Meer
Publicatiedatum: 30-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Inleiding

Inleiding

Totstandkoming begroting 2020

Voor u ligt de begroting 2020 van de gemeente Tubbergen die door het college van Tubbergen aan u als raad aangeboden wordt. Deze programmabegroting heeft als basis het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT) en de perspectiefnota 2020.

In deze begroting 2020 worden de ambities voor 2020 uitgewerkt en wordt concreet aangegeven wat we in het jaar 2020 gaan doen en wat het gaat kosten. In de begroting 2020 vindt dus de feitelijke besluitvorming plaats. Zowel over de reguliere inzet van middelen en de gemeentelijke inspanningen op het gebied van het MAT.

Ten opzichte van de begroting van 2019 zijn er wat wijzigingen geweest ten aanzien van de structuur van een aantal onderdelen en daarmee de plek in de begroting 2020 van deze onderdelen. Datzelfde geldt voor een aantal inspanningen, die gezien hun aard en de positionering van de uitvoering hiervan, beter op hun plek zijn in de Basisbegroting.  In de inleiding op de kernoverstijgende agenda treft u een overzicht aan van deze wijzigingen (een zogenaamde was- wordt lijst) 

 

Het  financiële beeld

Regeren is vooruitzien. Dat was in de afgelopen jaren de rode draad binnen het financiële beleid van de gemeente Tubbergen. Met als resultaat dat Tubbergen ondanks de stijgende kosten op het gebied van zorg en ondersteuning toch een sluitende meerjarenbegroting kan presenteren. De vergoeding van het Rijk voor de kosten binnen het sociaal domein is ongeveer 1,3 miljoen euro lager dan de uitgaven die de gemeente Tubbergen doet voor de zorg en ondersteuning van jongeren en ouderen. Toch kan de gemeente haar meerjarenbegroting sluitend houden. Dit komt doordat het college met het Interventieplan al in een heel vroeg stadium heeft geanticipeerd op de te verwachten tegenvallers binnen het sociaal domein.

Al in de begroting 2019 en in de perspectiefnota 2020 zijn maatregelen genomen om de meerjarige tekorten binnen het sociaal domein op te vangen. Het uitvoeringsplan van het Sociaal Domein is daarvoor een belangrijke pijler, maar ook binnen de overige beleidsterreinen zijn de nodige maatregelen genomen. Het college is namelijk van mening dat de oplossing voor de tekorten binnen het sociaal domein niet alleen gevonden kan worden binnen dat sociaal domein. Er moet ook breder worden gekeken. Dat betekent dat kritisch wordt gekeken naar hoe  binnen de organisatie Noaberkracht nog slimmer kan worden gewerkt, de kostendekkendheid van leges publiekszaken,  het uitstellen van wegenonderhoud, het aanpassen van het onderhoudsniveau in het groen en het afstoten van maatschappelijk vastgoed.

Daarnaast is er ook gesneden in de potjes voor nieuw beleid. Dat betekent in de praktijk dat er de komende jaren slechts beperkt ruimte is voor nieuwe zaken die jaarlijks geld gaan kosten. Mocht dat wel nodig zijn, dan is daar alleen geld voor als andere zaken worden geschrapt of als gekozen wordt voor een verdere lastenverzwaring voor onze burgers. Juist dat laatste wil het college zoveel mogelijk voorkomen. Het college is er daarom ook best trots op dat de stijging van de lokale in de thans voorliggende begroting beperkt is gebleven tot slechts een extra verhoging van 2% op de onroerende zaak belasting. Omdat de tarieven voor riool en afval gelijk zijn gebleven is de totale stijging van de totale lokale lasten beperkt gebleven.

Al met al ligt er een begroting waar het college trots op is maar ook een begroting die weergeeft dat voorzichtigheid, waakzaamheid en Twentse nuchterheid  geboden blijft. De komende jaren zal in het teken blijven staan van het maken van keuzes in de wetenschap dat niet alles (tegelijk) kan.