Meer
Publicatiedatum: 09-10-2019

Inhoud

Terug

Effectiever en efficiënter inzetten van niet vrij toegankelijke voorzieningen

Effectiever en efficiënter inzetten van niet vrij toegankelijke voorzieningen
Portefeuillehouder
Witte Roy, de

Planning
Startdatum: 21-09-2015
Einddatum: 30-12-2017

Vervoer

Het project maatwerkvoorziening vervoer wordt op 1 maart 2018 afgesloten. Afgelopen periode zijn de Regiotaxi en het leerlingenvervoer al overgegaan en per 1 januari gaat ook het vervoer van en naar de dagbesteding over. Zoals reeds bij de besluitvorming rondom de maatwerkvoorziening vervoer aangegeven is, nemen de kosten voor het dagbestedingsvervoer toe omdat het toegepaste tarief te weinig was en het nieuwe tarief reëel is.

Voor 2018 worden de kosten voor het vervoer van en naar de dagbesteding begroot op 140.000 euro waarvan 18.000 euro voor vervoer van jeugd naar de dagbesteding en 122.000 euro voor vervoer van volwassenen naar de dagbesteding. Hierbij gaat het om een eerste inschatting gebaseerd op de huidige populatie waarvan bekend is dat deze snel wisselt vanwege overgang naar WLZ zorg, overlijden of verhuizing. Bij de schatting is uitgegaan van een gemiddelde rit van 12,24 kilometer. Dit zal in de praktijk moeten blijken of deze aanname klopt. Daarom wordt dit in de eerste 3 maanden van 2018 goed gemonitord.

De verwachte financiële consequenties voor de maatwerkvoorziening vervoer met betrekking tot  Regiotaxi en leerlingenvervoer zijn reeds in het tweede programmajournaal 2017 verwerkt. De autonome ontwikkelingen worden voor het leerlingenvervoer en Regiotaxi pas in het najaar 2017 helder en zullen dan ook in het 1e programmajournaal 2018 meegenomen worden. 

Er is nog geen zicht op de definitieve kostendoorrekening van de implementatie van de nieuwe maatwerkvoorziening vervoer. Deze zullen in het eerste programmajournaal 2018 bij het afsluiten van het project doorgerekend en doorgevoerd worden.

 

Samenwerking huisartsen

In het laatste kwartaal van 2017 is gestart om de samenwerking tussen Team Ondersteuning en Zorg en de huisartsen te verkennen en met een voorstel voor verdere versterking en verbinding te komen. In het eerste half jaar van 2018 verwachten we een inhoudelijk voorstel op basis van de verkenning in het laatste kwartaal 2017. Een raming van mogelijke  kosten van dit voorstel komt terug in het programmajournaal.

 

Wmo

In 2017 is er een nieuw beleid voor de Huishoudelijke ondersteuning vastgesteld. Aan inwoners met een geldige indicatie voor de maatwerkvoorziening Huishoudelijke ondersteuning zijn opnieuw gezien en geherindiceerd volgens het nieuwe beleid. Ook heeft er in 2017 een nieuwe aanbestedingsprocedure voor de Huishoudelijke ondersteuning plaatsgevonden. Dit betekent dat met ingang van 1 januari 2018 onze contracten met de aanbieders Huishoudelijke ondersteuning in lijn zijn met ons nieuwe beleid en de huidige wet- en regelgeving. In 2015, 2016 en 2017 hadden inwoners de mogelijkheid om gebruik te maken van de regeling huishoudelijke hulp toelage (HHT). Zoals ook beschreven is het raadsvoorstel  Huishoudelijke ondersteuning van maart 2017, is voor 2018 besloten deze regeling niet te verlengen. Dit heeft er mee te maken dat het doel van de HHT regeling voor het grootste deel is verwerkt in het nieuwe beleid Huishoudelijke ondersteuning. Onderdeel hiervan is de algemene voorziening voor het wassen en strijken. Met ingang van  oktober 2017 is een pilot van start gegaan voor de algemene voorziening was- en strijkservice. Inwoners van de gemeente Tubbergen en de gemeente Dinkelland kunnen tot 2 keer per week gebruik maken van een was en strijk service (wassen, strijken en haal- en brengservice) welke voor Tubbergen gevestigd is binnen het ’t Eschhoes in Vasse en voor de gemeente Dinkelland in het kulturhus de CoCeR in Rossum.

Het contract voor de Wmo hulpmiddelen, zoals rolstoelen en scootermobielen, loopt eind 2018 af. Dit betekent dat er in 2018 een nieuwe aanbestedingsprocedure moet worden doorlopen voor de Wmo hulpmiddelen, zodat er met ingang van 1 januari 2019 nieuwe contracten kunnen worden afgesloten en de levering en onderhoud van de hulpmiddelen kan worden gewaarborgd. Bij deze aanbestedingsprocedure zal ook weer met een frisse blik worden gekeken naar de wensen en mogelijkheden van de gemeente en de inwoners. Dit heeft als doel om te komen tot een optimale, cliëntgerichte en financieel aantrekkelijke levering, onderhoud en dienstverlening met betrekking tot Wmo hulpmiddelen. Zo zal er bijvoorbeeld gekeken worden naar de voor- en nadelen van het huren van de hulpmiddelen ten opzichte van koop.

De Wmo maatwerkvoorzieningen met betrekking tot begeleiding (Ondersteuning Zelfstandig Leven, Ondersteuning Maatschappelijke Deelname en Kortdurend verblijf) zijn onderdeel van de integrale inkoop Wmo en Jeugd. Zoals al eerder beschreven is hiervoor een nieuw inkoopmodel uitgewerkt. Dit model zal in 2018 verder worden uitgewerkt, aanbesteed en geïmplementeerd.

Effecten toestroom vergunninghouders

De toestroom van vergunninghouders in de afgelopen jaren heeft geleid tot meer druk op een aantal gemeentelijke voorzieningen.  Het heeft onder andere geleid tot een toename van:

  • het aantal bijstandsuitkeringen;
  • het beroep op de bijzondere bijstand
  • het gebruik van de voorzieningen Jeugdhulp en WMO;
  • gebruik van speciaal onderwijs en gebruik van leerlingenvervoer;
  • Multi problematiek bij gezinnen met oorlogstrauma’s;

In 2018 werken we vanuit een gezamenlijke benadering, samen met onze partners aan een integrale aanpak met als doel de vergunninghouders zo snel mogelijk in staat te stellen een volwaardig en zelfredzaam lid  van de Nederlandse samenleving te zijn.

Deze gezamenlijke benadering hebben we eind 2017 met elkaar afgesproken. Daarbij gaan we uit van een maatschappelijk kader waarin een groot aantal effecten benoemd zijn en geadresseerd zijn. Met andere woorden, wij hebben met onze partners afspraken gemaakt over wie bijdraagt aan het te bereiken effect.  In de eerste plaats heeft de gemeente de taak om te zorgen dat de mensen hier kunnen wonen en in hun eerste levensbehoeften kunnen voorzien. Ook willen we hen de weg helpen wijzen in de Nederlandse samenleving. Wanneer men ook werk kan vinden, de kinderen naar regulier onderwijs kunnen en men zelfstandig een sociaal netwerk kan opbouwen wordt de zelfredzaamheid van de vergunninghouders vergroot. De inspanningen in 2018 zijn er op gericht om dit met elkaar te bereiken. Waar nodig bieden we daarbij de juiste ondersteuning.

Daarbij is ook veel aandacht voor de betrokkenheid van de samenleving en bieden ook daar de ondersteuning om dit te bevorderen.

Omdat deze toestroom heeft geleid tot gebruik van extra voorzieningen zoals extra gebruik basisonderwijs, kosten voor integratie, extra kosten voor participatie, bijstandsuitkeringen, bijzondere bijstand,  zorg en  speciaal onderwijs wordt ook in 2018 een stelpost geraamd om dit op te vangen binnen de begroting.

 

Participatiewet

Het bestand bestaat vooral uit mensen die dusdanig beperkt zijn dat er sprake is van niet kunnen werken of zeer beperkt. Dit heeft ook effect op de door en uitstroom. Alsmede het in te zetten instrumentarium.

Voor 2018 en verder wordt landelijk rekening gehouden met een lichte stijging van het aantal uitkeringen. Deze stijging is een gevolg van de nieuwe doelgroepen die in de Participatiewet instromen (voorheen WAJONG en sociale werkvoorziening) en de toename van het aantal vergunninghouders.

In 2018 zullen we extra inzetten op groepen die een afstand tot de arbeidsmarkt hebben. Het gaat dan om anderstaligen, ouderen en arbeidsgehandicapten. Deze maatregelen hebben als doel een daling van het bestand te realiseren.

De invoering van de Participatiewet betekent dat er meer gebruik wordt gemaakt van loonkostensubsidies.

Voor de werkgeversbenadering en het arbeidsmarktbeleid wordt verwezen naar het Programma Economische Kracht en Werk, thema ondernemen en arbeidsmarkt.

 

Uitvoering sociale werkvoorziening

Voor de begroting 2018 wordt rekening gehouden met een verdere verlaging van de rijksvergoeding voor de uitvoering sociale werkvoorziening.