aanvullende voorstellen uit dit geactualiseerde MAT)  worden meegenomen in de begroting 2020. 

 

incidenteel

 

procesgeld

projectgeld

Maatregelen / inspanningen

   

Kernagenda’s

   

 - Uitvoering van het plan van aanpak Vitaal Geesteren.

€ 26.000

 

 - Fietspad Manderveen (excl. de reeds eerder beschikbaar gestelde € 1 miljoen)

€ 53.000

€ 750.000

 - Toeristisch Vasse: uitwerken toeristisch marketingplan.

€ 100.000

 

- Landbouw Vasse: klimaatproof

€10.000

 

- Vasse: herinrichting sportcomplex S.V. Vasse

 

€ 100.000

- Dorpsentree Fleringen

 

€ 100.000

- Herinrichting Almeloseweg

€ 41.000

 

- Uitwerking van het masterplan de Eeshof.

€ 4.000

€ 100.000

     

Duurzaam leven

   

 - Sport en bewegen: ondersteunen bij het tot stand komen van een toekomstbestendige exploitatie en beheer van SSRT.

€ 28.000

 

- Procesgeld maatschappelijk vastgoed

€ 201.500

 

- Procesgeld inbreiding voor uitbreiding

€ 28.000

 

- Procesgeld thema Duurzaamheid (voor 4 jaar)

€ 27.000

 

- Procesgeld thema Wonen en ruimte (voor 4 jaar)

€ 37.000

 

 

 

 

Werk aan de winkel

 

 

 - Dorpen via Mijn Dorp en heemkundeverenigingen uitdagen na te denken en mede vormgeven aan een nieuwe vorm van behoud van cultureel en materieel erfgoed.

€ 11.000

 

- Versterken van de relatie en samenwerking met het middelbaar en hoger onderwijs

€ 50.000

 

- Scheppen van aantrekkelijke randvoorwaarden (spelregels en bouwstenen) voor aantrekken nieuwe (centrum)ondernemers door het toestaan van experimenteerruimte en een aantal pilotprojecten, inzet van de gebiedsregisseur.

€ 69.000

 

- Procesgeld thema Ondernemersklimaat (voor 4 jaar)

€ 60.000

 

 - Het beeldmerk 'Glinsterend Tubbergen'

 

€ 40.000

     

Bereikbaar en aantrekkelijk

   

 - Innovatievere agro en foodsector

€ 15.000

 

- Biodiversiteit

€ 20.000

 

- Procesgeld thema Mobiliteit  (voor 4 jaar)

€ 20.000

 

- Procesgeld thema Landelijk gebied (voor 4 jaar)

€ 100.000

 
     

Hoe werken we samen

   

- Participatieprocessen

€ 141.000

 

- Stimuleringsfonds

 

€ 225.000

- Procesgeld MijnDorp2030

€ 34.000

 

- Communicatie MijnDorp2030

€ 15.000

 

 

Samen redzaam, gezond meedoen - Uitvoeringsplan sociaal domein

In de begroting 2019 is een incidenteel budget van € 350.000 beschikbaar gesteld om uitvoering te geven aan de interventies uit het interventieplan. Met de samenvoeging van het interventieplan, het beleidsplan Omzien Naar Elkaar en het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen naar één uitvoeringsplan sociaal domein, stellen we voor om ook de budgetten samen te voegen. Dit betekent dat er € 171.000 uit het MAT wordt toegevoegd aan het budget interventieplan ten behoeve van het nieuwe uitvoeringsplan. Het beschikbare budget is dan € 521.000. Hiervan is reeds een deel ingezet voor projecten:

  • POH huisartsen: € 75.000
  • MaaS project: € 24.000
  • Algemene voorzieningen: € 4.850
  • Onderzoek arbeidsparticipatie: € 10.000
  • Aanpak personen verward gedrag: € 17.500

Het restant bedraagt € 389.650 met ingang van begrotingsjaar 2020.

7. Incidenteel beschikbare middelen waaronder de (belangrijkste) reserves

Incidenteel beschikbare middelen waaronder de (belangrijkste) reserves

In deze paragraaf treft u een overzicht aan van onze beschikbare algemene incidentele middelen. Hierbij is rekening  gehouden met de voorstellen zoals die eerder in dit hoofdstuk zijn gedaan. Voor een totaal overzicht van al onze reserves (en voorzieningen) verwijzen wij u naar het overzicht reserves en voorzieningen dat als bijlage bij deze begroting is opgenomen. In dit totale overzicht zijn ook de reserves (en voorzieningen) opgenomen die op grond van eerdere besluitvorming door uw raad al van een bestemming zijn voorzien.

We beginnen echter met de zogenaamde programmagelden (project en procesgelden) voor de verschillende uitdagingen.

 

Project en procesgelden duurzaamheid

In de begroting 2018 is een incidenteel budget van € 1,5 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitdaging duurzaamheid. Van dit incidentele budget heeft een bedrag van € 175.000 betrekking op procesgeld. Rekening houdend met eerdere besluitvorming uit de begroting 2019 (uitvoering Maatschappelijk Akkoord Tubbergen), perspectiefnota 2020 en programmajournaals 2019 resteert nog een incidenteel bedrag van € 673.475 aan project en procesgelden duurzaamheid.

Er zijn plannen/er is besloten om een bedrag van € 45.000 uit de projectgelden voor duurzaamheid aan te wenden voor de biogasinstallatie Canisius en de Vlaskoel. Hiermee rekening houdend resteert een bedrag van  € 628.475 aan project en procesgeld duurzaamheid.

 

Project en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie

In de begroting 2018 is een incidenteel budget van € 2 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitdaging maatschappelijk vastgoed. Van dit incidentele budget heeft een bedrag van €172.000 betrekking op procesgeld. Rekening houdend met eerdere besluitvorming uit de begroting 2019 (uitvoering MAT), perspectiefnota 2020 en programmajournaals 2019 resteert nog een incidenteel bedrag van € 68.000 aan procesgeld maatschappelijk vastgoed en een bedrag van € 390.000 aan projectgeld maatschappelijk vastgoed. In de perspectiefnota 2020 hebben wij aangegeven dit bedrag van € 390.000 aan resterend projectgeld maatschappelijk vastgoed te willen reserveren voor de nieuwbouw van de, in het Integraal Huisvestingsplan (IHP) opgenomen, Aloysiusschool in Geesteren. In de begroting 2018 is hiervoor een stelpost opgenomen van structureel € 150.0000. Deze stelpost correspondeert met een investeringsruimte van € 4 miljoen voor deze basisschool.

Het in 2019 niet aangewende budget aan proceskosten voor de huiskamer Manderveen ten bedrage van € 28.000 is in het tweede programmajournaal 2019 afgeraamd en toegevoegd aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

Rekening houden met de reservering ten behoeve van de basisschool in Geesteren en de toevoeging aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen zijn de projectgelden maatschappelijk vastgoed uitgeput en resteert er nog een bedrag van € 68.000 aan procesgeld maatschappelijk vastgoed. Via het MAT is dit budget opgehoogd met € 85.000. Voor de resterende planperiode is komt het nog resterende budget dus op een bedrag van € 153.000.

 

Project en procesgeld inbreiding voor uitbreiding

In de begroting 2018 is een incidenteel budget van €1,610 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitdaging inbreiding. Van dit incidentele budget heeft een bedrag van €160.000 betrekking op procesgeld. Rekening houdend met eerdere besluitvorming uit de begroting 2019 (uitvoering MAT), perspectiefnota 2020 en programmajournaals 2019 resteert nog een incidenteel bedrag van € 630.350 aan project en procesgelden inbreiding voor uitbreiding.

 

Reserve Mijn Dorp 2030

De gepresenteerde stand van deze reserve bedroeg in de perspectiefnota 2020 (inclusief eerste programmajournaal) € 1.820.000.  Inmiddels is besloten een bedrag van € 5.000 uit deze reserve te halen voor een peuterbieb in Vasse. Daarnaast is via het MAT besloten om een extra bedrag van € 100.000 beschikbaar te stellen voor de inspanning “herinrichting sportcomplex S.V. Vasse”  en dit bedrag te dekken uit de reserve Mijn Dorp. Resterende stand van deze reserve € 1.715.000.

 

Weerstandsvermogen (algemene reserve en reserve grondbedrijf)

In de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing, opgenomen in deze begroting 2020, is de laatste stand van zaken van de benodigde weerstandscapaciteit opgenomen. De berekening van de benodigde weerstandscapaciteit komt voor de begroting 2020 uit op een bedrag van € 3,3 miljoen. Rekening houdend met de vastgestelde ratio van 1,5 komt dit neer op een benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit van € 4.950.000.

De geraamde stand van het beschikbare weerstandsvermogen (de beide algemene reserves) bedraagt per 1 januari 2020 € 4.810.000. Op deze geraamde stand moet nog wel het nadelige saldo van de begroting 2020 ten bedrage van € 280.000 in mindering worden gebracht. Hierdoor komt de geraamde stand van de algemene reserve uit op een bedrag van € 4.530.000.

Rekening houdend met het handhaven van de ratio van 1,5 dient een aanvullende storting in de algemene reserve plaats te vinden van € 420.000 ten laste van de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Reserve Riool

In de begroting 2017 is een incidenteel bedrag van € 3 miljoen beschikbaar gesteld om de gevolgen van de klimatologische omstandigheden (deels) op te vangen. Aangegeven is dat deze reservering wordt betrokken bij het opstellen van het nieuwe Gemeentelijke Rioleringsplan (behandeling gemeenteraad november 2018. Tijdens deze behandeling is heel nadrukkelijk de link gelegd met de zogenaamde “stress tests” die eind 2019 worden uitgevoerd. De uitkomsten van deze “stress tests” moeten een beeld geven van de noodzakelijke investeringen aan het rioolstelsel. Op dat moment ontstaat ook een beeld van de noodzakelijke hoogte van deze reserve.

 

Extra weerstandsvermogen Sociaal domein

Binnen de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen hebben is op grond van eerdere besluitvorming rekening gehouden met een extra bedrag aan weerstandsvermogen van € 1,5 miljoen voor het sociaal domein. Het tekort van € 830.000 op het sociaal domein over het jaar 2018 zoals dat bleek uit het tweede programmajournaal 2018 is hier  op in mindering gebracht. Daarnaast heeft er via het zelfde tweede programmajournaal 2018 een aanvulling plaatsgevonden van € 147.000. Daarnaast is het tekort over het jaar 2019 ten bedrage van € 304.000 zoals dat bleek uit de perspectiefnota 2020 (inclusief eerste programmajournaal) ten laste van dit budget gebracht. Dit betekent dat er op dit moment nog een bedrag als extra weerstandsvermogen resteert van € 513.000 waarmee we bij het berekenen van de vrije ruimte binnen de reserve incidenteel beschikbare middelen rekening moeten houden.

 

Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen

Rekening houdend met de besluitvorming uit de perspectiefnota 2020 (inclusief eerste programmajournaal 2019) resteerde er een bedrag in deze reserve van € 708.000. Op dit resterende saldo moeten nog een aantal zaken in mindering worden gebracht.

Herziene stand perspectiefnota 2020 (inclusief eerste programmajournaal 2019) (bedragen x €1.000) 708
Bij: surplus ratio 616
Nieuwe herziene stand 1.324
Perspectiefnota 2020  
- Resterend extra weerstandsvermogen sociaal domein -513
- Deels afboeken gemeentehuis -409
- Opheffen stelpost binnensport m.b.t. btw 50
- Denkrichting uit perspectiefnota 2020 - reserveren Agenda van Twente -318
Tweede programmajournaal 2019  
- Waardering gronden Huiskamer Manderveen 484
- Vrijval vanuit MAT 53
Maatschappelijk Akkoord Tubbergen 2.0  
- Meerjarig procesbudget maatschappelijk vastgoed -85
- Procesgeld fietspad Manderveen 42
Begroting 2020  
- Aanzuiveren algemene reserve in verband met ratio -420
- Special Olympics Twente -28
Stand reserve 180

 

Denkrichtingen perspectiefnota 2020

De mutaties onder de perspectiefnota 2020 betreffen denkrichtingen en besluiten die zijn toegelicht in de perspectiefnota maar (nog) niet zijn doorgevoerd in de herziene stand van deze reserve vandaar dat we ze hier nog even laten zien.    

 

Tweede programmajournaal 2019

Deze mutaties zijn opgenomen en toegelicht in het tweede programmajournaal maar (nog) niet zijn doorgevoerd in de herziene stand van deze reserve vandaar dat we ze hier nog even laten zien.   

 

Maatschappelijk Akkoord Tubbergen 2.0

Voor een toelichting op deze beide mutaties wordt verwezen naar de paragraaf begroting in balans.

 

Begroting 2020

Aanzuiveren algemene reserve i.v.m. ratio

Zie de toelichting onder de paragraaf weerstandsvermogen.

 

Special Olympics Twente 2022

In het najaar van 2017 is door alle veertien Twentse gemeenten de regionale visie op Sport en Bewegen vastgesteld. Onderdeel van deze visie was de ambitie om te verkennen of het mogelijk is om de Special Olympics in onze regio te kunnen organiseren. De Special Olympics is een nationaal sportevenement voor mensen met een beperking. In januari van dit jaar hebben wij u al geïnformeerd over het onderzoek dat wij willen laten doen naar de haalbaarheid van het organiseren van dit evenement. Uit dit onderzoek is gebleken dat de bereidheid onder vele partners groot is om dit evenement naar onze regio te halen. Voor de organisatie van dit evenement wordt uitgegaan van een begroting van maximaal € 1,5 miljoen.

De veertien Twentse gemeenten dragen hier € 500.000 aan bij. Er is een staffel gemaakt op basis van het aantal inwoners per gemeente. Voor onze gemeente betekent dit een bedrag van € 27.500. In het najaar wordt duidelijk of alle gemeenten willen bijdragen en of er een beroep wordt gedaan op deze financiële bijdrage in 2022. Zonder vooruit te willen lopen op de daadwerkelijke besluitvorming dit najaar stellen wij al wel voor om bij het bepalen van de vrije ruimte in deze reserve al rekening te houden met deze mogelijke claim.

Totaaloverzicht beschikbare algemene incidentele middelen

Beschikbare algemene incidentele middelen in mln. €
- Weerstandscapaciteit ratio 1,5 (algemene reserve en reserve grondbedrijf) 4,950
- Extra weerstandsvermogen sociaal domein 0,513
- Reserve riool 3,000
- Project- en procesgelden duurzaamheid 0,628
- Project- en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie 0,153
- Project- en procesgelden inbreiding voor uitbreiding 0,630
- Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen 0,180
- Reserve MijnDorp2030 1,715
Totaal beschikbare algemene incidentele middelen 11,769

 

Aanwezige weerstandscapaciteit

Uitgaande van de, door de gemeenteraad vastgestelde, ratio van 1,5 houden we een aanwezige weerstandscapaciteit aan van € 4,95 miljoen. Deze aanwezige weerstandscapaciteit wordt gevormd door de algemene reserve en de reserve grondexploitatie.

 

Extra weerstandsvermogen Sociaal domein

In navolging van het koersdocument en de begroting 2019 wordt voorgesteld het resterende bedrag aan extra weerstandscapaciteit aan te houden van € 0,51 miljoen voor de onzekerheden en risico’s binnen het Sociaal Domein. De onderbouwing hiervan is opgenomen in de perspectiefnota 2020.

 

Reserve riool

In de begroting 2017 is een incidenteel bedrag van € 3 miljoen beschikbaar gesteld om de gevolgen van de klimatologische omstandigheden (deels) op te vangen. Zoals in het nieuwe Gemeentelijke Rioleringsplan is aangegeven wordt deze reservering betrokken bij de uitkomsten van de zogenaamde “stress tests”.

 

Project en procesgelden duurzaamheid (inclusief energietransitie)

Zoals eerder in dit hoofdstuk is aangegeven resteert er een bedrag van € 0,628 miljoen aan projectgeld duurzaamheid (inclusief energietransitie). Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het MAT worden ingezet voor concrete projecten.

 

Project en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie.

Zoals eerder in dit hoofdstuk is aangegeven resteert er een bedrag van € 0,068 miljoen aan projectgeld en procesgeld maatschappelijk vastgoed. Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het MAT worden ingezet voor concrete projecten en procesgeld.

 

Project en procesgelden inbreiding voor uitbreiding.

Zoals eerder deze paragraaf is aangegeven resteert er een bedrag van € 0,63 miljoen aan projectgeld en procesgeld inbreiding voor uitbreiding. Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het MAT worden ingezet voor concrete projecten en procesgeld.

 

Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen (RIBAM)

Zoals eerder deze paragraaf is aangegeven resteert er een bedrag van € 0,18 miljoen aan incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Reserve Mijn Dorp 2030

Zoals eerder deze paragraaf is aangegeven resteert er een bedrag van €1,715 in de reserve mijn Dorp. Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het MAT worden ingezet voor concrete projecten en is uitdrukkelijk niet bedoeld voor procesgeld.