Meer
Publicatiedatum: 09-10-2019

Inhoud

Programma onderdelen

2. Van Raadsperspectief naar Begroting

2. Van Raadsperspectief naar Begroting

Opbouw van het hoofdstuk

Om een gestructureerd beeld te geven van de opbouw en het verloop van het meerjarige saldo volgen we onderstaande opzet:

Allereerst ziet u in paragraaf 1 het beginsaldo van deze programmabegroting 2018 weergegeven. Dit saldo vindt zijn oorsprong in het raadsperspectief 2018 (inclusief eerste programmajournaal 2017) en vormt de basis waarmee verder wordt gewerkt

In paragraaf 2 schetsen we het beeld van het ontstaan van het begrotingssaldo. Ook behandelen we de mutaties op de uitvoering van het bestaande beleid of al eerdere besluitvorming in deze paragraaf.

In paragraaf 3 staan we stil bij een aantal specifieke mutaties. Deze specifieke mutaties hebben niet in alle gevallen financiële consequenties, maar ze herbergen wel een aantal mogelijke risico’s of zijn in politiek-bestuurlijke zin zo relevant dat een nadere toelichting nodig is.

In paragraaf 4 treft u een overzicht aan van de beschikbare (meerjarige) financiële ruimte.

In paragraaf 5 treft u onze voorstellen op het gebied van nieuw beleid / intensiveringen van beleid aan.

Al deze mutaties hebben een herzien meerjarig saldo tot gevolg, dat in paragraaf 6 is weergegeven.

Tot slot geven we in paragraaf 7 een overzicht van de financiële positie en de stand van zaken van de (belangrijkste) reserves.

 

1. Meerjarig saldo raadsperspectief 2018 (incl. 1e programmajournaal 2017)

Zoals u van ons gewend bent, zoeken we in elk van de P&C documenten in financiële zin aansluiting bij het laatst vastgestelde document. Voor de programmabegroting 2018 betekent dit dat we aansluiting zoeken bij het saldo op bladzijde 11 van het raadsperspectief 2018 (incl. 1e programmajournaal 2017).

 

 

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Herzien meerjarig saldo raadsperspectief 2018

0

0

473

393

340

211

  

Voor de duidelijkheid: de mutaties uit het raadsperspectief 2018 (feitelijk de uitkomsten van het eerste programmajournaal 2017) zijn voorzien van besluitvorming en verwerkt in het herziene meerjarige saldo zoals hiervoor is weergegeven. Voor wat betreft de verschillende specifieke mutaties uit het raadsperspectief 2018 zoals de beleidsambities van de gemeenteraad, de overige specifieke mutaties en de ambities van ons college is in het raadsperspectief 2018 aangegeven dat een verdere uitwerking volgt en dat deze daarna wordt betrokken bij het opstellen van de begroting 2018. Deze verdere uitwerking treft u aan in het verloop van dit hoofdstuk alsmede de daadwerkelijke besluitvormingsvoorstellen.

 

Mutaties Bestaand Beleid

Mutaties Bestaand Beleid

2. Mutaties na raadsperspectief 2018 op basis van bestaand beleid

In dit hoofdstuk treft u een overzicht aan van de verschillende mutaties op basis van bestaand beleid. Dit kunnen autonome ontwikkelingen zien of zaken waarover besluitvorming heeft plaatsgevonden. 

 

Mutaties bestaand beleid

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Sociaal domein

 

 

 

 

 

 

 - kosten huishoudelijke hulp

 

 

-300

-300

-300

-300

 - voordelen uit de jaarverantwording 2016

 

 

136

220

238

238

 - participatiewet

 

 

-323

105

-31

-72

 - reeel ramen op basis van 2e PJ 2017

 

 

-72

-177

-185

-188

 - stelpost vergunninghouders

 

 

125

150

175

225

Extra taken Noaberkracht

 

 

 

 

 

 

 - privacy en informatieveiligheid

 

 

-46

-46

-46

-46

 - implementatie doelgroepenbeleid

 

 

-13

-13

-13

-13

 - bedrijfsconsulenten

 

 

-3

-43

-43

-43

 - capaciteit bouwtoezicht

 

 

-15

p.m.

p.m.

p.m.

Agenda voor Twente

800

-800

-6

-6

-6

-6

algemene uitkering - mei circulaire 2017

 

 

 

 

 

 

 - hogere algemene uitkering

 

 

748

909

973

1047

 - taakmutatie Fonds Gezamenlijke Gem. Uitv.

 

 

-30

-34

-34

-35

 - loon- en prijsbijstelling 3 D's

 

 

-473

-483

-512

-509

 - loonbijstelling / looncompensatie

 

 

-175

-175

-175

-175

 - prijsbijstelling / prijscompensatie

 

 

-75

-125

-175

-225

kapitaallasten en doorberekende overhead

 

 

19

15

10

-12

Onroerende zaakbelasting

 

 

137

178

219

261

Dividend Twence

 

 

0

70

70

70

Het cultuurprofiel

 

 

0

0

0

p.m.

kosten welstand

 

 

-15

0

0

0

bouwleges

 

 

30

0

0

0

 

 

 

 

 

 

 

Totaal mutaties bestaand beleid

800

-800

-351

245

165

217

 

Sociaal domein

In het raadsperspectief 2018 (inclusief 1e programmajournaal) hebben we het meest actuele beeld geschetst van de uitgaven en inkomsten binnen het sociaal domein. Hierbij zijn we specifiek ingegaan op de meerkosten huishoudelijk hulp als gevolg van een uitspraak van de centrale Raad van Beroep, de ervaringscijfers uit de jaarverantwoording 2016 en de actuele ontwikkelingen binnen de participatiewet. Een laatste check wijst uit dat deze cijfers naast het jaar 2017 ook voldoende basis bieden om ze in meerjarig perspectief mee te nemen. De laatste aanpassingen en correcties voorvloeiende uit de controle op jaarverantwoording 2016 hebben per saldo slechts een marginale invloed en leveren geen wijzigingen op ten opzichte van de meerjarige cijfers uit het raadsperspectief 2018. We blijven dus in eerste instantie uitgaan van de gepresenteerde cijfers uit het raadsperspectief 2018.

De cijfers uit het tweede programmajournaal 2017 hebben we eveneens kritisch beoordeeld op hun eventuele meerjarige karakter. Daaruit komt de volgende stand van zaken naar voren:

De uitgaven voor het sociaal domein ramen wij voor 2018 voor het bestaand beleid op een bedrag van € 12.660.000,--. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

 

Sociaal domein

 begroting 2018

bestaand beleid

 

Wmo

 €    3.538.000,00

jeugd

 €    2.383.000,00

participatie

 €    3.512.000,00

sociale basisondersteuning

 €    3.227.000,00

stimuleringsfonds sociaal domein

 €                         -  

totaal sociaal domein bestaand beleid

 € 12.660.000,00

 

Per onderdeel treft u onderstaand een toelichting op de bedragen aan. Daarbij geven wij u ook aan op welke wijze de bedragen tot stand zijn gekomen .

 

Inkomsten sociaal domein.

Algemeen

De kosten van het sociaal domein worden op verschillende manieren vergoedt door het rijk.

Via de algemene uitkering uit het gemeentefonds via compensatie plaats voor een aantal kosten. Deels is de vergoeding van het rijk specifiek te herleiden (bijvoorbeeld de vergoeding voor de buurtsportcoach of de vergoeding voor de zogenaamde oude WMO taken) en deels is de vergoeding niet specifiek te herleiden.  Dit betreft bijvoorbeeld de kosten van de verschillende subsidies en onderwijstaken zoals leerlingenvervoer.

Naast de algemene uitkering kennen we een aantal specifieke doeluitkeringen zoals bijvoorbeeld de  vergoeding voor de kosten van uitkeringen via de BUIG en de vergoeding voor onderwijsachterstandsbeleid.

Voor de taken die de gemeente met ingang van 2015 er bij heeft gekregen gelden vooralsnog specifieke uitkeringen; dit betreft de zogenaamde drie D uitkeringen. De hoogte van deze uitkeringen worden jaarlijks bekend gemaakt via de zogenaamde meicirculaire. Vervolgens worden de uitkeringen bijgesteld middels de september en december circulaire.

Voor de begroting 2017, jaarschijf 2018 hebben wij de rijksvergoedingen voor de drie D sociaal domein berekend op basis van december 2016 circulaire.  Uit de meicirculaire 2017 blijkt dat de uitkeringen voor de WMO en de jeugd behoorlijk zijn gestegen. Omdat er binnen het sociaal domein nog een aantal onzekerheden zijn, zoals de financiele effecten van het nieuwe inkoopmodel Wmo en jeugd , maar ook de effecten voor de gemeente van cao ontwikkelingen, stellen wij voor om de extra bedragen voor Wmo en jeugd hiervoor te reserveren. In onderstaand tabel de bedragen.

In de mei circulaire 2017 heeft het rijk aangegeven dat de voorgenomen overheveling per 2018 van de integratie-uitkering sociaal domein naar de algemene uitkering is uitgesteld. Volgens het rijk kan de overheveling op zijn vroegst in 2019 plaatsvinden. De VNG heeft hierom verzocht omdat zij eerst goede meerjarige afspraken wil maken. Het rijk heeft hierop aangegeven dit over te willen laten aan het nieuwe kabinet.

Hoewel wij het niet helemaal kunnen inschatten bestaat bij ons wel het gevoel dat deze discussie ook wel eens een opmaat zou kunnen zijn naar een herverdeling. Voorzichtigheidshalve houden wij rekening met een mogelijke toekomstige neerwaartse bijstelling van de rijksvergoeding(en) 3 D’s  

 

rijksvergoeding 3d sociaal domein meicirculaire 2017

bedrag

verschil tov bedragen opgenomen in begroting 2017; jaarschijf 2018

bestemming

Wmo

 €    2.353.000,00

 €      167.000,00

 reserveren

jeugd

 €    3.126.000,00

 €        75.000,00

 reserveren

participatiewet

 €    2.347.000,00

 €    188.000,00

 tlv saldo

totaal

 €    7.506.000,00

 €      430.000,00

 

 

Wmo voorzieningen

 

Voor de Wmo voorzieningen ramen wij voor 2018 een bedrag van € 3.538.000,--.

In onderstaand tabel de onderverdeling van het totale budget.

 

WMO

 begroting 2018

regiotaxi openbaar vervoer

 €                         -  

Hulp bij Huishouden

 €    1.725.000,00

rolstoelvoorzieningen

 €          85.000,00

vervoersvoorzieningen Wmo, aangepaste vervoersmiddelen

 €       123.000,00

vervoersvoorzieningen Wmo, maatwerkvoorziening vervoer

 €       226.000,00

woonvoorzieningen

 €       100.000,00

nieuwe Wmo voorzieningen

 €    1.536.000,00

eigen bijdrage Wmo

 €      -300.000,00

Wmo algemeen

 €          43.000,00

totaal Wmo

 €    3.538.000,00

 

Regiotaxi openbaar vervoer.

Met de inwerkingtreding van de nieuwe maatwerkvoorziening vervoer per 1 juli 2017 is de regiotaxi als openbaar vervoersvoorziening vervallen per genoemde datum.

Voor 2018 worden dus geen kosten geraamd.

 

Huishoudelijke hulp

Voor hulp bij het huishouden ramen wij voor het jaar 2018 een budget van € 1.725.000,--.

Medio 2017 hebben wij ons beleid aangepast naar aanleiding van de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 18 mei 2016 waarin is aangegeven dat de gemeente verplicht is om maatwerk te leveren. Als gevolg hiervan hebben wij besloten tot een basispakket en in aanvulling op het basispakket een vijftal modules. De structurele extra kosten van de aanpassing, geraamd op € 300.000,--, hebben wij aan de orde gesteld bij het raadsperspectief 2018

 

Ter nadere toelichting:

  • op basis van 571 cliënten hebben wij een bedrag van € 1.385.000,-- geraamd voor de kosten van het bassipakket en een bedrag van € 340.000,-- voor de kosten van de vijf modules;
  • het totaal budget van € 1.725.000,-- kan voorts onderverdeeld worden in de kosten van zorg in natura ( € 1.592.000,--) en de kosten van PGB (€ 133.000,--);
  • in het budget is geen bedrag meer opgenomen voor de Huishoudelijke hulp Toelage (HHT) omdat de HHT in 2017 voor het laatst aan de orde was;
  • in het budget is nog geen rekening gehouden met de CAO ontwikkelingen vanaf 1 maart 2018.

 

Rolstoelvoorzieningen

De uitgaven voor rolstoelvoorzieningen ramen wij voor 2018 op € 105.000,--. Aan inkomsten uit onder meer verkoop uit depot (teruggekomen rolstoelen), ramen wij een bedrag van € 20.000,--. Per saldo dus een tekort van € 85.000,--. Dit bedrag is gelijk aan de raming in voorgaande jaren, met dien verstande dat wij in 2017 een eenmalig bedrag hebben bijgeraamd van € 143.000,--. Mede gelet op de werkelijke uitgaven in de jaren ervoor, gaan wij er vooralsnog vanuit dat deze bijraming eenmalig nodig was.

 

Vervoersvoorzieningen WMO (aangepaste vervoersmiddelen)

Betreft uitgaven voor scootmobielen, aanpassingen auto’s, aangepaste fietsen e.d.

De uitgaven ramen wij op € 135.000,--. Aan inkomsten uit onder meer verkoop uit depot ( teruggekomen scootmobielen e.d.), ramen wij een bedrag van € 12.000,--.Per saldo dus een tekort van € 123.000,--. Dit bedrag is gelijk aan de raming in voorgaande jaren, met dien verstande dat wij in 2017 een eenmalig bedrag hebben bij geraamd van € 24.000,--. Mede gelet op de werkelijke uitgaven in de jaren ervoor, gaan wij er vooralsnog vanuit dat deze bijraming eenmalig nodig was.

 

WMO maatwerkvoorziening vervoer.

Dit betreft de opvolger van de regiotaxi Wmo. Als voorziening is de maatwerkvoorziening vervoer Wmo goedkoper dan de regiotaxi. Omdat de verwachting is dat van de nieuwe maatwerkvoorziening meer mensen gebruik van gaan maken dan van de regiotaxi en we ook nog te maken hebben met implementatiekosten ramen wij het budget voor 2018 op hetzelfde niveau als het budget voor de regiotaxi; in casu € 226.000,--.

Voor de kosten van regiotaxi Wmo ontvingen wij een subsidie van de provincie van € 38.000,--. Deze subsidie is voor 2018 niet meer aan de orde. Per saldo hebben we dan ook te maken met een nadeel van € 38.000,--,

 

Woonvoorzieningen

De uitgaven voor woonvoorzieningen ramen wij voor 2018 op € 105.000,--. Aan inkomsten uit onder meer verkoop uit depot (teruggekomen trapliften e.d. ramen wij een bedrag van € 5.000,--. Per saldo dus een tekort van € 100.000,--. Dit bedrag is gelijk aan de raming in voorgaande jaren, met dien verstande dat wij in 2017 een eenmalig bedrag hebben bijgeraamd van € 45.000,--. Mede gelet op de werkelijke uitgaven in de jaren ervoor, gaan wij er vooralsnog vanuit dat deze bijraming eenmalig nodig was

 

Nieuwe WMO voorzieningen (op basis van wetgeving van 2015)

De nieuwe WMO voorzieningen bestaan vooral uit ondersteuning maatschappelijk leven (dagbesteding) en ondersteuning zelfstandig leven (individuele begeleiding), vervoer, kortdurend verblijf, voorziening i.v.m. zintuigelijke beperkingen, persoonlijke verzorging 18 plus, begeleid wonen en opvang en inloopfunctie GGZ, cliëntondersteuning en compensatie bovenmatige ziektekosten. De individuele voorzieningen worden veelal geleverd door zorg in natura of door het beschikbaar stellen van een persoonsgebonden budget ( PGB). Het beschikbaar stellen van de PGB verloopt via de Sociale Verzekeringsbank (SVB).Voor de kosten van de nieuwe Wmo voorzieningen ramen wij voor 2018 een bedrag van € 1.536.000,-

Ter toelichting op dit bedrag:

  • het bedrag is gebaseerd op de werkelijke kosten over het jaar 2016 van € 1.486.000,-- en een stijging van € 25.000,-- per jaar in verband met demografische ontwikkelingen; waarmee het budget uitkomt op € 1.487.000,-- + € 25.000,-- (2017) + € 25.000,-- (2018) = € 1.536.000,-
  • het bedrag kan onderverdeeld worden in de kosten voor zorg in natura ( € 1.421.000,--) en kosten van PGB (€ 115.000,--);
  • met ingang van 2018 is het budget voor de kosten van compensatie bovenmatige ziektekosten (€ 220.000,--) overgeheveld naar het budget voor minimabeleid en het budget voor cliënt ondersteuning ( € 132.000,--) overgeheveld naar het budget voor vrij toegankelijke voorzieningen. Deze bedragen maken dus geen onderdeel uit van het totale budget voor de nieuwe Wmo voorzieningen van € 1.536.000,--

 

Eigen bijdrage WMO voorzieningen

Voor de Wmo voorzieningen geldt een eigen bijdrage regeling. De eigen bijdrage is afhankelijk van het inkomen, het vermogen, het type voorziening en de vraag of er van meerdere voorzieningen gebruik van wordt gemaakt. De eigen bijdrage wordt geïnd door het CAK en is qua hoogte wettelijk gemaximaliseerd. De eigen bijdrage regeling is met ingang van 2017 gewijzigd ten gunste van de cliënt. Mede op basis van de tussentijdse cijfers over 2017 verlagen wij de geraamde opbrengst van

€ 380.000,-- naar € 300.000,--.

 

WMO algemeen

Onder WMO algemeen worden de kosten verantwoord van:

  • vergoeding adviesorgaan sociaal domein: € 10.000,--
  • diverse abonnementen en onderzoeken € 18.500,--
  • de kosten van cliënttevredenheidsonderzoek € 8.000,--
  • de structurele kosten van de sociale kaart van € 6.000,--

 

In totaal bedraagt daarmee het budget voor 2018  afgerond € 43.000,--

Ten opzichte van de begroting 2017 betekent dit een stijging van € 18.000,--. De stijging wordt veroorzaakt doordat de kosten van het klanttevredenheidsonderzoek en de sociale kaart nog niet verwerkt waren in de begroting

 

Jeugd

Voor de uitvoering van taken op gebied van jeugdbeleid ramen wij voor 2018 een totaal bedrag van € 2.383.000,--. De onderverdeling van dit bedrag is als volgt:

 

Jeugd

 begroting 2018

Leerplicht/RMC

 €          35.000,00

Kinderopvang/buitenschoolse opvang

 €          77.000,00

Centrum Jeugd en Gezin

 €          91.000,00

Jeugd nieuw

 €    2.180.000,00

totaal jeugd

 €    2.383.000,00

 

Leerplicht/RMC

De uitvoering van de leerlichtwet hebben wij uitbesteed aan de gemeente Almelo. Voor de kosten van de leerplicht ramen wij een bedrag van  afgerond € 35.000,--

 

Kinderopvang/buitenschoolse opvang

Op deze post worden de volgende uitgaven en inkomsten verantwoord:

  • de kosten van toezicht op en handhaving van de regels voor kinderdagverblijven, gastouderbureaus e.d. voor een bedrag van € 33.000,--
  • de kosten van extra begeleiding van peuters voor een bedrag van € 94.000,--

Dit bedrag is een samenvoeging van 2 bedragen:

    • Een bedrag van € 30.000 van het voormalige peuterspeelzaalwerk
    • Het overige del van dit budget heeft betrekking op OAB (Onderwijs Achterstanden Beleid). Deze middelen worden ingezet voor VVE (Voor- en Vroegschoolse Educatie).
  • de rijksvergoeding voor de kosten van het onderwijsachterstandsbeleid voor een bedrag van € 50.000,--.

Per saldo bedraagt het budget daarmee voor 2018 € 77.000,--

 

Centrum Jeugd en Gezin

Voor de kosten van Centrum Jeugd en Gezin ramen wij voor 2018 een budget van € 91.000. Dit  budget is gelijk aan voorgaande jaren en is bedoeld voor SchoolMaatschappelijk Werk, Loes en signaleringsfunctie.  

 

Jeugd nieuw

Met ingang van 2015 heeft de gemeente vanuit de decentralisaties van taken uit het sociaal domein de verantwoordelijkheid gekregen voor de jeugdzorg. Hiertoe behoren onder andere de volgende voorzieningen: ondersteuning maatschappelijke deelname (dagbesteding), ondersteuning zelfstandig leven (begeleiding), AMK, kortdurend verblijf, vervoer, persoonlijke verzorging tot 18 jaar, intramurale opvang, individuele behandeling, groepsbehandeling, ambulante jeugdhulp, pleegzorg, jeugdzorgplus, generalistische GGZ, specialistische GGZ, dyslexie, gesloten jeugdzorg, jeugdbescherming en jeugdreclassering. De voorzieningen worden geleverd door zorg in natura of door het beschikbaar stellen van een PGB. Het beschikbaar stellen van de PGB verloopt via de sociale verzekeringsbank (SVB). Voor de voorzieningen voor de jeugdzorg geldt geen eigen bijdrage. Dit is wettelijk bepaald.

Voor de kosten van jeugd nieuw ramen wij voor 2018 een totaal bedrag van € 2.180.000,--

Ter toelichting op dit bedrag:

  • de kosten zijn gebaseerd op basis van de werkelijke uitgaven 2016;
  • de subsidie aan veilig thuis (€ 104.000,--) en de bijdrage aan OZJT regio Twente (€ 148.000,--) maken onderdeel uit van het budget
  • voor het overige betreft het kosten van maatwerkvoorzieningen die verstrekt worden via zorg in natura ( € 1.615.000,--) en PGB ( € 313.000,--). Deze bedragen zijn gebaseerd op de werkelijke uitgaven 2016

 

Participatiewet

De Participatiewet bestaat uit de volgende onderdelen:

  • sociale werkvoorziening;
  • BUIG /uitkeringen WWB, IOAW en IOAZ;
  • Bijstandsbesluit Zelfstandigen(BBZ);
  • minimabeleid
  • doelgroepenbeleid;
  • uitvoeringskosten

 

Voor 2018 is voor de uitvoering van de participatiewet een budget nodig van € 4.030.000,--.

In onderstaand tabel de onderverdeling:

 

Participatiewet

 begroting 2018

 sociale werkvoorziening

 €    2.511.000,00

 BUIG/uitkeringen bijstand

 €       141.000,00

 BBZ

 €          13.000,00

 Minimabeleid

 €       605.000,00

 Participatie en re-integratie

 €       179.000,00

 uitvoeringskosten participatie

 €          63.000,00

 totaal participatiewet

 €    3.512.000,00

 

Sociale werkvoorziening

De kosten van de sociale werkvoorziening ramen wij voor 2018 op afgerond € 2.511.000,--

De kosten bestaan uit:

  • het doorsluizen van de rijksvergoeding per arbeidsjaar (AJ) aan Soweco. Het betreft een bedrag van € 24.292,-- per AJ en een geprognotiseerd gemiddeld aantal AJ’s van 80,78; hetgeen uitkomt op een bedrag van afgerond € 1.962.000,--
  • het aandeel van Tubbergen in het exploitatietekort van Soweco; geraamd op een bedrag van € 462.000,-- (aandeel Tubbergen in exploitatiekort is circa 8%)
  • een bijdrage in het exploitatiekort van SWB Hengelo voor een bedrag van afgerond € 4.000,--
  • een bijdrage van € 83.000,-- voor de kosten van begeleiding van 4,14 fte die onder de regeling van de sociale werkvoorziening vallen en werkzaam zijn in het bedrijfsleven

 

BUIG / Uitkeringen WWB, IOAW en IOAZ.

Voor 2018 gaan wij uit van een gemiddeld aantal bijstandscliënten van 135. De gemiddelde uitkeringslast per cliënt ramen wij op € 14.480,--. Op basis hiervan ramen wij de uitkeringsuitgaven voor 2018 op afgerond € 1.955.000,--.

Naast de kosten van de uitkeringen ramen wij een bedrag van afgerond € 86.000,-- voor loonkostensubsidie. Dit betreft onder andere de loonkostensubsidie voor vier mensen die onder de Regeling Wet Inschakeling Werkzoekenden (WIW) vallen.De kosten van de uitkeringen van de WWB, de IOAZ, de IOAW, de kosten van levensonderhoud voor startende ondernemers en de loonkostensubsidie worden (deels) via het rijk vergoed via de zogenaamde BUIG uitkering. Deze uitkering die voor Tubbergen voor ongeveer de helft bestaat uit objectieve verdeelmaatstaven en voor de helft uit historische maatstaven ( aantal daadwerkelijke uitkeringen uit het jaar x -2) ramen wij op een bedrag van € 1.900.000,--

Per saldo leidt dit tot een tekort op de BUIG van € 141.000,--. Ten opzichte van de bijgestelde begroting 2017 is dit een aanzienlijke verlaging. Deze verlaging wordt vooral veroorzaakt door een verwachte daling van het aantal bijstand cliënten. Voor 2017 gaan wij uit van een gemiddelde van 140 bijstand cliënten, voor 2018 verwachten wij op een gemiddelde uit te komen van 135. Deze daling moet het resultaat zijn van het arbeidsmarktbeleid 2.0 en andere extra inzet op re-integratie en participatie.

 

Bijstandsbesluit Zelfstandigen(BBZ)

Zelfstandigen die (tijdelijk) in financiële problemen komen, kunnen een beroep doen op de BBZ.

Afhankelijk van de situatie wordt een lening verstrekt en/of een uitkering.

De lening moet in principe terugbetaald worden. De kosten van uitkeringen worden voor 75% vergoed door het rijk. Evenals voorgaande jaren gaan wij per saldo uit van een tekort van € 13.000,-- op de BBZ.

 

Minimabeleid.

Voor de kosten van minimabeleid trekken wij voor 2018 een bedrag uit van € 605.000,--.

Dit bedrag, dat gelijk is aan het begrote bedrag voor 2017, is als volgt opgebouwd:

  • een bedrag van € 215.000,-- voor bijzondere bijstand (waaronder individuele inkomenstoeslag, hulpfonds, bijdragen tbv kinderopvang en studiefinanciering)
  • een bedrag van € 63.000,-- voor de kosten van de Stadsbank;
  • een budget van € 220.000,-- voor de kosten van compensatie bovenmatige ziektekosten
  • een budget van € 14.000,-- voor kind pakketten
  • coördinator armoedebestrijding € 40.000,--
  • een budget van eveneens € 53.000,-- voor extra bestrijding van armoede onder kinderen; een en ander op basis van de rijksvergoeding zoals die met de december 2016 circulaire beschikbaar is gesteld met dien verstande dat met de meicirculaire 2017 het bedrag met € 1.000,-- naar beneden is bijgesteld.

 

Participatie en re-integratie

Op deze post worden de volgende kosten verantwoord:

  • een gedeelte van de salariskosten van vier personen die bij de gemeente op de salarislijst staan en onder de regeling Wet Inschakeling Werkzoekenden (WIW) vallen. De betreffende personen zijn voor een bepaald percentage arbeidsgeschikt. Gerelateerd aan dit percentage wordt een deel van de salariskosten op deze post verantwoord. Dit betreft een bedrag van € 55.000,--. Het deel van de salariskosten, dat gerelateerd is aan de mate van arbeidsongeschiktheid wordt verantwoord onder de kosten van BUIG
  • de inleenvergoeding voor de betreffende personen. Via een detacheringsovereenkomst zijn de WIW-ers werkzaam bij andere organisaties die hiervoor een zogenaamde inleenvergoeding betalen. Dit betreft een bedrag van € 33.000,--
  • een bedrag van € 157.000,-- voor loonkosten subsidie voor onder andere mensen die voorheen onder de regeling WSW of de Wajong zouden vallen, maar met de inwerking treding van de Participatiewet via de gemeente een plek moeten vinden op de arbeidsmarkt

Per saldo bedragen de netto kosten € 179.000,--. Dit bedrag is gelijk aan het bedrag in de begroting 2017.

 

Uitvoeringskosten Participatie

Voor de uitvoeringskosten van de participatiewet ramen wij voor 2018 een budget van € 63.000,--

Dit budget is als volgt onderverdeeld:

  • een bedrag van € 10.000,-- voor de kosten van sociale recherche (uitbesteed aan Almelo)
  • een bedrag van € 35.000,-- voor de kosten van ROZ Hengelo. ROZ Hengelo verzorgt de adviezen voor de uitvoering van de BBZ;
  • een bedrag van € 2.000,-- voor de kosten van de adviesraad voor de participatie
  • een bedrag van € 16.000,-- voor abonnementen en lidmaatschap belangenorganisaties

    waaronder Divosa.

 

Ten opzichte van de begroting 2017 is er sprake van een stijging van € 5.000,--. Deze stijging heeft

betrekking op kosten van abonnementen

 

Sociale basisondersteuning

Onder sociale basisondersteuning verstaan wij  voorzieningen op het gebied van onderwijs, kunst en cultuur, sport, welzijn, gezondheid, multifunctionele accommodaties en dorpsraden.

In totaal ramen wij voor 2018 een bedrag van € 3.227.000,--.

In onderstaand tabel een specificatie van dit bedrag.

 

sociale basisondersteuning

begroting 2018

onderwijs

 €    1.027.000,00

kunst en cultuur

 €       456.000,00

sport

 €       123.000,00

welzijn

 €       161.000,00

volksgezondheid

 €       684.000,00

heroriëntatie vrij toegankelijke voorzieningen

 €       776.000,00

totaal

 €    3.227.000,00

 

Onderwijs

Voor de onderwijstaken (lokale onderwijstaken, huisvesting en inrichting en leerlingenvervoer) ramen wij voor 2018 een totaal bedrag van € 1.027.000,--. Dit bedrag is als volgt opgebouwd:

  • lokale onderwijstaken: een bedrag van € 2.500,-- voor de twee jaarlijkse techniekdag in de oneven jaren;
  • huisvesting en inrichting onderwijs een bedrag van € 510.000,--. Dit bedrag is als volgt opgebouwd. Een bedrag van € 107.000,-- voor de vergoeding aan eigenaren van binnensportaccommodaties voor het gebruik voor het gymnastiekonderwijs, een bedrag van € 32.000,-- als stelpost kapitaallasten voor nieuwe investeringen en een bedrag van € 371.000,-- voor kapitaallasten van gedane investeringen. I
  • voor leerlingenvervoer gaan wij, evenals voor de begroting 2017, uit van een netto bedrag van € 514.000,--. Aan vervoerskosten ramen wij een bedrag van € 520.000,--. Aan bijdragen van ouders wordt een bedrag geraamd van € 6.000,--

 

Kunst en Cultuur

Voor kunst en cultuur is voor 2018 een bedrag nodig van € 456.000,--. Dit bedrag is als volgt opgebouwd

  • een bedrag van € 350.000,-- voor de  kosten van de bibliotheek;
  • een bedrag van €  99.000,-- voor subsidie voor de muziekfederatie;
  • een netto bedrag van € 5.000,-- voor cultuur aan de basis ( € 12.000,-- uitgaven € 7.000,-- provinciale subsidie);
  • een bedrag van € 2.500,-- voor aanschaf glaskunst en overige uitgaven

 

Sport

In totaal is nodig een bedrag van € 123.000,--.

Dit bedrag is bestemd voor:

  • subsidies voor de buursportcoach voor een bedrag van € 105.000,--; gerelateerd aan de rijksvergoeding via de algemeen uitkering uit het Gemeentefonds
  • lidmaatschap VSG € 1.500,--
  • kapitaallasten € 16.000,--

 

Voor diverse (waarderings-) subsidies aan welzijns-; kunst en cultuur- en sportverenigingen, dorpsraden en multifunctionele accommodaties en de WA verzekering voor de vrijwilligers ramen wij voor 2018 een bedrag van € 161.000,--. Dit bedrag is gelijk aan het begrote bedrag 2017.

 

Volksgezondheid

Een groot deel van onze taak voor de volksgezondheid hebben wij ondergebracht bij de regio Twente. Hiervoor ramen wij voor 2018 een bedrag van € 679.000,--. Daarnaast is een bedrag nodig van € 4.500,-- voor afkoopsom ambulance Oost. Het jaar 2018 is het laatste jaar van de afkoopsom

 

Heroriëntatie vrij toegankelijke Voorzieningen

Voor dit onderdeel ramen wij evenals 2017 een bedrag van € 776.000,--

Het  budget wordt ingezet voor onder meer mantelzorg, gezonde leefstijl, vrijwillige inzet en burgerkracht en meedoen aan de samenleving door  kwetsbare mensen.

De vrije toegankelijke voorzieningen hebben als doel om de zelfredzaamheid van de inwoners te bevorderen en de samenwerking tussen inwoners en professionele organisaties te verbeteren.

 

Stimuleringsfonds Sociaal domein

Voor het stimuleringsfonds sociaal domein is in twee stappen een totaal budget beschikbaar gesteld van € 200.000,--. Tot en met september 2017 is hiervan uitgegeven een bedrag van € 130.000,--. Daarnaast zijn er nog een aantal aanvragen in behandeling. Voorstel is het fonds aan te vullen met € 150.000. Zie hiervoor de paragraaf nieuw beleid / intensivering van beleid.

 

Rijksvergoedingen sociaal domein

 

Algemeen

De kosten van het sociaal domein worden op verschillende manieren vergoedt door het rijk.

Via de algemene uitkering uit het gemeentefonds via compensatie plaats voor een aantal kosten. Deels is de vergoeding van het rijk specifiek te herleiden (bijvoorbeeld de vergoeding voor de buurtsportcoach of de vergoeding voor de zogenaamde oude WMO taken) en deels is de vergoeding niet specifiek te herleiden. Dit betreft bijvoorbeeld de kosten van de verschillende subsidies en onderwijstaken zoals leerlingenvervoer.

Naast de algemene uitkering kennen we een aantal specifieke doeluitkeringen zoals de vergoeding voor de kosten van uitkeringen via de BUIG en de vergoeding voor onderwijsachterstandsbeleid.

 

Voor de taken die de gemeente met ingang van 2015 er bij heeft gekregen gelden vooralsnog specifieke uitkeringen; dit betreft de zogenaamde drie D uitkeringen. Onderstaand worden deze vergoedingen specifiek toegelicht.

 

Rijksvergoeding nieuwe WMO taken

Deze vergoeding, die is gebaseerd op objectieve verdeelmaatstaven, is middels de meicirculaire 2017 voor de komende jaren vastgesteld op onderstaande bedragen. Daarbij hebben wij voorts aangegeven met welke bedragen wij in de meerjarenbegroting 2017 en verder rekening hebben gehouden.

 

WMO 2015

 

 

 

 

Tubbergen

jaar 2018

jaar 2019

jaar 2020

jaar 2021

meicirculaire 2017 WMO 2015; rijksvergoeding

  2.352.878

  2.326.269

  2.336.554

  2.332.748

gemeentebegroting 2017, Wmo 2015, rijksvergoeding

2.186.194

2.160.193

2.154.923

2.151.189

verschil

     166.684

     166.076

     181.631

     181.559

 

Een en ander betekent dus een aanzienlijke stijging. Mede omdat de financiële effecten van een aantal ontwikkelingen binnen het sociaal domein nog niet duidelijk zijn, zoals de financiële effecten van het nieuwe inkoopmodel maar ook de effecten van de te verwachten cao stijging in de zorg,  stellen wij voor om de extra rijksvergoeding niet in te zetten als dekkingsmiddelen maar te reserveren als stelpost voor deze ontwikkelingen.

 

Rijksvergoeding nieuwe taken jeugd.

Ook de rijksvergoeding voor de nieuwe taken op gebied van jeugdzorg is vastgesteld op basis van objectieve verdeelmaatstaven; met dien verstande dat er in 2018 en 2019 nog een correctie plaats vindt in verband met de overgang van het historisch model naar het objectieve model. Een vergelijking van de bedragen op basis van de meicirculaire 2017 en de bedragen die wij in de meerjarenbegroting 2017 en verder opgenomen hebben levert het volgende beeld op:

 

JEUGD

 

 

 

 

Tubbergen

 

 

 

 

 

jaar 2018

jaar 2019

jaar 2020

jaar 2021

meicirculaire 2017 jeugd, rijksvergoeding

  3.125.861

  3.165.182

  3.292.825

  3.311.089

gemeentebegroting 2017, jeugd rijksvergoeding

3.050.739

3.090.059

3.194.784

3.213.058

verschil

       75.122

       75.123

       98.041

       98.031

 

Gelijk aan het voorstel met betrekking tot de extra bedragen voor de WMO vergoeding stellen wij ook hier voor om de extra bedragen als stelpost te parkeren. Ook voor het onderdeel jeugd wordt namelijk gewerkt aan het nieuwe inkoopmodel en spelen ook de cao ontwikkelingen een rol.

 

Rijksvergoeding Participatiewet.

De rijksvergoeding voor de participatiewet is bestemd voor de dekking van de kosten van de sociale werkvoorziening, en de kosten van participatie en re-integratie van oude en nieuwe doelgroepen. Ongeveer 95% van het budget heeft betrekking op de vergoeding voor de sociale werkvoorziening. Deze vergoeding is gebaseerd op een bedrag per arbeidsjaar en het aantal arbeidsjaren, waarbij het aantal arbeidsjaren gerelateerd is aan het aantal fte.

De vergoeding voor de sociale werkvoorziening loopt af doordat enerzijds er geen instroom meer is van personeel en alleen maar uitstroom (het rijk gaat uit van een gemiddeld uitstroom van 6% per jaar) en daarnaast een daling van de rijksvergoeding per arbeidsjaar van € 24.292,-- voor 2018, € 23.838,-- voor 2019 en  € 23.315,-- voor 2020. In 2021 stijgt de bijdrage weer naar € 23.716,--

 Anders dan bij de 3 D uitkering voor WMO en Jeugd, ramen wij voor de participatiewet wel de reële inkomsten.

Een vergelijking van de bedragen op basis van de meicirculaire 2017 en de bedragen die wij in de meerjarenbegroting 2017, jaarschijf 2018  en verder opgenomen hebben, levert het volgende beeld op:

 

PARTICIPATIE

 

 

 

 

Tubbergen

jaar 2018

jaar 2019

jaar 2020

jaar 2021

meicirculaire 2017 participatie; rijksvergoeding

2.347.255

2.198.462

2.013.720

1.976.155

gemeentebegroting 2017 , participatie, rijksvergoeding

2.159.468

1.999.613

1.824.704

1.790.725

verschil

187.787

198.849

189.016

185.430

 

Stelpost vluchtelingen

Vanaf 2015 hebben we te maken gehad met een toename van het aantal vergunninghouders. Ze zijn er in 2016 52 en over het eerste halfjaar 2017 18 vergunninghouders (inclusief na reizigers) gehuisvest in de gemeente Tubbergen. Vanaf het moment van de toename van de instroom heeft de gemeente Tubbergen zich op het standpunt gesteld om vergunninghouders zo snel en ze goed mogelijk te laten integreren in onze gemeente. Dus niet alleen bieden van (tijdelijk) onderdak maar daadwerkelijk werk maken van de integratie: vergunninghouders zo snel mogelijk zelfstandig en volwaardig en gezond laten meedoen, werken of naar school gaan en in de maatschappij hun bijdrage leveren aan de Tubbergse samenleving. “Blijven is meedoen.”

De toestroom van vergunninghouders in de afgelopen jaren heeft geleid tot meer druk op een aantal gemeentelijke voorzieningen.  Het heeft onder andere geleid tot een toename van:

  • het aantal bijstandsuitkeringen;
  • het beroep op de bijzondere bijstand
  • het gebruik van de voorzieningen Jeugdhulp en WMO;
  • gebruik van speciaal onderwijs en gebruik van leerlingenvervoer;
  • multiproblematiek bij gezinnen met oorlogstrauma’s;

 

In 2018 werken we vanuit een gezamenlijke benadering, samen met onze partners aan een integrale aanpak met als doel de vergunninghouders zo snel mogelijk in staat te stellen een volwaardig lid  van de Nederlandse samenleving te zijn, die zelfredzaam is.

Deze gezamenlijke benadering hebben we eind 2017 met elkaar afgesproken. Daarbij gaan we uit van een maatschappelijk kader waarin een groot aantal effecten benoemd zijn en geadresseerd zijn. Met andere woorden, wij hebben met onze partners afspraken gemaakt over wie bijdraagt aan het te bereiken effect.  In de eerste plaats heeft de gemeente de taak om te zorgen dat de mensen hier kunnen wonen en in hun eerste levensbehoeften kunnen voorzien. Ook willen we hen de weg helpen wijzen in de Nederlandse samenleving. Wanneer men ook werk kan vinden, de kinderen naar regulier onderwijs kunnen en men zelfstandig een sociaal netwerk kan opbouwen wordt de zelfredzaamheid van de vergunninghouders versterkt. De inspanningen in 2018 zijn er op gericht om dit met elkaar te bereiken. Waar nodig bieden we daarbij de juiste ondersteuning.

Daarbij is ook veel aandacht voor de betrokkenheid van de samenleving en bieden ook daar de ondersteuning om dit te bevorderen.

 

Omdat deze toestroom heeft geleid tot gebruik van extra voorzieningen zoals extra gebruik basisonderwijs, kosten voor integratie, extra kosten voor participatie, bijstandsuitkeringen, bijzondere bijstand,  zorg en  speciaal onderwijs wordt ook in 2018 een stelpost geraamd om dit op te vangen binnen de begroting.

Nu de verschillende uitgaven zijn verwerkt in de reguliere budgetten en ook de compensatie van het rijk is verwerkt kan de geraamde stelpost van € 225.000 vanaf het jaar 2018 gefaseerd naar beneden worden bijgesteld. Deze gefaseerde neerwaartse bijstelling heeft te maken met de extra inzet die we willen plegen om de nieuwe inwoners zo snel en zo goed mogelijk te laten integreren in onze gemeente.

Dit betekent dat we de komende jaren de volgende bedragen beschikbaar hebben voor deze extra inzet:

2018     € 150.000

2019     €   75.000

2020     €   50.000

 

Extra taken Noaberkracht

In het raadsperspectief 2018 (inclusief 1e programmajournaal) hebben we melding gemaakt van de volgende twee extra taken die wij graag uitgevoerd zouden zien door Noaberkracht:

  • Implementatie beleid garantiebanen
  • Privacy en informatieveiligheid

Na positieve besluitvorming hierover door het bestuur van Noaberkracht is het conform de geldende afspraken over nieuwe taken noodzakelijk de bijdragen van de beide deelnemende gemeenten aan Noaberkracht te verhogen met de kosten van deze nieuwe taken.    

 

Daarnaast is op 19 september 2017 door het bestuur van Noaberkracht ingestemd met het structureel borgen van de capaciteit van de bedrijfsconsulenten.

In het programma Economische Kracht en Werk hebben we de volgende ambitie opgenomen: “ Verbeteren van de dienstverlening aan bedrijven en het stimuleren en initiëren van (nieuwe) verbindingen en  netwerken”. Om invulling te geven aan deze ambitie hebben heeft de gemeenteraad in de begroting 2016 voor een periode van drie jaar (2016,2017 en 2018) middelen beschikbaar gesteld voor het aanstellen van een bedrijfsconsulent. De rol van bedrijfsconsulent is inmiddels niet meer weg te denken uit onze aanpak om de dienstverlening ten aanzien van ondernemers en het verbeteren van het ondernemersklimaat te verbeteren. Wij stellen voor de rol van bedrijfsconsulent structureel in te vullen en ook te voorzien van structurele dekking. Geredeneerd vanuit Noaberkracht met als basis de ervaringscijfers over het jaar 2016 en de eerste maanden 2017 betekent dit een noodzakelijke formatie-uitbreiding van 48 uur. De hiermee gepaard gaande kosten ten bedrage van € 100.000 worden verdeeld over de beide deelnemenede gemeenten wat voor de gemeente Tubbergen neerkomt op een structureel bedrag van € 43.500.     

Hiertegenover staat voor het jaar 2018 een incidentele vrijval van de eerder beschikbaar gestelde tijdelijke middelen € 39.825.

 

Agenda voor Twente

Op 4 juli 2017 heeft uw raad ingestemd met het nieuwe regionaal investeringsprogramma agenda voor Twente. De meerjarige financiële gevolgen hadden we vooruitlopend op deze definitieve besluitvorming reeds in beeld gebracht bij het raadsperspectief 2018. Het daadwerkelijk doorvoeren van de meerjarige financiële gevolgen doen we nu bij de begroting 2018.

 

Algemene uitkering – uitkomsten mei-circulaire 2017

Eind mei / begin juni 2017 hebben we de “beleidsarme” meicirculaire 2017 ontvangen. Wij hebben u hier via raadsbrief 2017, nr. 25 over geïnformeerd. Ten tijde van het uitbrengen van de meicirculaire 2017 was er namelijk nog geen nieuw kabinet. Ruimtevragende plannen als klimaat en defensie worden op zijn vroegst verwerkt in de Miljoenennota die in september 2017 uitgekomen is. Wat dan nu  over blijft zijn mutaties als gevolg van loon- en prijsstijgingen, zowel in de algemene uitkering als het sociaal domein, en wijzigingen aangebracht in enkele bestaande decentralisatie-uitkeringen.

 

1. Taakmutatie VNG-betalingen

Omdat vanaf 2018 geen sprake meer is van rechtstreekse betalingen aan de VNG, worden bestaande reserveringen ingang van dat jaar ongedaan gemaakt. Conform de meicirculaire 2016 is voor dat doel al € 25 miljoen vrij gevallen, ofwel 2 punten UF.  Daar komt in de circulaire nog € 1,15 per inwoner (incl. UF) bij. Deze bedragen kunnen worden aangewend  ter dekking van het Fonds Gemeentelijke Uitvoering dat de VNG in het leven gaat roepen. Een zogenaamd budgettair neutrale operatie.

2. Wijzigingen in Decentralisatie uitkeringen

 

In deze meicirculaire 2017 vindt er voor de gemeente Tubbergen inzake de Decentralisatie uitkering Armoedebestrijding kinderen vanaf 2018 structureel een correctie plaats op het beschikbaar gestelde budget in 2017. Het budgettair verschil tussen deze meicirculaire 2017  en de voorgaande decembercirculaire 2016 is als volgt:

 

Bedragen x € 1.000

gemeente Tubbergen

2018

2019

2020

2021

1.Verschil meicirculaire 2017 en decembercirculaire 2016 veroorzaakt door mutaties in accres en hoeveelheidsverschillen

+748

+909

+973

+1.047

2. Taakmutatie: Beëindigen betalingen derden -> start Fonds Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (VNG)

-24

-27

-28

-28

3. Decentralisatie uitkering -> Armoedebestrijding kinderen

1

1

1

1

Budgettair effect ten gunste van de algemene middelen

+725

+883

+946

+1.020

 

3. Sociaal Domein

De voorgenomen overheveling per 2018 van de integratie-uitkering sociaal domein naar de algemene uitkering is uitgesteld. De overheveling kan op zijn vroegst in 2019 plaatsvinden.

De macrobudgetten zijn ten opzichte van de septembercirculaire 2016 gewijzigd. De belangrijkste mutaties zijn:

  • De loon- en prijsbijstelling 2017 bedraagt € 190 miljoen (WMO € 70 miljoen, Jeugd € 70 miljoen, participatie € 50 miljoen. Daarnaast nog € 25 miljoen voor WMO 2007 (met name huishoudelijke hulp). Alle bedragen werken structureel door.
  • Uitkering groeiruimte (volumeontwikkeling) 2018. Voor WMO 2015 ad € 44 miljoen en voor WMO 2007 € 16 miljoen met ingang van 2018.
  • Correctie uitname herinstromers Wlz  € 30 miljoen met ingang van 2017.
  • Extramuralisering 2018 € 35 miljoen met ingang van 2018.
  • Kinderen met somatische aandoeningen, een uitname van € 13 miljoen met ingang van 2018.

 

Hoewel besloten is om de kaasstolp binnen het Sociaal Domein los te laten, waardoor de middelen dus vrij besteedbare middelen zijn, is hierboven te lezen dat de mutaties in deze meicirculaire 2017 voornamelijk te wijten zijn aan loon- en prijsbijstellingen binnen het Sociaal Domein. Wij achten het raadzaam om naast de verhoging van de inkomstenramingen ook aan de lastenzijde meer te ramen voor lonen en prijzen. Het financiële beeld zou er dan als volgt uit komen te zien:

 

 

gemeente Tubbergen

2018

2019

2020

2021

Budgettair effect ten gunste van de algemene middelen

+725

+883

+946

+1.020

4. Mutaties binnen Sociaal Domein:

 

 

 

 

WMO (met name huishoudelijke hulp)

-43

-43

-43

-44

Decentralisatie AWBZ naar WMO

-167

-166

-182

-182

Decentralisatie Jeugdzorg

-75

-75

-98

-98

Decentralisatie Participatiewet

-188

-199

-189

-185

Budgettair effect incl. mutaties SD

+252

+400

+434

+511

 

Loon- en prijsstijgingen

Zoals hierboven vermeld is het accres gestegen als zijnde het effect van hogere loon- en prijsontwikkeling op de rijksbegroting alsmede een compensatie voor gestegen pensioenpremies ABP.

De huidige CAO voor gemeenten kent een looptijd tot 1 mei 2017. Nieuwe informatie is op dit moment nog niet bekend, maar bij de recent gesloten CAO voor provincies, die als richtinggevend gezien zou kunnen worden, stijgen de salarissen per 1 juli 2017 met 2,0%,  kent september 2017 een eenmalige uitkering van € 500 bruto en stijgen de salarissen per 1 januari 2018 opnieuw met 1,3%.

Een structurele loonstijging van 1% is reeds meerjarig verwerkt in onze gemeentelijke begroting. Echter bovenstaande informatie zou een extra stijging van ongeveer 2% betekenen. Indicatief zou dit € 175.000 aan structurele meerkosten  betekenen voor Tubbergen.

Voor prijsstijgingen wordt geadviseerd de prijsontwikkeling van het bruto binnenlands product als leidraad te nemen. In de meicirculaire 2017 is hiervoor gemiddeld 1,5% stijging per jaar aangegeven. Echter in de begroting van de gemeente Tubbergen is meerjarig gezien geen rekening gehouden met een indexatie van de prijzen. Wij achten het verstandig om, gezien de informatie uit de meicirculaire 2017 over de toekomstige prijsontwikkelingen, met ingang van 2018 toch een prijsstijging te gaan ramen. Indicatief zou dit 1,5% stijging voor 2018  betekenen (€ 75.000) en meerjarig 1% stijging (€ 50.000).

Het is dus evident dat de hogere accressen niet alleen ter dekking van nieuw beleid zullen dienen. Bij deze meicirculaire 2017 is het van belang aan de lastenzijde ook meer te ramen voor lonen en prijzen. Dit betekent de onderstaande prognose van het budgettaire effect:

 

gemeente Tubbergen

2018

2019

2020

2021

Budgettair effect incl. mutaties SD

+252

+400

+434

+511

Loonstijgingen

-175

-175

-175

-175

Prijsstijgingen

-75

-125

-175

-225

Budgettair effect incl. loon- en prijsstijgingen

+2

+100

+84

+111

 

Kapitaallasten en doorberekende overhead

Het totaal aan kapitaallasten en doorberekende overhead laat een voordeel zien ten opzichte van de meerjarenbegroting zoals opgenomen in de begroting 2017.

 

Onroerende zaak belasting

Een hogere groei van het aantal woonruimten (areaal) samen met het feit dat de meerjarige indexering niet geheel was verwerkt in de meerjarenbegroting maakt dat er met ingang van het jaar 2018 sprake is van een meerjarige structurele meevaller.

 

Dividend Twence

In de Algemene Vergadering van Aandeelhouders van 8 december 2016 is het tarieven- en dividendbeleid voor de periode 2018-2022 vastgesteld. Medio 2017 zijn de gemeenten geïnformeerd  over de toekomstige winstverwachting en daarbij aansluiting gezocht bij het, op 8 december 2016 vastgestelde tarieven- en dividendbeleid. In grote lijnen komt dit beleid er op naar dat tenminste 40% van de jaarlijkse winst wordt uitgekeerd in de vorm van dividend. In dien de uitkeringstoets dat toestaat en aan met de banken afgesproken ratio’s kan worden voldaan, zal 50% van het resultaat worden uitgekeerd.

 

Voor het jaar 2018 (uit te keren in 2019) verwacht Twence een winst van € 7/ € 8 miljoen en in de jaren daarna ongeveer € 10 miljoen. Voorzichtigheidshalve wordt uitgegaan van een uitkering van 40% wat neerkomt op een bedrag van ongeveer € 4 miljoen aan dividend. Voor de gemeente Tubbergen kan de raming met ingang van het jaar 2019 met € 71.500 naar boven worden bijgesteld naar een structureel bedrag van € 150.000.

 

Het cultuurprofiel

Als onderdeel van Tubbergen Bruist heeft de gemeente Tubbergen een subsidie ontvangen van de provincie Overijssel voor het project cultuur in Tubbergen: Glashelder! Cultuurprofielen 2017-2020. Het betreft hier een meerjarige bijdrage van € 160.000 waar ook een stuk cofinanciering vanuit de gemeente bij hoort. Deze cofinanciering hebben wij gevonden binnen de reguliere cultuur budgetten in de begroting. Per saldo een budgettair neutrale situatie.

 

Capaciteit bouwtoezicht

Door het aantrekken van de economie is in 2016 het aantal aanvragen om een omgevingsvergunning, activiteit bouwen, fors gestegen. De verwachting is dat in 2017 deze toename gelijk blijft dan wel zal stijgen. Deze toename heeft tot gevolg dat in 2017 en mogelijk de jaren daarna meer controles moeten worden uitgevoerd. Deze controles kunnen met de huidige capaciteit niet worden uitgevoerd.

Per 1 januari 2018 gaat de Omgevingsdienst Twente starten. Het is op dit moment nog niet duidelijk hoe de invulling van deze organisatie exact zal zijn. De omvang en aard van de werkzaamheden die bij de Omgevingsdienst moeten worden ondergebracht is nog niet geheel duidelijk. Daarom   heeft het voorkeur om tijdelijk capaciteit in te huren en de vacature tijdelijk in te vullen. Hierdoor kunnen we indien nodig anticiperen op basis van de definitieve vorm (omvang) van de Omgevingsdienst Twente. Ongeacht deze ontwikkelingen is het noodzakelijk de ontstane vacature na de tijdelijke periode vast in te vullen.

 

Advieskosten

Door een piek in de aanvragen voor een omgevingsvergunning zijn ook de bijbehorende advieskosten voor beoordeling van de omgevingskwaliteit toegenomen. Wij verwachten over het jaar 2018 een bedrag van € 15.000 extra benodigd te zijn.

 

Leges omgevingsvergunningen

Door een piek in de toename van de nieuwbouw-woningen zijn de aantallen verleende omgevingsvergunning fors toegenomen. Dit heeft een doorwerking op de inkomsten welke positiever zijn dan begroot. 

Het betreft hier een inhaalslag op de woningbouwmarkt welke zich in 2016 heeft ingezet en waarvan wij verwachtten dat deze zich ook in 2018 zal voortzetten.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen de aangegeven en toegelichte mutaties op basis van bestaand beleid en deze te verwerken in het herzien meerjarige saldo

 

Hiermee rekening houdend ontstaat het volgende herzien meerjarige saldo

 

Herzien meerjarig saldo

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Herzien meerjarig saldo raadsperspectief 2018

0

0

473

393

340

211

Totaal mutaties

800

-800

-351

245

165

217

Herzien meerjarig saldo na mutaties

800

-800

122

638

505

428

Specifieke Mutaties

Specifieke Mutaties

3. Specifieke mutaties

In deze paragraaf staan we stil bij zaken die niet in alle gevallen financiële consequenties hebben voor het meerjarige saldo, maar die gezien de politiek bestuurlijk impact wel de nodige toelichting behoeven. Achtereenvolgens staan we stil bij de volgende zaken:

  • Omgevingsdienst Twente (ODT)
  • Stelpost loon- en prijscompensatie 3D’s
  • Stelpost looncompensatie
  • Stelpost prijscompensatie
  • Stelpost volumeaanpassing
  • Lokale lasten
  • Afval
  • Riool

 

Omgevingsdienst Twente

Middels raadsbrief 2017 nr. 38 van 29 september is de gemeenteraad geïnformeerd over de laatste stand van zaken betreffende de ODT.

In financiële zin blijven wij uitgaan van de indicatieve meerkosten zoals we die hebben opgenomen in de perspectiefnota 2018 met dien verstande dat de geraamde lasten voor het jaar 2018 zijn komen te vervallen. Wel hebben we in 2018 te maken met een bijdrage in de transitiekosten van € 10.000.

In deze berekening van de indicatieve meerkosten gaan we naast een bijdrage aan het ODT ook uit van de verwachting dat een aantal taken bij de gemeente achterblijft en dus kosten met zich meebrengt.

 

Stelpost loon- en prijscompensatie 3 D’s

Wij hebben u middels een raadsbrief op de hoogte gesteld van de (financiële) gevolgen van de meicirculaire 2017. Daarin heeft u kunnen lezen dat wij het raadzaam achten om de hogere rijksvergoedingen die we ontvangen voor de drie D’s in eerste instantie te reserveren voor te verwachten loon- en prijsstijgingen. Tegelijkertijd hebben wij u medegedeeld dat we een en ander zullen betrekken bij het opstellen van de begroting 2018 en dat doen we dus nu.

 

Stelpost loon- en prijscompensatie 3D's

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Beschikbare stelpost

 

 

473

483

512

509

Bestemmingen

 

 

-242

-241

-280

-280

 - nieuw inkoopmodel maatwerkvoorziening WMO

 

 

 

 

 

 

 - nieuw inkoopmodel maatwerkvoorziening jeugd

 

 

 

 

 

 

 - maatwerkvoorziening vervoer

 

 

 

 

 

 

 - samenwerking praktijkondersteuners huisartsen

 

 

 

 

 

 

 - WMO maatwerkvoorziening begeleiding

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Saldo stelpost loon- en prijscompensatie 3D's

0

0

231

242

232

229

 

Het deel van de stelpost dat we blijven reserveren (de bestemmingen) bestaat uit de hogere rijksvergoeding voor het onderdeel WMO nieuw en jeugd en bestemmen we voor een aantal onzekerheden zoals aangegeven. Een nadere onderbouwing van deze onzekerheden treft u aan in de inhoudelijke beschrijving onder het programma ONE.

Het deel van de gereserveerde stelpost dat betrekking had op WMO oud en de participatiewet laten we vervallen en betrekken we bij de totale analyse van het sociaal domein. Deze analyse treft u aan in het begin van dit hoofdstuk.

 

Stelpost looncompensatie

We hebben aan de hand van de mei-circulaire 2017 en met inachtneming van de laatste geluiden over de cao ontwikkeling een extra stelpost voor looncompensatie geraamd. Deze geraamde stelpost van € 175.000 (gebaseerd op 2%) samen met de meerjarig opgenomen stelpost binnen Noaberkracht van 1% biedt voor het jaar 2018 een totale ruimte voor loonontwikkeling van 3%.

De concept cao voor ambtelijk personeel wordt naar verwachting in oktober 2017 definitief na ledenraadpleging. De cao loopt van 1 mei 2017 tot 1 januari 2019 en kent de volgende aanpassingen:

  • De salarissen stijgen per 1 augustus 2017 met 1,0%.
  • Het IKB stijgt per 1 december 2017 met 0,5%.
  • De salarissen stijgen per 1 januari 2018 met 1,5%.
  • Het IKB stijgt per 1 juli 2018 met 0,25%.

 

Wij verwachten met de geraamde stelposten uit te kunnen maar hebben wel twijfels over de “hardheid” van de meerjarig opgenomen stelpost van 1%. Gezien de loonontwikkeling over de laatste jaren stellen wij voor de meerjarige stelpost te verhogen van 1% naar 1,5%. Dit betekent een stijging van de lasten met € 40.000 per jaar.

 

Stelpost looncompensatie

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Beschikbare stelpost

 

 

175

175

175

175

Bestemmingen

 

 

 

 

 

 

 - hogere personeelslasten Noaberkracht

 

 

-160

-160

-160

-160

 - hogere personeelslasten Tubbergen

 

 

-12

-12

-12

-12

Aanpassen meerjarige stelpost  - 1,5%

 

 

 

-40

-80

-120

 

 

 

 

 

 

 

Saldo stelpost looncompensatie

0

0

3

-37

-77

-117

 

Stelpost prijscompensatie

We hebben aan de hand van de mei-circulaire 2017 en met inachtneming van de laatste geluiden over de ontwikkeling van de prijzen (inflatie) een stelpost voor prijscompensatie geraamd. Voor het jaar 2018 zijn we uitgegaan van een prijsstijging van 1,5% ( € 75.000) en voor de jaren daarna met een te verwachten stijging van de prijzen met 1% per jaar (€ 50.000)

Voor het jaar 2018 kunnen we uit met de geraamde stelpost maar we hebben wel twijfels over de “hardheid” van de meerjarig opgenomen stelpost van 1%. Gezien de ontwikkeling van de inflatie op dit moment (augustus 2017 1,4%) stellen wij voor de meerjarige stelpost te verhogen van 1% naar 1,5%. Dit betekent een stijging van de lasten met € 25.000 per jaar.

 

Stelpost prijscompensatie

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Beschikbare stelpost

 

 

75

125

175

225

Bestemmingen

 

 

 

 

 

 

 - onderhoud wegen -indexering

 

 

-60

-60

-60

-60

 - prijsgevoelige budgetten Noaberkracht

 

 

-15

-15

-15

-15

Aanpassen meerjarige stelpost - 1,5%

 

 

 

-75

-150

-225

 

 

 

 

 

 

 

Saldo stelpost prijscompensatie

0

0

0

-25

-50

-75

 

Indexering onderhoud wegen

Het asfaltwegenonderhoud is in 2015 aanbesteed voor een periode van 3 jaar met 2 maal een optie tot verlenging met een jaar. Deze aanbesteding was erg gunstig qua prijsvorming. Omdat het bestek meerjarig is, worden de prijzen per jaar geïndexeerd op basis van lonen, brandstoffen en grondstoffen. De prijzen van asfaltonderhoud zijn heel sterk gekoppeld aan de olieprijzen. Helaas zijn de olieprijzen in 2017 aanzienlijk hoger dan in 2015 en 2016. Dit betekent een aanzienlijke prijsaanpassing. De definitieve afrekening zal aan het einde van het jaar worden opgesteld. Het ziet er echter niet naar uit dat de olieprijzen fors zullen dalen. Voor de gemeente Tubbergen heeft de index voor 2017 naar verwachting een omvang van ongeveer € 60.000

 

Prijsgevoelige budgetten Noaberkracht

Niet alleen in de gemeentebegroting is sprake van prijsgevoelige budgetten maar ook in de begroting van Noaberkracht kennen we die. Hierbij moet vooral worden gedacht aan de verschillende posten op het gebeid van ICT (aanschaf en onderhoud) en huisvesting. Noaberkrachtbreed gaat het in 2018 om een kostenstijging van € 40.000 (aandeel Tubbergen € 15.000)

 

Stelpost volumeaanpassing

In de begroting 2017 hebben we onder de noemer “ruimte voor de toekomst” meerjarige stelposten geraamd voor volumeaanpassingen.

Wij stellen voor deze stelpost als volgt te bestemmen en ook in de toekomst te blijven werken met een meerjarig oplopende stelpost volumeaanpassingen .

 

Volumeaanpassing

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Beschikbare stelpost voor volumeaanpassing

 

 

20

40

60

80

Bestemmingen

 

 

 

 

 

 

 - Areaaluitbreiding watergangen

 

 

-32

-32

-32

-32

 - Areaaluitbreiding wegen

 

 

-10

-10

-10

-10

 - Areaaluitbreiding groen

 

 

-10

-10

-10

-10

Aanpassen meerjarige stelpost

 

 

 

-20

-40

-60

 

 

 

 

 

 

 

Saldo stelpost  volumeaanpassing

0

0

-32

-32

-32

-32

 

Areaaluitbreiding watergangen

Toegelicht onder programma Krachtige kernen

 

Areaaluitbreiding wegen en groen

Het onderhoudsareaal wegen en groen is als gevolg van vooral uitbreidingslocaties toegenomen

 

Lokale lasten

gehad. Dit heeft geleid tot de volgende ontwikkeling van de zogenaamde lokale lastendruk over de jaren 2015 – 2018 op basis van bestaand beleid voor het jaar 2018:

 

                                               2015                 2017                 2018                 verschil (2015-2018)

OZB (woning € 250.000)            € 285,00           € 317,00           € 320,50           +/+ € 35,50

Rioolrecht (eigenaar)                 € 243,00           € 255,50           € 268,50           +/+€ ,25,50

Afvalstoffenheffing

  • Vast recht              € 119,00           € 100,00           € 100,00           -/-   19,00

Totaal                                      € 647,00           € 672,50           € 689,00           +/+ 42,00 (6%)

 

De in beeld gebrachte tarieven voor het jaar 2018 zijn gebaseerd op bestaand beleid. Dat wil zeggen:

  • Indexering OZB met inflatiecijfer CBS van 1,1%
  • Verhoging rioolrecht conform GRP (4%) en indexering met inflatiecijfer CBS (1,1%)
  • Doortrekken vastrecht afval (€ 100)

 

Het deel van de lokale lasten dat betrekking heeft op de OZB voor het jaar 2015 bedroeg in 2015 € 267 gebaseerd op een gemiddelde woningwaarde van € 233.000. Inmiddels is deze gemiddelde woningwaarde gestegen naar € 250.000. Voor een juist vergelijk is het bedrag voor het jaar 2015 gecorrigeerd wat neerkomt op een last van € 285,00

 

Uit het vergelijk van de lokale lasten blijkt een stijging van de lokale lasten over de afgelopen jaren van € 42,00 (6%). Wij willen graag recht doen aan ons uitgangspunt uit het coalitieakkoord om de lastendruk voor de inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties laag te laten blijven. Vandaar dat wij voorstellen om:

  • De geraamde indexering van de OZB opbrengst conform het inflatiecijfer CBS van 1,1% achterwege te laten.
  • Een deel van de doorgevoerde indexering van de OZB opbrengsten uit de afgelopen jaren met een percentage van 2% terug te draaien.
  • De voorgenomen verhoging het rioolrecht met 5,1% (4% +/+ 1,1%) niet door te voeren (wordt hierna toegelicht).
  • Een verlaging van het vastrecht voor het tarief afval met € 20 (wordt hierna toegelicht)

 

Rekening houdend met deze 4 maatregelen ontstaat het volgende beeld van de lokale lastendruk:

 

                                               2015                 2017                 2018                 verschil (2015-2018)

OZB (woning € 250.000)            € 285,00           € 317,00           € 311,00           +/+ € 26,00

Rioolrecht (eigenaar)                 € 243,00           € 255,50           € 255,50           +/+€ ,12,50

Afvalstoffenheffing

  • Vast recht              € 119,00           € 100,00           €  80,00            -/-   € 39,00

Totaal                                      € 647,00           € 672,50           € 646,50           -/- €    0,50 (0%)

 

De kosten van de maatregelen op het gebied van de OZB kunnen als volgt worden gespecificeerd:

  • De geraamde indexering van de OZB opbrengst conform het inflatiecijfer CBS van 1,1% achterwege te laten. Structurele kosten € 45.000
  • Een deel van de doorgevoerde indexering van de OZB opbrengsten uit de afgelopen jaren met een percentage van 2% terug te draaien. Structurele kosten € 80.000.

 

Gegeven aan ons uitgangspunt uit het coalitieakkoord 2014-2018 om de lastendruk voor de inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties laag te houden.

 

Afval

Het product afval (inzameling en verwerking) heeft als uitgangspunt, dat de kosten voor 100% worden gedekt door de heffing . Naast een basistarief per huishouden betaalt de gebruiker een capaciteitsafhankelijk tarief per containerlediging restafval. Op deze wijze wordt uitvoering gegeven aan het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’. De opbrengst is geen algemeen dekkingsmiddel, maar is bestemd voor de kostendekking van de afvalinzameling en –verwerking. Er dient dus sprake te zijn van een opbrengst via de tarieven die gelijk is aan de kosten.

De cijfers van het product afval op basis van bestaand beleid laten een voordeel  zien van € 242.000. Dit voordeel wordt vooral veroorzaakt door het goede scheidingsgedag van onze inwoners waardoor minder restafval wordt aangeboden en door lagere verwerkingstarieven van Twence. Deze lagere verwerkingstarieven van Twence zijn een gevolg van de afspraak om het superdividend van Twence aan de Agenda van Twente met ingang van het jaar 2018 te beëindigen.

Conform het bestaande beleid (100% kostendekking) vinden wij het niet meer dan logisch dat onze inwoners profiteren van dit voordeel. Dit betekent een verlaging van het tarief voor vastrecht met  € 20 van € 100 naar € 80.

De tarieven per lediging voor restafval (€ 9,20 voor een grote bak en € 5,60 voor een kleine bak) laten we ongemoeid om het beginsel van ‘de vervuiler betaalt’ in takt te laten.

 

Riool

In 2018 wordt het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) herzien, dat met ingang van 2019 het beleid gaat bepalen rondom de activiteiten met betrekking tot het riool. In verband met de geconstateerde gevolgen van de klimaatverandering, mag er vanuit worden gegaan dat de geraamde lasten betreffende het riool zullen toenemen, wat zijn weerslag heeft op de ontwikkeling van rioolrecht. Om een geleidelijke ontwikkeling van het rioolrecht te waarborgen wordt voorgesteld om vanuit de incidentele middelen € 2.000.000 toe te voegen aan de reserve GRP. Dit om voorbereid te zijn op de te verwachten extra kosten zonder deze direct via het tarief bij onze inwoners neer te leggen.

In het, in 2018, op te stellen GRP 2018-2020 nemen wij de gevolgen van de klimaatverandering in relatie tot de extra storting van € 2.000.000 en de gevolgen voor het tarief mee. Dit alles afgezet tegen de wens uit het GRP 2014-2018 om toe te werken naar een zogenaamd ideaalcomplex.

Door deze extra storting in de reserve GRP om redenen zoals hiervoor toegelicht achten wij het verantwoord om de voorgenomen verhoging van het tarief met 5,1% (4% GRP en 1,1% inflatiecorrectie) voor het jaar 2018 achterwege te laten.

Het totaal aan beschreven en toegelichte specifieke mutaties geeft in meerjarig perspectief het volgende beeld:

 

Specifieke mutaties

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Omgevingsdienst Twente ODT

 

 

-10

-166

-166

-166

lokale lasten

 

 

 

 

 

 

 - compenseren inflatieverhoging OZB 2018 (1,1%)

 

 

            -45

            -45

            -45

            -45

 - verlagen OZB met 2%

 

 

            -80

            -80

            -80

            -80

 - extra storting in reserve GRP

 

        -2.000

               -  

               -  

               -  

               -  

(saldo) Stelpost loon- en prijscompensatie 3D's

0

0

231

242

232

229

(saldo) Stelpost looncompensatie

0

0

3

-37

-77

-117

(saldo) Stelpost prijscompensatie

0

0

0

-25

-50

-75

(saldo) Stelpost Areaalaanpassing

0

0

-32

-32

-32

-32

 

 

 

 

 

 

 

Totaal specifieke mutaties

0

        -2.000

67

-143

-218

-286

 

Voorgesteld wordt in te stemmen de aangegeven en toegelichte specifieke mutaties en deze te verwerken in het herzien meerjarige saldo

 

Hiermee rekening houdend ontstaat het volgende herzien meerjarige saldo

 

Herzien meerjarig saldo

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Herzien meerjarig saldo raadsperspectief 2018

0

0

473

393

340

211

Totaal mutaties

800

            -800

-351

245

165

217

Totaal specifieke mutaties

0

        -2.000

67

-143

-218

-286

Herzien meerjarig saldo na specifieke mutaties

800

        -2.800

189

495

287

142

  

Financiële Ruimte

Financiële Ruimte

4. Beschikbare (meerjarige) ruimte

In deze paragraaf geven we een overzicht van de beschikbare (meerjarige) ruimte. Deze ruimte bestaat uit het herziene meerjarige begrotingssaldo vermeerderd met de geraamde stelpost voor nieuw beleid waartoe onder de noemer “ruimte voor de toekomst” bij het vaststellen van de begroting 2017 is besloten.

 

Herzien meerjarig saldo

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Herzien meerjarig saldo raadsperspectief 2018

               -  

                 -  

            473

            393

            340

            211

Totaal mutaties

            800

            -800

          -401

            245

            165

            217

Totaal specifieke mutaties

               -  

        -2.000

              67

          -143

          -218

          -286

Stelpost voor nieuw beleid

               -  

                 -  

            100

            100

            100

            100

Herzien meerjarig saldo na specifieke mutaties

            800

        -2.800

            239

            595

            387

            242

 

Stelposten voor nieuw beleid

In de begroting 2017 hebben we onder de noemer “ruimte voor de toekomst” meerjarige stelposten geraamd voor nieuw beleid. Het betreft hier een structurele stelpost van € 100.000 per jaar die ieder jaar beschikbaar moet zijn en dus oploopt. Het college heeft in de begroting 2017 namelijk aangegeven ook in de komende jaren structureel ruimte te willen hebben en houden om in te kunnen spelen op de veranderende opgaven en uitdagingen vanuit de samenleving en de ambities vanuit uw raad. Aangegeven is dat van jaar tot jaar bij het opstellen van de desbetreffende jaarbegroting kan worden beschikt over de geraamde structurele stelpost van € 100.000. Om inderdaad ieder te kunnen beschikken over deze structurele stelpost treft u in het opzetje over het herziene meerjarige saldo alleen het bedrag uit de jaarschijf 2018 aan. De oploop van deze stelposten voor de jaarschijven vanaf het jaar 2019 reserveren wij vooralsnog voor de jaarbegroting van het desbetreffende jaar.  

 

Reserve

De kolom “reserve” geeft aan dat we voor een aantal van de mutaties en de specifieke mutaties een beroep doen op de reserves. In de laatste paragraaf van dit hoofdstuk geven we weer wat de gevolgen hiervan zijn voor de betreffende reserves.

Met een tweetal specifieke mutaties (agenda voor Twente en reserve Riool) zoals eerder dit hoofdstuk vermeld en toegelicht is rekening gehouden.

 

5. Nieuw beleid / intensivering van beleid

In deze paragraaf treft u onze voorstellen op het gebied van nieuw beleid / intensivering van beleid aan. De inhoudelijke toelichting op veel van deze posten zijn opgenomen in het inhoudelijke deel van deze begroting. Daar waar nodig geven we in deze paragraaf een aanvullende toelichting.

 

Nieuw beleid

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Voorgesteld nieuw beleid

 

 

 

 

 

 

 - van uitbreiding naar inbreiding

        1.610

        -1.610

 

 

 

 

 - continueren starterslening

            100

 

               -1

               -1

               -1

               -1

 - optimaliseren openbaar vervoer

 

 

 

 

 

 

 - verkeersveiligheid Manderveenseweg

        1.000

 

            -60

            -60

            -60

            -60

 - duurzaamheid

        1.500

        -1.500

            -11

            -11

               -  

               -  

 - Twentse energiestrategie

 

 

               -7

               -7

               -7

               -7

 - Free Wi-Fi centrum Tubbergen

 

 

 

 

 

 

 - maatschappelijk vastgoed i.r.t. demografie

        2.000

        -2.000

 

 

 

 

 - Integraal Huisvestingsplan Onderwijs (IHP)

 

 

               -  

            -18

            -68

          -118

 - Democratische vernieuwing

 

 

            -10

            -10

            -10

            -10

 - vrijetijdseconomie

 

 

                2

            -19

            -19

            -19

 - Fietspad Veeneggeweg-Voshaarsweg

              50

 

               -3

               -3

               -3

               -3

 - initiatieven verbeteren verkeersveiligheid

              10

              -10

 

 

 

 

 - duurzaam veilig inrichten wegen binnen beb. kom

            100

 

               -6

               -6

               -6

               -6

 - GRP en klimaatadaptie (reserve riool)

               -  

                 -  

 

 

 

 

 - veiligheid (buurtpreventie)

              10

              -10

 

 

 

 

 - afstemmen dienstverlening op wensen klant

              13

              -13

 

 

 

 

 - werkbudget gebiedsprocessen

              25

              -25

 

 

 

 

 - natuureducatie

 

 

               -6

               -6

               -6

               -6

 - maatschappelijk kader i.r.t. voetbalvernigingen

 p.m

 p.m

 p.m

 p.m

 p.m

 p.m

 - Tubbergen Bruist - pocesgeld

            150

            -100

 

 

 

 

 - Mijn Dorp 2030 - procesgeld

            111

            -111

 

 

 

 

 - stimuleringsfonds

            150

            -150

 

 

 

 

 - bedrijfsvoeringsplan

 

 

-124

-100

-100

-100

 

 

 

 

 

 

 

Totaal nieuw beleid

        6.829

        -5.529

          -226

          -241

          -280

          -330

 

Meer sturen op inbreiding bij woningbouwopgave

De financiële onderbouwing van de uitdaging “meer sturen op inbreiding bij woningbouwopgave” zoals die inhoudelijk is toegelicht in het programma Krachtige kernen ziet er als volgt uit:

Het betreft een prognose, die op basis van concreet te formuleren projecten toegekend moeten worden. Hierbij zullen objectieve criteria worden vastgesteld voor toekennen van betreffende gelden. Onderlinge uitwisselbaarheid van financiële middelen tussen genoemde categorieën is mogelijk.

 

Binnenstedelijke opgaven

Omvang

Benodigde financiële middelen

Maatschappelijk vastgoed en/of minder marktconform verouderd vastgoed amoveren en herontwikkelen

1 of meerdere plannen ondersteunen, afhankelijk van de opgave/omvang. Bijdrage € 300.000

€ 300.000

Behoudenswaardig vastgoed transformeren c.q. bijdrage leveren aan binnenstedelijke ruilverkaveling

4 locaties ondersteunen. Gemiddelde bijdrage

€ 75.000

€ 300.000

Verplaatsen van binnenstedelijk bedrijfslocaties (verhuisbijdrage)

3 locaties faciliteren. Gemiddelde bijdrage € 50.000

€ 150.000

Strategische woningbouwlocaties ontwikkelen

1 locatie herontwikkelen.

€ 250.000

Prijsvragen/aanbestedingen

1 locatie in de markt zetten.

€ 50.000

Bijdrage in sloopkosten, bodemsanering e.d.

5 initiatieven faciliteren. Gemiddelde bijdrage € 25.000

€ 125.000

Bijdrage locaties onrendabele top

1 initiatief faciliteren

€ 100.000

Budget voor marktonderzoeken, e.d.

Verschillende opgaven ad hoc. Advies kosten variërend tussen € 1.000 en € 20.000

€ 50.000

Bijdrage aan het uitkopen van grondeigenaren

Ad hoc, locatieafhankelijk.

€ 100.000

Premie aanbod plannen lange termijn behoefte

€ 5000 per woning. 25 woningen in 2018

€ 125.000

Interne programmakosten met betrekking tot strategische vraagstukken/herontwikkelingslocatie

-          Locatiestudie/ontwikkelingsmogelijkheden

-          Strategische advies, proces/projectvoorstel inclusief stakeholders- en risicoanalyse

-          Nadere uitwerking scenario’s en of varianten inclusief aanbevelingen

-          Planuitwerking, procesuitvoering, besluitvorming

Totale kosten € 360.000

 

 

€  160.000

 

 

€ 1.610.000

 

Continueren statersleningen

Voor de inhoudelijke beschrijving en toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar het programma Krachtige Kernen thema huisvesten

 

Verkeersveiligheid Manderveenseweg

In 2017 is voor de fietsverbinding Manderveen-Tubbergen een inrichtingsvoorstel ontwikkeld voor te treffen maatregelen. Dit is gebeurd in nauw overleg tussen de dorpsraad van Manderveen, de werkgroep Inrichting van Mijn Manderveen 2030 en de gemeente. In 2018 wordt dit verder uitgewerkt tot een concreet inrichtingsplan en waar mogelijk wordt een start gemaakt met de uitvoering van de maatregelen.

Vooruitlopend op deze verdere uitwerking stellen wij voor om voorlopig rekening te houden met een benodigde investering van € 1 miljoen. Aangezien we dit soort investeringen (met maatschappelijk nut) op grond van de nieuwe BBV moeten activeren hoort hier een structurele last bij van € 60.000.

 

Duurzaamheid

De financiële vertaling van de ambitie duurzaamheid die inhoudelijk is toegelicht onder het programma Krachtige kernen ziet er voor de gemeente Tubbergen als volgt uit:

 

Maatschappelijk draagvlak

  • Communicatie, PR, Themabijeenkomsten, ateliers, prijsvragen, enz            €    50.000

     

Bijdrage aan maatschappelijke projecten

  • Samenwerkingen, subsidies, duurzame dorpen, experimenteerruimte, enz               €   725.000

     

Bijdrage aan onrendabele (innovatieve) projecten

  • Subsidies, experimenteerruimt, enz                                                                                   €   500.000

     

Onderzoeken en verkenningen

  • Aanvullende data, businescases                                                                           €   50.000

     

Interne programmakosten (procesgelden)

  • Personeel, project- en programmamanagement regievoering, samenwerking NT      €   175.000

 

Totaal              € 1.500.000

 

Duurzaam Thuis Twente (DTT)

In 2015 hebben de 14 Twentse gemeenten besloten om in te steken op een duurzaamheids aanpak voor woningen, waaruit vervolgens Duurzaam Thuis Twente (DTT) is ontstaan. Een concept dat een belangrijke bijdrage levert aan de gemeentelijke energiedoelstellingen. 

De VNG (€ 348.000)   en de provincie (€ 275.000) hebben budget beschikbaar gesteld  voor de  versnelling van de verduurzaming van particuliere woningen.

De kosten van Duurzaam (t)huis Twente zijn tot eind 2017 gedekt vanuit subsidies van de VNG en de Provincie. Om de activiteiten voort te kunnen zetten is, voor de periode 2019 en 2020 een bedrag van  € 0,50 per inwoner nodig. Dit is € 11.000 per jaar.

 

Twentse energiestrategie

In oktober 2012 heeft de regioraad besloten onderzoek te doen naar doelmatigheid c.q. mogelijke bezuinigingen bij Regio Twente. Besloten is om de samenwerking op het gebied van milieu, duurzaamheid en afval te beëindigen en alleen nog projecten op te pakken op de thema’s Energie en Afval op basis van “Coalition of the willing”. Bij besluit van 22 maart 2016 hebben beide colleges ingestemd met de Bestuursopdracht Milieu, Duurzaamheid en Afval 2017-2018 van de Regio Twente. 

 

Projecten op basis van coalition of the willing zijn:

  • Deelname Bestuursopdracht Milieu, Duurzaamheid en Afval 2017-2018  € 3.000
  • Afvalloos Twente                                                                                € 2.200
  • Twentse Energie Strategie                                                                   € 1.680

 

Tegenover deze hogere lasten ten bedrage van € 6.880 staat een verlaging van de bijdrage aan de Regio Twente die reeds is verwerkt

 

Free Wi-Fi centrum Tubbergen

In het raadsperspectief is een beleidswens van de gemeente raad opgenomen met als onderwerp ‘Free Wi-Fi centrum Tubbergen. Voor deze beleidswens is een indicatieve kostenpost benoemd van € 15.000 bedoeld voor een nadere onderzoek naar deze wens.

Naar aanleiding van deze beleidswens hebben wij gesprekken gevoerd met de ondernemers in Tubbergen. Zij geven aan geen meerwaarde te zien in Free Wi-Fi in het centrum van Tubbergen vandaar dat wij in deze begroting voorlopig geen verdere uitwerking van deze beleidswens hebben opgenomen. Uiteraard gaan wij graag met u in gesprek over een mogelijke verdere uitwerking.

 

Maatschappelijk vastgoed in relatie tot de demografische ontwikkelingen

In het raadsperspectief 2018 hebben wij de volgende uitwerking weergegeven van de uitdaging “maatschappelijk vastgoed in relatie tot demografie”

Door vergrijzing en ontgroening zien wij een verschuiving in de vraag naar de functies die nu in maatschappelijke vastgoedobjecten plaatsvinden. Hierdoor neemt de druk op de exploitaties toe. De gesprekken die wij met de kernen hebben vormgegeven in Mijn Dorp 2030! Tonen dat ook in de kernen deze discussies op gang komen. Er tekenen zich initiatieven af die vragen om eenmalige ondersteuning om transformatie mogelijk te maken. Bijvoorbeeld om vrijstaande ruimte in schoolgebouwen weg te halen of te transformeren, om van twee gebouwen naar 1 gebouw te gaan, om bestaande vastgoed meer multifunctioneel in te richten. Dit met als doel langjarig weer een gezonde exploitatie te verkrijgen. Wij stellen voor de gereserveerde gelden te blijven reserveren voor dat moment dat de echte vraag concreter is geworden en wij deze hulpvraag op een effectieve manier moeten beantwoorden.

Uit de participatieprocessen Mijn Dorp 2030 hebben wij gezien dat er inmiddels enkele kernen met grootschalige plannen en visies zijn gekomen. Deze laten zien dat vaak in eerste instantie het maatschappelijk vastgoed wordt gezien als kans voor transformatie, behoud en versterking van de leefbaarheid. Deze transformatie vraagt om spoedig beschikbaar geld van omvang. Onze wettelijke verantwoordelijkheid in de schoolgebouwen werken wij op dit moment uit in een Integraal HuisvestingsPlan (IHP) in samenwerking met de TOF. Hierover hebben wij u geïnformeerd op 29 maart 2017 via Raadsbrief 7. De eerste analyses geven Inzicht in de leegstand op de korte en lange termijn en laten zien dat ook de technisch functionele staat van een aantal gebouwen om actie vraagt. Dit maakt dat wij vooruitlopend op het opleveren van het IHP en de besluitvorming hierover wij nu alvast willen aangeven dat wij de nodige investeringen verwachten. Wij gaan hierbij in eerste instantie uit van een bedrag van minimaal € 2,5 miljoen. In de aanloop naar het opstellen van de begroting 2018 komen wij met een nadere uitwerking waarbij wij in ieder geval nader ingaan op de volgende zaken:

  • Demografische ontwikkelingen – daling aantal leerlingen
  • Bestaande en te verwachten leegstand schoolgebouwen
  • IKC / onderwijsmethodes
  • Passend onderwijs
  • Bewegingsonderwijs
  • Duurzaamheid
  • Multifunctioneel gebruik speelterreinen
  • Wetswijziging waarbij onderhoud is overgeheveld naar schoolbestuur
  • Technische staat gebouwen / vervanging
  • Betrokkenheid verschillende partners binnen onderwijs
  • Aansluiting bij onderwijs-overheid-samenleving (Mijn Dorp 2030)

 

De aangegeven nadere uitwerking hebben voor het deel dat betrekking heeft op onderwijs(huisvesting) opgenomen in het nieuwe Integraal HuisvestingsPlan (IHP) dat in november 2017 aan uw raad ter besluitvorming worden voorgelegd. Ter voorbereiding hierop gaan we nog eerst met elkaar in gesprek over dit plan.

Vooruitlopend hierop ontkomen wij er echter niet aan om de financiële gevolgen van de eerste inzichten die zijn opgenomen in dit concept IHP reeds nu in beeld te brengen  en te betrekken bij de integrale afweging van de beschikbare middelen in de begroting 2018.

In grote lijnen kunnen de eerste inzichten als volgt worden geclusterd en financieel vertaald:

  • Nieuwbouw                  € 3,7 miljoen
  • Aanpassing                  € 0,46 miljoen
  • Inpassing                     € 0,9 miljoen

 

Aangezien het hier ook investeringen in nieuwbouw en renovatie betreft stellen wij voor om naast een bedrag aan incidentele middelen ook structurele ruimte te reserveren met ingang van het jaar 2019. Conform de (nieuwe) BBV moeten we dit soort investeringen namelijk activeren en afschrijven. We willen de komende jaren in eerste instantie toegroeien naar een structurele stelpost van € 150.000 (investeringsruimte € 4,25 miljoen). In onze meerjarenbegroting hebben we hiervoor al de beschikking over een meerjarig geraamde stelpost van € 32.000.

Daarnaast stellen wij voor om de eerder genoemde incidentele ruimte van € 2,5 miljoen gedeeltelijk te handhaven voor de kosten van aanpassing en inpassing maar ook voor aanloopkosten, proceskosten en mogelijke onrendabele herontwikkelingen. Hierbij denken wij in eerste instantie aan een bedrag van € 2 miljoen.

 

Democratisch vernieuwing

In het raadsperspectief 2018 staat dat we graag de weg die we hebben ingeslagen op het punt van vernieuwen en versterken van het samenspel tussen de samenleving en het lokaal bestuur willen voortzetten. Het proces “Mijn Dorp 2030” is een goed voorbeeld van het nieuwe samenspel en krijgt steeds meer voeten aan de grond in onze dorpen. Het kenmerkt inmiddels in sterke mate onze bestuursstijl. We zijn op een punt aangekomen dat we moeten gaan nadenken over hoe we onze eigen processen beter kunnen laten aansluiten op dit nieuwe samenspel. Daarbij gaat het vooral ook om de rol en positie van de raad en de raadscommissies en de wisselwerking met het college. In het presidium is besloten om een werkgroep Bestuurlijke Vernieuwing in het leven te roepen, bestaande uit een zestal raadsleden aangevuld met enkele adviseurs. Doel is een eigentijds gemeentelijk bestuur dat past bij het DNA van Tubbergen. De werkgroep gaat, onder externe begeleiding, in het najaar 2017 van start. Hiervoor reserveren wij u een structureel budget van € 10.000.

 

Vrijetijdseconomie

In de begroting 2018 van de Regio Twente is een bedrag van € 1 per inwoner per jaar opgenomen voor vrijetijdseconomie. Hiervan kan € 0,08 worden gedekt door het structurele budget binnen de Regio voor onderzoek monitoring (Twente Toerisme Monitor) in te zetten. Monitoring wordt namelijk uitgevoerd door kennispunt oost en is onderdeel van de gevraagde extra € 1 per inwoner per jaar. Hierdoor resteert een aanvullende bijdrage van € 0,92 per inwoner per jaar wat voor de gemeente Tubbergen neerkomt op een structureel bedrag van € 19.460. Voor de jaarschijf 2018 is in de meerjarenbegroting reeds rekening gehouden met een aanvullende bijdrage van € 1. Voor het jaar 2018 is er dus sprake van een kleine meevaller.

 

Fietspad Veeneggeweg- Voshaarsweg

Tijdens de raadsvergadering 25 jini 2017 over het raadsperspectief is de motie “Fietspad Veeneggeweg-Voshaarsweg Geesteren door de gemeenteraad aangenomen. Kern van deze motie was het verharden van het fietspad tussen de Veeneggeweg en de Voshaarsweg. De kosten hiervan bedragen € 50.000. Aangezien we dit soort investeringen (met maatschappelijk nut) op grond van de nieuwe BBV moeten activeren hoort hier een structurele last bij van € 3.000

 

Initiatieven verbeteren verkeersveiligheid

Voor de inhoudelijke beschrijving en toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar het programma Krachtige Kernen thema verplaatsen.

 

Duurzaam veilig inrichten wegen binnen bebouwde kom

Voor de inhoudelijke beschrijving en toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar het programma Krachtige Kernen thema verplaatsen.

 

GRP en klimaatadaptie

In 2017 zijn we gestart met het proces voor een nieuw Gemeentelijk Rioleringsplan Dinkelland-Tubbergen 2018-2023. Hierin besteden we aandacht aan wateroverlast, waarmee inwoners geconfronteerd kunnen worden. De kosten voor het opstellen van het GRP 2018-2023 voor een bedrag van € 50.000,= worden gedekt uit de reserve. In het nieuwe GRP wordt het onderdeel "Klimaatadaptatie" meegenomen

 

Veiligheid (buurtpreventie)

Voor de inhoudelijke beschrijving en toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar het programma Burger en bestuur thema samenwerking.

 

Afstemmen dienstverlening op wensen klant

Voor de inhoudelijke beschrijving en toelichting op dit onderwerp wordt verwezen naar het programma Burger en bestuur thema samenwerking.

 

Werkbudget gebiedsprocessen

Om de economische potenties van de agrarische sector te behouden en te versterken wordt geëxperimenteerd. We doen dit door partijen te verbinden en commitment te verkrijgen voor inzet van menskracht en middelen. Hiervoor is € 25.000,- nodig in de vorm van een werkkapitaal. We zetten deze middelen in voor processen en projecten.  In eerste instantie kiezen wij voor een budget voor een jaar.

 

Natuur Educatie Op Locatie (NEOL)

Natuureducatie op Locatie is een educatief programma, waarin de kinderen op een optimale manier kennismaken met alle facetten van de eigen leefomgeving en natuur. Dit door middel van gestructureerde en centrale organisatie door “Natura Docet Wonderryck Twente” via een nieuwe doorlopende leerlijn op alle basisscholen in Dinkelland en alle TOF scholen in Tubbergen. De input, expertise en uitvoering ligt bij alle natuur- en leefomgevingspartners in Tubbergen en Dinkelland.

 

Kennismaken met de veelzijdigheid van de natuur is niet alleen goed, maar vooral ook leuk voor kinderen. Ze krijgen hierdoor ruimtelijk inzicht, leren omgaan met planten en dieren, hun motoriek wordt ontwikkeld en bovenal is het vertoeven in de buitenlucht gezond. Natuur en natuurbeleving zijn dan ook onmisbare schakels in de opvoeding en ontwikkeling van kinderen. Ervaringen op dit vlak zijn in de opgroeifase bovendien belangrijk voor hun lichamelijke en geestelijke gezondheid.

 

Invulling Maatschappelijk Kader in relatie tot voetbalverenigingen:

Met de voetbalraad van de gemeente Tubbergen zijn wij in gesprek om te komen tot een nadere invulling van het Maatschappelijke Kader in combinatie met harmonisatie van het onderhoud.

Een voorstel hiertoe zal op korte termijn aan uw raad worden aangeboden.

 

Tubbergen Bruist

De financiële onderbouwing van de benodigde procesgelden (€ 300.000) voor “Tubbergen Bruist” zoals inhoudelijk toegelicht onder het programma Krachtige Kernen ziet er als volgt uit:

  • Nieuwe rol gemeentehuis (incl herontwikkeling CHIEC)                          €   60.000
  • Schaalvergroting supermarkten                                                            €   50.000
  • Herontwikkeling locatie verdegaalhal                                                    €   50.000
  • Herontwikkeling ’t Netwerk                                                                   €   30.000
  • Herontwikkeling de Marke                                                                    €   10.000
  • Kwartiermaker algemeen                                                                      €   70.000
  • Communicatie                                                                                     €   30.000

Totaal                          € 300.000

 

Een deel van deze proceskosten hebben wij meegenomen bij onze uitdaging “meer sturen op inbreiding (voor uitbreiding). Het betreft hier een bedrag van € 150.000.

Voor het overige deel van de kosten hebben wij, gezien de aard van de benodigde procesgelden, de volgende dekking voor ogen:

  • Inzet vanuit Noaberkracht                                                                    €   50.000
  • Inzet vanuit de gemeente Tubbergen                                                    € 100.000

 

Wij zijn op dit moment met de provincie in gesprek over een mogelijke bijdrage in deze proceskosten. De eerste geluiden zijn positief maar het is nog te vroeg om al een bijdrage van de provincie mee te nemen. Meer duidelijkheid wordt eind dit jaar verwacht. Mocht het komen tot een bijdrage van de provincie dan zal deze in mindering worden gebracht op de bijdrage van de gemeente Tubbergen.

 

Mijn Dorp 2030

In april 2015 zijn we begonnen met het proces Mijn Dorp 2030. We  zijn gestart in Manderveen en al gauw volgden de andere dorpen en kernen. Dit was vooral een proces van ‘gewoon doen’. Dat is ook de kracht van het proces. Het bleek onmogelijk om vooraf alle stappen en acties in kaart te brengen.

We deden als aanjagers wat op dat moment nodig was en bepaalden dan weer de volgende stap, waardoor het proces organisch groeide en daardoor goed aansloot bij de belevingswereld van onze inwoners. Deze aanpak paste tot nu toe bij de veranderopgaven, maar die zijn inmiddels verder ontwikkeld en verdienen meer structuur en minder improvisatie.

Inmiddels is er al veel gedaan  en bereikt, o.a.: inzet buur(t)mannen, handboek, training, foldermateriaal, film, uitgangspunten gemeenteraad, themakrant, bijeenkomsten maatschappelijke partners, lobby richting provincie, inrichting Pepperflow. Dit alles is erop gericht om zo goed mogelijk het proces te organiseren tussen inwoners, gemeente en maatschappelijke partners. Om het zelf organiserend vermogen van de inwoners te versterken en bewustwording te creëren voor de ontwikkelingen die op ons afkomen. Zodat we als gemeenten toekomstbestendige keuzes kunnen maken, waarbij de inwoners de hoofdrol hebben.

 

Uitdaging

Nu zijn we op een punt aan gekomen dat het proces van ‘gewoon doen’ meer structuur en organisatie/ en denkkracht nodig heeft. Het is een andere manier van werken die we nastreven en raakt de hele organisatie.

 

We hebben de dorpen en kernen uitgedaagd om na te denken en te werken aan een leefbare toekomst. Buur(t)mannen en -vrouwen zijn actief aan  de slag met inwoners, om hen te inspireren om ook zelf actief aan de slag te gaan. En dat doen de dorpen en kernen. De een sneller dan de ander, maar dat is niet erg. Er komen steeds meer inhoudelijke vraagstukken aan bod, waarbij ook de gemeente betrokken is. We hebben vanaf het begin aangegeven dat we graag willen samenwerken met de inwoners. En dit is niet alleen de inzet van de buur(t)mannen en -vrouwen, het vraagt iets van de hele organisatie. We hebben een belofte gedaan, die kansen en verplichtingen met zich mee brengt. Wie A zegt, moet ook B zeggen. En als we de aanpak niet beter structureren en de benodigde denkkracht op proces, creativiteit en inhoudelijke kennis opschalen, lopen we de volgende risico’s:

  • De voortgang in de dorpen en kernen stagneert als wij als gemeenten niet adequaat reageren op initiatieven uit de samenleving. Energie bij inwoners ebt weg, als ze bij wijze van spreken eerst een half jaar moeten wachten voordat de gemeente een keer tijd en capaciteit heeft.
  • We kunnen niet alleen varen op de betrokkenheid en inzet van medewerkers die het “erbij” doen. Die is heel belangrijk, maar als we als gemeenten deze processen echt willen, dan moeten we dit ook prioriteit geven en daar meer voor organiseren, de slagkracht vergroten. Anders dan borgen we het niet voor de toekomst en dan kan alles wat er tot nu toe is opgebouwd, heel snel weer worden afgebroken. En dat terwijl we juist een volgende fase in gaan.

 

Wat hebben we nodig?

Flexibiliteit, specifieke inhoudelijke kennis, projectcoördinatie en versnelling. Dit kan gecreëerd worden door voor de komende 3 jaar budget te reserveren voor capaciteit en competenties zowel intern als extern. In de meest minimale vorm zal Mijn Dorp / Mijn Dinkelland de komende 2 à 3 jaar minimaal 1 concreet project per kern opleveren. Een gemiddeld project loopt 6 maanden tot 1 jaar en vraagt 12 tot 16 uur per week vanuit diverse rollen aandacht. Het gaat onder meer om coördinatie, inhoudskennis, procesaandacht, stakeholdermanagement en monitoring en evaluatie vanuit de gemeente in nauwe samenwerking met de inwoners. Meestal zullen we als gemeente niet aan het roer zitten maar ligt het mandaat bij de inwoners, maar wij hebben wel een belang om bepaalde voorzieningen gerealiseerd te zien. Wij bepalen - als het goed is - echter niet zelf het tempo en de prioriteiten. We willen echter vanuit onze rol als nevenheid een betrouwbare partner zijn en daarvoor is er capaciteit nodig. Simpelweg om de projecten te bemensen en te coördineren. Ook is er specifieke expertise nodig die binnen de gemeente niet voldoende of in sommige gevallen niet aanwezig is. Hiervoor willen we een beroep doen op externe partners die deze kennis en expertise inbrengt en waar mogelijk ook overdraagt aan zowel de gemeente als de kernen zodat we op termijn ook een kennisnetwerk  met, tussen en binnen de kernen kunnen vormen. Een soort Noaberschap bij het bedenken, initiëren, laten groeien en in stand houden van al deze mooie burgerinitiatieven.

De kosten hiervan ramen wij op € 85.000 per jaar  wat voor een periode van 3 jaar uitkomt op een bedrag van € 255.000.Het aandeel van de gemeente Tubbergen hierin bedraagt € 111.000.

 

Stimuleringsfonds Sociaal domein

Voor het stimuleringsfonds sociaal domein is in twee stappen een totaal budget beschikbaar gesteld van € 200.000,--. Tot en met september 2017 is hiervan uitgegeven een bedrag van € 130.000,--. Daarnaast zijn er nog een aantal aanvragen in behandeling.

Binnen Mijn Dorp 2030 is een ook deel van het budget ( 1 miljoen euro) beschikbaar voor het bereiken van doelen van het sociale domein. Het stimuleringsfonds dient dezelfde doelstellingen.

Om efficiënter te kunnen werken, is het voorstel om de twee financieringsstromen naar elkaar toe te laten groeien. Wij zullen dit nog in een afzonderlijk voorstel aan u voorleggen. Omdat op dit moment de bodem van het stimuleringsfonds in zicht komt, stellen wij vooruitlopend op het voorstel van samenvoeging voor om uit het budget van Mijn Dorp 2030 een bedrag van € 150.000,-- over te hevelen naar het stimuleringsfonds.

 

Dienstverlening Noaberkracht Dinkelland – Tubbergen voor sociaal domein.

Voor de kosten van dienstverlening Noaberkracht Dinkelland –Tubbergen wordt voorgesteld om voor 2018 extra beschikbaar te stellen een éénmalig bedrag € 24.000,-- voor de werkzaamheden ten behoeve van het nieuwe inkoopmodel en een structureel bedrag van € 100.000,-- voor het uitvoeren van de taken voor het sociaal domein.

 

Ter toelichting.

Nieuw inkoopmodel maatwerkvoorzieningen nieuwe taken jeugd en Wmo

De maatwerkvoorzieningen voor de nieuwe taken op gebied van jeugd en Wmo worden nu op regionaal niveau (Samen 14) ingekocht op activiteitenniveau zoals het inkopen van een aantal dagdelen per week voor dagbesteding. De activiteiten zijn een middel om het resultaat te bereiken. Om nog meer te focussen op het te behalen resultaat, zoals dat ook wordt vastgelegd in het zorgplan van de cliënt, willen wij in samenwerking met de overige Twentse gemeenten de inkoop en aanbesteding met ingang van 2019 anders vorm geven. Nog meer dan voorheen zal het voor de cliënt te behalen resultaat centraal staan. Naast een kwalitatief voordeel voor de cliënt verwachten wij ook een financieel voordeel van dit systeem. Om het systeem verder uit te werken is extra personele capaciteit nodig binnen Noaberkracht. In totaal is voor Dinkelland en Tubbergen een bedrag nodig van € 215.000,--.  Bij de begroting 2017 is door beide gemeenten al een bedrag beschikbaar gesteld van € 80.000,--. Daarnaast wordt voor een bedrag van € 80.000,-- dekking gevonden binnen de bestaande budgetten. Het restant benodigd bedrag van € 55.000,-- wordt via de begroting van Noaberkracht volgens de vaste verdeelsleutel in rekening gebracht bij de beide gemeenten; hetgeen voor Dinkelland neerkomt op een eenmalig bedrag van € 31.000,-- en voor Tubbergen op een eenmalig bedrag van € 24.000,--.

 

Uitvoering taken sociaal domein.

Bij de begroting 2017 hebben wij aangegeven dat de kosten voor de bedrijfsvoering hoger uitkomen dan verwacht. Oorzaken hiervan zijn

  • De instroom is hoger dan verwacht doordat we werken met korte contracten (om in te kunnen spelen om wisselende inkoop).
  • De complexiteit van de casuïstiek is zwaarder dan verwacht waardoor de urenbesteding ook hoger uitvalt.
  • Er nog meer taken overgezet moeten worden naar het voorliggende veld.

 

In afwachting van een uitgebreide analyse hebben wij in verband hiermee bij de begroting 2017 het budget voor 2017 verhoogd met € 197.000,--. Voor 2018 en volgende jaren hebben wij voorzichtigheidshalve een extra bedrag opgenomen van € 100.000,--.

Inmiddels blijkt uit de verdere analyse dat de benodigde formatie structureel nodig is. Rekening houdend met loon- en prijsindex betekent dit dat voor 2018 en verder een extra bedrag nodig is van € 100.000,-- per jaar

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de aangegeven en toegelichte voorstellen op het gebied van nieuw beleid / intensivering van beleid en deze te verwerken in het herzien meerjarige saldo.

Herzien Meerjarig Saldo

Herzien Meerjarig Saldo

6. Herzien meerjarig saldo

In deze paragraaf treft u het herzien meerjarige saldo aan zoals dat ontstaat na veerwerking van alle voorstellen uit dit hoofdstuk die in de paragrafen hiervoor zijn vermeld en toegelicht.

 

Herzien meerjarig saldo

invest

reserve

2018

2019

2020

2021

Herzien meerjarig saldo raadsperspectief 2018

               -  

                 -  

            473

            393

            340

            211

Totaal mutaties

            800

            -800

          -401

            245

            165

            217

Totaal specifieke mutaties

               -  

        -2.000

              67

          -143

          -218

          -286

Stelpost voor nieuw beleid

               -  

                 -  

            100

            100

            100

            100

Totaal te honoreren nieuw beleid

        6.829

        -5.529

          -226

          -241

          -280

          -330

Herzien meerjarig saldo na specifieke mutaties

        7.629

        -8.329

              13

            354

            107

            -88

 

Het herziene meerjarige saldo uit deze tabel leidt tot de volgende conclusies:

  • Voordelig saldo begrotingsjaar 2018 van € 13.000. Dit voordelige saldo wordt conform de bestendige gedragslijn gestort in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen
  • Een beroep op de reserves van € 8,3 miljoen
  • Een sluitende meerjarenbegroting met uitzondering van een (klein) tekort in 2021. 

 

De kolom “reserve” geeft aan dat we voor een aantal van de mutaties, specifieke mutaties en nieuw beleid / intensiveringen van beleid een beroep doen op de reserves. In de laatste paragraaf van dit hoofdstuk geven we weer wat de gevolgen hiervan zijn voor de betreffende reserves.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met herziene meerjarige saldo en het voordelige saldo van de jaarschijf 2018 ten bedrage van € 13.000 te storten in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Reserves en Weerstandsvermogen

Reserves en Weerstandsvermogen

7. Reserves en weerstandsvermogen

In deze paragraaf treft u de stand van zaken van de drie belangrijkste reserves te weten de algemene reserve, de reserve grondexploitatie en de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen. Ook kijken wij in deze paragraaf naar het weerstandsvermogen.

 

Algemene reserve

De algemene reserve dient als buffer om toekomstige incidentele financiële tegenvallers en risico’s op te vangen om de continuïteit van de gemeente te waarborgen. Hiermee is de algemene reserve een belangrijke bron van onze gemeentelijke beschikbare weerstandscapaciteit.

 In de perspectief nota 2018 gingen we uit van € 4.678.000. Daarna is, bij het sluiten van de boeken over 2016, het saldo € 35.000 hoger uitgevallen.

 In het raadsperspectief 2018 is besloten het een surplus van € 4.181.000 (in verband met de ratio weerstandvermogen van 1,5) over te hevelen naar de reserve incidenteel beschikbare middelen.

 De stand van de algemene reserve waar we in het verder verloop van deze paragraaf mee rekenen bedraagt € 462.000.

 

Reserve grondexploitatie

De reserve grondexploitatie treedt op als buffer voor activiteiten die verband houden met risico’s van de exploitatie van gronden voor woningbouw en bedrijfsterreinen. Hiermee is deze reserve ook een belangrijke bron van onze gemeentelijke beschikbare weerstandscapaciteit.

In de perspectief nota 2018 gingen we uit van € 6.723.000. De extra winstnemingen van het 2e programmajournaal  zorgen voor een dotatie van € 2.230.000.

De stand van de algemene reserve grondbedrijf waar we in het verder verloop van deze paragraaf mee rekenen bedraagt € 8.952.000.

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de stand van zaken van de algemene reserves.

 

Weerstandsvermogen

 

Uitgangspunt voor het bepalen van de financiële positie is de werking van het drieluik waartoe bij het vaststellen van de nota reserves (en voorzieningen) is besloten.

In grote lijnen komt deze werking er op neer dat eerst de weerstandscapaciteit op orde moet alvorens er sprake is van incidentele middelen die beschikbaar zijn voor incidentele bestedingen en bestemmingen.

Toelichting op een aantal begrippen:

Beschikbare weerstandscapaciteit:

  • de algemene reserve, exploitatie
  • de algemene reserve, grondexploitatie

 

Benodigde weerstandscapaciteit

Op basis van een risicoprofiel wordt ingeschat wat het benodigde vermogen zou moeten zijn om financiële risico’s af te dekken.

 

Weerstandsvermogen

De middelen en mogelijkheden, waarover de gemeente beschikt om substantiële niet begrote, onverwachte kosten af te dekken zonder dat dit ten koste gaat van het bestaand beleid.

De beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit levert de ratio weerstandsvermogen op.

 

Incidentele middelen

Uitgangspunt voor het bepalen van deze financiële positie is de werking van het drieluik waartoe bij het vaststellen van de nota reserves (en voorzieningen) is besloten. In grote lijnen komt de werking van het drieluik er op neer dat eerst de weerstandscapaciteit op orde moet zijn alvorens er sprake is van incidentele middelen die beschikbaar zijn voor incidentele bestedingen en bestemmingen. De middelen worden eerst geparkeerd in de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen

 

Uitgangspunten

De berekening van de ratio weerstandsvermogen in dit raadsperspectief is met name gebaseerd op de cijfers die in het voorjaar, o.a. tijdens de afwikkeling van de jaarstukken 2016, bekend zijn. Tijdens het opstellen van de begroting worden alle risico’s en reserveposities geactualiseerd.

 

Beschikbare weerstandscapaciteit

Algemene reserve                                                                                              € 462.000

Reserve grondexploitatie                                                                                 € 8.952.000

Totaal                                                                                                             € 9.414.000

 

De benodigde weerstandscapaciteit die uit de risicosimulatie voortvloeit kan worden afgezet tegen de beschikbare weerstandscapaciteit. De uitkomst van die berekening vormt het weerstandsvermogen.

 

Ratio weerstandsvermogen

=

beschikbare weerstandscapaciteit

=

€ 9.414.000

 

=

2,8

benodigde weerstandscapaciteit

€ 3.318.000

 

We blijven streven naar een ratio van 1,5. Tijdens het opstellen van deze begroting blijkt dus dat de “ratio weerstandsvermogen” op 1 januari 2018 op 2,8 komt en dus boven de streefwaarde.

Vanuit het voorzichtigheidsprincipe hechten wij eraan een aantal opmerkingen te plaatsen zodat dit hogere ratio wel in de juiste context wordt gezien. De ramingen die ten grondslag liggen aan ingeschatte risico-analyse voor  de berekening van het benodigde weerstandscapaciteit zijn gebaseerd op:

•           de huidige informatie op de diverse vakgebieden

•           het bestaande beleid en de huidige ervaringscijfers. Zeker op het gebied van de nieuwe taken (de drie decentralisaties) gaan wij de ramingen consequent en nauwlettend volgen. Aanvullende (nieuwe) risico’s zijn niet uit te sluiten.

•           het huidige onderhoudsniveau van de gemeentelijke kapitaalgoederen.. Voor de riolering, openbare verlichting, vastgoed en wegen en kunstwerken bestaan hiervoor programma’s..

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de beschrijving van de benodigde weerstandscapaciteit en de beschikbare weerstandscapaciteit en de ratio blijvend vast te stellen op 1,5 wat betekent dat het surplus ten bedrage van € 4.437.000 kan worden overgeheveld naar de reserve incidenteel beschikbare algemene middelen.

 

Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen

De Reserve Incidenteel Beschikbare Algemene Middelen is een vrij besteedbare reserve. Hieraan ligt geen bestemming aan ten grondslag. De raad kan hieraan een eigen bestedingsrichting geven.

 

Reserve incidenteel beschikbare algemene middelen (€ × 1.000)

Onttrekking

Dotatie

Saldo

jaar 2017

     

Vaststellen jaarstukken 2016

     

Saldo 1 januari 2017

 

5.365

 

Resultaatbestemming 2016

 

1.133

 

Begroting 2017

   

 

deregulering bestemmingsplannen

40

 

 

subsidieloket pilot voor 2 jaren

15

 

 

Initiatieven verkeersveiligheid: monitoren maatregelen Geesteren

6

 

 

uitvoeringsplan duurzaamheid: scans, aanpassen verlichting gem.huis

50

 

 

Beleidsambitie heroverwegen verkeersdrempels

8

 

 

omgevingswet: nader uit te werken plan van aanpak

70

 

 

B17 Digitalisering Huwelijksarchief

15

 

 

Saldo MJB tgv reserve incidenteel

 

12

 

correctie

   

 

correctie

0

0

 

Perspectiefnota 2018, incl 1e programmajournaal 2017

   

 

subsidieloket pilot voor 2 jaren

-7

 

 

Bijstelling GRP

1.000

 

 

saldo raadsperspectief 2018 incl 1e programmajournaal 2017

 

1.375

 

Raad juli 2017

   

 

Doorontwikkeling bibliotheekvestigingen Albergen en Geesteren

205

 

 

2e Programmajournaal 2017

   

 

saldo 2e programmajournaal

 

102

 

Mutaties 2017 en saldo 31 december 2017

1.402

7.987

6.586

jaar 2018

     

Perspectiefnota 2018, incl 1e programmajournaal 2017

   

 

subsidieloket pilot voor 2 jaren

7

 

 

Surplus weerstandsvermogen raadsperspectief 2018

 

4.181

 

Begroting 2018

   

 

Agenda voor Twente

800

 

 

Extra storting in reserve GRP

2.000

 

 

van uitbreiding naar inbreiding

1.460

 

 

 - duurzaamheid

1.500

 

 

maatschappelijk vastgoed i.r.t. demografie - IHP

2.000

 

 

initiatieven verbeteren verkeersveiligheid

10

 

 

veiligheid (buurtpreventie)

10

 

 

afstemmen dienstverlening op wensen klant

13

 

 

werkbudget gebiedsprocessen

25

 

 

Tubbergen Bruist - pocesgeld

250

 

 

Mijn Dorp 2030 - procesgeld

111

 

 

stimuleringsfonds

150

 

 

saldo begroting 2018

 

13

 

Surplus weerstandsvermogen begroting 2018

 

4.437

 

Mutaties 2018

8.336

8.631

295

Saldo 31 december 2018

 

 

6.881

 

Voorgesteld wordt in te stemmen met de stand van zaken van de reserve incidenteel beschikbare middelen.