Meer
Publicatiedatum: 30-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Paragrafen

Lokale heffingen

Lokale heffingen

Op grond van artikel 9, tweede lid van het ‘Besluit begroting en verantwoording’ bevat zowel de begroting als de jaarrekening tenminste een paragraaf over de lokale heffingen. Deze paragraaf bevat t volgens artikel 10 tenminste de volgende vijf sub-paragrafen:

  • een overzicht van de geraamde inkomsten;
  • het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;
  • een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, waarin inzichtelijk wordt gemaakt:

    a. hoe bij de berekening van tarieven van heffingen, die hoogstens kostendekkend mogen zijn, wordt bewerkstelligd, dat de geraamde baten de ter zake geraamde lasten niet overschrijden;

    b. wat de beleidsuitgangspunten zijn, die ten grondslag liggen aan deze berekeningen;

    c. hoe deze uitgangspunten bij de tariefstelling worden gehanteerd;

  • een aanduiding van de lokale lastendruk;
  • een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.

 

In de begroting wordt  een uitgebreide beschrijving van en toelichting op de verschillende lokale heffingen gegeven. Dit, omdat bij de vaststelling van de begroting besluiten worden genomen  over de gewenste belastingontvangsten en – in aansluiting daarop – daarbij de tariefstructuur en –hoogte wordt bepaald. In de jaarrekening wordt verantwoording afgelegd over de wijze waarop de belastingontvangsten zijn gerealiseerd en in hoeverre daarbij afwijkingen zijn ontstaan ten opzichte van de begroting.

Overzicht belastingopbrengsten begroting 2019

Soort heffing/belasting (bedragen x € 1.000)

Rekening 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

Onroerendezaakbelastingen

3.885

4.001

4.152

Afvalstoffenheffing

933

941

1.010

Rioolheffingen

1.904

1.971

1.994

Toeristenbelasting

190

190

195

Forensenbelasting

51

52

52

Reclamebelasting

49

52

51

Totaal

7.012

7.207

7.454

Bestaand beleid ten aanzien van de lokale heffingen

De belastingenstructuur en de tarieven van de gemeentelijke belastingen zijn voor het belastingjaar 2020 als volgt berekend:

  1. de ozb-tarieven worden zodanig aangepast dat voor 2020 er een meeropbrengst van 3,6%  (exclusief areaaluitbreiding) wordt gerealiseerd, voor de daaropvolgende jaren wordt rekening gehouden met een meeropbrengst (exclusief areaaluitbreiding) van 0,5%;
  2. de tarieven afvalstoffenheffing zijn kostendekkend en bestaan uit een basistarief vermeerderd met een capaciteitsafhankelijk tarief per lediging van de restafvalcontainer (grijs) respectievelijk per aanbieding aan de verzamelcontainer;
  3. de tarieven van de rioolheffingen zijn kostendekkend ten opzichte van het jaar 2019 niet  verhoogd;
  4. de tarieven voor de reclamebelasting zijn niet gewijzigd;
  5. de tarieven voor de toeristenbelasting zijn niet gewijzigd;
  6. de tarieven voor de forensenbelasting zijn niet gewijzigd en
  7. de legestarieven zijn kostendekkend.

Onroerende-zaakbelasting (OZB)

Onder de naam ‘Onroerendezaakbelastingen’ worden van binnen de gemeente gelegen onroerende zaken twee directe belastingen geheven:

  • een gebruikersbelasting van degene die – naar omstandigheden beoordeeld – een onroerende zaak die niet in hoofdzaak als woning dient, al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt en
  • een eigenarenbelasting van degene die van een onroerende zaak het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht. 

De gebruikersbelasting wordt uitsluitend geheven van niet-woningen, terwijl de eigenarenbelasting wordt geheven van zowel woningen als niet-woningen.

 

De tarieven worden jaarlijks (opnieuw) bepaald aan de hand van twee factoren, te weten:

a. de waardeontwikkeling van het WOZ-bestand in de gemeente en

b. de gewenste ozb-opbrengst in het begrotingsjaar met als basis het inflatiecijfer van het CBS.

 

De WOZ-waarde van woningen wordt nu nog bepaald aan de hand van o.a. de bruto-inhoud in m³. Met ingang van het jaar 2022 wordt dit gewijzigd in het aantal m² gebruiksoppervlakte. Dit betekent, dat gemeenten het conversieproces van inhoud naar oppervlakte in 2021 moeten afronden. Ook Tubbergen  is – in samenspraak met het taxatiebureau – bezig met de voorbereidingen voor dit proces.

 

Opbrengsten onroerende zaakbelastingen (in €)

2019

2020

Woning eigenaar

2.270.000

2.381.000

Niet-woning eigenaar

1.119.000

1.119.000

Niet-woning gebruiker

612.000

652.000

Totale ozb-opbrengst (afgerond)

4.001.000

4.152.000

In de ramingen 2020 is rekening gehouden met 1,6% inflatiecorrectie (bron: CBS) en extra verhoging van 2%.

Afvalstoffenheffing

Deze belasting heeft als uitgangspunt, dat de kosten voor 100% worden gedekt door de heffing. Naast een basistarief per huishouden betaalt de gebruiker een capaciteitsafhankelijk tarief per container lediging restafval in de vorm van een tarief bij gebruik van:

a.  een container met een capaciteit van 240 liter of

b. een container met een capaciteit van 140 liter of

c. een chipkaart bij gebruik van een verzamelcontainer voor bewoners van appartementen.

Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. Met de opbrengst worden de kosten gedekt van de afvalinzameling en –verwerking.

 

Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het jaar 2020 betekent dit dat we de tarieven op niveau 2019 kunnen houden.

 

Berekening kostendekkende afvalstoffenheffing (in €)

2020

Kosten taakveld(en)

1.094.000

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

300.000

Netto kosten taakveld

794.000

Toe te rekenen kosten

794.000

Overhead incl. (omslag)rente

71.000

Btw

230.000

Totale kosten

1.095.000

Opbrengst afvalstoffenheffing

1.010.000

Dekkingspercentage

92,2%

 

Tarieven en opbrengst afvalstoffenheffing (in €)

2019

2020

Basistarief (vast recht)

80,00

80,00

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 240 liter

10,60

10,60

1 lediging restafvalcontainer (grijs) 140 liter

6,50

6,50

1 lediging bij de verzamelcontainer via een chipkaart met kleine opening

0,85

0,85

1 lediging bij de verzamelcontainer via een chipkaart met grote opening

1,80

1,80

Opbrengsten afvalstoffenheffing (basistarief + ledigingen)

 2019

2020

Raming opbrengst basistarief (vast recht): 8.175 x € 80

645.000

654.000

Raming opbrengst containers + chipkaarten ledigingen restafval

296.000

356.000

Totaal (afgerond)

941.000

1.010.000

 

Voorziening afvalstoffenheffing  

Deze voorziening wordt ingezet om een gelijkmatige ontwikkeling van de afvalstoffenheffing te waarborgen. De  stand van deze voorziening afval  bedraagt per 1 januari 2020 €739.000.

Rioolheffingen

De hoogte van het rioolrecht is  gebaseerd op het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2019-2023. Belangrijke input voor dit nieuwe GRP zijn de gevolgen van de zogenaamde klimaatadaptie. Tijdens een aantal informele en informatieve bijeenkomsten zijn de leden van de gemeenteraad hierover geïnformeerd. Tijdens deze bijeenkomsten is duidelijk geworden dat de gevolgen van de klimaatadaptie de nodige inspanningen en investeringen gaan vergen die ook geld gaan kosten en dus doorwerken in de tarieven. Exacte duidelijkheid over de omvang van deze inspanningen en investeringen  moet de zogenaamde “stresstest” geven. Deze stresstest gaat plaatsvinden in het najaar van 2019. In het nieuwe GRP 2019-2023 kunnen we dus niets anders dan een goed onderbouwde aanname doen van de te verwachten financiële gevolgen. Een eerste inschatting gaat uit van een extra kostenpost vanaf 2019 van € 500.000.  We kiezen er voor deze kosten in afwachting van meer duidelijkheid op grond van de zogenaamde stresstest nog niet door te berekenen in het tarief aan de burger. Ook de inflatiecorrectie van 1,6% laten we in afwachting van meer duidelijkheid achterwege.

 

Berekening kostendekkende rioolheffing (in €)

     2020

Kosten taakveld(en)

1.525.000

Inkomsten taakveld(en) exclusief heffingen

0

Netto kosten taakveld

1.525.000

Toe te rekenen kosten

1.525.000

Overhead incl. (omslag)rente

215.000

Btw

254.000

Totale kosten

1.993.000

Opbrengst rioolheffing

1.994.000

Dekkingspercentage

100,0%

 

Tarieven rioolheffingen (in €)

2019

2020

Rioolheffing eigenaar

189,30

189,30

Rioolheffing eigenaar (uitsluitend hemel-/grondwater)

61,80

61,80

Rioolheffing gebruiker (tot 300 m³)

74,50

74,50

Opbrengsten rioolheffingen

2019

2020

Raming rioolheffing eigenaren

1.340.000

1.354.000

Raming rioolheffing gebruikers

631.000

640.000

Totale raming rioolheffing  (afgerond)

1.971.000

1.994.000

De reserve GRP bedraagt € 3.000.000. De bestaande voorziening gekoppeld aan het huidige GRP bedraagt per 1 januari 2020 € 1.154.000.

Reclamebelasting

De belasting wordt geheven ter zake van vanaf de openbare weg zichtbare aankondigingen. Met de opbrengst van deze belasting wordt het ‘Ondernemingsfonds Tubbergen gevoed en op deze wijze komt de opbrengst weer op indirecte wijze ten goede aan de ondernemers.

Tarieven reclamebelasting (in €)

2019

2020

Vast bedrag 1e vestiging

600

600

Vast bedrag 2e vestiging en per volgende vestiging elk

500

500

Opbrengst reclamebelasting

2019

2020

85 aanslagen x € 600

52.200

51.000

  0 aanslagen x € 500

0

0

Raming (afgerond)

52.000

51.000

Toeristenbelasting

Deze belasting wordt geheven ter zake van het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen vergoeding in welke vorm dan ook door personen, die niet in de gemeentelijke ‘Basisregistratie personen’ (BRP) zijn opgenomen. De toeristenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel; de heffing wordt gebaseerd op basis van aangifte. Deze aangiftes worden jaarlijks steekproefsgewijs gecontroleerd.

De bedoeling hiervan is niet alleen om de aangiftes op juistheid en volledigheid te controleren, maar ook om de exploitanten, daar waar nodig, te adviseren bij een doelmatiger opzet van de administratie, zodat het invullen van de aangifte correct, eenvoudig en snel kan geschieden.

 

Tarieven toeristenbelasting  (prijs per persoon per nacht in €)

2019

2020

Tarief per persoon per overnachting

1,05

1,05

Tarief in eigen onderkomen op camping

0,70

0,70

Opbrengst toeristenbelasting (in €)

2019

2020

Raming toeristenbelasting (afgerond)

190.000

195.000

Forensenbelasting

Deze belasting wordt geheven van natuurlijke personen die, zonder in de gemeente hoofdverblijf te hebben, er op meer dan negentig dagen van het belastingjaar voor zich of hun gezin een gemeubileerd woning beschikbaar te houden. De forensenbelasting is een algemeen dekkingsmiddel.

Tarieven forensenbelasting (in €)

2019

2020

Forensenbelasting ‘gehuurde grond’

105

105

Forensenbelasting op eigen grond

286

286

Opbrengst forensenbelasting

 2019

 2020

340 aanslagen x €105

36.000

36.000

  55 aanslagen x €286

16.000

16.000

Raming (afgerond)

52.000

52.000

Lokale lastendruk

Om een indruk te geven van de lastendruk ontwikkeling als gevolg van aanvaard beleid worden hierna de gevolgen voor een huishouding zonder of met eigen woning  weergegeven. Deze vergelijking  is gebaseerd op de onroerendezaakbelastingen (alleen voor bezitters van een eigen woning), de afvalstoffenheffing en de rioolheffing.

 

Bij de berekening van de lokale woonlasten is uitgegaan van de volgende uitgangspunten:

a. afvalstoffenheffing: vast tarief + gemiddeld 4 ledigingen restafvalcontainer 240 liter en

b. rioolheffing: basistarief tot 301 m³ waterverbruik voor de gebruiker en – voor zover van toepassing – de eigenarenbelasting .

 

De ontwikkeling van de lokale lastendruk in de gemeente Tubbergen is als volgt:

Geen eigen woning* (in €)

2019

2020

verschil

Verschil in %

Rioolheffing (tot 300 m³ waterverbruik)

74,50

74,50

0

0,0 %

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

80,00

42,40

80,00

42,40

0

0

 

0,0 %

0,0 %

Totaal

196,86

196,86

0

0,0 %

 

Bij de berekening van de lokale woonlasten voor bezitters van een eigen woning een gemiddelde woningwaarde van € 257.000,- in 2019  en € 274.000,-- in 2020, conform de uitgangspunten van de Waarderingskamer.

Eigen woning (Gemiddelde woningwaarde: € 250.000*) (bedragen in €)

2019

2020

Verschil

In %

Ozb*

315,00

326,34

11,34

3,6  *

Rioolheffing (tot 300 m³ waterverbruik):

a. rioolheffing eigenaar

b. rioolheffing gebruiker

189,30

74,50

189,30

74,50

0

0

0,0 %

0,0%

Afvalstoffenheffing:

a. basistarief (vast recht)

b. 4 ledigingen restafval (container 240 liter)

80,00

42,40

80,00

42,40

0

0

 

 0,0 %

  0,0%

Totaal

701,20

717,54

11,34

 1,6 %

* Rekening houdend met 1,6% inflatiecorrectie

Kwijtscheldingsbeleid

Wanneer een belastingplichtige niet in staat is, anders dan met buitengewoon bezwaar, de belastingaanslag geheel of gedeeltelijk te betalen te betalen  kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding verlenen. Van buitengewoon bezwaar is in het algemeen sprake wanneer de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd kunnen worden verwacht. Gemeenten beschikken hierin over een zekere mate van beleidsvrijheid. Gemeenten mogen ook zelf bepalen welke belastingsoorten in aanmerking komen voor kwijtschelding.

 

Tubbergen  past kwijtschelding toe voor alleen de volgende heffingen:

  • afvalstoffenheffing
  • rioolheffing
  • onroerendezaakbelastingen

Een aanvraag wordt getoetst op basis van  inkomen en vermogen.

 

Belastingplichtigen, die denken voor kwijtschelding van gemeentelijke belastingen in aanmerking te komen, kunnen desgewenst gebruik maken van de mogelijkheid om door het ‘Inlichtingenbureau’ een geautomatiseerde toets te laten uitvoeren. Dat betekent, dat de belastingplichtige zelf niet meer de nodige  gegevens hoeft aan te leveren, maar dat het ‘Inlichtingenbureau’ aan de hand van de benodigde gegevens de inkomens- en vermogenstoets uitvoert.

Aantal kwijtscheldingsverzoeken

Rekening  2018

Begroting 2019

Begroting 2020

Aanvragen: volledige afwijzing

32

20

30

Aanvragen: gedeeltelijke toewijzing

  3

   0

0

Aanvragen:  volledige toewijzing

122

135

130

Totaal

157

155

160

 

 

 

 

Kwijtscheldingsbedragen

2018

2019

2020

Raming kwijtschelding gemeentelijke belastingen en heffingen (in €)

21.000

15.000

20.000

Weerstandsvermogen en risicobeheersing

Inleiding

De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft een indicatie in welke mate het vermogen van de gemeente Tubbergen toereikend is om financiële tegenvallers op te vangen zonder dat het beleid moet worden aangepast. Door de financiële risico’s te beheersen en het weerstandsvebrmogen hierop af te stemmen, kan worden voorkomen dat elke nieuwe financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen.

Risicobeheersing en weerstandsvermogen

Op 1 juli 2014 is door de raad het Beleidskader risicomanagement vastgesteld en is op 9 juni 2015 het Stappenplan risicomanagement vastgesteld. In dit stappenplan staan vijf stappen beschreven:

  1. Bewust worden
  2.  Identificeren
  3.  Analyseren en beoordelen
  4.  Beheersen
  5.  Vooruitdenken

 

Vervolgens zijn in de presentatie die onze concerncontroller op 16 mei 2017 voor uw raadscommissie heeft verzorgd, de volgende lopende ontwikkelingen geschetst, die ook onverkort gelden voor 2018:

  • Verder uitwerken stappenplan 2015 en aanbevelingen rekenkamer rapport Tubbergen
  • Grotere betrokkenheid concerncontroller
  • Update risicoparagraaf in programmajournaals
  • Borging binnen projectmatig creëren
  • In beeld brengen risico’s verbonden partijen
  • Koppeling risico’s met beheersmaatregelen en interne audits

 

Risicobeheersing 2020

In 2018 is voor de eerste keer de fraude-risicoanalyse uitgevoerd waarbij inzicht is verkregen in de top vijf risico’s met hoge prioriteit. In 2019 is hier een vervolg aangegeven door de risico’s met een ‘gemiddelde’ prioriteit (top zes) inzichtelijk te maken. Deze risico’s zijn opgenomen in ons risicosysteem Naris waarbij een koppeling is gemaakt naar bestaande beheersmaatregelen. Voor deze top elf risico’s heeft verscherping van de bestaande beheersmaatregelen plaatsgevonden en lopen er diverse procesmatige implementaties om verbeteringen te realiseren. De werking van deze procesmatige verbeteringen moet nog blijken, een stap welke momenteel onderhanden is. Het herijken van de fraude-risicoanalyse behoort overigens tot een jaarlijkse exercitie, voor 2020 zal opnieuw een fraude-risicoanalyse opgemaakt worden en kunnen we daadwerkelijk oordelen of de beheersing voldoende is ingezet.

Het integraal risicomanagement wordt steeds meer binnen de organisatie gepositioneerd, dit komt tot uitdrukking in de verschillende programma’s/projecten en processen waarbij nu daadwerkelijk oog is voor risicomanagement en met name voor de beheersing van de risico’s. We zijn hierin duidelijk aan het groeien, maar het blijft voor ons als gemeentelijke organisatie een uitdaging om het risicomanagement niet alleen onbewust onderdeel van ons werkproces te laten zijn maar risico’s en kansen en de wijze waarop we daarmee om willen gaan juist ook expliciet en transparant te betrekken bij bestuurlijke besluitvorming. Daarbij is het noodzakelijk om risico’s niet te eenzijdig te benaderen vanuit het financieel perspectief, maar ook risico’s met impact op imago en doelstellingen inzichtelijk te maken. Ook is risico-informatie vaak een status quo en ontbreekt het inzicht in de wijzigingen in risico’s en de voortgang van beheersmaatregelen. Als laatste zien we ook mogelijkheden voor een extra impuls voor het voeren van het goede gesprek over risico’s.

 

Weerstandsvermogen

Het weerstandsvermogen kunnen we bepalen door onderstaande stappen te doorlopen:

  1. Een inventarisatie van de risico’s (risicoprofiel)
  2. Benodigde weerstandscapaciteit
  3. Beschikbare weerstandscapaciteit
  4. Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

Risicoprofiel en weerstandscapaciteit

Risicoprofiel

 In onderstaande tabel worden de 10 risico’s gepresenteerd met de hoogste bijdrage aan de berekening van de benodigde weerstandscapaciteit. 

Risico

Kans

Financieel gevolg

Invloed

Het niet (kunnen) verkopen van gemeentelijke eigendommen tegen taxatiewaarde

40%

max.€ 1.500.000

12.09%

Decentralisatie uitkering sociaal domein

50%

max.€ 1.000.000

10.06%

Algemene uitkering valt lager uit dan begroot

70%

max.€ 500.000

7.07%

Voorlopige risico inschatting drie decentralisaties

50%

max.€ 500.000

5.06%

Meldplicht datalekken: het weglekken of het onjuist/ongewild verspreiden van informatie

30%

max.€ 810.000

4.85%

Onvolledige en niet-actueel registratie van bezittingen/kunstobjecten

50%

max.€ 500.000

3.34%

Autorisaties in Systemen: onvoldoende inzicht in autorisaties (bedragen)

30%

max.€ 500.000

3.04%

Stijgende loonkosten (t.o.v. huidige cao)

50%

max.€ 250.000

3.03%

Verhoogde vraag naar voorzieningen (WWB)

90%

max.€ 150.000

2.71%

Verkrijgen en misbruik maken van persoonsgegevens door derden met als gevolg onrechtmatige besteding van het PGB-budget en onrechtmatig gebruik van voorzieningen.

50%

max.€ 250.000

2.53%

 

Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van de ingevoerde risico’s is een risicosimulatie uitgevoerd (Monte Carlo). Hieruit volgt dat 90% zeker is dat alle risico’s (€16,7 miljoen) kunnen worden afgedekt met een bedrag van €3,3 miljoen (benodigde weerstandscapaciteit).

 

Beschikbare weerstandscapaciteit 

Beschikbare  weerstandscapaciteit (in €)

Weerstand

Capaciteit

 

2020

Algemene reserve

4.818.000

Totale weerstandscapaciteit

4.818.000

 

Relatie benodigde en beschikbare weerstandscapaciteit

 Om te bepalen of het weerstandsvermogen toereikend is, dient de relatie te worden gelegd tussen de financieel gekwantificeerde risico's en de daarbij gewenste weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit. De relatie tussen beide componenten wordt in onderstaande figuur weergegeven.

 

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

 

Ratio weerstandsvermogen

 

=

beschikbare weerstandscapaciteit

 

=

€ 4.818.000

 

=

 

1,5

benodigde weerstandscapaciteit

€ 3.300.000

 

De normtabel is ontwikkeld in samenwerking met de Universiteit Twente. Het biedt een waardering van het berekende ratio.

Weerstandsnorm
Waarderingscijfer Ratio Betekenis
A > 2.0 uitstekend
B 1.4 - 2.0 ruim voldoende
C 1.0 - 1.4 voldoende
D 0.8 - 1.0 matig
E 0.6 - 0.8 onvoldoende
F < 0.6 ruim onvoldoende

Het ratio valt dan in klasse B. Dit duidt op ruim voldoende weerstandsvermogen. 

 

Ratio weerstandsvermogen

Op de basis van de stand van de algemene reserve  ontwikkelt bedraagt de ratio van de gemeente Tubbergen: 

  2020
Ratio 1,5

Kengetallen

Om de financiële positie van de gemeente in beeld te brengen, stelt de gemeente Tubbergen jaarlijks een balans en een overzicht van de exploitatie in baten en lasten op. Maar voor een goed oordeel over deze financiële positie zijn aanvullende kengetallen nodig. Deze kengetallen bieden ondersteuning bij de kaderstellende en controlerende rol van de gemeenteraad. Bovendien kan met deze kengetallen de gemeente Tubbergen goed worden vergeleken met andere gemeenten. Eén afzonderlijk kengetal zegt niet alles en moet altijd in relatie worden gezien met andere kengetallen.

 

We onderscheiden 5 kengetallen:

1a. netto schuldquote

1b. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

2. solvabiliteitsratio

3. grondexploitatie

4. structurele exploitatieruimte

5. belastingcapaciteit: woonlasten meerpersoonshuishouden

 

1a. Netto schuldquote

Dit kengetal zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeente. Hoe hoger de schuld, hoe meer kapitaallasten (rente en aflossing) er zijn. De netto schuldquote geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossing op de exploitatie.

 

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

A

Vaste schulden

7.507 5.967 4.608

B

Netto vlottende schuld

4.306 4.306 4.306

C

Overlopende passiva

1.299 1.299 1.299

D

Financiële activa

2.212 1.771 1.679

E

Uitzettingen < 1 jaar

12.387 12.387 12.387

F

Liquide middelen

235 235 235

G

Overlopende activa

359 359 359

H

Totale baten

43.445 40.631 42.123

 

Netto schuldquote (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

-4,8 -7,8 -10,6

 

1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen

Zie netto schuldquote, maar dan gecorrigeerd voor de doorgeleende gelden.

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

A

Vaste schulden

7.507 5.967 4.608

B

Netto vlottende schuld

4.306 4.306 4.306

C

Overlopende passiva

1.299 1.299 1.299

D

Financiële activa

1.017 850 758

E

Uitzettingen < 1 jaar

12.387 12.387 12.387

F

Liquide middelen

235 235 235

G

Overlopende activa

359 359 359

H

Totale baten

43.445 40.631 42.123

 

Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen (A+B+C-D-E-F-G)/H x 100%

-2,0 -5,6 -8,4

 

2. Solvabiliteitsratio

De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Hieronder wordt verstaan het eigen vermogen als percentage van het totale vermogen. Hoe hoger het aandeel, hoe gezonder de gemeente.

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

A

Eigen vermogen

25.809 17.548 16.844

B

Balanstotaal

43.370 50.190 50.063

 

Solvabiliteit (A/B) x 100%

59,5 35,0 33,6

 

3. Grondexploitatie

Dit kengetal geeft aan hoe groot de grondpositie (boekwaarde) is ten opzichte van de jaarlijkse baten. Deze boekwaarde van de voorraden grond is van belang, omdat deze waarde moet worden terugverdiend bij de verkoop.

 

(bedragen x 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

A

Niet in exploitatie genomen bouwgronden

0 0 0

B

Bouwgronden in exploitatie

-569 -769 -659

C

Totale baten

43.445 40.631 42.123

 

Grondexploitatie (A+B)/C x 100%

-1,3 -1,9 -1,6

 

4. Structurele exploitatieruimte

Het financiële kengetal structurele exploitatieruimte geeft aan hoe groot de (structurele) vrije ruimte binnen de vastgestelde begroting is. Daarnaast geeft het ook aan of de gemeente in staat is om structurele tegenvallers op te vangen, dan wel of er nog ruimte is voor nieuw beleid.

 

(bedragen x € 1.000)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

A

Totale structurele lasten

40.390 39.248 41.688

B

Totale structurele baten

41.166 38.122 41.140

C

Totale structurele toevoegingen aan de reserves

327 0 0

D

Totale structurele onttrekkingen aan de reserves

327 0 93

E

Totale baten

43.445 40.631 42.123

 

Structurele exploitatieruimte (B-A)+(D-C)/E x 100%

1,8 -2,8 -1,1

 

5. Belastingcapaciteit

Dit kengetal geeft de ruimte weer die de gemeente Tubbergen heeft om zijn belastingen te verhogen. De ozb is voor gemeenten de belangrijkste eigen belasting inkomst. Een hoog tarief ten opzichte van het landelijk gemiddelde geeft aan in hoeverre de gemeente al gebruikt heeft moeten maken van deze optie.

 

(bedragen in €)

Jaarrekening 2018

Begroting 2019

Begroting 2020

A

Ozb-lasten voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

Ozb-lasten voor een gezin bij gemiddelde WOZ-waarde van een woning in de gemeente Tubbergen (uitgangspunt COELO-atlas)

288 315 326

B

Rioolheffing voor gezin bij gemiddelde WOZ-waarde

256 264 264

C

Afvalstoffenheffing voor een gezin

117 122 122

D

Eventuele heffingskorting

N.v.t. n.v.t. n.v.t.

E

Totale woonlasten (A+B+C+D)

661 701 712

F

Woonlasten landelijk gemiddelde

721 721 n.n.b.

 

Woonlasten t.o.v. landelijke gemiddelde (E/F) x 100%

91,7 97,3 n.n.b.

 

Totaal tabel kengetal en uitkomst

Kengetal Uitkomst (%)

Jaarrekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020

Netto schuldquote

-4,8 -7,8 -10,6

Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte geldleningen

-2,0 -5,6 -8,4

Solvabiliteit

59,5 35,0 33,6

Grondexploitatie

-1,3 -1,9 -1,6

Structurele exploitatieruimte

1,8 -2,8 -1,1

Belastingcapaciteit

91,7 97,3 n.n.b.

Onderhoud kapitaalgoederen

Inleiding

De paragraaf kapitaalgoederen gaat in op de manier waarop het op duurzame wijze in stand houden van kapitaalgoederen (de fysieke gemeentelijke infrastructuur) is geborgd. Onder kapitaalgoederen verstaan we wegen (inclusief kunstwerken), riolering, water, groen en gebouwen.

Voor het geformuleerd doel zijn en worden onderhoudsplannen opgesteld waarin we aangeven op welk kwaliteitsniveau kapitaalgoederen worden onderhouden. Als introductie op deze paragraaf staat hieronder het overzicht van de beheerplannen voor 2020 voor de kapitaalgoederen:

 

Beheerplannen

Vaststelling door raad in jaar

Looptijd

Financiële vertaling in begroting

Uitgesteld onderhoud

Wegen*

2016

n.v.t.

ja

nee

Riolering

2018

2024

ja

nee

Groen

2014

n.v.t.

ja

nee

Gebouwen MOP

2016

n.v.t.

ja

nee

*kunstwerken (duikers en bruggen) vallen onder het aspect ‘wegen’

Kaders en cijfers

Kaders

Wettelijk

De relevante wettelijke kaders zijn:

  • Gemeentewet: Waarin door de gemeenteraad is vastgelegd welke regels voor de waardering en afschrijving van activa gelden. De in artikel 212 Gemeentewet bedoelde verordening is de ‘Financiële verordening gemeente Tubbergen (2017)’.
  • Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV): Op grond van artikel 12 moeten de kapitaalgoederen wegen, riolering, water, groen en gebouwen in deze paragraaf aan de orde komen.
  • Burgerlijk Wetboek: Waarin opgenomen de gemeentelijke taak als ‘goed wegbeheerder’ om te zorgen dat het gebruik van de weg geen risico oplevert voor de weggebruiker (wettelijke aansprakelijkheid).
  • Wet Milieubeheer: Waaruit de verplichting tot het opstellen van een Gemeentelijk Rioleringsplan is voortgekomen.

 

Algemeen financieel

De kosten van het reguliere en ‘groot’ onderhoud van de kapitaalgoederen wegen (inclusief bruggen en duikers), groen en gebouwen zijn in het algemeen gedekt via structurele onderhoudsmiddelen in de begroting.

Vervangingsinvesteringen en onderhoudskosten met betrekking tot de riolering worden gedekt via de rioolheffing.

Grotere vervangingsinvesteringen voor kapitaalgoederen, uitgezonderd rioleringen, nemen we in het algemeen als incidentele investeringen op in de begroting. De raad stelt de incidentele vervangingsinvesteringen vast.

Voor gebouwen worden de kosten voor het groot onderhoud door de raad beschikbaar gesteld uit de voorziening ‘Planmatig onderhoud gebouwen’.

 

Algemeen technisch/inhoudelijk

Voor het beheer van wegen en groen wordt de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW (de onafhankelijke kennisorganisatie voor infrastructuur, openbare ruimte, verkeer en vervoer en werk en veiligheid) toegepast. Bij het onderdeel Beleid & beheer gaan we hier nader op in.

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2018-2024) zijn de kaders en verplichtingen aangegeven voor riolering en water. In het GRP is vastgelegd hoe we verbeteringsmaatregelen op het rioolsysteem toepassen en hoe we onderhoud uitvoeren. Het GRP is door de raad vastgesteld.

Voor het beheer van gebouwen is een MOP (meerjaren onderhoudsprogramma) vastgesteld, waarin de onderhoudsniveaus zijn aangegeven.

 

Kerncijfers

Voor de onderscheiden kapitaalgoederen zijn in de tabel hieronder de kencijfers vermeld:

 

Aspect

Binnen de kom

Buiten de kom

Wegen

Weglengte totaal

90 km

385 km

 

Oppervlakte elementenverharding

48 km

13 km

 

Oppervlakte asfaltverharding

39 km

157 km

 

Oppervlakte betonverharding

2 km

99 km

 

Oppervlakte overige

1 km

116 km

 

Aantal bruggen

3 st

38 st

 

Aantal duikers

12 st

1090 st

Riolering

Gemengde hoofdriolering

66 km

 

(verbeterd) Gescheiden stelsel hoofdriolering

40 km

 

Kolken

6650

 

Pompunits drukriolering buitengebied

424

 

Drukriolering buitengebied

150 km

 

Rioolgemalen

42

 

Persleidingen

6 km

 

IT riolen

10 km

 

Wadi’s

35

 

Bergbezinkbassins

12

 

Externe overstorten

22

Groen

Beplantingsoppervlakte (natuurlijk)

7 ha

-

 

Beplantingsoppervlakte (in cultuur)

8 ha

 ha

 

Oppervlakte gazon

30ha

1,5 ha

 

Aantal bomen

5.123 st

9.158 st

Gebouwen

Schoolgebouwen (excl. Canisius en De Marke)

13.796 m²

 

Sportaccommodaties

7.198 m²

 

Maatschappelijk/culturele functies

1.078 m²

 

Monumenten

266 m²

 

Eigen bedrijfsvoering

3.935 m²

 

Overige gebouwen

750 m²

 

Beleid en beheer

Algemeen

Het onderhoudsniveau van de openbare ruimte is vastgesteld in het beleidsplan Integraal Beheer Openbare Ruimte (IBOR). Dit plan, dat uitgaat van de systematiek om te werken volgens zogeheten beeldkwaliteit, is door de raad vastgesteld in 2010.

Voor het beheer van de wegen en het groen gebruiken we de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW. In de catalogus is met foto’s aangegeven wat de relatie is tussen beeldkwaliteit (foto) en het onderhoudsniveau (A, B, etc.). De raad heeft daarmee vastgesteld op welk niveau de verschillende kapitaalgoederen c.q. delen van de openbare ruimte worden onderhouden. Daarbij is desgewenst voor de onderscheiden gebiedstypen (binnen of buiten de kom; hotspots) per beheergroep/kapitaalgoed het onderhoudsniveau vastgelegd.

Hulpmiddel bij het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen zijn de beheersystemen (GBI) en de koppeling tussen de beheersystemen en de Basisregistratie Grootschalige Topografie (BGT). Door het integrale karakter van het systeem is het een sterk instrument voor het opstellen van beleid voor de openbare ruimte.

Voor enkele gebouwen is gemeente Tubbergen en verantwoordelijk voor het groot onderhoud. De verantwoordelijkheden voor het dagelijks, klein en groot onderhoud zijn vastgelegd in huurcontracten of gebruiksovereenkomsten. Voor de schoolgebouwen heeft de TOF (de Tubbergse Onderwijs Federatie) de verantwoordelijkheid over het dagelijks, klein en groot onderhoud. Het dagelijks en klein onderhoud van de gebouwen voor de eigen bedrijfsvoering vallen onder de verantwoordelijkheid van Noaberkracht (gemeenschappelijke regeling).

 

Wegen

Voor het beheer van de wegen gebruiken we de (beeld)Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW en de systematiek Rationeel wegbeheer. Jaarlijks beoordelen we de wegen in kwalitatieve zin met een visuele inspectie. Op basis van de resultaten uit de visuele inspecties, en de gewenste kwaliteitsniveaus worden onderhoudsmaatregelen bepaald.

Om onderhoudsmaatregelen te prioriteren zijn de arealen onderverdeeld in structuurelementen. Dat zijn wegvakken met een min of meer vergelijkbare gebruiksfunctie. Als structuurelement zijn gebruikt de categorieën Hoofdweg, Buitengebied, Woongebied, Bedrijventerrein en Centrum. Binnen de categorie buitengebied is onderverdeling gemaakt in klassen Standaard, Fietsroute en Extensief (wegen van laagste orde). Binnen Centra is ook de categorie Hot-Spot onderscheiden.

Ook is een onderscheid gemaakt naar de aard van de verharding. Gesloten verhardingen als asfalt of beton vergen een geheel andere wijze van onderhoud dan elementenverhardingen en worden daarom afzonderlijk benaderd. Daarnaast is een onderscheid gemaakt naar verhardingsfunctie (rijbaan, fietspad, voetpad en overige (inritten, parkeervakken etc.). Door gebruik te maken van de genoemde indelingen wordt de mogelijkheid geboden om gedifferentieerd om te gaan met kwaliteit voor de verschillende categorieën.

Het kwaliteitsniveau is aangeduid tussen niveau A (goed) en D (slecht). In 2016 is het meerjaren onderhoudsprogramma voor de kapitaalgoederen wegen en kunstwerken vastgesteld. Daarbij is vastgesteld dat we het wegenonderhoud gedifferentieerd gaan uitvoeren op basis van de reeds vermelde functionele indeling van wegen. Daarbij is vastgesteld de hieronder staande kwaliteit te gaan hanteren.

Bij de keuze voor deze kwaliteitsniveaus horen de effecten zoals weergegeven in de tabel.

 

Kwaliteitsniveau

 

A

B

C

D

Asfalt/beton

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Groot

Zeer groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

Elementen

Aanzien/uitstraling

Hoog

Standaard

Sober

Verloedering

Kapitaalvernietiging

Matig

Nihil

Matig

Groot

Beheerbaarheid

Voldoende

Goed

Matig

Slecht

Veiligheid/Aansprakelijkheid

Veilig

Grotendeels veilig

Beperkt Veilig

Heel onveilig

Hinder/Overlast

Nauwelijks

Incidenteel

Regelmatig

Constant

 

 

Gewenste

kwaliteit

Bedrijventerrein

Buitengebied

Buitengebied

Extensief

Fietspaden/

recreatief

Centra

Hotspot

Hoofdweg

Woongebied

Asfalt

Rijbanen

C

C

C

C

 C

 C

C

C

Fietspad

 

 

 

C

 

 

C

C

Voetpaden

 

 

 

 

 

 

 

 

Overige

 

 

 

 

 

 

C

C

Beton

Alle

C

C

C

C

 

 

C

C

Elementen

Rijbanen

C

C

C

C

C

C

C

C

Fietspad

 

 

 

 

 

 

C

 

Voetpaden

C

 

 

C

C

C

C

C

Overige

C

C

C

C

C

 

C

C

 

Het meerjaren onderhoudsprogramma betreft ook de civiele kunstwerken. We hebben in dat programma vastgelegd dat we voor de bruggen en duikers een beheer- en monitoringsprogramma gaan toepassen voor het gepland onderhoud.  In de begroting 2020 wordt voorgesteld om hier het basisniveau “C” te gaan hanteren. Op basis van inspecties van de kunstwerken zal een onderhouds- en vervangingsprogramma worden opgesteld.

 

Openbare verlichting

Het beleidsplan ‘Verlichten openbare ruimte’ is in 2011 opgesteld en hierin zijn de uitgangspunten en keuzes voor het beleid beschreven. Sociale veiligheid en verkeersveiligheid spelen daarbij een rol en ook houden we rekening met milieuaspecten, lichthinder en lichtvervuiling. Bij vervanging toetsen we aan het beleidsplan; dat geldt uiteraard ook voor nieuwe voorzieningen.

Het onderhoud van de openbare verlichting is geregeld via een meerjaren onderhoudsbestek met in totaal zeven gemeenten. In totaal worden ca. 3.700 lichtpunten onderhouden. Grootschalig onderhoud en vervanging pakken we bij voorkeur planmatig aan als onderdeel van een groter renovatieproject.

Energiebesparing en duurzaamheidsdoelstellingen behalen we door vervanging van de huidige verlichting door LED verlichting. LED verlichting is binnen het ideaal doel ‘Bestendigen’ binnen het thema Mobiliteit & Bestendigheid behandeld.

 

Riolering

In het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP 2018-2024) zijn de kaders en het beleid vastgelegd voor het onderhoud en vervanging van de riolering, maar ook voor verbeteringsmaatregelen. Jaarlijks inspecteren we de riolering. De kwaliteit van de riolering bepalen we met analyse van video-inspecties, waarbij inspectiecatalogus NEN3399 wordt gebruikt. Kwaliteitskwalificaties lopen uiteen van ‘uitstekend’ tot ‘zeer slecht’. Strengen met de kwalificatie ‘slecht’ en ‘zeer slecht’ komen voor reparatie of vervanging in aanmerking. De keuze van de toe te passen onderhoudsmaatregel is afhankelijk van omgevingsfactoren en de eventuele afstemming met andere werkzaamheden.

Naast de periodieke (onderhoud)inspecties monitort een hoofdpost dagelijks de rioolsysteem. Via online monitoring worden storingen en calamiteiten automatisch gemeld.

 

Groen

De kwaliteit van groenvoorzieningen wordt primair bepaald op basis van beeldkwaliteit. Hiervoor gebruiken we ook de (beeld)kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte van CROW, maar dan vooral om vast te leggen volgens welk kwaliteitsniveau we het groen moeten onderhouden. Hiermee is de basis gelegd voor het onderhoudsbestek. Maandelijks monitoren we steekproefsgewijs de kwaliteit van het groenareaal. Bij goed onderhoud van het groenareaal treedt geen kapitaalvernietiging op. Cultuurbeplanting heeft een eindige levensduur en zal dan door middel van cyclisch vervangen weer op peil worden gebracht.

Afhankelijk van de locatie zijn minimale beeldkwaliteitsniveaus vastgesteld door de raad. In het algemeen is kwaliteitsniveau C het gewenste niveau. 

Voor bomen voeren we naast beeldkwaliteit ook een wettelijke veiligheidsinspectie uit (Visual Tree Assessment). Daarbij bepalen we op grond van het risicoprofiel welke inspectiefrequentie nodig is en welke eventuele onderhoudsmaatregelen nodig zijn.

 

Gebouwen

De directe taak betreft het beheer en (groot) onderhoud van de gemeentelijke gebouwen. Daar waar het gaat om het energiegebruik en het dagelijks onderhoud is Noaberkracht verantwoordelijk. Het groot onderhoud van de gemeentelijke gebouwen is opgenomen in de meerjaren onderhoudsplanning (MOP). De MOP is opgesteld volgens NEN2767 en is gericht op de instandhouding van kwaliteitsniveau 2 en 3 (op een schaal van 1 tot 6).

De MOP heeft een inventarisatie-cyclus van 4 jaar en de administratieve actualisatie is elk jaar. Op grond van de hieruit voortvloeiende planning wordt de voorziening voor het groot onderhoud op peil gebracht. Het jaarlijks onderhoud gebeurt waar mogelijk in overleg met de gebruiker/beheerder van het betreffende pand (check op nut en noodzaak).

 

Onderhoudsplannen

Voor de onderscheiden kapitaalgoederen zijn onderhoudsplannen opgesteld, waarin is aangegeven op welk kwaliteitsniveau het kapitaalgoed wordt onderhouden. Goede onderhoudsplannen en de consequente uitvoering ervan zijn noodzakelijk. Door het onderhoud volgens planvorming uit te voeren kunnen we, vooral bij wegen, aansprakelijkheidsstellingen tot een minimum beperken.

 

Afstemming

Jaarlijks stemmen we de onderhoudsplannen voor wegen, riolering en groen op elkaar af. Soms is het mogelijk om het onderhoud in technische en/of financiële zin te combineren. Dat heeft de voorkeur wanneer we daarmee ook de effecten voor de omgeving of de samenleving positief beïnvloeden.

 

Beleidsplannen in ontwikkeling

Het meerjaren onderhoudsprogramma wegen en kunstwerken is in 2016 vastgesteld. De ontwikkelingen op deze arealen worden permanent gemonitord en waar mogelijk door vertaald naar het geplande onderhoud.

 

Gebouwen

De ontwikkelingen op het gebouwenareaal worden permanent gevolgd en waar mogelijk door vertaald op het geplande onderhoud.. Daar waar onduidelijkheden over de toekomstige functie van gebouwen aan de orde zijn, krijgt het onderhoud maatwerk. Sinds 2015 heeft de Tubbergse Onderwijs Federatie (TOF) de verantwoording voor al het onderhoud van de schoolgebouwen.

 

Externe beleidsontwikkelingen die impact hebben op onderhoud

Landelijk wordt gewerkt aan een nieuwe richtlijn voor lokale bruggen, die met de huidige systematiek voor inspectie vaak (onterecht) het stempel ‘einde levensduur’ of ‘afgekeurd’ krijgen. Dat komt omdat lokale bruggen nu vaak beoordeeld worden op grond van normen die voor bruggen op rijkswegen gelden – en die zijn te zwaar voor de lokale omstandigheden. Het initiatief hiertoe is in 2015 gestart en nog niet afgerond. De uitkomsten hiervan zijn ook van belang voor de pilot met het assetmanagement op bruggen.

Kwaliteit en financieel

Kwaliteit

Wegen

In 2016 is het meerjaren onderhoudsprogramma vastgesteld. Daarbij hebben is besloten om de algehele kwaliteit van het wegenareaal op niveau C te onderhouden. De vastgestelde kwaliteitsniveaus zijn geïmplementeerd in ons beheersysteem. Het ingrijpmoment voor onderhoud is in overeenstemming met het vastgestelde onderhoudsniveau Veiligheid voor de weggebruiker staat voorop. Het budget is toereikend om het vastgestelde onderhoudsniveau te houden

 

Bruggen

In 2016 is het meerjaren onderhoudsprogramma vastgesteld. Het jaarlijks budget is verhoogd en toegevoegd aan de onderhoudsreserve. In 2017 is gestart met het in kaart brengen van de actuele kwaliteit van de bruggen. Op basis van die uitkomsten en i.c.m. de nieuwe constructie richtlijnen voor kunstwerken zal een uitvoeringsprogramma voor onderhoud en vervanging worden uitgevoerd.

 

Rioleringen

In financieel opzicht zijn de kosten van het rioleringsonderhoud en de rioolvervangingen gedekt via het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP). We voeren een versneld inspectieprogramma uit waarbij we de oude rioleringen (aanlegjaar voor 1970) en de strengen waar injectiepunten van drukriolering lozen, inspecteren. Het gaat om een relatief klein onderdeel van het gehele areaal. Meldingen en tussentijdse inspecties geven vooralsnog geen aanleiding om te spreken van achterstallig onderhoud.

Het rioolstelsel voldoet aan de basisinspanning zoals die in het GRP is benoemd. Er moeten in samenwerking met het waterschap bij en naar de zuivering van Tubbergen nog enkele grote vervangingsinvesteringen worden uitgevoerd. Deze maatregelen zijn opgenomen in het GRP.

 

Groen

De schouw/inspectie van het groenareaal geeft aan dat we voldoen aan de daaraan gestelde eisen en kwaliteitsniveaus. Cultuurbeplanting heeft een eindige levensduur en zal zoveel mogelijk worden vervangen.

 

Gebouwen

Elk jaar inspecteren we de gebouwen, waarbij we de volgens de meerjaren onderhoudsplanning (MOP) geplande onderhoudswerkzaamheden beoordelen op nut en noodzaak. De daadwerkelijke uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden doen we aan de hand van de inspecties. Daarna actualiseren we de MOP. Zo ontstaat een jaarlijks actuele MOP, waarin het niveau van het onderhoud (dagelijks en groot onderhoud) van de gebouwen op een financieel verantwoorde wijze gewaarborgd blijft. Bij de onderhoudswerkzaamheden wordt waar mogelijk rekening gehouden met het verduurzamen van het gebouw.

 

Financieel

Structurele financiële onderhoudsgelden gebruiken we in beginsel voor het reguliere en ‘groot’ onderhoud voor wegen en groen. Onderhouds- en vervangingsinvesteringen voor riolering dekken we uit het rioolfonds. Als gevolg van afstemming van onderhouds- of vervangingsmaatregelen is het mogelijk om structurele onderhoudsgelden aan te vullen met incidentele middelen op grond van investeringen of met middelen uit de rioolheffing. Ook andere interne en externe bronnen van financiering zijn mogelijk, bijvoorbeeld middelen uit de reserves of bijdragen van externe partijen.

 

Wegen

Het regulier onderhoud wordt aangepakt, zoals wordt aangegeven door het meerjaren onderhoudsprogramma, die jaarlijks wordt geactualiseerd. Binnen dit programma wordt eveneens rekening gehouden met een percentage  voor onvoorziene omstandigheden en tegenvallers. 

 

Bruggen

In 2016 hebben we het “Meerjaren onderhoudsprogramma” vastgesteld. Besloten is daarbij tot een nader onderzoek om de kwaliteit van de kunstwerken in kaart te brengen. Vooruitlopend hierop is besloten structureel € 50.000 toe te voegen aan het budget. Op basis van de resultaten van de aangekondigde inspectie en monitoring zal in 2018 worden bezien in hoeverre deze verhoging toereikend is.

 

Rioleringen

In gemeente Tubbergen wordt gekozen voor meerjarig afschrijven.  Afgelopen jaren is, conform het GRP 2013 - 2018
gewerkt met direct afboeken (ideaalcomplex).
In overleg met de accountant wordt dat in strijd geacht met de BBV regels en om die reden niet meer toegepast. Dit destijds nieuwe beleid is daarom losgelaten in het nu geldende GRP 2019-2024.
 
Er wordt nu gewerkt volgens onderstaande principes:
  • • Investeringen zoals rioolvervanging, pompkelders en andere betonwerken worden geactiveerd en afgeschreven over 40 jaar.
  • • Investeringen met kortere levensduurverwachting zoals relinen, pompen en elektronica worden geactiveerd en afgeschreven over 15 jaar.
 
 

Gebouwen

Voor het groot onderhoud van de gebouwen staat de reserve ‘Groot onderhoud gemeentelijke gebouwen’ ter beschikking. Jaarlijks nemen burgemeester en wethouders besluiten over de geplande onderhoudswerkzaamheden en –kosten. In die zin gebruiken ze de meerjaren onderhoudsplanning ook als middel om verantwoording af te leggen over de onderhoudsstaat van de gemeentelijke gebouwen.

Financiering

Financiering

Algemeen

De wet financiering decentrale overheden (fido) bevordert een solide financieringswijze bij openbare lichamen. Het doel hiervan is het vermijden van grote fluctuaties in de rentelasten. De wet kent een onderscheid tussen regels voor korte financiering (kasgeldlimiet) en regels voor lange financiering (renterisiconorm). Het onderscheid is gelegd bij 1 jaar.

 

Kasgeldlimiet en korte financiering

De kasgeldlimiet heeft als doel de financiële gevolgen van schommelingen in de rente op korte leningen (< 1 jaar) te beheersen. De limiet is bepaald op 8,5% van de totale begroting.

Een kasgeldlimiet van € 3,7 miljoen betekent dat Tubbergen in 2020 tot een bedrag van € 3,7 miljoen met kort geld ( looptijd < 1 jaar) mag financieren.

 

Kasgeldlimiet

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2020

 43,2

Vastgesteld percentage

         8,50%

Kasgeldlimiet

3,7

 

Renterisiconorm en lange financiering

De renterisiconorm is een instrument voor de beheersing van het risico van een rentewijziging. Jaarlijks mogen de renterisico’s uit hoofde van renteherziening en herfinanciering niet hoger zijn dan 20% van het begrotingstotaal. Er mag dus maar 1/5e deel van de totale begroting aan rentegevoeligheid onderhevig zijn.

Renterisiconorm

(bedragen x €1 mln)

Begrotingstotaal 2020

43,2

Vastgesteld percentage

       20%

Renterisiconorm

8,6

Renterisico: herfinanciering + renteherziening

                      1,4

Ruimte

         7,2

In 2020 is er voldoende ruimte binnen de renterisiconorm.

 

Leningen

Onderstaande tabel geeft inzicht in de ontwikkeling van de geldleningen in 2020:

Leningen (opgenomen)

(bedragen x €1 mln)

Beginstand per 1 januari 2020

6,0

Bij:

nieuwe leningen t.b.v. investeringen

                         0

Af:

reguliere aflossingen

                       1,4

 

vervroegde aflossingen

                         0

Eindstand per 31 december 2020

 4,6

 

Algemene ontwikkelingen

 Geldleningen

In 2020 zullen geen renteherzieningen plaatsvinden. De reguliere aflossingen in 2020 zijn € 1,4 miljoen en de rentelasten €80.914.

 

Rentevisie, liquiditeit en schatkistbankieren

De gemeente Tubbergen heeft gekozen voor spreiding in de financieringsmogelijkheden.  Door een actuele liquiditeitsplanning kan worden ingespeeld op eventuele tekorten of overschotten in de toekomst. Zo wordt door het aantrekken van langlopende geldleningen ingespeeld op eventuele liquiditeitstekorten voor de lange termijn. De rente voor langlopende geldleningen is op dit moment  0,27% (looptijd 15 jaar).

Eventuele voorziene tekorten op de korte termijn worden opgevangen door het aantrekken van 1 maands geldleningen. Het 1 maands rentetarief is op dit moment  negatief. Dat betekent dat de gemeente bij het aantrekken van een kasgeldlening met een looptijd van 1 maand rente ontvangt.

Eventuele liquiditeitsoverschotten worden als gevolg van schatkistbankieren automatisch afgeroomd naar onze bankrekening bij het Ministerie. Dit levert niets op, het rentepercentage is op dit moment 0.

 

EMU Saldo

Het EMU saldo is in grote lijnen in de volgende tabel weergegeven: 

  EMU saldo (x € 1.000) Jaarrekening 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
1 Exploitatie saldo voor bestemming -1.911 -2.869 -704 -620 -335 90
2 Mutatie (im)materiële vaste activa 1.298 -606 -145 -246 -251 -261
3 Mutatie voorzieningen 414 119 -107 -182 -236 -287
4 Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -724 505 110 297 -92 84
5 Eventuele boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa 0 0 0 0 0 0
  EMU saldo -1.751 -2.649 -776 -853 -227 -19

Verbonden partijen

Verbonden partijen

Algemeen

Een verbonden partij is een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke organisatie waarin de gemeente zowel een bestuurlijk als een financieel belang heeft. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan dat de gemeente zeggenschap heeft, hetzij uit hoofde van vertegenwoordiging in het bestuur hetzij uit hoofde van stemrecht. Het financiële belang is het bedrag dat ter beschikking is gesteld en dat niet verhaalbaar is, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat, indien de verbonden partij failliet gaat of haar verplichtingen niet nakomt. Het aangaan van banden met verbonden derde partijen komt altijd voort uit het publieke belang. Het is een manier om een bepaalde publieke taak uit te voeren.

Deze paragraaf is om twee redenen voor u van belang. Op de eerste plaats voeren verbonden partijen vaak beleid uit dat de gemeente in principe zelf ook kan doen. De gemeente blijft de uiteindelijke verantwoordelijkheid houden voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma’s. Er blijft dus voor u nog steeds een kader stellende en controlerende taak over bij die programma’s. De tweede reden betreft de kosten - het budgettaire beslag- en de financiële risico’s die de gemeente met de verbonden partijen kan lopen en de daaruit voortvloeiende budgettaire gevolgen.

De verbonden partijen waarbij de gemeente Tubbergen betrokken is, ziet u hieronder.

 

Naam Verbonden partij

Activiteiten

Bestuurlijk belang

Gemeenschappelijke regelingen

Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

 

 

De bedrijfsvoeringsorganisatie Noaberkracht Dinkelland Tubbergen is een samenwerkingsverband van de gemeenten Tubbergen en Dinkelland in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Denekamp.

 

 

In naam van de deelnemende bestuursorganen is de bedrijfsvoeringsorganisatie in ieder geval belast met:

  • Beleidsontwikkeling en beleidsvoorbereiding;
  • Uitvoering van het door de gemeentelijke bestuursorganen vastgestelde beleid;
  • Inkoop en aanbesteding van opdrachten, voor zover het de bedrijfsvoering betreft;
  • Uitvoering van door de rijksoverheid opgedragen medebewindstaken;
  • Toezicht op en handhaving van de hiervoor genoemde uitvoering.

 

In eigen naam is de bedrijfsvoeringsorganisatie in ieder geval belast met:

  • De bedrijfsvoering;
  • Inkoop en aanbesteding van opdrachten voor de bedrijfsvoering.

De bedrijfsvoeringsorganisatie voert uitsluitend taken uit voor bestuursorganen van Dinkelland en Tubbergen.

De colleges van de gemeenten Dinkelland en Tubbergen vormen gezamenlijk het bestuur. De beide burgemeesters zijn beide voorzitter van het bestuur. Beide gemeenten hebben 50% stemrecht in het bestuur.

De gemeente Tubbergen draagt voor 43,65% bij aan de begroting.

Regio Twente

 

 

Het openbaar lichaam Regio Twente is een samenwerkingsverband van alle 14 Twentse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Enschede.

Regio Twente behartigt de (Twentse) belangen op de volgende terreinen:

* basispakket

a. Publieke gezondheid, onder de naam GGD Twente;

b. Jeugdhulp en maatschappelijke ondersteuning;

c. Sociaaleconomische structuurversterking;

d. Recreatieve voorzieningen;

e. Bovengemeentelijke belangenbehartiging;

* vrijwillige samenwerking

f. Faciliteren, coördineren en afstemmen gemeentelijke aangelegenheden;

g. Bedrijfsvoering.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur (= burgemeester Haverkamp-Wenker).

 

Een lid van het algemeen bestuur beschikt over één stem. Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, wijzigingen daarvan en de jaarrekening alsmede om besluiten over investeringen op basis van een gemeentelijke bijdrage beschikt een lid van het algemeen bestuur, behoudens de voorzitter, over het aantal stemmen dat wordt bepaald door het aantal inwoners van zijn gemeente bij aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming plaatsvindt. De voorzitter beschikt in dat geval over één stem.

 

 

 

Veiligheidsregio Twente

 

 

Het openbaar lichaam Veiligheidsregio Twente is een verplicht samenwerkingsverband van alle 14 Twentse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Enschede.

Veiligheidsregio Twente heeft tot doel de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen bestuurlijk en operationeel op regionaal niveau te integreren om een doelmatige en slagvaardige hulpverlening te verzekeren, mede op basis van een gecoördineerde voorbereiding.

 

De verplichting tot instelling van en deelname aan een veiligheidsregio vloeit rechtstreeks voort uit de Wet veiligheidsregio’s.

Op grond van artikel 11 van de Wet veiligheidsregio’s vormen de burgemeesters van de deelnemende gemeenten het algemeen bestuur.

 

Elk lid van het algemeen bestuur beschikt in de vergadering over één stem. Indien het gaat om de vaststelling van de begroting, wijzigingen daarvan en de jaarrekening, beschikt een lid van het algemeen bestuur over het aantal stemmen dat is bepaald door het aantal inwoners van zijn gemeente bij aanvang van het kalenderjaar waarin de stemming plaatsvindt.

 

 

 

Soweco

 

 

Het openbaar lichaam Soweco is een samenwerkingsverband van 6 Twentse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Almelo.

Soweco N.V. voert in opdracht van het openbaar lichaam Soweco de Wet sociale werkvoorziening (Wsw) uit.

Ieder college benoemt uit zijn midden 2 collegeleden in het algemeen bestuur van Soweco (= wethouder Berning-Everlo en wethouder Bekhuis-Groothuis).

 

 

 

Crematoria Twente

 

 

Het openbaar lichaam Crematoria Twente (OLCT) is een samenwerkingsverband van 13 Twentse en Achterhoekse gemeenten door middel van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Enschede.

 

Het OLCT is verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet op de lijkbezorging. Deze taken zijn ondergebracht in Crematoria Twente / Oost- Nederland B.V.

 

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur (=wethouder Bekhuis-Groothuis).

 

Elk lid van het algemeen bestuur heeft één stem per 20.000 inwoners (of een gedeelte daarvan) van de gemeente die hij vertegenwoordigt, met dien verstande dat geen der individuele gemeentes zo veel stemmen kan hebben, dat zij zelfstandig een meerderheid kan vormen

 

 

 

Stadsbank Oost Nederland

 

 

Het openbaar lichaam Stadsbank Oost Nederland is een samenwerkingsverband van 22 Twentse en Achterhoekse gemeenten in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Enschede.

 

De Stadsbank Oost Nederland is een intergemeentelijke kredietbank die zich voor ingezetenen van de deelnemende gemeenten op maatschappelijk en zakelijk verantwoorde wijze bezighoudt met kredietverstrekking, budgetbeheer, schuldhulpverlening, preventie en voorlichting.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur (= wethouder Berning-Everlo).

 

Elk lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem.

 

 

 

 

Omgevingsdienst Twente

 

 

Het openbaar lichaam Omgevingsdienst Twente is een verplicht samenwerkingsverband van 14 Twentse gemeenten en provincie Overijssel in de vorm van een gemeenschappelijke regeling.

 

De vestigingsplaats is Almelo.

De Omgevingsdienst Twente voert in opdracht van alle Twentse gemeenten en de provincie Overijssel de werkzaamheden m.b.t. vergunningverlening, toezicht en handhaving op het gebied van milieu en bodem uit.

Het college benoemt uit zijn midden een lid van het algemeen bestuur

(= wethouder Volmerink).

 

Ieder lid van het algemeen bestuur heeft in de vergadering één stem..

 

 

 

 

 

 

 

Coöperaties en vennootschappen

 

 

 

 

 

Cogas N.V.

 

 

De aandelen van de naamloze vennootschap Cogas Holding zijn in handen van 9 Overijsselse gemeenten.

 

De vestigingsplaats is Almelo.

Cogas voorziet onder meer in de behoefte aan openbare nutsvoorzieningen in de gemeenten die in de vennootschap deelnemen en in haar concessie- en machtigingsgebieden.

Tubbergen valt onder het verzorgingsgebied van Cogas.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders
(= wethouder Bekhuis-Groothuis).

 

Tubbergen bezit 293 aandelen (5,75%).

 

 

 

Enexis Holding N.V.

 

 

De aandelen van de naamloze vennootschap Enexis Holding zijn in handen van 5 provincies en 88 gemeenten.

 

De vestigingsplaats is Den Bosch.

Enexis beheert het energienetwerk in Noord-, Oost-, en Zuid-Nederland, waaronder Overijssel.

 

Tubbergen valt onder het verzorgingsgebied van Enexis.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders
(= wethouder Bekhuis-Groothuis).

 

Tubbergen bezit 32.331 aandelen (0,02%).

 

 

 

 

Vordering op Enexis B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

Naar verwachting zal de vennootschap eind 2019/begin 2020 geliquideerd kunnen worden.

N.v.t.

 

 

 

Verkoop Vennootschap B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

Het bestuur van de vennootschap is in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden geliquideerd.

N.v.t.

 

 

 

CBL Vennootschap B.V.

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

Het bestuur van de vennootschap is in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden geliquideerd. 

N.v.t.

 

 

 

CSV Amsterdam B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

Naar verwachting zal de vennootschap eind 2019/begin 2020 kunnen worden geliquideerd.

N.v.t.

 

 

 

Publiek Belang Elektriciteitsproductie B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap zijn in handen van de voormalig aandeelhouders van Essent.

Het bestuur van de vennootschap is in overleg met de andere contractuele partijen om na te gaan wanneer de contractuele verplichtingen voortijdig kunnen worden beëindigd en de vennootschap vervolgens kan worden geliquideerd.

N.v.t.

 

 

 

Twence B.V.

 

 

De aandelen van de besloten vennootschap Twence zijn in handen van 14 Twentse gemeenten, gemeente Berkelland en Vuilverwerkingsbedrijf Noord-Groningen.

 

De vestigingsplaats is Hengelo.

Twence B.V. is het afvalverwerkingsbedrijf dat al het huishoudelijke afval en veel van het bedrijfsafval binnen de regio Twente verwerkt.

 

De oorspronkelijke overweging voor Regio Twente om in Twence B.V. deel te nemen was om in regionaal verband bedrijfs- en huisafval te verwerken waarbij de schaalgrootte zou resulteren in voor inwoners (en bedrijven) acceptabele tarieven.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders
(= wethouder Bekhuis-Groothuis).

 

Tubbergen bezit 27.643 aandelen (= 3,26%).

 

 

 

 

Wadinko N.V.

 

 

De aandelen van de naamloze vennootschap Wadinko zijn in handen van de provincie Overijssel en 24 gemeenten.

 

De vestigingsplaats is gevestigd in Zwolle.

Wadinko is een regionale participatiemaatschappij, die de bedrijvigheid - en daarmee de werkgelegenheid - wil bevorderen in Overijssel, de Noordoostpolder en Zuidwest Drenthe.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders
(= wethouder Bekhuis-Groothuis).

 

Tubbergen bezit 45 aandelen (= 1,884%).

 

 

 

 

BNG N.V.

 

 

De aandelen van de naamloze vennootschap Bank Nederlandse Gemeenten zijn voor de helft in handen van de Staat en voor de andere helft in handen van gemeenten, provincies en een hoogheemraadschap.

 

De vestigingsplaats is Den Haag.

De BNG heeft ten doel de uitoefening van het bedrijf van bankier voor overheden.

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders
(= wethouder Bekhuis-Groothuis).

 

Tubbergen bezit 30.000 aandelen (0,05387%).

 

NV ROVA Holding

 

 

De aandelen van de Naamloze Vennootschap NV ROVA Holding zijn in handen van 23 gemeenten.

 

De vestigingsplaats is Zwolle.

ROVA verzorgt voor gemeenten alle publieke taken die voortkomen uit de gemeentelijke zorgplicht voor huishoudelijk afval (afvalinzameling en verwerking, beheer inzamelmiddelen).

Het college benoemt uit zijn midden een vertegenwoordiger in de Algemene vergadering van Aandeelhouders
(= wethouder Bekhuis-Groothuis).

 

Tubbergen bezit 260 aandelen (7,67%).

 

Overige verbonden partijen

 

 

 

 

 

EUREGIO

 

 

EUREGIO is een grensoverschrijdend samenwerkingsverband van 131 Nederlandse en Duitse overheden. EUREGIO is een openbaar lichaam naar Duits recht.

 

De vestigingsplaats is Gronau (D).

EUREGIO heeft tot doel het stimuleren, ondersteunen en coördineren van regionale grensoverschrijdende samenwerking.

De EUREGIO-raad is het politieke orgaan van EUREGIO. De samenstelling is gebaseerd op een partijpolitieke en regionale sleutel. De uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen bepaalt welke partijen in de EUREGIO-raad vertegenwoordigd zijn. Het inwonertal bepaalt het aantal zetels per deelnemende gemeente. Tubbergen bezet 1 van de 41 Nederlandse zetels (= wethouder Bekhuis-Groothuis).

 

Verbonden partijen gemeente Tubbergen

Verbonden partij EV 1-1-2019 EV  1-1-2020 EV 31-12-2020 VV 1-1-2019 VV 1-1-2020 VV 31-12-2020 Resultaat 2020 Gemeentelijke bijdrage 2020* Dividend- uitkering 2020
Noaberkracht Dinkelland Tubbergen 5.378.000 2.938.000 2.265.000 3.915.000 4.304.000 4.977.000 0 13.194.600 n.v.t.
Regio Twente 10.034.384 10.019.112 10.148.152 14.464.606 13.652.814 12.460.169 0 1.178.100 n.v.t.
Veiligheidsregio Twente 1.319.056 1.597.000 1.435.000 55.048.112 53.356.000 60.719.000 0 1.587.300 n.v.t.
Crematoria Twente 1.590.678 1.590.700 1.590.700 86.887 0 0 0 n.v.t. 0
Stadsbank Oost Nederland 1.080.500 1.080.500 1.082.200 15.042.300 14.797.700 14.816.700 0 65.900 n.v.t.
Omgevingsdienst Twente n.v.t. 150.976 240.779 n.v.t. 346.000 596.221 0 341.100 n.v.t.
Soweco 2.173.000 n.n.b. n.n.b. 10.051.000 n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.v.t.
Cogas 178.995.000 n.n.b. n.n.b. 96.221.000 n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.v.t. 586.000
Enexis 4.024.000.000 4.021.000.000 n.n.b. 3.691.000.000 3.691.000.000 n.n.b. n.n.b. n.v.t. 21.000
Vordering op Enexis -2.000 0 0 356.324.000 0 0 0 n.v.t. n.v.t.
Verkoop Vennootschap 113.000 5.000 0 57.000 0 0 0 n.v.t. n.v.t.
CBL Vennootschap 138.000 90.000 0 21.000 0 0 0 n.v.t. n.v.t.
CSV Amsterdam 749.000 530.000 0 68.000 0 0 0 n.v.t. n.v.t.
Publiek Belang Elektriciteitsproductie 1.606.000 1.595.000 0 23.000 0 0 0 n.v.t. n.v.t.
Twence** 133.428.000 n.n.b. n.n.b. 173.808.000 n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.v.t. 148.500
Wadinko 67.999.185 68.100.000 68.400.000 1.511.671 1.500.000 1.500.000 1.500.000 n.v.t. 22.500
BNG 4.991.000.000 n.n.b. n.n.b. 132.518.000.000 n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.v.t. 40.000
ROVA 36.742.000 n.n.b. n.n.b. 53.791.000 n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.v.t. 65.000
Euregio n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.n.b. n.n.b. 6.100 n.v.t.

 

* = exclusief overige afgenomen diensten en doorbetaling Wsw-subsidie
** = inclusief borgstellingsvergoeding

 

Risico's verbonden partijen

Risico’s verbonden partijen

 

De risicoanalyse van de verbonden partijen is dit jaar voor de derde keer uitgevoerd met behulp van het pakket Naris Self Assesment. Hierbij werken we samen met de gemeente gemeente Almelo, Enschede en sinds dit jaar ook Hengelo.

 

De risico's voor de verbonden partijen worden geïnventariseerd met behulp van een gestandaardiseerde vragenlijst. De vragen worden samengevat in acht indicatoren, die gezamenlijk een beeld geven van het risicoprofiel. De indicatoren zijn: directie/bestuur, eigenaarsbelang, marktomgeving, flexibiliteit, contracten, opdrachtgeversrelatie, governance, control en kwaliteit. Het financieel belang is gebaseerd op een brede definitie. Dat betekent dat er onder meer rekening wordt gehouden met de exploitatiebijdrage, de boekwaarde van aandelen, dividenden, subsidies, afgenomen werkzaamheden en verstrekte leningen en garanties. De verbonden partijen waarbij de gemeente een groot financieel belang heeft en die een hoge risicoscore kennen, vormen een belangrijk risico voor de gemeente.

 

De ingevulde vragenlijsten hebben geleid tot de in de onderstaande grafieken opgenomen risicoscores. Hierbij is een onderscheid gemaakt in privaatrechtelijke en publiekrechtelijke verbonden partijen.

 

 

Publiekrechtelijke verbonden partijen

 

Naam verbonden partij

Financieel belang

Risicoscore

Toezicht regime

Soweco

Groot

Groot

Hoog

Stadsbank Oost Nederland

Klein

Middel

Gemiddeld

Noaberkracht Dinkelland Tubbergen

Groot

Groot

Hoog

Veiligheidsregio Twente (VRT)

Groot

Groot

Hoog

EUREGIO

Klein

Groot

Laag

Crematoria Twente (OLCT)

Klein

Middel

Laag

Regio Twente

Groot

Groot

Hoog

Omgevingsdienst Twente

Middel

Groot

Hoog

 

Privaatrechtelijke verbonden partijen

 

Naam verbonden partij

Financieel belang

Risicoscore

Toezicht regime

Wadinko

Klein

Groot

Gemiddeld

Twence

Klein

Middel

Gemiddeld

Vordering op Enexis

Middel

Middel

Gemiddeld

Enexis Holding

Klein

Middel

Laag

Cogas

Middel

Middel

Gemiddeld

BNG

Middel

Middel

Gemiddeld

ROVA

Groot

Middel

Gemiddeld

 

Financieel belang:                                                           Risico:

Klein: < € 100.000                                                           Klein: < 20

Middel: > € 100.000 en < € 1.000.000                Middel: 21 t/m 24

Groot: > € 1.000.000                                                     Groot: > 25

Grondbeleid

Grondbeleid

Algemeen

In het eerste half jaar van 2019 zijn 7 woningbouwkavels verkocht van de geprognosticeerde 18 stuks. Daarnaast zijn verkoopovereenkomsten gesloten voor  9 kavels. Dit betekent dat we verwachten om in 2019 16 kavels te kunnen verkopen.

Uiteindelijk zal de voorraad bouwkavels sneller verkocht zijn dan enkele jaren geleden werd verwacht.

Door deze grondverkopen neemt de boekwaarde van het grondbedrijf af en heeft dit positieve gevolgen voor het risicoprofiel.

 

Grondbeleid

De Raad heeft op 13 juli 2016 een nieuwe Nota Grondbeleid vastgesteld:

  • Conform het provinciaal beleid mag Tubbergen bouwen voor lokale (eigen) behoefte en zijn definitieve afspraken gemaakt over een verschuiving van uitbreiding naar inbreiding.
  • In het kader van de prestatieafspraken met de Provincie Overijssel zijn afspraken gemaakt over het aantal woningen dat Tubbergen tot 2020 mag realiseren.
  • Het grondbeleid is ondersteunend aan de behoeftes uit de prestatieafspraken op de terreinen van volkshuisvesting en bedrijventerreinen.

 

Het grondbeleid van de gemeente is een instrument om ruimtelijke doelstellingen te bereiken. De nota grondbeleid is een belangrijk kader waarmee sturing kan worden gegeven aan de beleidsdoelstellingen volkshuisvesting, ruimtelijke ontwikkeling en economie.

 

De complexen in 2020 en verder

Complexen in exploitatie

Dit overzicht heeft betrekking op de complexen waarvoor de Raad een grondexploitatie heeft vastgesteld. Bij de vaststelling van de jaarrekening over 2018 zijn daarnaast de geactualiseerde grondexploitaties vastgesteld. Hierin zijn per jaarschijf de te verwachten kosten en opbrengsten in beeld gebracht.

Per complex is een faseringsschema voor de nog te realiseren kosten en opbrengsten voor de komende jaren opgesteld, de grondprijzen uit de vastgestelde grondprijsbrief 2019 opgenomen.

De fasering van de te verwachten opbrengsten is in lijn gebracht met het vastgestelde woningbouwprogramma, de te verwachten marktomstandigheden en de grondprijzen van 2019.

 

Bouwgrondverkopen

Woningbouw

Voor 2020 verwachten we 5 woningbouwkavels te verkopen. Dit heeft te maken met de snel teruggelopen kavelvoorraden.

 

Bedrijventerreinen

De gemeente Tubbergen koopt niet proactief gronden aan voor bedrijventerreinen. Waar mogelijk treden wij faciliterend op.

 

Financiële situatie

Doordat in de diverse woningbouwplannen bouwkavels worden verkocht, blijven de bijbehorende grondexploitaties inkomsten genereren. Dit heeft een positief effect op de boekwaarde. Deze zal verder gaan afnemen.

Alle risico’s van de grondexploitatie zijn meegenomen in het risicoprofiel. Wij verwijzen u naar de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing.

 

Actuele ontwikkelingen

De vraag en belangstelling naar woningbouwkavels is groot.

Gevolg is dat de voorraad woningbouwkavels snel afneemt en dat weinig woningbouwkavels op voorraad zijn. Er is een toename van particuliere plannen die ook daadwerkelijk worden gerealiseerd.

We zullen gemeentelijke planprocedures opstarten voor de kernen Geesteren en Manderveen en ons gaan oriënteren op de kernen Reutum en Vasse.

Vanaf 2018 hebben we een start gemaakt met het innemen van strategische grondposities zodat er voor de toekomst keuzes kunnen worden gemaakt waarbij inbreiding boven uitbreiding geldt.

 

Actieve marktbenadering

Dit doen we met onze nieuwe website kavelsintubbergen.nl en de woonbeurs.

En we blijven open staan voor nieuwe ontwikkelingen op en uit de markt. Te denken valt aan collectief particulier opdrachtgeverschap, projectmatige bouw, sociale woningbouw, duurzaam bouwen etc.

Bedrijfsvoering

Bedrijfsvoering

Voor de gemeenten Dinkelland en Tubbergen is de bedrijfsvoering binnen Noaberkracht georganiseerd. De begroting 2020 van Noaberkracht is door beide gemeenteraden vastgesteld. Noaberkracht ondersteunt Dinkelland in het streven naar een vitale en zelfredzame samenleving. Noaberkracht heeft een focus op resultaat (de goede dingen goed doen). Daarom is het belangrijk dat Noaberkracht een wendbare organisatie blijft, die snel kan inspelen op veranderingen in de samenleving.

 

Taakstelling Noaberkracht

Voor de gemeenten Dinkelland en Tubbergen is de bedrijfsvoering binnen Noaberkracht georganiseerd. De begroting 2020 van Noaberkracht is door beide gemeenteraden vastgesteld.  Noaberkracht ondersteunt Dinkelland in het streven naar een vitale en zelfredzame samenleving. Noaberkracht heeft een focus op resultaat (de goede dingen goed doen). Daarom is het belangrijk dat Noaberkracht een wendbare organisatie blijft, die snel kan inspelen op veranderingen in de samenleving.

De vastgestelde begroting 2020 van Noaberkracht kan feitelijk worden gezien als de paragraaf bedrijfsvoering van de beide gemeenten.  Tijdens het behandelen van de begroting 2020 van Noaberkracht heeft de gemeenteraad unaniem een amendement aangenomen  waarin de raad middels een zienswijze aangeeft dat de raad van oordeel is dat ook Noaberkracht een wezenlijke bijdrage dient te leveren om een evenwichtige gemeentelijke meerjarenbegroting te waarborgen. Tevens geeft u aan dat de raad van oordeel is dat Noaberkracht daarbij een taakstelling heeft op te nemen, waarbij afbreuk aan de dienstverlening aan inwoners zoveel mogelijk wordt beperkt. Uiteraard houden we hier bij de nadere uitwerking van deze denkrichting zoveel mogelijk rekening mee. Nadere invulling en concretisering loopt in eerste instantie via de P&C cyclus van Noaberkracht. Zodra de dienstverlening richting de beide gemeenten hierdoor wijzigt komen we daar uiteraard bij u als gemeenteraad op terug.

Om te komen tot invulling van de taakstelling langs de lijn zoals die door de gemeenteraad is vastgesteld wordt er kritisch gekeken of er anders omgegaan kan worden met werkzaamheden en het inzetten van uren zodat de taakstelling stukje bij beetje ingevuld kan worden. Vooral op het gebied van bedrijfsvoering wordt wanneer er vacatureruimte ontstaat gekeken of er keuzes gemaakt kunnen worden in de te verrichten werkzaamheden zodat er ruimte ontstaat. Daarna wordt gekeken of taken herverdeeld kunnen worden zodat er een besparing op fte's plaats kan vinden die ten goede komt aan de taakstelling. Vanaf het vaststellen van het de perspectiefnota 2020 zijn we begonnen met het concretiseren van deze geschetste lijn. De eerste ervaringen zijn dermate positief dat ons dat voldoende vertrouwen geeft dat we komen tot volledige invulling van de taakstelling. 

Naast het maken van keuzes in werkzaamheden, herverdelen van taken en verminderen van fte's in de bedrijfsvoering, wordt er ook gekeken naar andere grote kostenposten binnen Noaberkracht. Zo worden de afschrijvingstermijnen binnen ICT en tractie onder de loep genomen. In de afgelopen jaren is gebleken dat investeringen vaak langer meegaan dan het aantal jaren waar Noaberkracht op dit moment mee rekent. Dit is nog niet vertaald in het afschrijvingsbeleid van Noaberkracht. Dit gaan we nog in 2019 formeel regelen zodat er met ingang van het jaar 2020 voor een substantieel deel invulling kan worden gegeven aan de invulling van de taakstelling. 

 

Beleidsindicatoren

De beleidsindicatoren geven een beeld van de prestaties hoe de besteding van de beschikbare middelen gaat plaatsvinden. In meetbare eenheden zullen de beleidsindicatoren informatie verschaffen over de interne beleidsprestaties maar ook in vergelijking met andere overheden. Onderbouwde keuzes kunnen worden gemaakt om te kunnen bijsturen als de ontwikkelingen daartoe aanleiding geven. Naast opname in de begroting worden deze indicatoren digitaal beschikbaar gesteld op de website waarstaatjegemeente.nl.

 

Beleidsindicatoren begroting 2020
Bron: Vensters voor bedrijfsvoering 2018  
Peildatum: 1-1-2019  
     
Indicator Waarde Eenheid
Financieel    
Omvang formatie 6,58 fte per 1.000 inwoners
Omvang overhead 11,1% Overhead (percentage van de totale kosten)
Apparaatskosten €648 kosten per inwoner
Externe inhuur 9,19% kosten externe inhuur gedeeld door de totale loonsom plus kosten externe inhuur
Maatschappelijk    
Afstand tot de arbeidsmarkt 2% percentage medewerkers met een "afstand tot de arbeidsmarkt"
HRM    
Bezetting t.o.v. formatie 100% aantal fte's bezetting t.o.v. aantal fte's formatie in de gehele organisatie
Vrouwen in leidinggevende positie 17% aantal vrouwen in leidinggevende positie gedeeld door het totaal aantal leidinggevenden
Ziekteverzuim 3,3% de verzuimde dagen in 2017 gedeeld door het totaal aantal beschikbare dagen in 2017, keer 100%
Frequentie ziektemeldingen 0,6 het gaat om het gemiddeld aantal ziektemeldingen per medewerker over 2018
Vergroening (35-) 12% aantal medewerkers tot 35 jaar gedeeld door het totaal aantal medewerkers
Vergrijzing (55+) 36% percentage medewerkers van 55 jaar of ouder t.o.v. het totaal aantal medewerkers
Instroom 6,8% ingestroomde medewerkers in gedeeld door het aantal medewerkers op 1-1-2018
Uitstroom 7,6% vertrokken medewerkers in 2017 gedeeld door het aantal medewerkers op 1-1-2018
Interne mobiliteit 5,4% aantal medewerkers geplaatst op interne vacatures gedeeld door het aantal medewerkers op 1-1-2018
Klant    
Betaaldiscipline 93% percentage inkoopfacturen dat binnen wettelijke termijn wordt betaald
E-facturering 2,9 deze score is een gemiddelde score op een schaal van 1 tot 4, waarbij 4 staat voor 100% digitale afhandeling van de inkomende facturen
Huisvesting    
Werkplekindex 1,23 aantal werkplekken gedeeld door het aantal fte
Energiekosten €6,00 kosten gas, stroom en overig, gedeeld door de beheerde oppervlakte
ICT    
Beheerde applicaties 185 het gaat om technisch en/of functioneel beheerde applicaties
ICT meldingen per klant 8,9 het aantal ICT meldingen gedeeld door het aantal medewerkers van de organisatie