Meer
Publicatiedatum: 30-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT)

Inleiding Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT)

 

De opbouw van het MAT ziet er als volgt uit:

  • Hoe werken wij samen: de doorontwikkeling in de manier van samenwerken met de samenleving (o.a. instrumentenkoffer, participatieprocessen en Omgevingswet).
  • Kernagenda's: per kern de ambities en vraagstukken waar in 2019 aan gewerkt gaat worden.
  • Kernoverstijgende agenda's: agenda voor de overstijgende beleidsthema's waar in 2019 aan gewerkt gaat worden.
  • Begroting in balans (inclusief bijlage).

 

Agenda overstijgende onderwerpen

Het volgende onderwerp raakt meerdere agenda's en wordt daarom hieronder nader toegelicht.

 

Gevolgen Programma Aanpak Stikstof

De hoogste bestuursrechter heeft op 29 mei 2019 (zie: AbRS 29 mei 2019, Uitspraak Raad van State en Uitspraak Raad van State 2) beslist dat het Programma Aanpak Stikstof (hierna: ‘PAS’) niet gebruikt mag worden als basis om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename ter plaatse van stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden.

Deze beslissing heeft consequenties voor ruimtelijke ontwikkelingen, zoals de aanleg van vaar-, spoor-, en rijwegen, de bouw van nieuwe bedrijven, woningbouw en agrarische activiteiten die kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden.

Doordat het PAS niet meer gebruikt mag worden als basis voor toestemmingsverlening voor activiteiten die kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie, is het een stuk ingewikkelder geworden om ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk te maken en te realiseren die leiden tot een toename van de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in Natura 2000-gebieden. Voor veel ruimtelijke ontwikkelingen, ook op grote afstand van Natura 2000-gebieden,  is sinds 29 mei 2019 een vergunning op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: natuurvergunning) vereist. Gedeputeerde staten zijn het bevoegde gezag voor deze vergunning. Zij dienen te beoordelen of voor een project een natuurvergunning is vereist. Voor bestemmingsplannen geldt dat zij ook aan de eisen van de Wet natuurbescherming moeten voldoen.

Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan moet daarom beoordeeld worden of de met het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkelingen significant negatieve effecten kunnen hebben voor een Natura 2000-gebied. Per project wordt dit door de gemeente beoordeeld. Onder omstandigheden (als er bijvoorbeeld sprake is van significant negatieve effecten ter plaatse van een Natura 2000-gebied) moet er een passende beoordeling (en als gevolg daarvan ook een milieueffectrapport) worden gemaakt. Zie ook: Programma Aanpak Stikstof en Publicatie Raad van state.