Meer
Publicatiedatum: 09-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

Van financiële tussenrapportage 2018-2021 naar begroting 2019

Opbouw van het hoofdstuk

Opbouw van het hoofdstuk

Om een gestructureerd beeld te geven van de opbouw en het verloop van het meerjarige saldo volgen we onderstaande opzet:

 

Allereerst ziet u in paragraaf 1 het beginsaldo van deze programmabegroting 2019 weergegeven. Dit saldo vindt zijn oorsprong in de financiële tussenrapportage 2018-2021 en vormt de basis waarmee verder wordt gewerkt.

 

In paragraaf 2 schetsen we het beeld van het ontstaan van het begrotingssaldo. Ook behandelen we de mutaties op de uitvoering van het bestaande beleid of al eerdere besluitvorming in deze paragraaf.

 

In paragraaf 3 staan we stil bij een aantal specifieke mutaties. Deze specifieke mutaties hebben niet in alle gevallen financiële consequenties, maar ze herbergen wel een aantal mogelijke risico’s of zijn in politiek-bestuurlijke zin zo relevant dat een nadere toelichting nodig is.

 

In paragraaf 4 treft u onze voorstellen op het gebied van nieuw beleid / intensiveringen van beleid aan Uiteraard zijn hierin ook de voorstellen vanuit het MAT verwerkt. Althans voor zover deze een structureel (jaarlijks terugkerend) karakter hebben.

 

Al deze mutaties hebben een herzien meerjarig saldo tot gevolg, dat in paragraaf 5 is weergegeven. In deze paragraaf geven we ook aan hoe we het herziene meerjarige saldo naar de toekomst toe denken te gaan dekken.

 

Tot slot geven we in paragraaf 6 een overzicht van de beschikbare incidentele middelen waaronder  de stand van zaken van de (belangrijkste) reserves. In deze paragraaf treft u ook de voorstellen vanuit het MAT aan die een incidenteel karakter hebben.

1. Meerjarig saldo financiële tussenrapportage 2018-2021

Meerjarig saldo financiële tussenrapportage 2018-2021

Zoals u van ons gewend bent, zoeken we in elk van de P&C documenten in financiële zin aansluiting bij het laatst vastgestelde document. Voor de programmabegroting 2019 betekent dit dat we aansluiting zoeken bij het saldo van de financiële tussenrapportage 2018-2021.

 

(bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Meerjarig saldo financiële tussenrapportage 2018-2021          3.695            -365                -4               37               37
Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen            -149

-

              -                  -                  -  
Meerjarig saldo financiële tussenrapportage 2018-2021          3.546            -365                -4               37               37

 

De minpost van €149.000 in de kolom reserves heeft betrekking op het nadelige saldo over het jaar 2018 uit de financiële tussenrapportage 2018-2021. Dit nadeel hebben we onttrokken aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. In diezelfde financiële tussenrapportage kwamen we voor het jaar 2019 uit op een nadeel van €365.000. De onttrekking aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen laten we bij de start van het toewerken naar het begrotingssaldo 2019 achterwege om een zo zuiver mogelijk beeld van het begrotingssaldo 2019 te presenteren.  In de loop van dit hoofdstuk brengen we het begrotingssaldo 2019 wel weer in verband met deze reserve.

2. Mutaties bestaand beleid

Mutaties bestaand beleid

In deze paragraaf treft u een overzicht aan van de verschillende mutaties op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zien of zaken waarover reeds besluitvorming heeft plaatsgevonden. 

 

Mutaties (bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Toevoegen jaarschijf 2022          
 - algemene uitkering         683
 - stelposten         -366
Areaalaanpassing   -43 -43 -43 -43
Regio Twente   -80 -80 -80 -80
Veiligheidsregio Twente   -107 -121 -135 -169
ODT   -31 -31 -31 -31
Accountantskosten   -29 -29 -29 -29
Dividend BNG   23 23 23 23
Herschikking doorbelasting Noaberkracht en overhead   243 215 92 103
Autonome ontwikkelingen en ambities   - capaciteit          
 - inkoop     -17 -17 -17
 - ondermijning     -22 -22 -22
 - duurzaamheid          
 - privacy en informatieveiligheid     -17 -17 -17
 - programma organisatieontwikkeling     -77 -77 -77
Werkbudgetten   59 59 59 59
Sociaal domein -350 -684 -409 90 396
Septembercirculaire 2018          
 - hogere algemene uitkering   52 80 37 72
 - stelpost rijksvaccinatieprogramma   -35 -35 -35 -35
 - stelpost toezicht en handhaving kinder/gastouderopvang   -8 -8 -8 -8
Overige kleine verschillen   -25 -32 -24 -10
Totaal mutaties -350 -665 -544 -217 432

 

Toevoegen jaarschijf 2022

De financiële tussenrapportage 2018-2021 liep tot en met het begrotingsjaar 2021. In de begroting 2019 komt ook de jaarschijf 2022 (voor het eerst) in beeld. Dit betekent dat we de meerjarige ramingen op basis van bestand beleid moeten doortrekken. Dus een verdere oploop van de verschillende stelposten (loon, prijs en indexatie 3D ramingen). Daar tegenover staat de verhoging van de algemene uitkering.

 

Areaalaanpassing

In onze meerjarenraming gaan we uit van jaarlijks oplopende kosten als gevolg van een toename van ons areaal. Hiervoor ramen we een meerjarig oplopende stelpost van €20.000 per jaar. Voor het jaar 2019 kunnen we echter niet alle kosten die gemoeid zijn met de toename van ons areaal dekken uit de betreffende stelpost. Dit betreft vooral hogere onderhoudskosten voor verhardingen en groen als gevolg van gereedgekomen nieuwbouwprojecten.

 

Regio Twente

De hogere bijdrage aan de regio Twente is gebaseerd op de begroting 2019 van de regio Twente. Deze begroting is samen met de begrotingen 2019 van de overige verbonden partijen behandeld in de raadsvergadering van 18 juni 2018. Zoals in de stukken voor de deze raadsvergadering is aangegeven wordt deze hogere bijdrage voor het overgrote deel veroorzaakt door looncompensatie, prijscompensatie  en een stijging van werkgeverslasten.

 

Veiligheidsregio Twente (VRT)

De hogere bijdrage aan de VRT is gebaseerd op de begroting 2019 van de VRT. Deze begroting is samen met de begrotingen 2019 van de overige verbonden partijen behandeld in de raadsvergadering van 18 juni 2018. Zoals in de stukken voor de deze raadsvergadering is aangegeven wordt deze hogere bijdrage voor een deel veroorzaakt door looncompensatie, prijscompensatie en een stijging van werkgeverslasten. Daarnaast zijn ook de financiële ontwikkelingen op het gebied van: de Meldkamertransitie, de exploitatie van het openbaar brandmeldsysteem, BTW compensatie op investeringen, vervanging onroerende activa en vervanging van Rijksmaterieel (specialistisch materieel voor brandbestrijding opgenomen in de begroting 2019 van de VRT wat leidt tot een hogere gemeentelijke bijdrage.

 

ODT

In de ontwerpbegroting van de OmgevingsDienst Twente (ODT) 2019 is de bijdrage vanuit Noaberkracht becijferd op €773.067. Dit is €71.000 hoger dan de bijdrage waarmee eerder rekening is gehouden. In de ontwerpbegroting wordt aangegeven dat deze hogere bijdrage wordt veroorzaakt doordat is uitgegaan van het loon- en prijspeil 2019. Zoals te doen gebruikelijk worden hogere lasten als gevolg van loon-en prijsontwikkelingen doorbelast aan de deelnemende  gemeenten. Dit betekent volgens de verdeelsleutel voor de gemeente Tubbergen een structureel hogere bijdrage van €31.000.

 

Op dit moment vindt tussen de deelnemende gemeenten nog  discussie plaats over de zogenaamde Twentse Norm. Deze Twentse Norm formuleert de producten en het basisniveau voor volwaardige dienstverlening op VTH-gebied en is derhalve de ondergrens om invulling te kunnen geven aan de missie van de ODT: een veilige en gezonde omgeving. In hoeverre deze Twente norm meerkosten met zich meebrengt kunnen  we op dit moment nog niet inschatten.

 

Accountantskosten

In de raadsvergadering van 17 oktober 2017 heeft de gemeenteraad besloten de opdracht tot accountantscontrole voor de gemeente Tubbergen met ingang van de jaarrekeningcontrole 2017 voor een periode van drie jaar - met de mogelijkheid tot eenzijdige verlenging van de overeenkomst met nog eens twee jaar- aan Eshuis Registeraccountants te gunnen. De meerkosten van deze overeenkomst waren nog niet opgenomen in de (meerjaren)begroting.

 

Dividend BNG

Het dividend van de BNG is de afgelopen jaren flink gestegen door een toenemende winst. Daarom  wordt vanaf het jaar 2019 een dividendopbrengst van €40.000 geraamd in plaats van €17.100.

 

Herschikking doorbelasting Noaberkracht en overhead

De berekening van de overhead en de doorbelasting van Noaberkracht is met ingang van het jaar 2019 geactualiseerd. Deze actualisatie was nodig gezien de gewijzigde wetgeving op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV).  Dit heeft geleid tot een verbeterde en reëlere  toerekening vanuit Noaberkracht aan de betreffende producten en activiteiten binnen de beide gemeenten.  Het ontstane voordeel voor de gemeente wordt veroorzaakt door het feit dat we meer kosten kunnen doorberekenen aan activiteiten waar ook (kostendekkende) baten tegenover staan (bijvoorbeeld grondbedrijf).  Dat dit voordeel in de loop der jaren afloopt heeft te maken met het feit dat we op basis van bestaande besluitvorming te maken krijgen met minder grondexploitaties. 

 

Autonome ontwikkelingen en ambities met personele gevolgen (capaciteit Noaberkracht)

Ook de afgelopen tijd zijn we weer geconfronteerd met autonome ontwikkelingen en ambities waarvan de uitvoering meer personele capaciteit vraagt dan aanvankelijk werd aangenomen.

 

Door onder andere de komst van de extra taken op het gebied van de drie decentralisaties is het inkoopvolume fors toegenomen. Dit betekent niet alleen veel extra werk voor onze inkoop coördinator maar ook voor de overige betrokkenen. Voor het jaar 2018 is voor bijvoorbeeld het Twents inkoopmodel extra incidenteel geld beschikbaar gesteld van waaruit deze extra personele inzet kan worden gedekt. Gezien de ervaringen over de laatste jaren ontkomen we er echter niet aan om ook de structurele capaciteit bij vooral inkoop uit te breiden (0,5 fte €40.000). Aandeel van de gemeente Tubbergen hierin bedraagt met ingang van het jaar 2020 €17.000. Tot en met het jaar 2019 is de dekking geregeld via Noaberkracht.  

 

Zoals in het  overdrachtsdocument  is aangegeven is het project ondermijning begin 2018 van start gegaan. In dit overdrachtsdocument is ook aangeven dat de structurele gevolgen gedurende het project inzichtelijk worden gemaakt en zullen worden betrokken bij het opstellen van de begrotingen van de beide gemeenten. Hoewel we nog niet exact kunnen aangeven wat de structurele consequenties zijn weten we al wel dat we meer personele inzet moeten plegen om het project te draaien en de daaruit voortvloeiende acties en interventies op te pakken. Onze verwachting is dat deze inzet zeker niet minder gaat worden vandaar dat wij adviseren om ook hier structureel geld voor beschikbaar te stellen. Een eerste inschatting komt neer op een bedrag van €50.000 per jaar voor personele inzet. Aandeel van de gemeente Tubbergen hierin bedraagt met ingang van het jaar 2020 €23.000. Tot en met het jaar 2019 is de dekking geregeld via Noaberkracht.  

 

In de begroting 2018 is extra geld beschikbaar gesteld voor de uitdaging duurzaamheid. Het betreft hier incidenteel geld voor zowel project als proces. Dit incidentele procesgeld zetten we in voor de inhuur van externe expertise en voor de dekking van personele inzet via Noaberkracht. Hiermee kunnen we de personele inzet voor de jaren 2018 en 2019 garanderen. Deze jaren moeten vooral worden gezien als de initiatie- en definitiefase waarin de plannen gesmeed gaan worden en ideeën concreet uitgewerkt gaan worden. In de loop van het  jaar 2019 verwachten we beeld te hebben bij de opgaven binnen de uitdaging duurzaamheid. Op dat moment kunnen we ook inschatten hoeveel capaciteit nodig is voor de uitvoering. Dit betrekken we bij het opstellen van de begroting 2020.

 

Als laatste noemen we de privacywetgeving en informatieveiligheid. Het voldoen aan deze steeds scherper worden wetgeving vraagt meer capaciteit dan we aanvankelijk hebben ingeschat. Niet alleen het beleidsmatig vertalen van de landelijke wetgeving naar de lokale situatie vraagt veel tijd maar juist de impact op de organisatie en de doorwerking daarvan. Dit betekent een extra investering in mensen, procedures, systemen, enz. Om te kunnen blijven voldoen aan de eisen is jaarlijks een aanvullend bedrag benodigd van €40.000. Aandeel van de gemeente Tubbergen hierin bedraagt met ingang van het jaar 2020 €17.000. Tot en met het jaar 2019 is de dekking geregeld via Noaberkracht.  

 

Programma organisatieontwikkeling

In het programma organisatieontwikkeling zijn een aantal aanbevelingen opgenomen die nog niet zijn opgenomen in de begroting van Noaberkracht. Deze aanbevelingen (vanuit het BMC rapport) zijn opgenomen in het programma organisatieontwikkeling.  Dit programma is op hoofdlijnen aan u gepresenteerd op 1 oktober 2018. Tijdens deze avond is u toegezegd dat u op de hoogte wordt gehouden van de verdere implementatie voortgang via de reguliere P&C cyclus.  Bij het eerste advies van BMC over het nieuwe perspectief op Noaberkracht wordt u uiteraard betrokken.

 

Het aandeel van de gemeente Tubbergen hierin bedraagt €77.000. Tot en met het jaar 2019 is de dekking geregeld via Noaberkracht.

 

Werkbudgetten

In de (meerjaren)begroting zijn op meerdere plekken werkbudgetten geraamd. Dit zijn budgetten van waaruit in de loop van een jaar opkomende initiatieven worden gefaciliteerd en betaald. We kiezen ervoor om hiervoor niet langer structurele budgetten te ramen maar om dit te koppelen aan de verschillende ambities. Verderop in dit hoofdstuk komen we hier op terug.

 

Sociaal Domein

In de financiële tussenrapportage 2018-2021 gemeente Tubbergen hebben we op basis van de meest recente informatie een financiële doorkijk gegeven van de meerjarige ramingen binnen het sociaal domein. Dit heeft geleid tot een verhoging van de ramingen met ruim 9 ton in 2018 oplopend tot ongeveer €1,5 miljoen in 2021. We hebben hierbij aangegeven dat de ramingen binnen het sociaal domein zijn en blijven omgeven met de nodige onzekerheden en risico’s. Niet alleen de onvoorspelbaarheid van de zorgconsumptie maar vooral de afhankelijkheid van het Rijk moet  hierbij worden genoemd. De wetswijziging binnen de Wmo (het abonnementstarief) en de volstrekt onvoldoende en in onze ogen onrechtvaardige financiering van het sociaal domein zijn hier voorbeelden van.

 

Rekening houdend met de ervaringscijfers over de eerste zeven maanden van het jaar 2018, meer duidelijkheid over de gevolgen van de wetswijzigingen binnen de Wmo, de gevolgen van de cao Huishoudelijke Ondersteuning en de hogere tarieven van de zorgaanbieders ontstaat het volgende meerjarige beeld:

 

Sociaal Domein (bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Wmo - hulpmiddelen   153 153 -22 -22
Wmo - huishoudelijke ondersteuning   -30 -198 -157 -157
Wmo - ondersteuningsbehoeften   -182 -203 -168 -143
Jeugdzorg   -396 -496 -496 -496
Participatiewet - Bbz   -92 -92 -92 -92
Participatiewet - minimabeleid   7 7 7 7
Participatiewet - reintegratie   -43 -43 -43 -43
Participatiewet - bijstand   -60 143 415 535
Paricipatiewet - WSW   -175 -170 -102 34
Statushouders   -39 -64 -56 -56
Onderwijs    -65 -60 -35 -35
Sociaal domein - subsidies   8 8 8 8
Overig - OZB, abonnementen, verzekeringen en kleine wijzigingen   -14 -14 -14 -14
Totaal Sociaal Domein 0 -928 -1029 -755 -474

 

Hulpmiddelen

Onder dit onderdeel vallen het leveren, repareren en onderhouden van woningaanpassingen en Wmo hulpmiddelen zoals rolstoelen, tilliften, scootmobielen en losse woonvoorzieningen voor inwoners van de gemeente Tubbergen die hiervoor in aanmerking komen vanuit de Wmo 2015. Met ingang van 1 januari 2019 gaan we over van de huidige koopconstructie voor de hulpmiddelen naar een huurconstructie. Alle uitstaande hulpmiddelen worden hierbij binnen twee jaar overgenomen door de nieuwe leveranciers. Dit levert ons in 2019 en 2020 een incidenteel voordeel op.

 

Huishoudelijke ondersteuning

In de financiële tussenrapportage hebben we de tarieven voor huishoudelijke ondersteuning als gevolg van de cao wijziging en loonkostenstijging doorgerekend voor 2019. Ook hebben we gemeld dat de stijging van de tarieven zich naar verwachting door zal zetten in 2020 en verder, maar hebben we ten tijde van de financiële tussenrapportage hier nog geen tarieven aan kunnen hangen. Ten opzichte van de meerjarenraming in de financiële tussenrapportage houden we op dit moment rekening met een verdere stijging van de tarieven van 5% (2020) en 4% (2021). Naast de kostenstijging is ook rekening gehouden met de gefaseerde instroom van extra cliënten als gevolg van de wijziging van de eigen bijdrage naar een abonnementstarief van maximaal €17,50 per vier weken.

 

Ondersteuningsbehoeften

De huidige producten Ondersteuning Maatschappelijke Deelname en Ondersteuning Zelfstandig Leven komen door de nieuwe aanbesteding te vervallen en worden omgezet naar ondersteuningsbehoeften. Voor de Wmo kennen we twee niveaus van ondersteuningsbehoeften (1 en 2). De huidige producten moeten dus worden omgerekend naar de nieuwe ondersteuningsbehoeften en de bijbehorende tarieven. Op basis van het schaduwdraaien van Team Ondersteuning en Zorg blijkt dat ongeveer 80% van onze huidige cliënten in ondersteuningsbehoefte 2 terecht zullen komen, de duurdere vorm van ondersteuning. De verwachte instroom van extra cliënten door de daling van de eigen bijdrage is hier ook in meegenomen en gefaseerd ingevoerd in 2019 en 2020.

 

Jeugdzorg

Evenals in de financiële tussenrapportage is voor de begroting van 2019 op basis van de zorgconsumptie in 2017 en de eerste helft van 2018 een verwachting opgesteld van de uitgaven voor jeugdzorg in 2019. Deze extrapolatie is geschoond voor kosten over voorgaande jaren. Ook gaan  we er voor de begroting van 2019 vanuit dat de zorgaanbieders gewend zijn aan de nieuwe manier van maandelijks declareren en dat ze bij zijn met factureren. Net als bij de Wmo vervallen de huidige producten die we kennen en gaan we over naar ondersteuningsbehoeften. De overgang van de huidige producten naar de nieuwe ondersteuningsbehoeften is echter niet één op één door te vertalen. Gedurende 2019 zullen we deze vertaling in beeld gaan brengen. Daarnaast is het budget voor jeugdhulp de afgelopen jaren niet geïndexeerd, wel voor 2019 en 2020 hebben wij deze indexering meegenomen in de meerjarenraming.

 

Participatiewet

Bbz

De Bbz is een open-eind regeling voor zelfstandigen die (tijdelijk) te maken krijgen met financiële problemen. Op basis van de uitgaven en inkomsten in 2017 en de eerst helft van 2018 hebben we een betere inschatting kunnen maken van het verloop van de kosten. Hieruit blijkt dat de kosten van de aanvragen voor een bedrijfskrediet en lening levensonderhoud hoger zijn dan waar we in de meerjarenraming vanuit zijn gegaan, daarnaast blijkt dat de verwachte inkomsten uit rente en aflossing van leenbijstand lager zijn. Dit vraagt dus om een bijstelling van de begroting. 

 

Re-integratie
De bestaande raming voor de re-integratie voorzieningen komt niet meer overeen met de huidige inzet die we op verschillende terreinen plegen. We hebben er namelijk voor gekozen om extra inzet te plegen op re-integratie om mensen weer aan het werk te helpen. Hier staat een voordeel op de bijstandslasten tegenover. Daarnaast verwachten we een hogere instroom van kwetsbare schoolverlaters van het voortgezet speciaal onderwijs en scholen voor praktijkonderwijs op het gebied van begeleiding naar een eerste baan.

 

Bijstand

De afgelopen periode hebben we het aantal cliënten in de bijstand flink zien dalen. Dit is naast conjuncturele ontwikkelingen ook een gevolg van de extra inzet die wij als gemeente plegen (actieplan). Het moge duidelijk zijn dat hier een duidelijke relatie ligt met de overschrijding op het budget voor re-integratie. Wij  verwachten dat deze lijn zich doorzet in 2019 en verder. Dit zorgt voor een lagere uitkeringslast. Daarnaast is op basis van de meicirculaire 2018 de verwachte doeluitkering die we van het rijk ontvangen hoger dan was opgenomen in de meerjarenraming. Meerjarig zorgt dit dus voor een voordeel.

 

Wsw
Op basis van de meicirculaire 2018 is het bedrag dat wij doorbetalen aan Soweco per arbeidsjaargestegen. Dit is ten opzichte van de bestaande raming een nadeel binnen het sociaal, maar deze gelden worden ontvangen via de algemene uitkering. Uiteindelijk is deze wijziging budgettair neutraal.

 

Vergunninghouders

De inzet van Vluchtelingenwerk is de afgelopen jaren gedekt via het incidentele budget Noaberoffensief. Dit incidentele budget is in de tussenrapportage 2018-2021volledig ingezet. Wij stellen voor het benodigde budget voor de inzet van Vluchtelingenwerk structureel op te nemen in de begroting.

 

Onderwijs

De verwachte besparing als gevolg van de inzet van de Pilot Go-Ov lijkt de eerste twee jaar na invoering van de pilot (nog) niet haalbaar. Daarnaast kennen we een toenemende zwaarte van de problematiek waardoor de kosten van het leerlingenvervoer stijgen.  

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de mutaties op basis van bestaand beleid binnen het sociaal domein en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

 

Stelposten

Met een deel van de meerkosten binnen het sociaal domein als gevolg van volume-, loon- en prijsontwikkelingen hebben we bij de financiële tussenrapportage 2018-2021 in de vorm van stelposten reeds rekening gehouden. Nu de gevolgen van deze ontwikkelingen zijn verwerkt in de verschillende ramingen voor het jaar 2019 en verdere (zie toelichtingen hiervoor) kunnen we deze stelposten inzetten ter dekking.

 

Stelposten Sociaal Domein (bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Inzet stelpost loon en prijscompensatie uit tussenrapportage 2019   150 150 150 150
Inzet stelpost loon en prijscompensatie uit tussenrapportage 2020     95 95 95
Inzet stelpost loon en prijscompensatie uit tussenrapportage 2021       80 80
Totaal stelposten sociaal domein 0 150 245 325 325

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de inzet van de stelposten volume-, loon- en prijsontwikkeling sociaal domein en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

 

Rekening houdend met de inzet van deze stelposten ontstaat het volgende beeld binnen het sociaal domein:

 

(bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Tekort sociaal domein   -778 -784 -430 -149

 

Dit geraamde tekort binnen het sociaal domein komt bovenop de aanvullende ramingen die we in de financiële tussenrapportage 2018-2021 hebben doorgevoerd. Dit betekent dat wij als gemeente Tubbergen met ingang van het jaar 2019 op basis van bestaand beleid een tekort op de uitvoering van de nieuwe taken (jeugd en Wmo) hebben van bijna €1,1 miljoen. Dit komt overeen met een bedrag van ongeveer €50 per inwoner. Het moge duidelijk zijn dat onze begrotingspositie en daarmee ook het voorzieningenniveau in onze gemeente behoorlijk onder druk komt te staan.     

 

In de tussenrapportage 2018-2021 hebben we aangegeven dat wij van mening zijn dat onze inwoners de ondersteuning en de zorg moeten kunnen blijven krijgen die ze nodig hebben maar dat dit tegelijkertijd ook betaalbaar moet blijven. Om dit te bewerkstelligen hebben wij aangegeven dat wij als eerste de (financiële) problematiek binnen het sociaal domein kenbaar maken bij het Rijk. Hiervoor hebben we de volgende twee lijnen uitgezet:

  1. Samen met de gemeenten binnen de Regio Twente (Samen 14), die met een vergelijkbaar probleem zitten, willen wij het Rijk wijzen op de tekorten bij de gemeenten en aandringen op een verhoging van de macro budgetten.
  2. Tijdens de ledenvergadering van VNG op 27 juni hebbe wij ons zeer kritisch opgestelt ten aanzien van het Inter Bestuurlijk programma (IBP) wat ter besluitvorming voorligt.

 

Deze beide lijnen hebben geleid tot tal van moties (ook ondertekend door de gemeente Tubbergen) tijdens de ledenvergadering van VNG waarin wordt opgeroepen te komen tot een juiste en rechtvaardige financiering van het sociaal domein voordat gemeenten zich willen verbinden aan het IBP. Tot op heden hebben wij nog geen reactie van het Rijk waaruit blijkt dat er aanvullende financiering komt. Ook in de onlangs ontvangen septembercirculaire 2018 wordt hierover niets gezegd. Dat neemt echter niet weg dat wij ons blijven inzetten (liefst in Twents verband) voor een juiste en rechtvaardige financiering van het sociaal domein.  Daarnaast zijn we op dit moment ook bezig om als gemeenten binnen de provincie Overijssel de handen ineen te slaan om de financiële problematiek bij het Rijk onder de aandacht te brengen. In de VNG Overijssel hebben we hierin een goede partner.

 

Daarnaast hebben wij in de financiële tussenrapportage 2018-2021 aangeven naast deze actielijnen richting het rijk ook mogelijkheden te zien om tot een efficiëntere en effectievere inzet van de beschikbare middelen binnen het sociaal domein te komen.  Uitgangspunt hierbij blijft dat onze inwoners de ondersteuning en de zorg moeten blijven krijgen die ze nodig hebben. De benoemde maatregelen hebben wij uitgewerkt in een interventieplan sociaal domein en de kern overstijgende agenda "Samen redzaam, gezond meedoen".

 

Doel van het interventieplan is een effectievere en efficiëntere inzet van beschikbare middelen met als doel de zorg en ondersteuning voor onze inwoners op termijn bereikbaar en betaalbaar te houden.   Dit doen wij langs meerdere ontwikkelpunten:

  1. We versterken de samenwerking en de integrale aanpak van problematiek zowel intern als extern (ook met onze partners zoals de huisartsen, de wijkverpleging, Wij in de Buurt etc.);
  2. We maken resultaatgerichte afspraken;
  3. We optimaliseren de informatie voorziening, controle en monitoring;
  4. We stimuleren de beweging van zwaardere naar lichtere hulp en ondersteuning (waaronder preventie);
  5. We zetten gericht in op versnelling transformatie van ons voorliggende voorzieningen door het aanbieden van algemene voorzieningen die de noodzaak tot geïndiceerde zorg verminderen.

 

Uitgaande van de geprognotiseerde uitgaven (concept basisbegroting gemeente Tubbergen) voor 2019 werken we toe naar het vertalen van deze ontwikkelpunten tot concrete oplossingen die tevens ook leiden tot een vermindering van de kosten (indirect sturen we dus ook op geld). We gaan hierbij uit van een gelijkblijvend cliëntenbestand en problematiek, gelijkblijvend beleid en de “kostprijs” 2019.  

 

De doorvertaling van dit interventieplan levert op termijn de volgende besparing op:

 

Maatregelen Sociaal Domein (bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
 - interventieplan sociaal domein -350 94 375 520 545
Totaal Maatregelen sociaal domein -350 94 375 520 545

 

Het uitvoeren van het interventieplan betekent wel dat we daar aanvullende incidentele capaciteit voor beschikbaar moeten stellen. Enerzijds om mensen vrij te maken voor deze versnelde aanpak van de transformatie zoals opgenomen in het beleidsplan Omzien naar Elkaar maar ook om specifieke expertise in te huren. Daarnaast willen wij, gezien de samenhang van de verschillende maatregelen uit het interventieplan, gaan werken met een (in eerste instantie tijdelijke) coördinator binnen het sociaal domein. De uitwerking en uitvoering van het interventieplan wordt voor het jaar 2019 de eerste en belangrijkste opdracht. De incidentele kosten hiervan voor de gemeente Tubbergen ramen wij op een bedrag van €350.000. 

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de inzet en de opbrengsten uit het interventieplan sociaal domein en de mutaties te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

 

Rekening houdend met de (financiële) doorvertaling va het interventieplan en zijn maatregelen ontstaat het volgende beeld binnen het sociaal domein.

 

(bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Tekort sociaal domein   -778 -784 -430 -149
Totaal maatregelen sociaal domein -350 94 375 520 545
Saldo sociaal domein incl. maatregelen -350 -684 -409 90 396

 

Zoals al eerder is aangeven zijn en blijven de ramingen binnen het sociaal domein met de nodige onzekerheden en risico’s omgeven. Dat geldt uiteraard ook voor de invulling van de maatregelen uit het interventieplan. Vandaar dat wij voorstellen om de extra weerstandscapaciteit van €1,5 miljoen, waartoe bij de financiële tussenrapportage 2018-2021 is besloten, te handhaven. Deze extra weerstandscapaciteit is naast het afdekken van onzekerheden en risico’s ook bedoeld om mogelijke faseringsverschillen binnen het interventieplan op te vangen.

 

Septembercirculaire 2018

De septembercirculaire 2018 laat voor de jaren vanaf 2019 een lichte stijging van de algemene uitkering zien. Hierin is verwerkt de structurele doorwerking van de tegenvaller vanuit het jaar 2018. Deze tegenvaller wordt namelijk goed gemaakt door hogere accressen (meer uitgaven door het Rijk) vanaf het jaar 2019.

 

In de algemene uitkering vanaf het jaar 2019 zijn twee taakmutaties verwerkt waarvoor het Rijk aanvullende middelen beschikbaar stelt:

 

Rijksvaccinatieprogramma

Het Rijksvaccinatieprogramma wordt wettelijk verankerd in de Wet publieke gezondheid (Wpg). Met deze wetswijziging wordt een deel van de uitvoering van het Rijksvaccinatieprogramma onder bestuurlijke verantwoordelijkheid van de gemeenten gebracht. Het jaar van invoering daarvan is 1 januari 2019. Om die reden worden nu de middelen hiervoor structureel overgeheveld naar het gemeentefonds. In afwachting van nadere besluitvorming wordt hiervoor een stelpost geraamd. Voor de gemeente Tubbergen gaat het om een bedrag van €35.000 structureel.

 

Toezicht en handhaving kinderopvang en gastouderopvang

Het Ministerie van SZW en de VNG hebben afgesproken dat vanaf 2019 vanuit de decentralisatie-uitkering Voorschoolse voorziening peuters €10 miljoen beschikbaar wordt gesteld voor de toezicht en handhaving op kinderopvang en gastouderopvang. De komende tijd kijkt het ministerie samen met de VNG en de GGD GHOR hoe de middelen voor de gastouderopvang doelmatig besteed kunnen worden. In afwachting van nadere besluitvorming wordt hiervoor een stelpost geraamd. Voor de gemeente Tubbergen gaat het om een bedrag van €8.000 structureel

 

Overige kleine verschillen

Deze post bestaat uit meerdere kleine aanpassingen van bestaande ramingen.

 

Rekening houdend met de aangegeven en toegelichte mutaties op basis van bestaand beleid ontstaat het volgende herziene meerjarige saldo:

 

(bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Meerjarig saldo financiële tussenrapportage 2018-2021          3.546            -365                -4               37               37
Totaal mutaties -350 -665 -544 -217 432
Herzien meerjarig saldo na mutaties          3.196        -1.030           -548           -180             469

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de mutaties op basis van bestaand beleid en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

 

3. Specifieke mutaties

Specifieke mutaties

In deze paragraaf staan we stil bij zaken die niet in alle gevallen financiële consequenties hebben voor het meerjarige saldo, maar die gezien de politiek bestuurlijk impact wel de nodige toelichting behoeven. Achtereenvolgens staan we stil bij de volgende zaken:

  • Stelpost loon- en prijscompensatie 3D’s
  • Stelpost looncompensatie
  • Stelpost prijscompensatie
  • Lokale lasten

 

Stelpost loon- en prijscompensatie 3D’s

Met ingang van het jaar 2019 zijn de integratie uitkeringen voor de drie decentralisaties overgeheveld naar de algemene uitkering. Dat betekent dat we de gevolgen van volume-, loon- en prijsontwikkelingen niet langer specifiek vergoed krijgen via de integratie uitkeringen van het Rijk maar dat we deze moeten dekken via het accres van de algemene uitkering uit het gemeentefonds. Vandaar dat we in de financiële tussenrapportage 2018-2021 een deel van de hogere algemene uitkering uit de meicirculaire 2018 in de vorm van stelposten hebben gereserveerd voor deze volume-. loon-, en prijsontwikkelingen. Dit blijkt een verstandige keuze te zijn geweest. In de vorige paragraaf hebben we deze stelposten immers kunnen inzetten ter gedeeltelijke dekking van deze hogere kosten.

 

Rekening houdend met deze inzet resteert met ingang van het jaar 2020 nog een structurele stelpost van €56.000 oplopend naar een structurele stelpost van €466.000 in het jaar 2022. Aan de hand van de meicirculaire 2019 vindt een actualisatie van deze stelposten plaats. Of en in hoeverre deze stelposten voldoende zijn om de volume-, loon- en prijsontwikkelingen binnen het sociaal domein te dekken kunnen we op dit moment nog niet inschatten.

 

Stelpost looncompensatie

In de financiële tussenrapportage 2018-2021 hebben wij de stelpost looncompensatie aan de hand van de gegevens uit de mei circulaire 2018 verhoogd naar structureel 2%. Aan de hand van de mei circulaire 2019 vindt een actualisatie van deze stelpost plaats. Of en in hoeverre deze stelpost voldoende is om toekomstige CAO verplichtingen op te kunnen vangen te dekken kunnen we op dit moment nog niet inschatten. De huidige cao loopt tot 1 januari 2019.

 

Stelpost prijscompensatie

Onze stelpost prijscompensatie is via besluitvorming uit de begroting 2018 gebaseerd op een percentage van 1,5%. In de conceptbegroting 2019 is het beschikbare budget van €75.000 ingezet ter dekking van meerdere begrotingsposten waar de effecten van de prijsstijging naar voren kwamen. Vanaf het jaar 2020 hebben we weer de beschikking over deze structurele stelpost.

 

Lokale lasten

In dit onderdeel "Lokale lasten" geven we in het kort een overzicht van de gevolgen van de besluitvorming uit deze concept begroting voor de verschillende tarieven die van belang zijn voor de Lokale lasten(druk). Conform bestaand beleid verhogen we de opbrengst van de Onroerende Zaak belasting (OZB) met het inflatiecijfer van het CBS. Dit betekent voor het jaar 2019 een stijging van 1,3%

 

Voor de afvaltarieven hanteren we op basis van bestaand beleid 100% kostendekkendheid. Dat wil zeggen dat we de kosten die we maken voor de afvalinzameling en afvalverwerking doorberekenen in de tarieven. Voor het jaar 2019 betekent dit dat we de tarieven op niveau 2018 kunnen houden. Dus:

  • Vastrecht                                                          € 80
  • Bedrag per lediging grote bak              € 9,20
  • Bedrag per lediging kleine bak             € 5,60

 

Op Prinsjesdag 2018 is het nieuwe belastingplan voor het jaar 2019 gepresenteerd. In dit plan is de afvalstoffenbelasting (in de volksmond verbrandingsheffing) op het verbranden van restafval verhoogd van € 13,21 per ton naar € 31,39 per ton waarbij ook  de vrijstelling voor het verbranden van afval in het buitenland is komen te vervallen.  Dit betekent dat de kosten van verbranden van restafval hoger worden. Gezien het feit dat wij werken met een systeem van gediffertieerde tarieven (diftar) ontkomen wij er niet aan om de tarieven per lediging te verhogen. Dit betekent dat wij voorstellen de bedragen per lediging voor het jaar 2019 als volgt vast te stellen:

  • Vastrecht                                                          € 80
  • Bedrag per lediging grote bak              € 10,60
  • Bedrag per lediging kleine bak             € 6,50

 

Voorgesteld wordt de gevolgen van de hogere afvalstoffenbelasting met ingang van het jaar 2019 door te berekenen in de tarieven voor de bedragen per lediging.

 

De hoogte van het rioolrecht was de afgelopen jaren gebaseerd op het Gemeentelijk RioleringsPlan (GRP) 2014-2018. Dit betekende een jaarlijkse stijging van de tarieven met 4% met daarnaast de inflatiecorrectie. Het nieuwe GRP 2019-2023 moet duidelijkheid geven over de ontwikkeling van de tarieven voor de komende jaren. Belangrijke input voor dit nieuwe GRP zijn de gevolgen van de zogenaamde klimaatadaptie. Tijdens een aantal informele en informatieve bijeenkomsten zijn de leden van de gemeenteraad hierover geïnformeerd. Tijdens deze bijeenkomsten is duidelijk geworden dat de gevolgen van de klimaatadaptie de nodige inspanningen en investeringen gaan vergen die ook geld gaan kosten en dus doorwerken in de tarieven. Exacte duidelijkheid over de omvang van deze inspanningen en investeringen  moet de zogenaamde “stresstest” geven. Deze stresstest gaat plaatsvinden in het najaar van 2019. In het nieuwe GRP 2019-2023 kunnen we dus niets anders dan een goed onderbouwde aanname doen van de te verwachten financiële gevolgen. Een eerste inschatting gaat uit van een extra kostenpost vanaf 2019 van € 500.000. Doorwerking daarvan in de tarieven komt overeen met een stijging van €5. Vooruitlopend op de definitieve vaststelling van het nieuwe GRP (gemeenteraad eind november 2018), waarin deze cijfers ook zijn opgenomen, houden we in de begroting 2019 reeds rekening met deze stijging. Daar komt uiteraard de inflatiecorrectie van 1,3% nog bovenop.

 

Samenvattend ontstaat het volgende beeld van de verschillende tarieven en de lokale lastendruk voor het jaar 2019:

  2018 2019 verschil 2018 en 2019
O.Z.B. (woning €250.000) €311,00 €315,00 +/+ €4,00 (1,3%)
Rioolrecht (eigenaar) €255,50 €263,50 +/+ €8,00 (3,1%)
Afvalstoffenheffing      
  • Vast recht
€80,00               €80,00          €0                                      
Totaal €646,50 €658,50 +/+ €12,00 (1,85%)

In deze berekening van de ontwikkeling van de lokale lastendruk is nog geen rekening gehouden met de verhoging van de tarieven per lediging als gevolg van de hogere afvalstoffenbelasting. Uitgaande van drie ledigingen per jaar voor een grote container betekent dit een stijging ten opzichte van het jaar 2018 van € 5,20.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de mutaties en de stand van zaken van de verschillende specifieke mutaties en deze te verwerken in het herziene meerjarige perspectief.

4. Nieuw beleid/intensivering van beleid/MAT

Nieuw beleid/intensivering van beleid/MAT

In deze paragraaf treft u een uiteenzetting inclusief toelichting aan van onze voorstellen op het gebied van nieuw beleid/intensiveringen van beleid. De voorstellen vanuit het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen hebben ook een plek gekregen in deze paragraaf. Het totaal van onze voorstellen ziet er als volgt uit:

 

Nieuw beleid / Maatschappelijk akkoord Tubbergen (bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT)   -52 -52 -52 -52
Bestrijding eikenprocessierups   -35 -35 -35 -35
Kwaliteit openbare ruimte  -105 0 0 35 35
Wijziging taxatie Wet Onroerende Zaken (WOZ)   -8 -8 -8 -8
Nieuw beleid Regio Twente 3,5 fte   -12 -12 -12 -12
Totaal nieuw beleid/Maatschappelijk akkoord Tubbergen -105 -107 -107 -72 -72

 

Maatschappelijk Akkoord Tubbergen

De voorstellen uit het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT) hebben voor een bedrag van €52.000 een structureel karakter. Deze moeten we dus meenemen in onze meerjarenbegroting. Het betreft hier de volgende maatregelen / inspanningen:

  • Dorpen via Mijn Dorp en heemkundeverenigingen uitdagen na te denken en mede vormgeven aan een nieuwe vorm van behoud van cultureel en materieel erfgoed: €10.000.
  • Instellen een revolverend Duurzaamheidsfonds Tubbergen met een brede scope waaronder asbestverwijdering/zonne-energie: €10.000.
  • Instellen een revolverend Duurzaamheidsfonds Tubbergen met een brede scope waaronder asbestverwijdering/zonne-energie. Dit fonds heeft een fondsmanager nodig: €25.000.
  • Continueren starterslening, opstellen subsidieverordening en regeling blijverslening: €7.000.

 

Bestrijding eikenprocessierupsen

In 2018 is er sprake geweest van grote hinder als gevolg van de aanwezigheid van extreem veel eikenprocessierupsen in onze gemeente. Door de grote aantallen nesten en beperkte capaciteit bij bestrijders hebben wij de overlast van deze dieren niet afdoende kunnen verhelpen. Mede op basis van maatschappelijke druk zien wij ons genoodzaakt om voor volgend jaar extra middelen ter hoogte van €35.000  vrij te maken voor  de bestrijding van deze rupsen.

 

Voor locaties met een hoog overlast risico (schoolomgevingen, buurtspeelplaatsen, centra etc.)  stellen we voor om preventief de bestrijding van deze rupsen in te voeren. We ramen hiervoor een bedrag van €15.000. Daarnaast willen we een bedrag van €15.000 reserveren voor correctieve bestrijding van de rupsen. Dit is het achteraf actief bestrijden van rupsen op locaties in de hoog-risico gebieden, maar ook de nesten die niet vallen in de hoog risico klasse en daarom niet preventief zijn behandeld. Ten slotte willen we een bedrag van €5.000 beschikbaar stellen voor ondersteuning van particuliere initiatieven zoals het aanbrengen van nestkastjes voor mezen; dit zijn natuurlijke vijanden van de rupsen. 

 

Kwaliteitsplan Openbare Ruimte (KOR)

In het KOR worden voorstellen gedaan voor de inrichting van de openbare ruimte in  alle kernen.  Deze voorstellen zijn gebaseerd op de inbreng van de inwoners, kernraden en MijnDorp2030.  Het is de bedoeling om de inrichtingsvoorstellen in te passen in het groot onderhoud van riolering en wegen. De daarvoor benodigde gelden komen ook uit die budgetten. Daarnaast is er geld nodig voor het omvormen van een deel van het openbaar groen.  Dit levert na twee jaar een structureel voordeel op in het onderhoud ten bedrage van €35.000. De investeringen voor het openbaar groen bedragen in totaal €105.000.

 

Wet Onroerende Zaakbelasting

De waarderingskamer verplicht ons om in de nabije toekomst te gaan taxeren op basis van m² in plaats van m³. Deze operatie geldt voor woningen en dient in 2022 voltooid te zijn. Om deze omzetting te kunnen realiseren, moet extra expertise worden ingehuurd van een taxatiebureau. Dit betekent voor de gemeente Tubbergen een extra kostenpost van €8.000 per jaar tot en met het jaar 2022.

 

Nieuw beleid Regio Twente

In de vergadering van het Algemeen Bestuur van de Regio Twente van 11 juli 2018 is het voorstel nieuw beleid 2019 vastgesteld. Het betreft hier formatie-uitbreiding van 3,5 fte bij het onderdeel bedrijfsvoering (2,5 fte) en bij het routebureau Recreatieve Voorzieningen (1 fte). Hoewel definitieve besluitvorming door de verschillende deelnemende gemeenten nog moet plaatsvinden (er zijn zienswijzen ingediend) nemen we de betreffende meerkosten voor Tubbergen al wel op in de begroting 2019.

 

Rekening houdend met de doorwerking van het hiervoor aangegeven en toegelichte nieuwe beleid voor het jaar 2019 ontstaat het volgende beeld van het meerjarige saldo:

 

(bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Meerjarig saldo financiële tussenrapportage 2018-2021          3.546            -365                -4               37               37
Totaal mutaties -350 -665 -544 -217 432
Totaal nieuw beleid/Maatschappelijk akkoord Tubbergen -105 -107 -107 -72 -72
Herzien meerjarig saldo na mutaties en nieuw beleid          3.091        -1.137           -655           -252             397

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met het aangegeven nieuw beleid/intensiveringen van beleid/voorstellen MAT Tubbergen en deze te verwerken in het herziene meerjarige saldo.

5. Herzien meerjarig saldo

Herzien meerjarig saldo

Aan de hand van de tabel uit de vorige paragraaf kunnen de volgende conclusies worden getrokken:

  • een niet sluitende begroting voor de jaren 2019, 2020 en 2021;
  • het jaar 2022 sluit met een voordelig saldo.

 

Het college is van mening dat dit meerjarige perspectief wel zijn kwetsbaarheden kent, met name binnen het sociaal domein, en zich niet verhoudt met de financiële uitgangspunten zoals verwoord in het Tubbergs Akkoord.  Vandaar dat wij oplossingen hebben gezocht om onze meerjarenbegroting sluitend te krijgen. Aangezien het naar onze mening op zo korte termijn ondoenlijk is om het jaar 2019 structureel sluitend te krijgen richten we ons bij onze oplossingen vooral op een materieel en structureel sluitend meerjarig perspectief. Dit doen we langs een lijn die direct financieel ruimte oplevert en een lijn die nader moeten worden uitgewerkt en meer gericht is de langere termijn (vanaf het jaar 2020). In het vervolg van deze paragraaf lichten we beide lijnen toe.

 

Op korte termijn zien wij een tweetal oplossingen die direct financiële ruimte geven in onze (meerjaren)begroting.

 

Dekking herzien meerjarig saldo (bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Inzet meerjarige stelposten nieuw beleid     100 200 300
Financiering generatiepact -327 128 112 95 0
Totaal dekking herzien meerjarig saldo -327 128 212 295 300

 

Inzet meerjarige stelposten nieuw beleid

In onze meerjarenbegroting houden we rekening met een meerjarig oplopende stelpost voor nieuw beleid van €100.000 per jaar. Deze post is ieder jaar opnieuw beschikbaar. Gezien de niet sluitende meerjarenbegroting stellen wij voor deze stelpost te schrappen. Dit betekent wel dat in onze begroting vanaf het jaar 2020 geen ruimte meer zit voor toekomstig nieuw beleid. Dit is slechts mogelijk door  oud beleid te schrappen ten gunste van nieuw beleid. In onze oplossingsrichtingen voor de langere termijn komen we hier nader op terug.

 

Financiering generatiepact 

Binnen Noaberkracht kennen we het zogenaamde generatiepact. Deze regeling is er enerzijds op gericht om oudere medewerkers langer duurzaam inzetbaar te houden en anderzijds om ruimte te creëren voor jongere medewerkers. De regeling houdt in grote lijnen in dat medewerkers van 57 jaar of ouder minder kunnen gaan  werken om zodende ruimte te creëren voor jongere medewerkers. De eerste jaren treedt echter wel een capaciteitsverlies op.  Het idee is om dit verlies aan capaciteit om te rekenen in geld en voor een periode van drie jaar af te dekken in de vorm van een eenmalige reservering. Vanuit deze reservering kunnen de lasten voor de komende drie jaar worden onttrokken. Dit betekent dus een eenmalige bijdrage aan de voorkant die de komende drie jaar ruimte oplevert in de begroting van de deelnemende gemeenten. Voor de gemeente Tubbergen betekent dit een eenmalig beroep op de reserve ten bedrage van €327.000 die in de jaren 2019, 2020 en 2021 ruimte oplevert in de begroting.

 

Rekening houdend met de oplossingen ter dekking van de meerjarig geraamde tekorten ontstaat het volgende beeld:

(bedragen x €1.000) res. jr 2019 jr 2020 jr 2021 jr 2022
Meerjarig saldo financiële tussenrapportage 2018-2021          3.546            -365                -4               37               37
Totaal mutaties -350 -665 -544 -217 432
Totaal nieuw beleid/Maatschappelijk akkoord Tubbergen -105 -107 -107 -72 -72
Totaal dekking herzien meerjarig saldo's -327 128 212 295 300
Herzien meerjarig saldo          2.764        -1.009           -443               43             697

 

Door de voorgestelde oplossingen die op korte termijn direct financiële ruimte geven denken wij, rekening houdend met de kwetsbaarheden binnen het sociaal domein te kunnen spreken van een materieel en structureel sluitend meerjarenperspectief. Dit betekent wel dat we het tekort over het begrotingsjaar 2019 ten bedrage van €1.009.000 moeten onttrekken aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de twee aangegeven maatregelen ter dekking van het herziene meerjarige saldo en deze te verwerken.

 

Voorgesteld wordt om het tekort over het jaar 2019 ten bedrage van €1.009.000 te onttrekken aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen

 

Het tekort over het jaar 2020 betrekken we bij het opstellen van de begroting 2020. Dat neemt echter niet weg dat wij u nu reeds willen meenemen in de denkrichtingen die wij hebben om dit tekort op te lossen. Deze denkrichtingen zijn mede ingegeven door de kwetsbaarheden binnen het sociaal domein maar ook door de maatregelen uit het interventieplan Sociaal Domein. Naar onze mening moeten we namelijk de oplossing voor de financiële problematiek binnen het Sociaal Domein niet alleen zoeken binnen het Sociaal Domein maar moeten we breder kijken. Voor ons is en blijft het uitgangspunt dat elke inwoner de zorg en ondersteuning moet blijven krijgen die hij of zij nodig heeft en dat dit tegelijkertijd bereikbaar en betaalbaar moet blijven.

 

Dat betekent dat we tijdens het raadsperspectief 2020 (voorjaar 2019) komen met een concretisering van onze denkrichtingen die vooral ingaan het creëren van begrotingsruimte binnen de overige beleidsterreinen. Uiteraard zal hierbij vooral worden gekeken naar die beleidsterreinen waar we als gemeente de nodige beleidsvrijheid hebben zoals openbare ruimte, sport, kunst en cultuur, enz. Ook de mogelijkheden om onze inkomsten te verhogen en mogelijke verdere verbeteringen van de efficiency in de uitvoering betrekken we hierbij.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de geschetste denkrichtingen ter dekking van het herziene meerjarige saldo en het college opdracht te geven deze nader uit te werken en te betrekken bij het opstellen van raadsperspectief 2020.

6. Incidenteel beschikbare middelen waaronder de (belangrijkste) reserves

Incidenteel beschikbare middelen waaronder de (belangrijkste) reserves

In deze paragraaf treft u een uiteenzetting aan van onze beschikbare algemene middelen. Anders dan voorgaande jaren staan we niet alleen stil bij de beschikbare reserves maar behandelen we ook de reeds eerder toegekende incidentele budgetten. Deze budgetten worden namelijk ook voor een deel ingezet ter dekking van de voorstellen uit het Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT). Zoals in hoofdstuk vier van het MAT – begroting in balans – is aangegeven staat het jaar 2019 vooral in het teken  van nader onderzoek, planvorming en overleg met betrokken partijen. Dit is op zichzelf ook logisch omdat het jaar 2019 het eerste (volledige) jaar van dit Maatschappelijk Akkoord is. Feitelijk moeten we het jaar 2019 vooral zien als de initiatie- en definitiefase waarin de plannen gesmeed gaan worden en ideeën concreet uitgewerkt gaan worden.  Daarom heeft het college er voor gekozen niet de gehele reserve incidenteel beschikbare algemene middelen in te zetten maar ongeveer 20% specifiek gericht op initiatie en definitie. Daarnaast heeft het college uiteraard ook de gereserveerde procesgelden voor de thema’s als duurzaamheid, maatschappelijk vastgoed in beeld gebracht en ingezet. Op deze manier houdt de gemeente financiële ruimte beschikbaar voor de concrete uitvoering van de plannen maar ook voor mogelijke initiatieven die in de loop van het jaar 2019 naar boven komen.

 

Bij mogelijke volgende stappen, maatregelen en projecten kijkt het college nadrukkelijk naar mogelijkheden voor cofinanciering maar worden ook de gevolgen voor de basisbegroting in beeld gebracht. Hierbij gaat het niet alleen om mogelijke structurele kosten van beheer maar ook aan inzet die op termijn kan leiden tot een besparing op de basisbegroting.

 

In het vervolg van deze paragraaf worden de verschillende dekkingsbronnen die in de bijlage van hoofdstuk vier van het MAT worden genoemd toegelicht. We beginnen hierbij met de reeds eerder beschikbare gestelde project en procesgelden voor de verschillende uitdagingen (besluitvorming begroting 2018) om af te sluiten met de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen en de reserve Mijn Dorp 2030.

 

Project en procesgelden duurzaamheid

In de begroting 2018 is een incidenteel budget van €1,5 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitdaging duurzaamheid. Van dit incidentele budget heeft een bedrag van €175.000 betrekking op procesgeld. Rekening houdend met de personele inzet via Noaberkracht voor de jaren 2018 en 2019 en de gezamenlijke inspanningen op het gebied van duurzaamheid in NOT verband resteert nog een bedrag van €43.000 aan incidenteel procesgeld duurzaamheid.

 

Hiervan wordt nu een bedrag van €42.000 ingezet ter uitvoering van het MAT. Specificatie:

  • Werkbudget / proces geld         € 32.000
  • Vasse klimaatproof                        € 10.000

 

Er resteert dus nog een vrij in te zetten deel van het procesgeld duurzaamheid van €1.000.

 

De projectgelden duurzaamheid ten bedrage van €1.325.000 zijn nog niet van een concreet bestedingsplan voorzien. Dit bedrag kan dus in de loop van de planperiode van het MAT worden ingezet voor concrete projecten. Wij verwachten hierover gaandeweg het jaar 2019 meer duidelijkheid te krijgen.

 

Project en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie

In de begroting 2018 is een incidenteel budget van €2 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitdaging maatschappelijk vastgoed. Van dit incidentele budget heeft een bedrag van €172.000 betrekking op procesgeld. Rekening houdend met de personele inzet via Noaberkracht voor de jaren 2018 en 2019 resteert nog een bedrag van €140.000 aan incidenteel procesgeld maatschappelijk vastgoed.

 

Hiervan wordt nu een bedrag van €74.000 ingezet ter uitvoering van het MAT. Specificatie:

  • Samenvoeging maatschappelijk vastgoed Langeveen                    € 44.000
  • Basisschool Geesteren                                                                                      € 25.000
  • Fleringen van school naar Kulturhus                                                        €   5.000  

Totaal                                                                                                                                           € 74.000

 

Hierna resteert dus nog een vrij in te zetten deel van het procesgeld maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie van €66.000.

 

Van de projectgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie ten bedrage van €1.828.000 is middels een raadsbesluit reeds een bedrag van €50.000 beschikbaar gesteld voor het locatieonderzoek in Geesteren. Daarnaast wordt via het MAT voorgesteld om een bedrag van €28.000 beschikbaar te stellen voor de Huiskamer Manderveen. Hiermee rekening houdend resteert nog een bedrag van €1.750.000 wat in de loop van de planperiode van het MAT kan worden ingezet voor concrete projecten.

 

Project en procesgelden inbreiding voor uitbreiding

In de begroting 2018 is een incidenteel budget van €1,610 miljoen beschikbaar gesteld voor de uitdaging inbreiding. Van dit incidentele budget heeft een bedrag van €160.000 betrekking op procesgeld. Rekening houdend met de personele inzet via Noaberkracht voor de jaren 2018 en 2019 resteert nog een bedrag van €114.000 aan incidenteel procesgeld inbreiding.

 

Hiervan wordt nu een bedrag van €100.000 ingezet ter uitvoering van het MAT. Specificatie:

  • Noaberhof Vasse                                                                                         €     7.000
  • Woningmarkt gemeente Tubbergen                                               €   53.000
  • Procesgeld thema Wonen en Ruimte                                             €   40.000

Totaal                                                                                                                                 € 100.000

 

Hierna resteert dus nog een vrij in te zetten deel van het procesgeld inbreiding van €14.000.

 

Van de projectgelden inbreiding ten bedrage van €1.450.000 is bij de begroting 2018 besloten om een bedrag van €150.000 te alloceren voor Tubbergen Bruist. Hiermee rekening houdend resteert nog een bedrag van €1.300.000 wat in de loop van de planperiode van het MAT kan worden ingezet voor concrete projecten.

 

KGO fonds  - kernenfonds/landschapsfonds

Het KGO-fonds wordt in de huidige situatie gevoed door revenuen vanuit KIGO-overeenkomsten welke zien op ontwikkelingen in het buitengebied van de gemeente Tubbergen én door revenuen vanuit anterieure (exploitatie)overeenkomsten welke zien op ontwikkelingen in/bij kernen in de gemeente Tubbergen. In het kader van de eenduidigheid, qua bestedingsruimte van de binnenkomende revenuen, wordt voorgesteld om het KGO-fonds te splitsen en een landschapsfonds en een kernenfonds. Op dit moment zit er een bedrag van €75.000 in het KGO fonds “oude stijl”. Dit bedrag wordt in zijn volledigheid ingezet ter dekking van het MAT (masterplan de Eeshof Tubbergen).

 

Participatieprocessen

In totaliteit wordt in het MAT een incidenteel budget gevraagd voor de gehele planperiode van vier jaar ten bedrage van €461.000. De dekking hiervan hebben wij in eerste instantie gezocht binnen de reeds bestaande budgetten. Deze bestaande budgetten willen wij omvormen naar  de maatregelen en inspanningen zoals die in het MAT zijn verwoord. Het daarna nog ontbrekende deel (€57.000) onttrekken wij uit de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven dekking van de inspanningen uit het MAT ten laste van de reeds eerder beschikbaar gestelde incidenteel beschikbare budgetten

 

Tussentijdse samenvatting

De bronnen die hiervoor zijn aangegeven en toegelicht en van waaruit een deel van de activiteiten en inspanningen uit het MAT worden gedekt betreffen bestaande budgetten. Hier is dus geen sprake van “nieuw” geld maar vooral van een nadere concretisering van reeds bestaande budgetten.

 

Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene middelen

Zoals uit het de voorgaande paragrafen blijkt komt de stand van de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen, rekening houdend met de voorstellen uit conceptbegroting 2019, uit op een bedrag van €2.864.000. Specificatie opbouw vanaf de financiële tussenrapportage 2018-2021.

 

Stand financiële tussenrapportage 2018-2021 (bedragen in €)           3.695.000
Saldo financiële tussenrapportage jaar 2018             -149.000
Financiering generatiepact             -327.000
Nieuw beleid 2019             -105.000
Interventieplan sociaal domein             -350.000
Herziene stand           2.764.000

 

Op deze herziene stand dienen een aantal aanvullingen te worden doorgevoerd die daarna leiden tot de volgende stand:

Saldo begroting jaar 2019 (bedragen in €)         -1.009.000
Diverse uitgaven (sport)ontwikkeling               -50.000
Correctie procesgeld Tubbergen Bruist 100.000
Nadeel 2018 septembercirculaire             -325.000
Voordeel ratio weerstandsvermogen               650.000
Totaal aanvullingen             -734.000
Herziene stand inclusief aanvullingen           2.130.000

 

Toelichting aanvullingen

Het negatieve saldo van het begrotingsjaar 2019 ten bedrage van €1.009.000 onttrekken we op basis van bestaand beleid uit deze reserve. In 2018 is het procesgeld voor Tubbergen Bruist abusievelijk onttrokken aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Dit had de reserve Mijn Dorp moeten zijn.

 

In 2018 is het procesgeld voor Tubbergen Bruist abusievelijk onttrokken aan de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Dit had de reserve Mijn Dorp moeten zijn.

 

In deze reserve houden we rekening met een post diverse uitgaven (sport)ontwikkeling. Dit heeft te maken met de gewijzigde wetgeving op het gebied van BTW betreffende de sportaccommodaties. Het rijk eist van de gemeenten dat ze in hun begroting 2019 ruimte maken om deze gevolgen op te vangen omdat anders geen gebruik kan worden gemaakt van compensatie via het Rijk. In de loop van het jaar 2019 verwachten we hier meer duidelijkheid over en komen we met een voorstel waarin ook deze (reeds gereserveerde) €50.000 wordt meegenomen.

 

De septembercirculaire 2018 laat voor het jaar 2018 een lagere algemene uitkering zien van €325.000. Deze tegenvaller nemen we mee in het tweede programmajournaal over 2018 (raad eind november 2018). Gezien de omvang van deze tegenvaller lijkt het ons echter verstandig om deze ook reeds nu mee te nemen bij het bepalen van de omvang van de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Uit de berekening van onze benodigde weerstandscapaciteit (de risico’s) in relatie tot het aanwezige weerstandsvermogen (de algemene reserve en de algemene reserve grondbedrijf) blijkt dat we een bedrag van €0,65 miljoen kunnen overhevelen naar de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Uiteraard zijn we hierbij uitgegaan van de, door de gemeenteraad vastgestelde, ratio van 1,5. Voor een toelichting hierop verwijzen wij u naar de paragraaf weerstandsvermogen.

  

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte aanvullingen op de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen en in te stemmen met de herziene stand van deze reserve

 

Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (MAT)

In het MAT doen we voor een aantal maatregelen en inspanningen een beroep op de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Dit geeft het volgende beeld:

Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (bedragen in €)
Vitaal Geesteren               -37.000
Verharding Veldboersweg Langeveen             -106.000
Procesgeld Fietspad Manderveen             -105.000
Herinrichting Almeloseweg Mariaparochie               -41.000
Masterplan Eeshof Tubbergen (relatie met KGO)               -29.000
Meer aandact voor Noaberschap, eenzaamheid, enz               -52.000
Onderzoeken en ontwikkelen algemene voorzieningen               -60.000
Samenwerking gemeente en partners in zorg en welzijn                -10.000
Toekomstbestendige exploitatie en beheer SSRT               -28.000
Cultureel en materieel erfgoed               -11.000
Een inclusieve samenleving               -38.000
Aantrekkelijke randvoorwaarden (centrum) ondernemers               -65.000
Procesgeld thema ondernemersklimaat (4 jaar)               -60.000
Plaatsing doelgroepers bij MO Soweco               -10.000
Beeldmerk Glinsterend Tubbergen               -80.000
Innovatieve agro- en foodsector               -15.000
Toekomstgerichte erven               -35.000
Biodiversiteit               -20.000
Stimuleren van het fietsgebruik                  -3.500
Veiliger maken van fietsvoorzieningen                  -3.500
Communicatie verkeersgedrag en maatregelen                  -7.000
Procesgeld thema Mobiliteit (4 jaar)               -20.000
Procesgeld thema Landelijk gebied (4 jaar)               -75.000
Participatieprocessen               -57.000
Totaal MAT             -962.000
Herziene stand inclusief MAT           1.174.000

Deze herziene stand van de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen kan in de loop van de planperiode van het MAT kan worden ingezet voor concrete projecten of voor procesgeld als zich nieuwe initiatieven vanuit de samenleving voordoen. 

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven dekking van de inspanningen uit het MAT ten laste van de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen

 

Reserve Mijn Dorp 2030 (reserve majeure projecten)

In de financiële tussenrapportage 2018-2021 hebben wij aan de hand van de laatste besluitvorming het volgende overzicht van de stand van zaken van de reserve Mijn Dorp 2030 laten zien:

Oorspronkelijke stand (bedragen in €)           4.500.000
Laadpalen               -20.000
Mijn Dorp 2030             -250.000
Tubbergen Bruist             -500.000
Kunstgras Langeveen               -75.000
Symposium               -15.000
Beachvolley Albergen               -15.000
Ontmoet en Beweeg Plein in Reutum               -35.000
Multifunctionele velden Fleringen             -100.000
HOI 2 Vasse               -35.000
Procesgeld Tubbergen Bruist             -100.000
Stimuleringsfonds             -150.000
Huiskamer Manderveen             -500.000
Subsidie huiskamer Manderveen                 15.000
Speel- en ontmoetingsplein Mariaparochie               -35.000
Totaal besluitvorming         -1.815.000
Herziene stand           2.685.000

Het betreft hier een overzicht van bijdragen die de gemeente Tubbergen beschikbaar heeft gesteld voor verschillende initiatieven vanuit de samenleving. Het betreft hier in nagenoeg alle gevallen cofinanciering. De totale financiële omvang  van de verschillende initiatieven is vele malen groter omdat ook de initiatiefnemers bijdragen hebben geleverd.    

 

In het MAT doen we voor een aantal maatregelen en inspanningen een beroep op de reserve Mijn Dorp 2030. Dit geeft het volgende beeld:

Maatschappelijk Akkoord Tubbergen (bedragen in €)
Fietspad Manderveen             -750.000
Toeristisch Vasse             -100.000
Totaal MAT             -850.000
Herziene stand inclusief MAT           1.835.000

Voor wat betreft het Fietspad Manderveen houdt het college zich vast aan de motie met de naam "Fietspad Manderveen" die tijdens de raadsvergadering van 15 december 2014 raadsbreed is aangenomen. In deze motie spreekt de raad als zijn oordeel uit dat een vrij liggend fietspad nog steeds de gewenste oplossing is om ervoor te zorgen dat er voor fietsers sprake is van een verkeersveilige situatie op de Manderveenseweg.  Deze motie samen met het brede draagvlak binnen Manderveen heeft ons college doen besluiten de gemeenteraad voor te stellen een vrij liggend fietspad aan te leggen langs de Manderveenseweg en daarvoor de benodigde middelen beschikbaar te stellen.

 

Deze herziene stand van de reserve Mijn Dorp 2030 kan in de loop van de planperiode van het MAT kan worden ingezet voor concrete projecten. Gezien de eerdere besluitvorming door de gemeenteraad is deze reserve uitdrukkelijk voor concrete projecten en niet voor procesgeld.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven dekking van de inspanningen uit het MAT ten laste van de reserve Mijn Dorp 2030

 

Samenvattende conclusie inzet incidentele middelen ten behoeve van het MAT

In samenvattende zin kunnen we stellen, zoals blijkt uit deze paragraaf, dat een groot deel van de procesgelden en ook de projectgelden gedekt kunnen worden uit reeds aanwezige budgetten. Feitelijk hebben we het hier over een nadere concretisering van reeds eerder beschikbaar gestelde budgetten voor reeds eerder benoemde doelen. Het (aanvullende) beroep op de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen voor proceskosten hebben we zoveel mogelijk beperkt om voor de rest van de planperiode van het MAT ruimte te houden voor de verdere uitwerking en de uitvoering van de plannen en de concrete projecten. Daarnaast willen we uiteraard ook ruimte houden om in de loop van de planperiode nieuwe initiatieven vanuit de samenleving te kunnen faciliteren.

 

Totaal overzicht beschikbare algemene incidentele middelen

In deze paragraaf treft u een overzicht aan van onze beschikbare algemene incidentele middelen. Hierbij is rekening  gehouden met de voorstellen zoals die eerder in dit hoofdstuk zijn gedaan. Voor een totaal overzicht van al onze reserves (en voorzieningen) verwijzen wij u naar het overzicht reserves en voorzieningen dat als bijlage bij deze begroting 2019 is opgenomen. In dit totale overzicht zijn ook de reserves (en voorzieningen) opgenomen die op grond van eerdere besluitvorming door uw raad al van een bestemming zijn voorzien.

Beschikbare algemene incidentele middelen (bedragen x €1 mln) 
 - Weerstandcapaciteit ratio 1,5 (algemene reserve en reserve grondbedrijf) 4,950
 - Extra weerstandsvermogen Sociaal Domein 1,500
 - Reserve Riool 3,000
 - Project- en procesgelden duurzaamheid  1,326
 - Project- en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie 1,826
 - Project- en procesgelden inbreiding voor uitbreiding 1,314
 - Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen 1,174
 - Reserve Mijn Dorp 1,835
Totaal Beschikbare algemene incidentele middelen 16,925

Aanwezige weerstandscapaciteit

Uitgaande van de, door de gemeenteraad vastgestelde, ratio van 1,5 houden we een aanwezige weerstandscapaciteit aan van €4,95 miljoen. Deze aanwezige weerstandscapaciteit wordt gevormd door de algemene reserve en de reserve grondexploitatie.

 

Extra weerstandsvermogen Sociaal domein

In navolging van de financiële tussenrapportage 2018-2021 wordt in deze begroting 2019 voorgesteld een bedrag aan extra weerstandscapaciteit aan te houden van €1,5 miljoen voor de onzekerheden en risico’s binnen het Sociaal Domein. De onderbouwing hiervan is opgenomen in deze begroting 2019.

 

Reserve riool

In de begroting 2017 is een incidenteel bedrag van €3 miljoen beschikbaar gesteld om de gevolgen van de klimatologische omstandigheden (deels) op te vangen. Aangegeven is dat deze reservering wordt betrokken bij het opstellen van het nieuwe Gemeentelijke Riolerings Plan (behandeling gemeenteraad november 2018).

 

Project en procesgelden duurzaamheid (inclusief energietransitie)

Zoals eerder deze paragraaf is aangegeven resteert er een bedrag van €1,326 miljoen aan projectgeld duurzaamheid (inclusief energietransitie). Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het MAT worden ingezet voor concrete projecten.

 

Project en procesgelden maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie.

Zoals eerder deze paragraaf is aangegeven resteert er een bedrag van €1,826 miljoen aan projectgeld en procesgeld maatschappelijk vastgoed. Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het MAT worden ingezet voor concrete projecten en procesgeld.

 

Project en procesgelden inbreiding voor uitbreiding.

Zoals eerder deze paragraaf is aangegeven resteert er een bedrag van € 1,314 miljoen aan projectgeld en procesgeld inbreiding voor uitbreiding. Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het MAT worden ingezet voor concrete projecten en procesgeld.

 

Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen (RIBAM)

Rekening houdend met de voorstellen uit deze begroting 2019 resteert een vrij te besteden/bestemmen bedrag in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen van bijna €1,174 miljoen. Dit bedrag kan in de loop van de planperiode van het MAT kan worden ingezet voor concrete projecten of voor procesgeld als zich nieuwe initiatieven vanuit de samenleving voordoen.  Het college ziet deze reserve vooral als (financiële) ruimte om acties, die via het MAT in 2019 worden uitgezet, in de verdere planperiode daadwerkelijk  in uitvoering te nemen.

 

Reserve Mijn Dorp (reserve majeure projecten)

Deze herziene stand van de reserve Mijn Dorp 2030 kan in de loop van de planperiode van het MAT kan worden ingezet voor concrete projecten. Gezien de eerdere besluitvorming door de gemeenteraad is deze reserve uitdrukkelijk voor concrete projecten en niet voor procesgeld.